+ Meer informatie

"Nette bewoning vereist"

Dassen leven in de burcht van hun voorvaderen

6 minuten leestijd

Dassen houden er een hechte familieband op na. Ze leven in ondergrondse burchten die vaak nog door hun voorouders gegraven zijn. Langs eeuwenoude wissels trekken ze in de schemering eropuit.

Aan het zicht onttrokken door een enorme takkenbos kijken we naar de ingang van de dassenburcht. In de gloed van de ondergaande zon steekt een das voorzichtig zijn gestreepte snuit naar buiten. Zorgvuldig en langdurig ruikt en luistert hij of er geen verdachte luchtjes of geluiden zijn. Van zijn oren maar vooral van zijn neus moet hij het hebben, want hij is behoorlijk kippig.

Hij bespeurt niets ongewoons. Desondanks komt hij omzichtig tevoorschijn en na enig gegrom volgt de rest van het gezin. Bovenop de forse burcht is het ineens een drukte van belang met al die wit oplichtende snuitjes. Tussen de rek- en strekoefeningen door krabben ze zich uitvoerig. Losse haren en zand vliegen in het rond als ze zich uitschudden. Vervolgens schurkt de familie zich om beurten tegen een boom om kriebelende beestjes kwijt te raken.

Speelkwartier
De drie jonge dasjes houden meteen een soort speelkwartiertje. Vlakbij de burcht hebben ze hun vaste speelplaats. Luidruchtig glijden ze van de dikke boomwortels af en ravotten op stammen en stronken. De grootste das, waarschijnlijk het hoofd van het gezin, maakt af en toe een knorrend geluid.

Om de haverklap steekt hij zijn neus in de lucht om te zekeren. Plotseling, alsof het afgesproken is, verdwijnen ze langs de houtwal in de richting van de rivier. Hun logge, ietwat schommelende gang lijkt een beetje op die van beren. De pootafdruk van een das is dezelfde als van een beer, maar dan in miniformaat. Beide zijn namelijk zoolgangers.

Zoetekauw
Zijn favoriete leefgebieden zijn de kleinschalige, heuvelachtige terreintjes met akkers, heggen en boomgaarden. In lichte bossen en op de hellingen van de uiterwaarden voelt hij zich thuis. Ideaal zijn gras- en weilanden omringd met houtwallen en singels waar hij voedsel, dekking en rust vindt.

Tegenwoordig zijn dit soort landschappen zeldzaam. Dassentunnels en rasters moeten voorkomen dat de dieren niet massaal doodgereden worden.'n Simpel prikkeldraadje houdt een das niet tegen. Dekking en vooral voedsel 'naast de deur' is met name van belang voor zogende wijfjes, want zij moeten tijdens het voedsel-zoeken regelmatig terug naar de burcht om de jongen te zogen.

Officieel is de das een roofdier maar als je zijn menukaart bekijkt, blijkt hij eerder een alleseter die bij uitzondering een konijn of vogel verschalkt. Hij staat bekend als zoetekauw. Aan het begin van de winter graaft hij de nesten uit van versufte bijen, hommels en wespen en pikt hun larven en honing. Maar het liefst van al eet hij regenwormen.

Ondergronds netwerk
Als een volleerde bouwvakker graaft hij in een mum van tijd zijn comfortabele onderkomen. Op zandgronden graaft een das sneller dan een geoefend man met de schop kan bijhouden. Geen wonder dat zijn voorpoten uiterst sterk en gespierd zijn en blijven. Op harde grondsoorten zet hij zijn nagels in, die als hark fungeren.

Van nature zijn dassen gewoontedieren en erg honkvast. Als ze niet verstoord worden door oprukkende bebouwing of door aanleg van wegen kunnen ze generaties lang in dezelfde burcht wonen. Zo'n burcht is te vergelijken met een verfijnd ondergronds netwerk met verschillende etages. Ingewikkelde gangenstelsels leiden naar vluchtuitgangen, kraam-, slaap- en speelkamers. Ventilatieschachten zorgen voor frisse lucht.

