+ Meer informatie

D'66 sluit coalitie met CDA èn VVD volledig uit

"Het is vooral de manier waarop wij de kiezer benaderen''

8 minuten leestijd

AMERSFOORT — Als de opiniepeilingen de voorkeur van de kiezers juist weergeven zal D'66 als grote winnaar uit de bus komen bij de Tweede kamerverkiezingen, Ruim twintig zetels, zo luidt de verwachting en daar rekent ook lijsttrekker J. Terlouw op. Spiegelt hij na de verkiezingen in 1977 de partijen nog voor dat D'66 ooit zo groot zou worden als PvdA en CDA, opeens zegt hij vol optimisme: „De grenzen staan me nu niet meer duidelijk voor ogen."

D'66 draait inmiddels al weer zo'n 15 jaar mee in de Nederlandse politiek. Ontstaan uit onbehagen over het functioneren van de parlementaire democratie en over de belangenverstrengeling binnen Kamer en regering, maakt de partij, die zich aanvankelijk vooral richt op staatkundige hervormingen haar debuut met zeven zetels. In 1971 komen er nog eens vier kamerzetels bij. Dan volgt de terugslag. Bij de volgende verkiezingen verliest men flink en in 1974 krijgt men voor de provinciale staten zelfs niet meer dan één procent van de stemmen.

De klap komt hard aan en de vraag wordt opgeworpen of D'66 wel moet blijven voortbestaan. Het dieptepunt is bereikt, maar tegelijk het keerpunt. Dr. J. Terlouw is de man die de partij weer op de weg omhoog brengt. Onder zijn aanvoering komt D'66 in 1977 terug met acht kamerzetels. Bij de komende verkiezingen lijkt „het redelijk alternatief", zoals men zichzelf, aanduidt, definitief uit te groeien tot een vierde politieke stroming in ons land.

Onze parlementsredacteur drs. A. A. C. de Rooij ging in Amersfoort op bezoek bij lijsttrekker Terlouw.


Naar de mening van Terlouw maken steeds meer mensen een positieve keuze voor D'66 en moet de toeneming van de aanhang niet in de eerste plaats verklaard worden uit een gevoel van onbehagen met betrekking tot andere partijen. Het is geen kwestie van zich niet meer thuisvoelen bij de rest en dan meer overstappen naar iets nieuws, wellicht iets onbekends. Nog anders gezegd: de mensen kiezen niet tegen PvdA, CDA en VVD, maar bewust vóór D'66.

Wat trekt de kiezers dan aan in deze partij? „Niet alleen het beleid", antwoordt Terlouw. „Het is vooral de mentaliteit, de manier waarop wij de kiezer benaderen en hem aanspreken." Het kenmerkende daarvan is volgens hem dat D'66 de kiezer als mondig beschouwt en ter verduidelijking voegt hij hieraan toe: „Wij leggen de mensen het probleem voor, laten de voor- en nadelen zien van mogelijke oplossingen maken alles afwegend onze keuze bekend. De oude stijl van politiek bedrijven is: Natuurlijk zijn we voor of tegen, want al die andere argumenten zijn waardeloos."

Dus een pragmatische benadering? Terlouw: „Nee, een genuanceerde. De kiezer beschouwen als iemand die zelf wel weet dat de zaken niet zwart-wit liggen, dat er nuances zijn en die goed beseft dat het niet zo eenvoudig is." De lijstaanvoerder van D'66 wijst erop dat dit voor partijen als PvdA, CDA en VVD moeilijker ligt. Dat de politieke groeperingen die uit een bepaalde denkrichting of maatschappelijke stroming zijn voortgekomen met alle daaraan verbonden dogma's. Zij hebben niet de ballast van de geschiedenis. Dat maakt het gemakkelijker.", aldus Terlouw.

