+ Meer informatie

Raadsel 49

3 minuten leestijd

(Voor kinderen, jonger dan 10) Wat weet je van Abraham? 1. Eerst woonde hij in.... 2. Toen wees God hem

een.... 3. Voor de honger trok hij diens vijanden.

naar.... 10. Israël is weggevoerd herbouwden ze de... aan de oppasser vragen. Vlug lopen ze er naar toe. Hebben jullie twee kinderwagens gezien? Ja ze zijn op het kantoor.

Waar is het kantoor. Links, rechts, hriks, zegt de meneer, hebben jullie twee kinderwagens gevonden? Ja, zegt de meneer, loop maar met me mee. Als ze enkele gangen doorgelopen zijn, komen ze in een kamer. Daar staan de kinderwagens. Lies en Loes pakken ze gelijk. Ze bedanken de man hartelijk. Als ze na een tijdje gelopen hebben zijn ze thuis. Harm en Tineke zeggen: dat is goed afgelopen!

100. De dominee le^ zijn fiets in het gras. Mét een aanloop spring^t liij over de sloot en gaat bij de jongens in de berm zitten. Jan verbaast zioli meer en meer. Een predikant, die slootje springt en zitten gaat naast een paar jongens, die zo vuil als Ttirken zijnl Hij had een dominee altijd voor een stijve, deftige meneer aangekeken, met een lange zwarte jas aan, 'n hoge hoed op en eeii uitgestreken doodbiddersgezicht. Deze dominee fietst evenwel blootshoofds in een licht colbertje zonder vest. Hij springt over een sloot, zo gemakkelijk of hij een jongen was en zit hier met hen te bomen over doodgewone dingen. Hij is geen stijve hark, maar een fidele vent en hij heeft zondag zulke beste dingen gezegd. De dominee houdt hen een pakje sigaretten voor. „Steek es Op." Evert aarzelt. „Kunt u wel missen?" vraagt hij. „Anders bood ik ze je niet aan." Dan neemt Evert er een, maar Jan durft helemaal niet. „Ik kan toch uw rantsoentje niet oproken," weigert hij. „Pak aan," beveelt de predikant. „Ik heb thuis nog een kist vol sigaren en sigaretten staan." En dan neemt Jan er ook een. Met hun drieën roken zij en de dominee praat over waar ze vandaan komen. Urk kent hij en hij weet wat er op het eiland is gebeurd. ,JCranig volk zijn jullie," prijst hij. En ELIS Jan, die zijn bleuheid onder het gemeenzaam praten kwijt raakt, vertelt hoe hij het heeft gehad, eerst in Duitsland' en' later op die werf, waar hij niet langer werken wou, dan knikt de dominee goedkeurend: „Dus jij wou Baal ook niet dienen." Bij die woorden bloost Jani Hij begrijpt ze best. Ze slsian op de preek van zondag. Maar wat denkt die dominee nu van hem? Dat hij Ood dient inplaats van Baal? Hij is helemaal niet christelijk. Zondag is hij voor het eerst van zijn leven tn de kerk geweest. Nu voelt hij zich weer ongemakkelijk bij een dominee. De predikant heeft niet veel tijd; het half uur schaft van Jan en Evert is trouwens ook verstreken. Zij staan op. FROUCK VAN DER HOONING

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.