+ Meer informatie

PASTORAAT AAN SLACHTOFFERS VAN MISDRIJVEN

8 minuten leestijd

Beperking

Het is duidelijk, dat er nogal een veelheid aan misdrijven bestaat. Niet op alles kan worden ingegaan. Hoe te reageren wanneer een oudere dame je vertelt, dat haar zoon waarschijnlijk vermoord is, maar nooit gevonden? Zoiets laat zich niet in een paar woorden zeggen. Over sexuele misdrijven en hun gevolgen voor de slachtoffers, alsmede over het bijbehorend pastoraat is helaas noodzakelijk inmiddels een behoorlijke hoeveelheid literatuur. Daarover gaat het nu ook niet. Ik beperk me tot wat ik maar zou willen betitelen als huis- tuin- en keukenmisdrijven en hun slachtoffers. Met deze betiteling is overigens al iets aangegeven over de omvang ervan. Te denken is aan: inbraak, diefstal, autokraak e. d.

Verschillen

Er zijn opvallende verschillen tussen de reacties van mensen die slachtoffer werden van een misdrijf. Dat zal in de pastorale benadering ook verschil uitmaken. Bepaald niet iedereen reageert als de oudere dame, die voor de tweede maal een inbraak had meegemaakt terwijl ze ’s nachts sliep, en vervolgens opmerkte dat de laatste inbreker tenminste zijn werk netjes had gedaan.

Mensen kunnen laconiek reageren, eenvoudigweg omdat ze een tekort aan verbeelding hebben. Ik weet niet of ik ze daarmee feliciteren moet, maar soms kan het makkelijk zijn… Het kan ook zijn, zoals in het vermelde voorval, dat iemand het eigen leven zozeer geborgen weet in Gods hand, dat een dergelijke gebeurtenis wordt opgevat als een incident in een leven dat bij God veilig is, hoe dan ook. Enige betrekkelijkheid toekennen aan de waarde van materiële zaken, hoort daar dan ook bij. Het lijkt me het beste om een paar opmerkingen te maken bij een aantal verschijnselen, die een beetje als gemeenschappelijk aan te duiden zijn.

Schok

Voor veel mensen is de ervaring zelf slachtoffer van een misdrijf te zijn een veel grotere schok dan ze zelf aanvankelijk voor mogelijk hadden gehouden.

Ik denk aan een paar meisjes uit een gezin, die, toen ze thuiskwamen uit de kerk, ontdekten dat een inbreker via haar slaapkamer het huis was binnengekomen en het nodige had meegeroofd. De gedachte, dat een vreemde (man waarschijnlijk) daartoe in staat was geweest, bleek deze overigens nuchtere jongedames veelmeer van streek te maken dan verwacht was. Het traumatische van een dergelijke ervaring kan zelfs een behandeling bij Riagg of een bureau voor slachtofferhulp nodig maken. Het is goed dit als pastor ook te weten.

Dit schokeffect is te vergelijken met de schok die iemand opdoet na de ontdekking - via een bijna-ongeluk bijvoorbeeld - dat de dood zeer nabij kan zijn.

Hoewel de kans dat dit nog eens zal gebeuren, statistisch minder groot zal zijn dan de kans dat je en lekke band krijgt, is het wel een feit dat blijft: het is gebeurd en kán zich herhalen. Het leven daarná is anders dan daar vóór!! Dat brengt mij op het volgende.

Angst

Het veelal directe gevolg van slachtoffer zijn is: angst. De van het handtasje beroofde dame gaat ’s avonds de deur niet meer uit en zeker niet via de route, die ze regelmatig liep. Zolang dat binnen redelijke grenzen blijft - en vooral als dit besef van mogelijk gevaar gedeeld wordt door vele anderen, zoals in de grote steden - kun je zeggen: het is een gezonde reactie op een mogelijk risico. Hoewel je je steeds meer afvraagt of het “normaal” is, dat je oudere mensen op een door-de-weekse avond niet hoeft te verwachten op een bijeenkomst, die bijvoorbeeld in de kerk belegd wordt, omdat ze de risico’s van het gaan door de Straten in de steden niet meer willen nemen.

Het wordt echt anders als de bovengenoemde meisjes de eigen slaapkamer niet meer indurven. Ze móeten daar zijn en er wordt ook nog van ze verwacht dat ze rustig gaan slapen. Ze moeten wel want anders komen ze in een ongezonde spiraal terecht. Zo zijn er meer mensen, die iets moeten, dat ze eigenlijk niet meer durven.

Hoe pastoraal te reageren op dit schokeffect en de angst?

Allereerst: laten we het serieus nemen. Er is iets gebeurd, waardoor iemand werd aangetast in het bestaan. Veel dieper dan men dacht dat zou kunnen. Veel dieper ook dan men zich realiseerde toen men een vergelijkbaar verhaal van een ander hoorde.

Dat laatste is de reden van mijn opmerking om het serieus te nemen. Het is mogelijk om aan de ernst ervan voorbij te gaan omdat zijn/haar angst de mijne niet is. Omdat ik me iets dergelijks van mezelf niet kan voorstellen, want ik heb nu eenmaal een ander karakter dan die ander, c.q. ik ben flinker.

