+ Meer informatie

TER OVERWEGING

17 minuten leestijd

Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken, 1997, onder redactie van drs. J.C. Schaeffer, Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 288 blz. f 16,90.

Het bekende blauwe boekje. Het is uitstekend verzorgd. Het jaaroverzicht is uitvoerig (vijftig bladzijden). Het is geschreven door de eindredacteur en geeft een goed overzicht van het kerkelijk leven. Ook van activiteiten en contacten naar buiten. Ten aanzien van de openstelling van het diakenambt is de conclusie dat de uitvoering van het besluit op plaatselijk vlak inderdaad bepaalde spanningen oproept. “Maar over het algemeen lijkt de moeite aan Christelijke Gereformeerde zijde meer op te komen uit het kerkverband dan dat men er binnen de plaatselijke samenwerking zelf een struikelblok in ziet.” De vraag is of men de gevolgen alleen moet beoordelen vanuit de samen-werkingsgemeenten. Moet het bredere verband er niet in betrokken worden? Als daarmee geen rekening wordt gehouden, isoleert men de samenwerkingsgemeenten in het verband van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Onzerzijds is de beslissing van de Landelijke vergadering ervaren als: wij gaan onze eigen weg. Dat is het goed recht van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Het is echter wel een ingrijpende beslissing. Wordt de betekenis daarvan in dit jaaroverzicht niet wat geminimaliseerd?

Overigens biedt de schrijver een helder overzicht, dat op veel punten inzichtgevend is voor de positie van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Evenals ons eigen jaarboekje onmisbaar voor de kennis van het kerkelijke leven.

C.J. Haak e.a. (red.), Met vereende kerken. De “zendingssynode” van Middelburg 1896 na 100 jaar herdacht. GMO bulletin nr. 6. oktober 1996. Uitg. Geref. Missiologische Opleiding, Zwolle. 260 blz. f 22,50 (incl. porto).

“Herdenken” leidt in vele gevallen tot het uitgeven van een boek, een “gedenkboek”. De Geref. Missiologische Opleiding te Zwolle heeft in het feit dat een eeuw geleden de synode van de Geref. Kerken te Middelburg vergaderde (in de Gasthuiskerk!) en naar haar mening “gedenkwaardige” besluiten inzake de zending en Israël nam, aanleiding gevonden het boek uit te geven dat onder de titel Met vereende kerken in vijftien artikelen verschillende aspecten van “Middelburg” aan de orde stelt. Het zal duidelijk zijn dat bij “vereende” gedacht wordt aan de “Vereniging” van 1892. Min of meer wordt hiermee gesuggereerd dat tóén pas de zending werkelijk begon, hoewel er auteurs zijn die weten van de kerkelijke zending van de Afgescheiden kerken; geen vinding van de “vereende” kerken dus! Dat de zending exclusief zaak is van de “plaatselijke” kerk, lijkt voor sommigen ook een primeur van “Middelburg” te zijn; wanneer die plaatselijke kerk bij haar zendingswerk steun nodig heeft, kan ze onder haar suprematie een kerkverband ad hoc van steunbieden-de kerken vormen! Wanneer het Israëlwerk ter sprake wordt gebracht, wordt wel de naam van dr. Kuyper in verband met “Middelburg” genoemd, maar diens vervangingsideologie - niet los van zijn dogmatische principes - komt niet aan de orde. En van enige Israël-bezinning blijkt de laatste halve eeuw niet of nauwelijks sprake te zijn, althans kerkelijk - heeft de holocaust de kerk dan onbewogen gelaten? Kritischer is dit gedenkboek als het gaat over het onderscheid tussen hoofddienst en hulpdiensten (extreem werd als consequentie van “Middelburg” een buiten kerk en kerkelijke zending sluiten van de hulpdiensten gepraktizeerd!). Is het realiteit wanneer (blz. 9) gesteld wordt dat de “nieuwe eenheid” (nl. van 1892) “werd ervaren als stimulans en omgezet tot een instrument voor zending”? Ook al wordt die “ervaring” niet ontkend, passen bij een herdenking na 100 jaar niet een paar vraagtekens bij die ervaring? Getuigen de Acta van “Middelburg” werkelijk van christelijke visie en moed om “na te denken over motieven, structuren en methoden van zending”? Vooral wanneer blijkt dat deze Acta nogal selectief en bijgewerkt zijn in dezen? Maar al deze opmerkingen en vragen nemen niet weg dat deze bundel waardering verdient voor de geboden informatie inzake de zending van de laatste eeuw uitgaande van de Geref. Kerken, met name van de vrijgemaakte kerken.