Andere belangen
"Verder denk ik", zo vervolgt hij, dat mensen die op ons stemmen ervan overtuigd zijn dat D'66 een partij is van en voor deze tijd. We gaan een nieuw tijdperk tegemoet. D'66 is het best toegerust om onbevangen nieuwe wegen en nieuwe oplossingen te zoeken. PvdA, CDA en VVD zijn verbonden met bekende groepsbelangen (de vakbeweging, de kerken en de werkgevers). In deze tijd zie je dat het tegenover elkaar staan van belangengroepen niets kost. Er zijn thans andere belangen dan algemeen belang, in het geding en daardoor kan een partij als D'66 die geen binding heeft met een belangengroepering uitgroeien tot een grote partij.

We stappen over naar het concrete beleidsprogramma van de Democraten '66. Terlouw gaat uitgebreid in op de verschillen met liberalen, socialisten en christen-democraten. Als we het over de VVD hebben, waarmee strijd wordt geleverd om de derde plaats in de Nederlandse politiek, noemt hij de natuurbescherming, de kernwapenpolitiek, de koppeling van de sociale uitkeringen aan de lonen en het industriebeleid. Vier zaken waarover men grondig van mening verschilt.

Zo wil D'66 meer geld uittrekken voor natuurbescherming, wijst men plaatsing van nieuwe kernwapens onder de huidige omstandigheden af en mag er de komende kabinetsperiode niet gesleuteld worden aan de koppeling. Ontkoppeling of koppeling op grotere afstand is onaanvaardbaar, een koopkrachtdaling over de hele linie wordt wel geaccepteerd.

Veel belang hecht D'66 aan een industriebeleid. Terwijl de VVD haar vertrouwen stelt op het marktmechanisme en een globale lastenverlichting voor het bedrijfsleven ziet als het belangrijkste middel om een herstel van de economie op gang te brengen wil D'66 een meer gericht en stimulerend overheidsbeleid, dat ten behoeve van de bedrijven de voorwaarden schept om te kunnen ontstaan en te kunnen groeien. De nadruk zal daarbij vallen op kleine ondernemingen, omdat juist daar mogelijkheden liggen om werkgelegenheid te creëren. Het industriebeleid zal hoge prioriteit krijgen bij de komende formatie en men denkt zelfs aan een minister zonder portefeuille voor technologie, toegevoegd aan het ministerie voor Economische zaken.

Individu

Wat betreft de verschillen met de PvdA merkt Terlouw op: „De PvdA zoekt het teveel in de collectieve maatregelen. Men heeft onvoldoende oog voor de bureaucratie die dat met zich meebrengt. Wij willen het individu meer tot gelding laten komen." D'66 streeft naar stabilisering van de collectieve lastendruk en voelt er weinig voor extra arbeidsplaatsen te scheppen in de quartaire sector. „Dat kun je niet betalen en er is eigenlijk geen behoefte aan", aldus Terlouw. De economische groei (D'66 rekent op gemiddeld 1,5 procent per jaar) zal vooral aan het bedrijfsleven ten goede moeten komen. In de eerste plaats via rendementsverbetering. Als het over het scheppen van werk gaat denkt men primair aan deeltijdbanen.

Tenslotte nog iets over het CDA. Terlouw is het met CDA-voorzitter Bukman eens dat de verschillen tussen beide partijen op sociaal-economisch gebied het laatste jaar niet zo groot meer zijn. In de Tweede kamer blijkt dat men vaak op dezelfde, lijn zit. Een voorbeeld dat veel aandacht heeft gekregen en nogal wat kritiek heeft losgemaakt op de partij is de steun van D'66 aan de loonmaatregel van minister Albeda in het voorjaar van 1980. Betekent dit dat D'66 naar rechts is opgeschoven?

Terlouw, een beetje ontwijkend: „Ach, wat noem je rechts en wat noem je links. Het maken van een groot centraal economisch plan, een van de strijdpunten van de PvdA, vind ik niet zo links." De Verschillen met het CDA liggen vooral op het ethische vlak en de aanvoerder van lijst 4 wijst in dit verband op de democratisering van het welzijnswerk en van het bijzonder onderwijs. Een christelijke school die kinderen toelaat van niet-confcssionelen huize moet de ouders van die kinderen medezeggenschap geven in die school, luidt het D'66-standpunt.

