+ Meer informatie

Gezelschappen der godzaligen

5 minuten leestijd

2

Jacob Groenewegen maakt in aansluiting met wat hij verteld heeft over het godvruchtig samenkomen in Werkendam enige opmerkingen, die wel waard zijn gelezen en overdacht te worden. Wij geven hem dus weer het woord.

Dit verhalen wij niet tot onze eigen eer, maar tot ere Gods en roem van Zijn genade, en tot een voorbeeld van navolging, naardat elk gelegenheid heeft. Werd de gemeenschap der heiligen meer geoefend, daar zou meer leven in de kerk wezen. Och, hoe droevig is op vele plaatsen Gods volk vaneen gescheiden, en leven zonder dergelijke gemeenschaps-oefeningen, dat niet te berispen is in degenen, die de gelegenheid niet hebben; elk moet zijn omstandigheden weten, ieder heeft geen gelegenheid tot de bijwoning van zulke gezelschappen, maar die er rechte liefde voor heeft en het missen moet door Gods weg en bestiering en daar wel eens over treurt, die ondervindt het wel in het verborgene, dat de Heere goed is. De Heere vergoedt dat wel eens in de binnenkameren. Maar die het uit liefdeloosheid nalaat, die zal magerheid aan zijn ziel doorgaans krijgen. En daar de ijver en de lust heersen, wordt gelegenheid gevonden, die men anders dacht niet te hebben. De liefde van Gods kinderen onder en tot elkander ontsteekt de lust om aan elkander in samenkomsten te verhalen wat de Heere aan hun zielen gedaan heeft. De wereld meent, dat het hoogmoed is, dat aan anderen te verhalen wat men in zijn binnenkamer of onder de genademiddelen ondervindt, maar dat zullen niet zijn de zulken, die het werk der genade in hun zielen ondervinden. Velen zijn zo tegen dat verhalen van zijn bevinding, omdat zij gans geen bevinding van het werk des Heiligen Geestes aan hun zielen hebben.

Maar zelfs wordt des Heeren begenadigd volk dikwijls zo laag, zo aan het stof gekleefd, zo geesteloos, zo verre van de Heere, zo werkeloos, en dan ook zo lusteloos en liefdeloos, dat zij (al hebben zij gelegenheid) leven zonder de oefening van de gemeenschap der heiligen en worden daardoor hoe langer hoe dodiger en dwalen van de Heere hoe langer hoe verder af.

Komt, laten wij in enige bijzonderheden de nuttigheid van die gemeenschapsoefeningen en samensprekingen met elkander voorstellen. Ten eerste: door de samensprekingen en onderlinge vertelling, wat de Heere aan de ziel gedaan heeft, wordt dat werk opnieuw wel eens weder opgeklaard en de spreker in zijn werk meer met licht ingeleid, zodat hij onder het spreken nieuwe verzekeringen aan zijn hart krijgt van zijn aandeel aan God en Christus en het werk des Geestes, zodat zijn hart in liefde, blijdschap en verwondering over Gods vrije genade wordt weggevoerd onder sterke aandoening: en dus bekwaam gemaakt om God de eer te geven voor Zijn genade en barmhartigheid, aan zijn ziel bewezen.

Ten tweede: de hoorder wordt hierdoor wel eens ingeleid in zijn bevinding, horende de zoete overeenkomst met anderen van Gods kinderen, en voelende daaruit in zijn hart een innerlijke vereniging door de band van enerlei geloof en liefde, en het hebben van enerlei hart met Gods volk, waardoor hij ook in de waarheid van zijn werk bevestigd en van zijn genadestaat vergewist en verzekerd wordt. Ten derde: hierdoor wordt de liefde tot elkander zeer ontstokenmet een heftigheid, waar de wereld weinig denkbeeld van vormen kan, en is er iets, dat zalige en heilrijke gevolgen heeft, het is de liefde der godzaligen tot elkander. Daar is toch niets, dat de liefde tot elkander zo gevoelig kan ontsteken als het wederzijds verhalen van het werk, dat tussen Jezus en de ziel omgaat. Dat hart smelt zo innig ineen, gelijk Jezus er van spreekt (Joh. 17 : 22): „opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn”. Ten vierde: die wat in de laagteziten aan het stof kleeft en van de Heere omzwerft, die wordt door dat horen van anderen, die in de gemeenschap van God leven, bij zijn afgedwaalde en zondige staat bepaald en krijgt dan wel eens gevoelige aandoening van zijn omzwerven, dat hij in tranen wegsmelt en zegt: ach, wat leef ik ellendig, wat ben ik een trouweloze verlater van de zalige Heere Jezus! En denkende aan de dagen vanouds, door horen van werkzaamheden en bevindingen, die hij voor deze ook wel placht te ondervinden, wordt zijn ziel in begeerte weder gaande: och, of ik was als in de vorige dagen!

Ten vijfde: door die onderlinge samensprekingen over het inwendige leven worden duisteren en kleinwetenden van hun verkeerd werken overtuigd en leren door het horen van anderen wel eens zien, waar het hen scheelt, tot hun merkelijk zielsvoordeel. Zo zijn zij elkander tot een licht en een leidsman op de hemelweg, de duisteren en kleinwetenden worden onderricht en bestierd, de zwakken ondersteund, de moedelozen opgebeurd en de struikelende knieën worden vastgesteld.

Zo blijkt de nuttigheid van de bijeenkomsten en gemeenschaps oefeningen der godzaligen. Dit wordt nog gepraktiseerd op sommige plaatsen op een wijze, die met hun betrekking overeenkomt. Inzonderheid hebben wij dat nog in zijn fleur gezien te Nieuwkerk, waar de jongbekeerden een onuitsprekelijke liefde tot elkander hadden en betoonden. Tot zover weer Groenewegen. Wat hij zegt is ook in onze tijd behartigingswaardig.

Ontwaak, Noordewind! en kom, Gij Zuidenwind! doorwaai mijn hof, dat zijn specerijen uitvloeien, Hooglied 4 : 16a.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.