Dr. C.A. van der Sluijs, Dordt vandaag. Actualisering van de Dordtse Leerregels. Over godsverlichting temidden van godsverduistering. Uitg. J.J. Groen en zoon, Leiden. 160 blz. f 29,95.

Bestudering van het jongste belijdenisgeschrift van onze kerken, de Dordtse Leerregels, is eigenlijk - om het in goed Nederlands te zeggen - een “must” voor elke ambtdrager. Natuurlijk, de bewoordingen enz. zijn op een tweetal decennia na vier eeuwen oud en niet voor ieder gemakkelijk toegankelijk. Daarom is het goed dat er boeken verschijnen als het hier aangekondigde van dr. Van der Sluijs. Hij geeft goede en actuele voorlichting inzake “Dordt” voor vandaag. Duidelijk en met klem wordt aangetoond dat de oerverleiding om de mens in het middelpunt te zetten nog springlevend is waarbij gedacht wordt aan de (weliswaar bont gevarieerde) evangelische, charismatische beweging, maar ook aan “veelszins verstarde rechtzinnigheid”. Sinds de zondeval is de doorgaande lijn in heel de “mensheidsgeschiedenis” dat de mens pretendeert (waant) de maat van alle dingen te zijn; hij verwijst naar zich zelf en wil naar zichzelf verwezen worden, is “middelpuntig” (13, vgl. 34, 80, 91) - zal het bijkans ongeremde individualisme van vandaag met z’n ontkrachting van overtuigingen, normen, waarden en z’n verkrachting van werkelijke relatie en gemeenschap de laatste bladzijde ervan zijn? Dat de Kerk van Christus niet buiten deze geschiedenis leeft, is in de loop van háár geschiedenis wél gebleken! De genoemde oerverleiding hield bij de kerkdeur geen halt! lets, wat dan ook, van de mens moest er toch bij, soms in naam achteraf, maar in de praktijk meestal voorop! Heel de geschiedenis van Christus’ kerk zou te typeren zijn als de strijd om vrije genade. Alléén uit genade, alléén door het geloof - aldus Paulus tegen de zgn. judaïsten -anders is Christus u van geen nut, bent u los van Christus. En Augustinus tegen Pelagius, de Reformatie tegen Rome (en humanisten), de contraremonstranten tegen remonstranten, steeds ging het weer om die vrije genade, waarvan dit boek van dr. Van der Sluijs getuigenis aflegt, uiteraard met name in betrekking tot de laatstgenoemden, een strijd die niet eindigde met “Dordt” maar voortduurt tot “vandaag” (“1834” en “1892” inbegrepen!). Ons jongste belijdenisgeschrift kan met recht een loflied op Gods vrije genade worden genoemd (vgl. 73). Van een vastheid zoeken in de mens zelf (34), een terugwerpen van de mens op zichzelf (80), van een inzet bij de mens zelf (91) wil de schrijver dan ook absoluut niet weten. Wie een mens verloren in zichzelf, aangevochten en bestreden zó benadert, stelt zich in feite en wezenlijk hard en wreed op, ook al beweren de tegenstanders van “Dordt” enz. graag het tegendeel. Bestudering van dit boek zal enige moeite kosten, maar wie zich deze moeite getroost, zal er geen spijt van hebben en des te meer verstaan dat het in het ambtswerk, dat is in de kerk, dat is in de geestelijke bearbeiding gaat om de beléving van het reformatorische sola gratia, sola fide, sola scriptura, om Christus alléén! Waarom de schrijver de tweede helft van elk artikel (de “Verwerping van de dwalingen”) niet expliciet behandelt, is niet duidelijk - mogelijk zou dan als verkiezing/verbond aan de orde komen (50v., 68, 71 w.) herinnerd zijn aan de “Dordtse” definitie van het genadeverbond (verwerkt in art. 2-verw. 4), waarop wijlen prof. Van der Schuit ons reeds wees.

R.A. Bosch, En nooit meer oude psalmen zingen, Zingend geloven in een nieuwe tijd 1760-1810. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1996. f 39,90.

Dr. R.A. Bosch deed onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van de psalmberijming van 1773, en naar de ontwikkeling in de richting van de bundel “Evangelische Gezangen” uit 1806. Dat levert een boeiend boek op onder de titel “En nooit meer oude Psalmen zingen, Zingend geloven in een nieuwe tijd 1760-1810”. Boeiend, vooral omdat Bosch een belangrijk deel van zijn studie besteedt aan de culturele en kerkelijk/theologische achtergronden van deze interessante hymnologische fenomenen. Met aardige muziekvoorbeelden! Met name zijn interpretatie van de Verlichting is evenwichtig en helder. Daarnaast geeft het boek heel veel informatie over dichters en musici; deze onderdelen zijn bijna beknopte monografieën.

In het tijdvak dat de subtitel aangeeft werd veel gedicht en gezongen; de auteur geeft daar vele voorbeelden van. Het belang van de studie is niet alleen in de details te vinden, maar vooral in de grote lijn naar de Evangelische Gezangen. Binnen dat kader krijgt ook de psalmberijming van 1773 een plaats.

Dat er een nieuwe berijming moest komen om die van Datheen af te lossen was duidelijk. Het taalgebruik, de manier van spreken over God, de hernieuwde aandacht voor de bijbel, en de “onstuitbare commercie” speelden hier hun rol. Dat hier enige idealen van de Verlichting opkomen is evident. Wat wij vandaag de “oude berijming” plegen te noemen is een bewerking van de psalmen waarbij heel veel cultureel materiaal van de Verlichting doorwerkt. Bosch spreekt van deze berijming als “een exponent van de reformatorische Verlichting in Nederland”, (p.104) Daardoor staat deze berijming met af en toe prachtige verzen toch heel, heel ver af van de hebreeuwse psalmen. De studie van Bosch maakt aannemelijk dat de invoering van de berijming van 1773 gezien kan worden als een voorbereiding op de uitgave van de Evangelische Gezangen uit 1806. Wanneer je immers de invloed van de Verlichting en het alomtegenwoordige Piëtisme combineert, levert dat een sterke impuls voor de Evangelische Gezangen op. Het is met name Ahasverus v.d. Berg geweest die zich al vroeg voor de samenstelling en invoering van de Evangelische Gezangen heeft ingezet. Toch zou het geruime tijd duren voordat het zover was. Interessante kritiek op de Evangelische Gezangen leverde Jacobus Hinlopen, die tenslotte wel bereid bleek berijmde Schriftgedeelten toe te staan. (p. 306-311)

Wanneer Bosch conclusies (p. 346-350) trekt uit zijn onderzoek wijst hij nog eens op het zich wijzigende vroomheidsideaal in het laatste kwart van de 18e eeuw. De culturele veranderingen, met name de deelname van predikanten aan genootschappen voor letterkunde en natuurwetenschappen. De groeiende afstand tot het Oude Testament, de roep om kerkliederen vanwege de zendingsactiviteiten, de consensus over liturgie en kerklied en de zich terugtrekkende overheid waardoor personen binnen de kerk hun eigen plannen maakten.

