+ Meer informatie

ATTENTIE Harttransplantatie

5 minuten leestijd

Wat hier boven staat is een vreemd woord. De laatste tijd echter hebben wij er zoveel over kunnen lezen, dat dit vreemde woord wel wat begrijpelijker geworden zal zijn.

Wij verstaan er onder het „overplanten” van een hart in het levenscentrum van iemand, die door een hartgebrek de dood nabij schijnt te zijn.

Men heeft gevraagd: kan dat? mag dat?

Is het hart van een mens niet de bepaling van zijn persoonlijkheid, van zijn ik-heid, van zijn zelfstandigheid? Mag de persoonlijkheid, de ik-heid, de zelfstandigheid van de éne mens zo maar worden overgedragen aan een ander mens? Is hier geen ingrijpen in Gods ordenin gen, die gaan óók over het leven van de mens?

Allemaal vragen die begrijpelijk zijn, maar we moeten hier wel goed leren onderscheiden. Toen eens een kind werd voorgehouden door vader en moeder, dat het een nieuw hart moest hebben vroeg dat kind, zeer naïef en begrijpelijk: Moeder, moet ik dan naar het ziekenhuis om een operatie te ondergaan?Wij begrijpen allen, hier is het ziekenhuis niet nodig, maar hier is wel het opererende werk des Geestes nodig! En hier ligt wel het grote punt van verschil, dat wij bij de beoordeling van een harttransplantatie goed in het oog moeten houden.

Wanneer de Bijbel spreekt van een nieuw hart, dan bedoelt de Bijbel niet een nieuw orgaan, maar een geheel nieuwe geestesinstelling! Een innerlijke verandering, die wij de wederge boorte noemen. Iemand met een zwak hart krijgt dan geen sterk hart, iemand met een hartgebrek krijgt dan geen hartherstel, maar alleen het meest innerlijke van zijn leven, zijn geest wordt anders, wordt vernieuwd, wordt op God, op Zijn dienst, op Zijn Woord en Wet gericht.

Lezen wij daarom in de dagbladen: deze of

gene heeft een nieuw hart ontvangen, dan betekent dit niet anders dan: deze of gene heeft een nieuw orgaan in zijn menselijk lichaam ontvangen. Een orgaan waardoor de bloedcirkulatie weer mogelijk is, een orgaan waardoor die mens weer kan leven.

Het hart wordt wel genoemd het centrum, het centrale punt dus, van ons gewone natuurlijke fysische leven. