+ Meer informatie

De Wadden zitten nu vol met vogels

4 minuten leestijd

De beste tijd om een bezoek aan het wad te brengen is in augustus en september. De temperatuur is nog aangenaam, de drukte van het hoogseizoen is voorbij, de begroeiing is op z'n mooist en het wad herbergt het grootste aantal vogels dat zich na het afmattende broedseizoen met hun jongen te goed gaat doen aan de schier onmetelijke voedselrijkdom van het wad.

Op het menu voor de vogels op het wad staan o.a. schelpdieren, zoals mossels en kokkels, kreeftachtigen, vissen, wormen en wieren. Neem bij voorbeeld de bonte strandloper, net terug na een kort verblijf in Scandinavië. Per etmaal kan een bonte strandloper zo'n 40.000 slikgarnaaltjes naar binnenwerken zoals uit proeven met gevangen exemplaren bleek (100 garnaaltjes wegen één gram). Aangezien er op het wad in augustus soms wel zo'n 100.000 bonte strandlopers voorkomen, betekent dat dat er per dag al zo'n 4 miljard garnaaltjes worden verorberd. Behalve bonte strandlopers zijn er ook grote aantallen steltlopers zoals wulpen, scholeksters, kanoekstrandlopers, roze grutto's en tureluurs. Elke soort kiest voor een bepaald soort voedsel. De scholekster eet naast wormen ook veel schelpdieren, zoals kokkels, die hij met zijn scherpe, stevige snavel openwrikt. Het aantal bonte pieren, zoals scholeksters wel genoemd worden, is op de wadden bijzonder groot. Als er gemiddeld zo'n 100.000 zijn, die per dag 120 kokkels opeten, worden er dus per jaar zo'n 10 miloen kg kokkels door hen genuttigd. U begrijpt dat de belangen van de beroepsvisserij en de vogelstand behoorlijk tegenstrijdig kunnen zijn. Te veel kokkels wegvangen betekent honger voor o.a. de scholekster.

Bedelende jongen
Het voedsel van de wulp bestaat voor een groot gedeelte uit krabben en wormen, die hij met zijn lange, omlaag gebogen snavel handig uit de slifckige bodem weet te peuteren. De grootste steltloper is de lepelaar (broedvogel op Texel en Terschelling), die met zijn lange snavel allerlei krabbetjes, garnaaltjes en visjes uit het water lepelt. Daarbij zwaait hij de kop heen en weer om een zo groot mogelijk bereik te hebben. De lepelaars worden tijdens dit werk vaak irritant achterna gezeten door hun voortdurend bedelende jongen. Naast steltlopers hebben ook eendachtigen het op de voedselrijkdom van het wad voorzien. Een typische wadeend is de eidereend, die ook op de Waddeneilanden broedt. Na een dramatische achteruitgang in de jaren zestig is door het verbod van de chloorwaterstofverbindingen in de landbouw de stand van de eiders weer snel beter geworden. Eiders leven vooral van mosselen, die meestal bij hoogwater worden opgedoken en in z'n geheel worden gegeten. De sterke maagwand maalt ze fijn. Op plekken waar ze rusten vind je vaak hoopjes vermalen schelpen, restanten van verteerd voedsel. Ook bergeenden fourageren en rusten uit op het wad. Ze slobberen met hun snavels allerlei kleine diertjes uit het slik. Wormen, kreeftjes, slakjes plantenzaden en wieren vormen hun voedsel.

Allerlei sterns
Dat het met de aalscholverstand in ons land goed gaat blijkt uit het feit dat je ze op steeds meer plaatsen aantreft, ook op het wad. Ze halen hun voedsel vooral uit de diepere gedeeltes van het wad. Een vermelding apart verdient de aanwezigheid van de sterns, die met hun jongen, die ze in deze tijd nog steeds voeren, vaak boven de diepere geulen naar vis duiken. Grote sterns, Noordse sterns, visdieven en dwergsterns broeden in kolonies op buitendijkse, meestal beschermde gebieden op de Wadden. Ze vertoeven na de broedtijd met hun jongen vaak in grote groepen op het wad. Het is een fraai gezicht als zo'n schreeuwend jong gevoerd wordt door een ouder, die meestal vliegend het visje aflevert. Soms belaagd door een meeuw, die op zo'n manier probeert zijn portie te bemachtigen. Sterns zijn uitstekende vliegers. Ze maken vaak grote trektochten over de aarde langs de verschillende kusten. De Noordse stern legt de grootste afstand af van alle trekvogels, van arctische streken naar antarctische en terug. Bij De Cocksdorp (Texel) kun je in augustus langs het wad en het strand vaak alle bovengenoemde sterns aantreffen.

Gevaren
Behalve op de Waddeneilanden zijn er in het noorden van Friesland en Groningen en in de kop van Noord-Holland voldoende plaatsen om een kijkje te nemen bij het Waddenvogelleven. Het is jammer dat zoveel gevaren het wad bedreigen, die het bestaan van de Waddenzee-vereniging rechtvaardigen (Ver. tot Behoud van de Wadden). Recreatie op bij voorbeeld hoogwatervluchtplaatsen, overbevissing, vervuiling, militaire oefeningen, het boren naar gas (bodemdaling), sportvliegerij: op allerlei manieren wordt het voortbestaan van het wad als voedselgebied voor een belangrijk deel van de Europese vogelbevolking bedreigd. Daarom moeten we alert blijven en beseffen dat zo'n uniek stuk natuur niet verloren mag gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.