+ Meer informatie

Rentabiliteit land- en tuinbouw gedaald

3 minuten leestijd

DEN HAAG — De rentabiBteiit van land- en tuinbouw is twee jaar achtereen slechiter gewordeai. Na het gunstige jaar 1972-73 daaUde in 19731974 het uit landbouw exclusief tuinbouw verkregen inkomen (netto toegevoegde waarde) met ongeveer 5 procent, waardoor 't nog slechts 90 procent van de boloningsaanspraken van arbead, grond en kapitaal dekte. In 1974-75 is het 'inkomen naar isohatting met 17 procent gedaald, waar door bet nog maar 67 procent van de inmiddels aanmerkelijk gestegen belloningsaans.praken dekte.

Het landbouw-economische instituut meldt dit in zijn „landbouweconomische bericht 1975. Uit de tuinbouw rapporteert het ongunstige bedrijfsuitkometen over 1974: De gemiddelde arbeidsopbrengst van de ondernemer op glasgroentebedrijven daalde met ruim 60 procent tot ƒ11.000. Op de glasbloemenbedrijven was de daling minder sterk, de bloemboUenbedrijven hadden een nauwelijks positieve, de champignonbedrijven een negatieve arbeidsopbrengst.

In de landbouw exclusief tuinbouw was in 1973/74 het sectorlnkomen (netto-toegevoegde waarde) ƒ4750 miljoen, terwijl de beloningsaanspraken voor arbeid, grond en kapitaal ƒ500 miljoen hoger lagen, dus op ƒ 5250 miljoen. (De beloningsaanspraak voor art)eid van de ondernemer op basis van CAO loon is hierbij inbegrepen).

Het tekort van ƒ 500 miljoen werd volgens het LEI vooral veroorzaakt door de grote prijsstijging (14,5 procent) bij aangekochte goederen en diensten, waartegenover een veel minder sterke stijging van de opbrengstprijzen der produkten stond. In 1974/'75 daalde het sectorinkomen met ƒ800 miljoen tot ƒ3950 miljoen exclusief overheidsmaatregelen. Door die overheidsmaatregelen kwam het op ƒ4055 miljoen, altijd nog ƒ 695 miljoen minder dan in het voorgaande jaar. De beloningsaanspraken in 1974/75 liepen, vooral door de stijging met 19,5 procent van de loonvoet in de agrarische sector, op tot ƒ6040 miljoen.

DRVK

Anders dan in 1973/74 kwam in 1974/75 de druk op het sectorinkomen vooraJ van de kant van de optorengstprijzen der produkten.

Deze lagen gemiddeld 4,5 procent lager dan in het voorgaande jaar, in de intensieve veehouderij zelfs 10 tot 20 procent. Ook akkerbouwprodukten daalden gemiddeld iets in prijs. De produk'tiviteitsstijging van 2 pet', was lang niet in staat de gevolgen van de voor de boeren ongunstige prijsontwikkeling op te vangen. Aan de prijzen van aangekochte goederen en diensten lag het deze keer niet zozeer. Veevoeder (de belangrijkste kostenpost) daalde zelfs gemiddeld een procent in prijs. De bedrijfsuitkomsten lagen in 1974/75 op vrijwel aUe bedrijfstypen lager dan in het voorgaande jaar. De grootste vooruitgang vertoonden de grotere gemengde bedrijven met veel intensieve veehouderij, de arbeidsopbrengst van de ondernemer daalde hier met 80 procent tot ƒ 6.000,. Ook op de grotere akkerbouwbedrijven in het zui-dwestelijk zeekleigebied liep de arbeidsopbrengst van de ondernemer sterk terug, namelijk met 60 procent tot ƒ16.000. Op de akkerbouwbedrijven in de rest van het land was de situatie minder ongunstig, hoewel ook hier de arbeidsopbrengst van de ondernemer lager was dan in 1973/74. Alleen op de veenkoloniale bedrijven was er sprake van een verbetering.

Op de grotere weidebedrijven daalde de arbeidsopbrengst van de ondernemer met 15 procent tot ƒ20.000. In het algemeen waren de uitkomsten van de kleinere bedrijven belangrijk lager dan die van de grotere.

Voor 1975/76, aldus het LEI, moet in de landbouw worden gerekend op een voortgaande koS'tenstijging, die gedeeltelijk kan worden opgevangen door de priisverhaging van marktordeningsprodukten.

In hoeverre er sprake zal zijn van een verbetering van rentabiliteit is sterk afhankelij-k van de nog niet te voorziene prijson'twikkeling bij niet onder een marktordening vallende produkten..

TUINBOUW

In de tuinbouw gingen de prijzen voor aangekochte grondstoffen en diensten met ongeveer 24 procent omhoog, die voor energie zelfs met ruim 50 procent, terwijl de prijzen die de produkten opbrachten omlaag gingen.

Het volume van de land- en tuinbouvifproduktie lag in 1974/75 ongeveer 4 procent hoger dan in het jaar daarvoor. De uitvoer van agrarische produkten nam in 1974 toe, maar de invoer steeg sterker. Bovendien werd, net als in 1973, de ruilvoet weer belangrijk slechter. Het agrarisch uitvoersal-do, in 1973 nog ƒ4,5 miljard, zal over 1974 dan ook l)elangrijk kleiner zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.