+ Meer informatie

HOE GODDELIJK IS JEZUS?

8 minuten leestijd

Het is en blijft een lastige belijdenis: de mens Jezus van Na zareth is God in eigen Persoon. Zo kun je over Hem niet anders dan met twee woorden spreken. Die tweeklank klinkt bij Paulus zo: ‘God geopenbaard in het vlees’. Een heerlijke belijdenis! Toch klinkt het soms schijnbaar als een dissonant. Het gesprek met Joden en moslims wordt er immers niet gemakkelijker op. Jehovah’s getuigen geloven wel dat Jezus op een bepaalde manier ‘zoon van God’ is, maar ontkennen in alle toonaarden dat Hij God in eigen Persoon is. En in de kerk? Soms bekruipt je de vrees dat ook daar meer gezucht wordt onder de belijdenis van de twee naturen van Christus dan er van gezongen wordt.

Verhef Jezus zo hoog mogelijk, maar zie Hem niet als God. Dat is de eenvoudige ‘oplossing’ die ds. A.F. Troost aanreikt in zijn boekje Engel naast God. Hoe goddelijk is Jezus? dat vorig jaar verscheen. Dat boekje is mede de aanleiding om nog eens nadrukkelijk stil te staan bij de belijdenis van Jezus’ God-zijn. In dit artikel volgen we enkele van de belangrijkste wegwijzers in de Schrift, die een andere weg wijzen dan het boek dat spreekt over ‘naast God’. Daar beginnen we mee: letten op het belang van een voorzetsel. En dan weten we dat het nog al verschil maakt of je ergens ‘naast’ of ergens ‘in’ bent. Het maakt bijvoorbeeld nogal verschil: in de kerk of naast de kerk. Als we zo eerst aan enkele details van de wegwijzers aandacht gegeven hebben, letten we op een centrale verbindingsweg: de relatie tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Want eerlijk is eerlijk, soms lijkt Jezus wel een uitvinding van de kerk te zijn en blijkt de gedachte - onbewust - toch te leven dat met de geboorte van Jezus er werkelijk Iemand op de wereld kwam die er voor die tijd nog niet was. Maar er kwam geen ‘Vreemde’ naar deze wereld!

PLAATSBEPALING VAN JEZUS DOOR EEN VOORZETSEL

Paulus besteedt niet eens zo heel vaak uitgebreid aandacht aan de hoge afkomst van Hem, Die de eerste christenen reeds hadden leren kennen als Jezus Christus, de Zoon van God. Het blijkt uit de nieuwtestamentische brieven van slechts enkele tientallen jaren na Jezus’ heengaan dat Hij van het begin af aan reeds aanbeden werd als God. Het is een hardnekkig misverstand om te beweren dat dit pas in de loop van de volgende eeuwen zo geworden is! Er was eerder reden om voortdurend duidelijk te maken dat ‘Hij die rijk was, ter wille van ons arm werd’ (2 Kor. 8:9) dan de omgekeerde bewering dat Hij ‘Die arm was, rijk geworden’ is, of zoiets. Dus in de tijd waarin de geschriften van het Nieuwe Testament hun gezaghebbende plaats ontvingen in de kerk moest meer nadruk gelegd worden op Jezus als ‘echt mens’ dan op Zijn hoge afkomst als ‘echt God’.

INNIGHEID - ‘IN

Een passage die ons bepaalt bij het belangrijke voorzetsel ‘in’ is Filippenzen 2: 5-11. Het is jammer dat de NBV dit voorzetsel heeft weggelaten. Daar lezen we ‘Hij die de gestalte van God had’ in plaats van ‘Hij die in de gestalte van God was’. Het voorzetsel ‘in’ geeft juist de bijzondere innigheid aan tussen Hem ‘die in de gestalte van God was’ en God. In dát verband wordt gesproken over ‘Zijn gelijkheid aan God’. Bovendien moeten we oppassen met het woordje ‘gestalte’. Dat is meer dan slechts een ‘uiterlijke verschijning’. Het duidt juist op een vorm die een beeld heeft en die zo het beeld tot uitdrukking brengt, vorm geeft. Wil men weten wie God is? Dan treffen we in Jezus Christus Zijn Beeld aan! Hij brengt tot uitdrukking Wie God is. Waar dan, en hoe dan? Hier op aarde: Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens! Hier op aarde heeft Hij laten zien Wie God is. Van Jezus Christus mag worden beleden dat Hij voor de menswording gelijk aan God, ‘in de gestalte van God’ was. Het mooie is dat in deze innige éénheid tussen Jezus en God ook het onderscheid blijkt. Dat gebeurt juist door de afzonderlijke plaats die Hem gegeven wordt met het woordje ‘in’. Er is ‘de gestalte van God’ en in die gestalte was Hij voor Hij naar deze wereld kwam om in Zijn slavengestalte (!) gehoorzaam te zijn tot in de dood, de dood aan het kruis.

NIET ZONDER MEER GOD

Wanneer Troost in zijn boek steeds herhaalt ‘Jezus was niet zonder meer God’, dan kan daar wel mee ingestemd worden. Maar dat heeft de kerk ook nooit beleden. Misschien spreken we in dat opzicht wel eens een beetje te kort door de bocht: Jezus is God. We dienen over Hem als Jezus met twee woorden te spreken (waarachtig mens én waarachtig God) en daarbij recht te doen aan de eenheid en het onderscheid tussen Vader en Zoon. Troost ontkracht de passage uit Filippenzen 2 door van de NBV uit te gaan, vervolgens ‘gestalte’ als niet meer dan ‘uiterlijke verschijningsvorm’ te typeren en dan te gaan werken met een ‘als het ware deelhebben aan de goddelijke glorie van de Eeuwige’. Het gaat juist het ‘werkelijk’ deelhebben aan Gods glorie.