Wensdroom

Evenals de PvdA heeft D'66 een strategie opgesteld voor de kabinetsformatie. De voorkeur gaat uit naar een regering die steunt op een zo breed mogelijke basis en daarvoor komt allereerst de combinatie PvdA-CDA-D'66 in aanmerking. De mogelijkheid voor een coalitie PvdA-WD-D'66 heeft men eveneens opengelaten, maar aangezien de PvdA de liberalen beeft uitgesloten is een dergelijk kabinet voorlopig een wensdroom. Het is dan ook meer bedoeld om aan te geven dat de W D niet totaal onaanvaardbaar is als regeringspartner. Tenslotte is ook dat een democratische partij. Voor een kabinet met alleen linkse partijen voelt D'66 niet veel. Men heeft blijkbaar het CDA als remmende factor nodig om te verhinderen dat er teveel linkse stokpaardjes worden bereden.

Niet te praten valt er over een samenstelling CDA-VVD-D'66. Een dergelijke coalitie is als het aan D'66 ligt de komende jaren onder alle omstandigheden uitgesloten. Het congres heeft dat uitgesproken en ook Terlouw laat daarover geen enkele twijfel bestaan. Die combinatie zou volgens hem neerkomen op voortzetting van het huidige beleid dat men voortdurend heeft bestreden. D'66 houdt de kiezers.juist voor: „Stem op ons en u krijgt een ander beleid." Daarbij sluit de strategie aan en daarbij past geen kabinet van CDA, WD en D'66.

Geen voortzetting van het bestek-beleid dus, maar is Van Agt, die toch de verpersoonlijking is van die koers, dan wel acceptabel en geloofwaardig in een ander kabinet met een nieuw beleid? „Ik vind eigenlijk van niet", antwoordt de leider van D'66, „maar dat is primair een zaak van het CDA zelf." In ieder geval wil D'66 de huidige minister-president niet bij voorbaat uitsluiten voor een progressief kabinet. Terlouw verwacht overigens wel moeilijkheden op dit punt en hij lijkt de vriendelijkheid die Den Uyl de laatste tijd aan de dag legt voor Van Agt nauwelijks serieus te nemen. „De problemen in het persoonlijke vlak zijn van niet geringe aard en zullen zeker een rol spelen tijdens de formatie", zegt hij lachend.

Qua beleid zijn er voor D'66 geen onbespreekbare zaken. De lijsttrekker daarover: „Geen dictaten vooraf, dat kan niet. Als je daarmee begint kom je er nooit uit. Ik ben het dan ook volstrekt niet eens met de strijdpunten van de PvdA, maar ik vat ze voorlopig maar op als een prioriteitenlijstje." Ook over de modernisering van de kernwapens (Terlouw: „Ik denk dat we die plaatsing toch wel kunnen voorkomen.") en over het openlaten van de kerncentrales valt te onderhandelen. De lijstaanvoerder is zelf niet eens voorstander van sluiting, laat hij weten, daaraan toevoegend: „De argumenten van het congres zijn wel begrijpelijk. De overheid heeft het er door alle geheimzinnigheid rond die opwerkingscontracten met Engeland en Frankrijk naar gemaakt. Zoiets roept irritatie op."

Niet zelden wordt Terlouw een bemiddelende rol tussen PvdA en CDA toebedacht. Ook zelf voorziet hij dat wel een beetje. Wordt Terlouw dan de nieuwe premier? „Nou, ik vind het niet zo realistisch daarover te praten. Er zijn tenslotte twee partijen die bijna tweemaal zo groot zijn als D'66'', zegt hij, op een wijze die doet vermoeden dat hij er toch best zin in heeft,

Terlouw voelt zich sterk in deze verkiezingsstrijd en gaat vol optimisme en zelfvertrouwen 26 mei tegemoet. „Ik durf de confrontatie met allemaal aan hoor", merkt hij op en als we hem vragen naar zijn verwachtingen luidt het antwoord: „21 zetels voor D'66."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.