Het boek van Bosch geeft weer eens aan hoe cultureel bepaald zowel de psalmberijming van 1773 als de bundel Evangelische Gezangen uit 1806 zijn. Ook laat hij zien dat bij de invoering van psalm- en liedbundel er altijd stevig gestoeid werd binnen de kerk. Dat zal nooit veranderen. Dat komt omdat het zingen een uiterste expressie is van het “geloof”; pak je mensen hun aloude liederen af, dan heb je een probleem in de kerk. Hij laat ook zien dat de goedbedoelde rijmen van amateurdichters, lees dominees, geen lang leven waren beschoren. De Evangelische Gezangen waren achterhaald bij verschijnen. Dat brengt mij op de vraag naar de kwaliteit van het kerklied. Ik begrijp dat in deze historische studie voor een bezinning hierover weinig plaats kon worden ingeruimd. Maar het blijft een vraag van de eerste orde.

Een interessant boek waaruit je leert dat elke periode haar eigen vragen en antwoorden geeft op de zoektocht naar het verantwoorde kerklied.

Karei Blei, Kerk onderweg. Over Geest, kerk en oecumene. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1997. 215 blz. f 39,90.

Deze bundel is verschenen ter gelegenheid van het terugtreden van de auteur als secretarisgeneraal van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Er staan tien opstellen in. Negen ervan gaan terug op lezingen en/of artikelen. Het slothoofdstuk bevat een terugblik op tien jaar Nederlandse Hervormde Kerk, voorzien van een evaluatie.

De opstellen gaan vooral over de leer van de Geest (Noordmans, Barth, Berkhof), over het ambt, de kerk, de doop en de belijdenis.

Niet minder dan twee van de tien hoofdstukken gaan terug op een lezing voor de studenten in Apeldoorn. Ons studentencorps daagt sprekers uit om hun visie op theologische ontwikkelingen in bespreking te geven.

Dr. Blei waardeert Barth, Berkhof, Berkouwer en Noordmans, om niet meer namen te noemen. Hij zoekt het goede van elk van hen te bewaren en te combineren. Dat betekent dat hij steeds weer met sympathetisch-kritisch commentaar werkt. Het stoplicht springt afwisselend op oranje, groen en rood.

Eigenlijk is dat ook zo in zijn evaluerend slothoofdstuk. Er worden lijnen nagetrokken, waarschuwingen aangeheven en richtingwijzers neergezet. Hij volgt voorzichtig de trend van theologisch denken en stuurt bij. Men zoekt tevergeefs een krachtig eigen geluid.

Zoals in zijn vele andere publicaties geeft Dr. Blei gedegen informatie. Hij weet theologische posities duidelijk te typeren. Uit dat oogpunt is het een genoegen te mogen delen in zijn grote kennis van zaken.

Wie het opstel over de Leuenberger Konkordie leest komt ervan onder de indruk dat deze “belijdenis” precies in het naoorlogse hervormde denken past. Het is geen breuk met, maar een bevestiging van een decennia lang gevolgde koers. Dat zou bij het protest ertegen verdisconteerd moeten worden.

Een bundel die theologisch interessant is. Het standpunt van de schrijver past bij de in de Nederlandse Hervormde Kerk gevolgde koers en omgekeerd. Er is een wisselwerking tussen theologie, kerkelijke koers en de secretaris-generaal.

Anthonie F. Verheule, Angst en bevrijding. Theologisch en psychologisch handboek voor pastorale werkers. Uitg. Calienbach, Baarn 1997. 552 blz. f 69,50.

Wie het boek in handen neemt, wordt getroffen door zijn omvang. Het is een dik boek. Wie het inkijkt, wordt getroffen door de veelzijdigheid. Drie delen. I. Geloven en denken - over angst en bevrijding in geloof, religie in denken. II. Psychologische en sociologische verkenningen - angst als gegeven in het dagelijks leven. III. Pastoraat, angst en hulpverlening. Binnen die drie delen veel hoofdstukken, paragrafen en veel korte sub-paragrafen. Het overzicht van de inhoud beslaat niet minder dan veertien bladzijden. Deze omvang is te danken aan de vele onderverdelingen.

