+ Meer informatie

Van het Zendingsveld

5 minuten leestijd

(34.)

Carey's veelvuklige arbeid.

Nu Carey op de indigofabriek was terecht gekomen, begon het eigenlijke zendingswerk pas, en dat op een wijze, die we ons wellicht anders hadden voorgesteld. Op de fabriek werkten honderden inboorlingen, die van de ware godsdienst niets af wisten. Met deze mensen spreekt Carey nu, over de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan, hetzij onder de arbeid, hetzij bij de schafttijden. Geregeld stelt hij de mensen voor de enige Weg ter behoudenis. Zodoende wordt het zaad van Gods Woord gestrooid, maar er gebeurt nog meer. Carey, die zo heel gemakkelijk vreemde talen aanleerde, wist zich al heel gauw en duidelijk uit te drukken in de talen, die in de omgeving de meest gangbare waren, zoals het Bengaals en het Sanskriet. Door zijn

buitengewoon taalgevoel had hij al spoedig een helder zicht in de constructie der woorden en zinnen. Het duurde heus niet lang, of de ijverige werker begon aan de vertaling van het Nieuwe Testament in de taal van Bengalen. Zodoende werd er weer een kanaal geopend, waardoor het geschreven Woord Gods tot de inboorlingen kwam, voor de één een reuke des doods ten dode, voor de ander een reuke des levens ten leven.

Vijf jaren bleef hij werken op de fabriek, maar toen die tijd was verstreken, was het zendingsgebied al zó uitgebreid, dat Carey geen dag meer gemist kon worden om alles te regelen.

Hij reisde op eigen kosten naar Tibet om overal waar 't maar mogelijk was de Leer des kruises te brengen. Alleen kon hij het onmogelijk meer af. Er moest hulp komen. Geen nood! Een bericht naar Engeland was voldoende om hem van helpers te voorzien. Met twee hiervan, Marshman en Ward, vestigde hij zich nu in Serampore, dat destijds van Denemarken was. Hier was werk in overvloed, maar er werd niet stil gezeten ook! Er werd een kostschool gebouwd, terwijl een grote woning, die ze kopen konden, ingericht werd voor kerk. Hieraan vastgebouwd kwam een woning met drukkerij. Nu kon Carey zijn geschriften zelf laten drukken in de landstaal en verspreiden. Voor de verbreiding van het Evangelie was het zeer noodzakelijk, volgens Carey (en dat is heden ten dage nog van groot belang), dat de Bijbel in de talen van de volken, waaronder de zending werkt, uitgegeven moet worden. Bovendien zijn allerlei geschriften in de landstaal nodig om de Heilige Schrift voor het volk verstaanbaar te maken.

Het ideaal van Carey was: Elke volksstam in Indië moet de Bijbel in hun eigen taal hebben. Maar hoe moest dit verwezenlijkt? Zou dit ooit kunnen? De moedige mannen wanhoopten niet. De drukkerij was niet voor niemendal gebouwd. Wat is er in dat gebouw een werk verzet! Achtereenvolgens kwamen van de drukpers te Serampore Bijbels, gedrukt in wel veertig talen en dialecten van Brits-Indië, China en Midden-Azië. De vertalingen waren voor het grootste gedeelte door Carey verricht. Wel 24 vertalingen had hij persklaar gemaakt. Een reuzenwerk voorwaar!

Bovendien was hij ook professor geworden aan de hogeschool Fort Williams in de stad Calcutta. Hier gaf hij les in het Sanskriet en Bengaals. Het is onbegrijpelijk dat, bij zo'n veelvuldige arbeid, er nog tijd te vinden was om verscheidene brochures in 't Engels te schrijven. Geen wonder dat Carey's naam veel werd genoemd. Men noemde hem niet alleen de zendeling, maar ook de professor, de geleerde. En wat heel mooi was en te prijzen: op Carey was niet toepasselijk wat veelal geschiedt , , als niet komt tot iet, dan kent iet zichzelven niet". O neen, Carey wist, dat al zijn gaven en geleerdheid slechts gekregen goederen zijn. En op ontvangen goed behoeven we niet trots te zijn.

Op zekere dag was de zendeling aan het hof van de gouverneur-generaal, die verschillende gasten ontving. Een generaal is druk in gesprek met de gouverneur. Die twee hebben het over Dr Carey. De generaal heeft gehoord dat die knappe zendeling van zeer geringe afkomst was. Hij moet er het zijne van weten en vraagt aan de gouverneur-generaal: „Die Dr Carey, is dat toch waar, dat hij vroeger schoenmaker is geweest? " De man, waarover het ging, stond toevallig in de buurt en hoorde alles aan. Hij wendde zich tot de generaal en zei: „Neen generaal, ik was niet eens schoenmaker, ik was vroeger slechts schoenlapper."" Treffend voorbeeld van nederigheid!

En hoe was nu uiteindelijk de vrucht van de vele arbeid ?

In 14 jaren was de Baptistenzending in Brits Indië al zó uitgebreid, dat er 30 zendingsposten waren met 63 arbeiders. Die arbeiders waren hoofdzakelijk inlanders. Carey ging van de stelregel uit, dat het inschakelen van inheemse helpers een levensvoorwaarde is voor het zendingswerk. Ook was het, volgens hem, zeer nuttig, dat de zendeling studie maakt van de taal en

de gebruiken van het volk, waaronder hij werkt.

In Carey's tijd was er onder de Brits-Indiërs een verschrikkelijk gebruik in zwang, waartegen de zendingmet kracht op kwam. De vrouwen, die door het overlijden van haar man weduwe waren ge, worden, lieten zich met het lijk van haar man verbranden (suttiïsme); pleegden dus zelfmoord door verbranding. Carey rustte niet, voordat hij het gedaan kreeg, dat er een verbod van regeringswege werd uitgevaardigd, zodat aan die gruwelijkheid paal en perk werd gesteld.

Gedurende 40 jaren mocht Carey arbeiden tot uitbreiding van het Koninkrijk Gods. In de zomer van het jaar 1834 overleed hij op 73-jarige leeftijd. Te Serampore, het middelpunt van Carey's zendingsveld, werd hij begraven.

Niet ten onrechte werd hij genoemd: de Vader der Nieuwste Zending.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.