Vaak houden dassen er een zomer- en bijburcht op na. Deze dient meestal als zomerverblijf of -bij onraad- als schuilkelder. Als de burcht ver van de 'mensenwereld' ligt, komen de dieren soms ook overdag tevoorschijn.

Dassen zijn bijzonder propere dieren. Hun behoeften doen ze in speciaal gegraven mestputjes, de zogenaamde latrines, die vaak tientallen meters bij de burcht vandaan liggen. Ze dienen tevens als erfafscheiding waarbinnen andere families niet welkom zijn.

Begraven
Het schijnt dat dassen, uit hygiënisch oogpunt, hun dode soortgenoten begraven. Het dode dier wordt soms vele kilometers meegesleept naar de burcht waar het vervolgens begraven wordt. Ook in 'huis' wordt alles piekfijn verzorgd.

Elke week worden de kamers gelucht en verschoond. Oude grassen, blaadjes, stro en varens worden naar buiten gesleept en vervangen door verse stoffering. Dit materiaal slepen ze achterstevoren naar binnen. Voor de winter invalt krijgt de hele burcht een opknapbeurt. Gangen, pijpen en kamers worden hersteld of opnieuw uitgegraven.

In zachte winters blijven dassen actief, maar zodra het vriest duiken ze onder. Dan spreken ze hun vetreserve aan. Ze verlaten hun goed geïsoleerde burcht alleen om hun behoefte te doen en te drinken.

Familieband
Hoewel dassen het hele jaar kunnen paren, vindt dit meestal in de zomer plaats. De ontwikkeling van de embryo's begint omstreeks december; de jongen worden in het vroege voorjaar geboren. Men neemt aan dat deze uitgestelde dracht te maken heeft met de voedselvoorziening.

De jongen worden geboren met een wit pelsje in de speciale kraamkamer, die moeder das ingericht en bekleed heeft. Na een week of vier, vijf gaan de oogjes open en is hun pels net zo op kleur als die van hun ouders. Naarmate de kleintjes groter worden, mogen ze af en toe mee naar buiten om voor de burcht te spelen.

Dassenmoeders staan bekend om hun goede zorgen. Als de jongen pogingen doen om naar buiten te gaan en moeder vindt ze nog te klein, dan verspert ze hen hewoon de weg. Als moeder de tijd rijp acht, neemt ze haar kroost mee om hen wegwijs te maken en voedsel te leren zoeken.

In het najaar zijn het al flink uit de kluiten gewassen pubers, die vrijwel net zo vaardig zijn als hun ouders. Soms betrekken de bijna volwassen dieren vlak voor de winter een bijburcht. Maar vaker blijven ze tijdens de wintermaanden nog gezellig in de ouderlijke burcht. Want ook bij jonge dassen is de onderlinge familieband als het ware ingebakken.

                              ------------------------------

Vereniging Das en Boom

Sinds 1981 zet De Vereniging Das en Boom zich in met het doel alle marterachtigen te beschermen; daartoe behoort ook de das. Het resultaat: Afrasteringen van wegen en gebieden, speciale diervriendelijke tunnels onder (snel)wegen, bescherming van burchten en dassenopvang. Honderd vrijwilligers zorgen voor voorlichting door middel van lezingen, benadering van media en lespakketten op scholen.

In het dassenopvangcentrum verzorgt een team kundige medewerkers gewonde dassen en de jongen van doodgereden moederdieren; die jongen worden later weer uitgezet. Zodoende levert de Vereniging Das en Boom een bijdrage aan het Herintroductleplan van de overheid.

Voor meer informatie: Vereniging Das en Boom, Rijksstraatweg 174, 6573 DG Beek-Ubbergen. Tel. 08895 - 42294. Voor het melden van gewonde, dode of verweesde dassen is het secretariaat dag en nacht bereikbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.