Dit zijn formele opmerkingen. Die kan ik niet achterwege laten omdat deze aanpak van de stof typerend is voor het hele boek. Gegeven deze brede behandeling van het thema kan ik verder niet op de onderverdelingen ingaan.

De schrijver heeft in zijn boek materiaal over angst van zeer veel kanten bijeengebracht. Daarin maakt hij de ondertitel, die over Handboek spreekt, waar. Het is een handboek waarin men theologische, psychologische, wijsgerige en sociologische overzichten kan vinden. Het is bewonderenswaardig hoeveel schrijvers de auteur heeft gelezen en in excerpt heeft weergegeven. Via de inhoudsopgave en het naam- en zaakregister kan men er goed zijn weg in vinden.

Europese en Amerikaanse psychologen worden behandeld, evenals theologen en wijsgeren.

Het derde deel biedt verslag van en aanwijzingen voor de praktijk. Het praktische deel hiervan is vooral gevuld met voorbeelden en voorvallen uit de praktijk. Het is mij niet duidelijk hoe dit deel zich verhoudt tot de uitvoerig besproken theologen en psychologen.

Bijna aan het eind lezen we dat de pastor een aantal extra middelen heeft om mensen te helpen met hun angsten om te gaan. Niettemin moet gezegd worden dat de voornaamste middelen die zijn, die tot de algemeen menselijke behoren (bladzijde 489; de eerste zinnen van de slotbeschouwing). Eerlijk gezegd vraag ik me dan af wat het theologische is van het werk van de pastor. Tevoren heeft de auteur pastoraat omschreven als een terreurvrije ruimte, waarin de angst serieus genomen wordt als menselijke gemoedsgesteldheid, als bedreiging van ons bestaan. Gebeurt dat dan niet in de psychologie?

De auteur heeft veel op met Freud en vele van zijn collega’s. De pastor moet een bondgenoot zijn samen met de ander in verzet tegen angst en in verlangen naar bevrijding.

Waar en wie is God in dit boek? Heeft angst niet fundamenteel te maken met de breuk die wij door onze zonde tussen God en onszelf hebben geslagen? Op dit punt laat de auteur ons in de steek. Het is een groots werk als het gaat om overzichten van stelsels en van stromingen. Een duidelijke bijbelse boodschap voor pastorale werkers kan ik er niet in vinden. Dat spijt mij. De auteur is een geleerd en belezen man. Daarin doet hij zijn lezers delen.

Mannen in beweging, met bijdragen van Bil! Bright en zeven anderen. Uitg. Barnabas, Heerenveen 1997, in samenwerking met Proclama. 229 blz. f 27,50.

Dit is een typisch Amerikaans boek. Opstellen, bijdragen en adviezen uit kringen van de Opwekkingsbeweging. Er wordt verteld over mannenkringen die in de plaatselijke gemeenten gebedsbijeenkomsten organiseren en tot voorbede en getuigenis opwekken. Het boek wordt gevuld met bijdragen van acht schrijvers. Er is een behoorlijke variëteit in aanpak, terwijl de boodschap van de schrijvers op hetzelfde neerkomt.

James Dobson is door zijn boeken in Nederland bekend. Luis Palau heeft ooit een toernee in ons land gemaakt.

Dit boek vertegenwoordigt het programma van mannen die beloofd hebben zich aan zeven voornemens te houden (Promise Keepers noemen ze zichzelf). Ik zet de zeven voornemens op een rijtje.

- Eren van Jezus.

- Streven naar hechte vriendschap met enkele andere mannen.

- Rein willen zijn.

- Bouwen aan sterke huwelijken en gezinnen.

