+ Meer informatie

Middenstanders willen een bodemprijsregeling

Miro boekt dertig procent meer klanten

8 minuten leestijd

ZAANDAM/ZWOLLE/HELMOND — „Voor een gemiddelde levensmiddelenzaak lijkt het meedoen aan de huidige prijzenoorlog een volkomen zinloze zaak". Dat stelt deze week „Food-Magazine", iiet weekblad voor de levenmiddelenhandel. Tot dezelfde conclusie kwam enkele dagen geleden, tijdens de algemene ledenvergadering van de Christelijke Kruideniersbond, de heer H. van der Geest, vice-voorzitter van het Vakcentrum. Om orde in de chaos te scheppen denkt men in middenstandskringen aan een bodemprijsregeling.

Daarbij wordt gedacht aan een methode waarbij niet verkocht mag worden onder de kostprijs, plus een opslag van bijvoorbeeld vijf procent. Omdat dit een ingewikkelde materie is heeft het Vakcentrum, een overkoepelend orgaan van de kruideniersorganisaties, een opdracht verstrekt aan de Erasmus-universiteit. Daar wordt momenteel onderzocht hoe zo'n regeling op te stellen is.

Overigens wordt door de fabrikanten momenteel ook al met bodemprijzen gewerkt. Zij stellen dan een prijs vast waaronder een bepaald artikel niet mag worden verkocht. Van der Geest stelde echter dat deze regeling in vele gevallen slecht werkt. Er is een aantal fabrikanten die bodemprijzen lager vaststellen dan de prijs die zij aan de winkelier berekenen. Daarmee hebben zij zich het misnoegen van de winkeliers op de hals gehaald. "Ahold en Edah kunnen best een poosje onder de kostprijs werken, maar dat kunnen wij ons ten enenmale niet veroorloven", zo werd op de CBK-vergadering opgemerkt.

Er gaan geruchten dat V en D, de eigelaar van Edah, aan het levensmiddelenconcern heeft toegestaan over het eerste halfjaar van 1981 een verlies van 20 miljoen gulden te lijden. "Als u dan ten onder gaat, laat het dan op een eervolle manier zijn", aldus Van der Geest, „en laat men later niet kunnen zeggen dat het uw eigen schuld was, omdat u onder kostprijs werkte". Wel meende de spreker dat de middenstanders nog vele wapens hebben om hun klanten te binden. Hij wees op de persoonlijke bediening, een vriendelijke behandeling van de klanten, helderheid in de winkel. Dat zijn punten die bij de superkruideniers, die kun kosten zoveel mogelijk willen drukken, steeds meer verloren gaan. Daarnaast moet een breed assortiment aanwezig zijn, zoveel mogelijk afgestemd op de omgeving.

Bodemprijs

Terugkomend op de bodemprijsregeling zei Van der Geest dat in afwachting van de studie van de Erasmusuniversiteit, waarvan het eerste gedeelte al rond half mei gereed is, er momenteel gesprekken worden gevoerd met fabrikanten die hun prijzen veel te laag vaststellen. Verlopen die gesprekken niet positief dan kunnen van de winkeliers protestacties worden verwacht. Van der Geest wilde aanvankelijk niet zeggen van welke aard deze acties zullen zijn, maar later liet hij doorschemeren dat een boycot wordt overwogen van fabrikanten die niet bereid zijn de bodemprijzen van hun artikelen bij te stellen. De vakcentrum-woordvoerder riep de kruideniers op zich als één blok op te stellen als het tot een boycot zou komen. Ook als het tijdelijk wat offers zou kosten is het op wat langere duur voor de gehele branche van belang om althans een stuk omzet vast te houden.