EENHEID EN ONDERSCHEID

We kijken nog even op één wegwijzer, de bekende woorden uit Johannes 1:1: ‘In den beginne was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God’. Er staat letterlijk: ‘God was het Woord’! Dat onderstreept de ‘kwaliteit’, de status van het Woord. Het zegt dus door het woord ‘God’ voorop te plaatsen krachtiger: ‘Het Woord was God’. Troost zegt dan ‘dat mag je niet doen, want ‘God is liefde’ is niet hetzelfde als ‘liefde is God’. Dat is echter spelen met woorden in het Nederlands, maar geen uitleg van wat er letterlijk staat. Het mooie is dat in Johannes 1 beide dingen weer gezegd worden. ‘Het Woord was God’, dat is de éénheid. ‘Het Woord was bij God’, dat is het onderscheid. Of dus kleine voorzetsels ‘in’ en ‘bij’ van belang zijn. Het voorzetsel ‘naast’ kan echt niet gebruikt worden. Jezus was geen ‘engel naast God’, maar ‘in God’ en ‘bij God’.

Uit talloze plaatsen in het Nieuwe Testament blijkt dat de Heere Jezus werkelijk God in eigen Persoon is. Een ezelsbruggetje is de Engelse afkorting ‘HANDS’:

H Honor: Jezus ontvangt Goddelijke eer (Joh. 5:23, Matth. 9:18, Fil. 2:10-11).

A Attributes: Jezus heeft Goddelijke eigenschappen (Joh. 1:1-3, 47-49, Hebr. 13:8).

N Names: Jezus draagt Goddelijke namen (Joh. 1:18, Joh. 20:28, Titus 2:13).

D Deeds: Jezus doet Goddelijke werken (Mark. 4:35-41, Matth. 5: 20-22, Kol. 1:16,17).

S Seat: Jezus deelt Gods troon (Mark. 14:62, Joh. 10:27-33, 1 Kor. 15:27-28).

DE STATUS VAN JEZUS IN HET LICHT VAN HET OUDE TESTAMENT

‘Midden in de winternacht ging de hemel open’? Dat is wel erg laat! En dan gaat het me niet om die ‘winternacht’, maar om het wonder dat de hemel eerder reeds open ging. En iedere keer weer dat de hemel opengaat en de HEERE Zijn volk bezoekt, is er een verbinding tussen die gebeurtenissen en het unieke gebeuren van ‘mid den in de winternacht’. Wie wil weten wie Jezus is, dient het Oude Testament er bij op te slaan (Luk. 24: 27, Joh. 5: 39). Zo gaat ook bijvoorbeeld de tabernakel open (Joh. 1:14).

Het is daarom niet vreemd dat Troost zijn zoektocht ingezet heeft bij de kanttekeningen in de Statenvertaling bij Genesis 16 waar gesproken wordt over de Engel des HEEREN. Dat noemt de schrijver de ‘gouden draad’ door zijn boek: ‘Zolang ik geen goede tegenargumenten heb gevonden ga ik op de weg die de kanttekenaren ons wijzen’. De aanname die hij in zijn boek wil uittesten is kort gezegd: Jezus is de uit God geboren Engel des HEEREN! Maar volgt ds. Troost echt de weg van de kanttekenaren? De kanttekeningen bij Genesis 16:7 merken op over de Engel des HEEREN: ‘Dat is, het hoofd der engelen, de Heere Christus, die daarom ook HEERE genoemd wordt’. Maar is daarmee ook omgekeerd gezegd: Christus is de ‘Engel des HEEREN’? Je zegt niet hetzelfde wanneer je zegt ‘de Engel des HEEREN is Christus’ dan wanneer je zegt ‘Christus is de Engel des HEEREN’. Het eerste kun je bij de lezing van het Oude Testament in het licht van het Nieuwe Testament wel zeggen, ook al dient dat wel nader toegelicht te worden, maar het omgekeerde niet. In het Nieuwe Testament (de brief aan de Hebreeën!) wordt juist het onderscheid tussen Jezus en de engelen onderstreept.

BELOFTE EN VERVULLING

Terecht heeft ds. Troost opgemerkt dat er een bepaalde parallel is tussen de ‘Engel des HEEREN’ in het Oude Testament en wat we lezen over de ‘Zoon op aarde’ in het Nieuwe Testament. Er blijkt zowel een onderscheid tussen hem en de HEERE te zijn én een zodanige eenheid dat deze engel spreekt als God in eigen persoon. Dus weer dat typerende: eenheid en onderscheid! Dat betekent nog niet dat je vervolgens omgekeerd Jezus Christus in Zijn unieke openbaring als de Zoon van God kunt gaan ‘inkleuren’ met uitsluitend de karakteristieken van de Engel des HEEREN. Je kunt nooit op dezelfde manier een beweging kunt maken van het Nieuwe naar het Oude Testament als van het Oude naar het Nieuwe Testament om de persoon van Christus goed in beeld te krijgen. Het gaat om de ‘drive’ van het Oude naar het Nieuwe Testament, om de eenheid en het onderscheid tussen beide Testamenten en tussen belofte en vervulling.

Hoe goddelijk is Jezus? Hij is God in eigen Persoon! Alleen zo is Hij vandaag aanwezig.

Dr. M.J. Kater, sinds 2009 predikant te Sint-Jansklooster, is als parttime docent dogmatiek en apologetiek werkzaam aan de TUA, waar hij vorig jaar promoveerde op het proefschrift Kom en zie (deel II). De pre-existentie van de Zoon belicht vanuit de existentie van Jezus, de Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.