+ Meer informatie

Een jaar vol verwarring

Terugblik op 1994

6 minuten leestijd

Voor de Nederlandse Hervormde Kerk was 1994 een jaar vol verwarring. Kerkeraden kregen het ontwerp van de kerkorde voor de toekomstige Verenigde Protestantse Kerk in Nederland gepresenteerd. Voormannen van het Samen-Op-Wegproces stelden dat een fusie onafwendbaar is. Rechtzinnig en vrijzinnig vonden elkaar in een pleidooi voor het behoud van de vaderlandse kerk. En het kerkvolk begrijpt er niets meer van. De visie van ds. L.H. Oosten.

Hervormde predikanten die hun ambt serieus nemen, hebben het achterUggende jaar talloze "overuren" gemaakt door Samen-opWeg. Het bestuderen van de nieuwe kerkorde, beoordelen van allerlei formele voorstellen en informeren van de kerkeraden kost zeeën van tijd. Ds. LH. Oosten heeft in grote lijnen zijn oordeel gevormd. Met zijn kerkeraad wijst hij niet alleen fusie, maar ook federatie van de deelnemende kerken af „De geschiedenis laat zien dat de kerk van de Reformatie in deze lage landen een planting Gods is. Het was ook in het verleden zeker niet allemaal rozegeur en maneschijn, maar door alles heen heeft de Heere gewaakt over Zijn kerk tot op deze dag."

Vervaagt in deze opvatting niet het onderscheid tussen de onzichtbare kerk en de Hervormde kerk als instituut?

„Daar moet je zeker voor waken. Maar de onzichtbare kerk heeft wel een zichtbare zijde. Die mag ons niet onverschillig zijn." Toch lijken velen zo gericht op het instituut, dat het zicht op de onzichtbare kerk verdwijnt. „Dat gevaar is, door alle verwarring die er heerst, heel groot. Velen vechten voor het genootschap, terwijl ze weinig oog hebben voor het wezen. Zo ligt het voor mij niet. Ik wil de zichtbare en de onzichtbare kerk bij elkaar houden. Ik geloof dat de kerk der Reformatie, zoals de Heere die hier geplant heeft, Gods kerk is."

Illusie
Hoe ziet u in dit licht de afgescheiden kerken?

„Ik ontken niet dat de Heere daar zijn kinderen en knechten heeft, maar dat is geen legitimatie van het afscheidingsprincipe. Deze kerken kan ik onmogelijk als plantingen van God zien. In de lijn van de Schrift en de reformatorische belijdenis beschouw ik scheuring op zichzelf als een ketterij."

Wat blijft bij een eventuele fusie van de Hervormde Kerk over?

„Dat is de grote vraag. Er zijn er die denken de Hervormde Kerk in afgeslankte vorm voort te kunnen zetten. Eventueel gesteund door afgescheidenen, voor wie het tijdstip van wederkeer dan is aangebroken. Dat is een illusie. De praktijk zal tonen dat het de zoveelste afgescheiden kerk wordt. Als de kerk in haar ambtelijke organen besluit om te fuseren, kun je niet zeggen dat je door achter te blijven de Hervormde Kerk voortzet. Wel is de vraag of de synode een zo ingrijpend besluit over de kerk als geheel kan nemen, wanneer het merendeel van het grondvlak daar niet achter staat. Dat is in strijd met het principe van het presbyteriaal synodaal kerkrecht en mijns inziens aanvechtbaar via de Generale Commissie voor Bezwaren en Geschillen."

Fusie betekent het eind van de planting Gods?

„Zoals ik het nu bezie misschien wel wat betreft de organisatievorm, maar niet als organisme. De stroom van de Hervormde kerk zet zich voort in een breder verband. Een verbreding die mij overigens niet aangenaam is."

Oorlogsveld
U wijst toch zowel fusie als federatie af?

„Inderdaad, maar je kunt onder protest toch meegenomen worden. Zoals dat ook het geval was toen er ruimte kwam voor de vrouw in het ambt."