Volgens Van der Geest zal het ook erg belangrijk zijn om in de toekomst, op basis van de Erasmus-studie, tot een algemene bodemprijsregeling te komen. „Ik denk dat we het uiterste moeten doen om tot een vrijwillige regeling te komen. Als het tot een overheidsingrijpen komt hebben we veel te weinig inspraak en dan zou er wel eens een regeling tot stand kunnen komen waar we helemaal niet blij mee zijn. We moeten niet toe naar meer toe naar miniumum-consumentenprijzen zoals wij die nu kennen voor brood, melk en suiker. Het ongeluk van die minimumprijzen, die uit politieke overwegingen altijd erg laag worden vastgesteld, is dat het publiek denkt dat dit dan de normale prijs is. In de krant staat dan bijvoorbeeld dat de melk nu een gulden per liter kost. De klant die dan in de winkel meer moet betalen vindt dat vreemd, want het woord „minimum" is hij al lang vergeten.

Het is duidelijk dat het voor de middenstanders erg belangrijk is dat er een bepaalde regeling komt in de prijzenslag willen zij niet nog meer omzet aan het grootbedrijf verliezen. Het is de laatste jaren toch a! hard gegaan. Volgens een rapport van het Centraal planbureau was het aandeel van het midden- en kleinbedrijf in de bestedingen nog 68,8 procent. Dat is nu teruggelopen tot 55,7 procent.

Ahold niet tegen

„Ahold is geen tegenstander van cie bodemprijsregeling", vertelde ons gistermorgen de heer F. Lachotzki, directeur van de Miro-vestigingen. „Het zou een stukje rust in de prijzen geven, ook een stukje doorzichtigheid. Op zich houden wij wel van de vrijheid en zo'n regeling is niet helemaal vrij van een zekere betutteling, die voor ons niet zo nodig hoeft, maar anderzijds zijn wij er echt niet op uit om onder de kostprijs te werken". Lachotzki gaf toe dat onder druk van de jongste prijsverlagingen van Edah de Miro's een aantal prijzen nog weer bij hebben gesteld, maar dat in principe toch niet beneden kostprijzen wordt gewerkt.

De jongste prijsvergelijkingen van Edah hebben de situatie alleen maar ondoorzichtiger gemaakt, omdat men bij wijze van spreken appels met peren heeft vergeleken. Het gaat natuurlijk niet aan om zomaar een greep uit het assortiment te doen van artikelen waar je zelf wel een lagere prijs bij kunt invullen. Wat wij gedaan hebben, bij de prijsvergelijkingen die we hebben toegepast, is het ons ongeveer laten leiden door de serie'artikelen die het Centraal bureau voor statistiek uitkiest bij het vaststellen van het maandelijkse prijsindexcijfer. Dan heeft er namelijk een weging plaats van de invloed' die de prijzen hebben op het gezinsbudget. Ook de Consumentenbond doet iets dergelijks bij de vaststelling van de lijst die aangeeft hoe goedkoop of duur de diverse levensmiddelenbedrijven in Nederland zijn.

Wij beweren helemaal niet dat we op ieder moment voor ieder artikel de goedkoopste zijn. Er komen momenteel zoveel stuntprijzen en weekaanbiedingen voor dat het ondoenlijk is om dat van dag tot dag te controleren. Maar we maken het de mensen wel gemakkelijk. Ze behoeven bij ons nooit bang te zijn dat ze te duur kopen, want de advertenties van onze collega-concurrenten hangen we op in het informatiecentrum bij de uitgang. Ieder die aan de hand van die advertenties kan bewijzen bij Miro teveel te hebben betaald krijgt het geld zonder meer terug. Natuurlijk doen we dat niet alleen uit menslievende overwegingen. Wij willen gewoon voorkomen dat onze klanten niet voor één of twee stuntartikelen naar een andere winkel gaan en daar dan gelijk een aantal andere dingen meenemen. Dat systeem werkt best. Gemiddeld komen per Miro-vestiging momenteel zo'n honderd klanten per week terug aan de kassa met het verzoek om terugbetaling, dat geeft dus echt geen paniek bij de caissières en ik denk dat wij er een stuk vertrouwen mee winnen".