Een dergelijke houding doet onrecht aan de betrokkene en geeft blijk van oppervlakkigheid. Want ons leven is kwetsbaar in velerlei opzicht. Daar hoeven we niet elke dag bij te leven. We moeten er wel diep van doordrongen zijn.

Sterker nog: deze wetenschap moet bepalend zijn voor ons doen en laten, maar dan op een gezonde manier. Daarvoor is maar één mogelijkheid: én voor de pastor én voor degene met wie hij spreekt: je leven veilig stellen bij God!

Ik denk daarbij aan de combinatie van wat de zondagen 10 en 19 van de Heidelbergse Catechismus ons te melden hebben: Alle schepselen zijn zo in Gods hand, dat ze zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen. Maar je moet God wèl als je Vader kennen om dit mee te kunnen belijden.

Dat Christus aan de rechterhand van God zit, heeft voor ons ook het nut dat Hij ons met zijn macht tegen alle vijanden beschermt en bewaart. Maar dan moet Christus wel jouw Koning zijn.

De hieraan ten grondslag liggende bijbelgedeelten hebben een reële zin in dit leven, moeten die althans voor ons hebben.

Gelovigen mogen hierop aangesproken worden. Mogelijk moeten we mensen leren geloven - voorzover dat menselijk mogelijk is - in die God, die als Vader over ons waakt.

Men mag ook mensen - soms jonge mensen - oproepen om in de ervaring die ze opdeden, aanleiding te vinden al hun zekerheid allereerst te zoeken in het enige of Never: de Enige, die zekerheid geeft. Overigens een pastor kan dat alleen als hij daarin zelf vóórgaat.

Woede

Een - naar mijn idee - gezonde reactie op het ongezonde gegeven van het misdrijf is: woede. Men mag oprecht kwaad zijn als blijkt hoe iemand anders zich aan je eigendom vergrepen heeft en soms verschrikkelijke schade heeft aangericht, waarvoor jij dan maar moet opdraaien. Werkers in de autobranche weten van klanten, die elke paar weken de nodige schade kunnen laten repareren omdat ze nu eenmaal in het verkeerde stadsdeel wonen. De rekeningen die mensen letterlijk gepresenteerd krijgen, maken woedend. En terecht, maar met woede kan verkeerd worden omgegaan.

Ze kan zich richten op “groepen van mensen”, waarin de dader mogelijk gezocht moet worden. Hier zijn voor de hand liggend: de junks en de buitenlanders.

Een blik in de boevenbus die mensen voorbrengt op de Noordsingel (het gerechtsgebouw staat tegenover de kerk), schijnt dat te rechtvaardigen. Daarom ben ik soms blij als ik een blanke met blond haar en blauwe ogen ontwaar.

Het is dan een pastorale opdracht om duidelijk te maken, dat niet allen in die groepen misdadigers zijn en ook dat het onjuist is om mensen, omdat ze tot een bepaalde groep behoren, bij voorbaat te verdenken. Schuld moet bewezen zijn!

Woede kan ook overreactie opleveren: iemand in elkaar slaan, die een kras op een auto maakte. Het is in dit verband goed om de bijbelse, vaak oudtestamentische gegevens over recht, onrecht en strafmaat nog eens door te nemen om gewaar te worden en te laten worden welke principes onze Here God eropna houdt en waarvan Hij wil dat ook wij ze eropna houden. Dat brengt op het laatste.

Ontrecht zijn

Het gevoel van ontrecht te zijn is er allereerst door het gebeuren zelf. Maar het wordt dikwijls nog versterkt door de wijze, waarop de “bevoegde autoriteit” reageert of juist niet reageert. Als je aangifte doet van een misdrijf en je weet dat het enige gevolg is, dat het in de computer wordt gestopt en daarmee de statistiek wordt bijgehouden, maar niet: dat iemand zich opmaakt om de dader ter verantwoording te roepen, dan is dat zeer frustrerend.

Dit vraagt erom eigen rechter te gaan speien.

Altijd zullen we mensen moeten oproepen dat niet te doen, mogelijk met een beroep op het “Mij komt de wrake toe”. Maar het is tevens een pastorale taak om de overheid via welk kanaal ook op haar eigen taak te wijzen, die wel omschreven is in Romeinen 13.

Het kwaad aan deze zijde is, dat alles eerst wordt omgerekend in geld. Als de misdaadbestrijding meer geld vraagt dan het aan minder berokkende schade oplevert, dan is de rekensom te gauw gemaakt. Het is misschien mogelijk om een beter verzekeringssysteem te bedenken. Maar wat overblijft is gekrenkt rechtsgevoel. Dat levert mensen op die, mogelijk zelf slachtoffer van een misdrijf, het nu met het recht ook niet meer zo nauw nemen.

Het gaat hier niet om de knikkers, maar om het spel; een spel dat inmiddels allang geen spel meer is.

Ook het gevoel van ontrecht te zijn moet serieus genomen worden. Maar dan is er reden om uitdrukkeiijk te waarschuwen onrecht niet met onrecht te beantwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.