Bevestigt dit niet de kritiek uit afgescheiden kring dat hervormd-gereformeerden als puntje bij paaltje komt alles slikken ?

„Dat is geen kwestie van slikken. Als je in het oorlogsveld de kogels om je heen hoort fluiten, kun je weglopen of doorvechten. Ik kies in de kerk voor het laatste."

Kunt u in die gefuseerde kerk nog een beroep doen op de belijdenis?

„Zeker. In de nieuwe kerkorde gaan de gereformeerde belijdenisgeschriften mee. De Lutherse komen erbij. Voor mij is dat geen onoverkomenlijk bezwaar. Ik weet me in goed gezelschap van mensen als Calvijn, Guido de Brés, Datheen en a Lasco, die de Augsburgse confessie ruimhartig hebben ondertekend. A Lasco zegt zelfs: „Wij zijn niet alleen niet tegen de Augsburgse Confessie, maar zij is ons lief en dierbaar." Als het voor die mensen geen breekpunt was, is dat ook voor mij niet het geval. De Leuenberger Konkordie is na ernstige kritiek buiten de belijdenissen gehouden. Die wordt nu in een apart lid genoemd.
De Leuenberger zegt trouwens zelf al dat ze niet verstaan wil wezen als een nieuwe belijdenis. Wat niet wegneemt dat ik het een onding vind en ervoor vecht om die eruit te krijgen. Maar zolang de kerkorde zegt dat het Woord van God de enige bron en norm is voor het kerkelijk spreken en handelen, geeft mij dat een basis om op te staan. Met de Schotse prediker Durham zeg ik: Zelfs al zucht u onder een slechte kerkorde, verlaat de kerk toch niet."

Brokken
Hoe waardeert u het feit dat in de strijd om het behoud van de Hervormde Kerk rechtzinnig en vrijzinnig elkaar vonden in het "Hervormd Pleidooi"?

„De gedachte was denk ik: Hoe meer tegenstanders van fusie, hoe beter?"

Sloeg prof. Graafland de spijker op de kop toen hij sprak van vleselijke elementen?

„Zonder meer. Met de geest van het "Hervormd pleidooi" kan ik me verenigen, maar het is voor mij niet duidelijk hoe Kohlbruggianen kunnen optrekken met vrijzinnigen."

Hebt u de indruk dat de ontwikkelingen rond Samen-op- Weg de eenheid van de gereformeerde gezindte in engere zin dichterbij brengen?

„Dat wordt in afgescheiden kring wel verondersteld. Ik zie dat niet. Meeleven uit andere kerkverbanden doet me goed, maar "het gouden moment" van ds. J.H. Velema kun je gerust vergeten. De denkwijze van een afgescheiden mens is totaal anders dan die van een hervormd mens. Ze willen ons afgescheiden hebben. Die bonders moeten uit de Hervormde kerk. Daarvan zegt ds. Van den Bergh terecht: Wie een hervormd mens kent, weet wel beter. Wel zullen er brokken vallen. De zoveelste aderlating."

Koning
Hoe beoordeelt u de ontwikkeling van de gereformeerde gezindte als geheel? De een signaleert veroppervlakkiging anderen wijzen op een verrechtsing.

„Ik zie beide in dezelfde lijn. Je kunt wel rechts zijn, maar als het alleen maar buitenkant is, ben je zeer oppervlakkig. De vermolming van de gereformeerde gezindte zet zich sterk door. Wat heb je nou als je straks een kerk vol mensen hebt zonder televisie, alle vrouwen met een hoedje op het hoofd, en het hart ontbreekt? Mijn grote verontrusting richt zich op het feit dat nauwelijks meer een geestelijk gesprek mogelijk is. Het gaat over dominees, kerken, dogma's en televisie en daar blijft het bij. Dat maakt me zeer pessimistisch. Het enige wat mij moed geeft is dat de kerk een Koning heeft Die regeert, en een keer ten goede kan geven. Een lichtpuntje is wat dat betreft dat bij veel jongeren toch een openheid voor het woord te bespeuren valt. Wie weet wat de Heere ondanks alles nog met Zijn kerk voorheeft."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.