30 procent méér

Natuurlijk willen we graag weten wat de door Albert Heijn ontketende prijzenoorlog voor de omzetten betekent. Verrassend is het te horen dat de omzetten van de Albert Heijn supermarkten zich tot aan vorige week nog iets boven de geplande omzetverhoging bewogen, maar dat het aantal Miro-klanten met niet minder dan 30 procent is gestegen. Lachotzki voelt er niet veel voor om nu al geldomzetten te noemen. „Dat zou misschien een wat vertekend beeld geven. Het is best mogelijk dat een aantal mensen in de eerste weken een soort hamstermethode hebben toegepast omdat ze dachten dat de lage prijzen misschien maar erg tijdelijk zouden zijn".

Ja, het gedrag van de consument, daar gaat het uiteindelijk om. En dat is onberekenbaar. Daarom is het wel zeker dat wie gevoel en verstand van de consument het best weet te bespelen de hoogste ogen zal gooien.in de felle strijd die momenteel wordt gevoerd. Dan gaat het echt niet alleen om de laagste prijzen. Ondanks alle rumoer daarover constateerde het Duitse onderzoeksbureau „Intratest" onlangs dat ten hoogste 15 procent van alle ondervraagde huisvrouwen daadwerkelijk prijzen konden noemen. Van een dagelijks artikel als brood wist liefst 85 procent niet wat de prijs daarvan was. Ook huisvrouwen uit lagere inkomensgroepen schijnen nog erg onbewust te kopen.

Geld terug

Toch moet wel verwacht worden dat de strijd om de consumentengulden hard zal blijven. De groei van de bevolking is nog maar erg klein en de inkomens gaan misschien wel voor een reeks van jaren achteruit. Daarorh is iedereen in het bedrijfsleven er op uit om zijn stukje van de te verdelen koek te behouden, respectievelijk uit te breiden. Een voorbeeld daarvan is ook de deze week gestarte „Geld-terug- actie". Deze actie gaat uit van Cebuco, het Centraal orgaan voor courantenpubliciteit. De actie komt hierop neer dat de consument bij aankoop van een bepaald merkartikel een aangegeven aankoopbewijs terugstuurt (dus de merjcjes, wikkels, garantiebewijzen en dergelijke) en dan een bepaald bedrag terugkrijgt. Vroeger werkten een aantal fabrikanten ook wel met kortingsbonnen, die dan huis-aan-huis werden verspreid of in de krant werden afgedrukt, maar de vele rompslomp er omheen heeft er voor gezorgd dat van dit systeem werd afgezien. De Cebuco neemt nu dit werk van de fabrikanten over, zij zorgt voor de hele afhandeling. De bedoeling van deze actie, die eigenlijk als. een test is bedoeld en voorlopig tot half juni duurt, is de fabrikanten er op te wijzen hoe nuttig krantenreclilme kan werken. Veel merkartikelfabrikanten, met name dan in de levensmiddelenbranche, adverteren namelijk niet meer, maar maken gebruik van de Ster-reclame op de tv. Dit medium is echter alleen maar geschikt voor algernene informatie en niet voor gerichte acties. De kranten, waarvan momenteel de helft in de rode cijfers is terechtgekomen, hopen op deze manier wat van hun oude klanten terug te winnen.

Toekomst

Het ligt voor de hand dat we in de komende tijd nog wel meer zullen worden geconfronteerd met allerlei spectaculaire acties. In de dertiger jaren was het zo, dat de lonen daalden, maar dat vooral in het begin de prijzen nog sneller omlaag gingen. Of we nu ook weer met een dergelijke ontwikkeling te maken krijgen zal blijken uit de ontwikkeling van de inflatie. Het is niet zo erg waarschijnlijk, want de nog steeds stijgende energiekosten verhinderen de meeste prijsdalingen. Of olie en gas zullen ook goedkoper worden omdat het verbruik veel lager wordt. Maar dat durft niemand nog te beweren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.