- Toewijding aan de opdracht van de eigen kerk of gemeente.

- Bijbelse eenheid gestalte geven.

- Gehoorzaamheid aan het grote gebod (Marcus 12: 30-31) en de grote opdracht van Jezus (Mattheüs 28:19-20).

Ook wie het boek nogal Amerikaans vindt, doet er goed aan de inhoud op zich te laten inwerken. Het is bedoeld ter toerusting en om geestelijk weerbaar te maken.

George Sayer, CS. Lewis. Biografie. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen. 327 blz. f 59,50.

Dit is een vertaling van de tweede druk in het Engels. De eerste verscheen in 1980, de tweede in 1990.

De auteur is een leerling en vriend van de bekende Engelse schrijver, apologeet en wetenschapsman C.S. Lewis.

Het is een uitvoerig boek, hier en daar zelfs enigszins wijdlopig. Heel het leven van Lewis komt in de picture; vrijwel al zijn apologetische en literaire geschriften worden besproken. Ook wordt verteld wat eraan vooraf is gegaan, hoe ze werden ontvangen en welke de bestsellers zijn geworden. Vrienden, echtgenote, familie en wetenschappelijke collega’s in Oxford en Cambridge worden ten tonele gevoerd. Het is een boek dat nauwkeurig registreert op grond van nasporingen en persoonlijk contact. Toch is de mens Lewis mij niet dichterbij gekomen. Het is een boek van buitenaf, maar niet van binnenuit. Hoewel het boek veel biedt, had ik meer ven/vacht. Voor wie in Lewis geïnteresseerd is, is dit boek een “must”.

Huub Oosterhuis, Van U is de toekomst. Kome wat komt, Uitg. Davids Fonds, Leuven. Uitg. Kok Agora, Kampen 1996. 247 blz. f 59,90.

Niet minder dan 38 meer of minder uitvoerige liederen zijn hier in een bundel bijeengebracht. De meeste zijn al eerder gepubliceerd. Soms zijn ze herschreven voor deze uitgave. Allerlei onderwerpen uit de Bijbel en uit het leven van een christen komen aan de orde. Men vindt een aantal tafelgebeden voor de viering van de eucharistie naast een zeven-gebed en twintig liederen over God. Daarnaast een beschrijving van messiaans leven. De teksten zijn voluit Oosterhuis: religieus, God aanroepend en prijzend, doortrokken van een moderne rooms-katholieke spiritualiteit. De bundel is voornaam uitgegeven.

Eileen Barker en Richard Singelenberg, Nieuwe religieuze bewegingen. Een praktische inleiding. Kok, Kampen 1996. 166 blz. f 39,90.

De tweede naam staat voor de vertaling en bewerking van dit in 1989 (19952) door de eerste auteur in het Engels gepubliceerde boek.

In Nederland is van verschillende kanten (vooral vanuit de VU) aandacht gegeven aan nieuwe religieuze bewegingen. Het kenmerkende van dit boek is dat het ingaat op de vraag: Wat zijn nieuwe religieuze bewegingen eigenlijk? Vervolgens wordt besproken: Wat kunnen we doen? Deze stromingen worden wel genoemd. Soms wordt er iets meer van verteld. In het tweede deel worden onderwerpen als Deprogrammeren, Uitredding, Een beter besef besproken. Tenslotte vijf aanhangsels, waarbij een index van religieuze bewegingen in Nederland, met meer dan tweehonderdvijftig namen (waaronder ook Bewaar het Pand en Het gekrookte riet), en plaatsen waar ze besproken worden.

Dit boek vind ik als aanvulling op bestaand materiaal van betekenis. De zaken worden van binnenuit, dus van de bekeerling uit beschreven. Dat geeft een eigen accent aan dit boek.

Ik zou het voor informatie over nieuwe religieuze bewegingen niet als eerste kiezen. Als ik meer wilde weten dan ik uit andere bron weet, biedt dit boek goede diensten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.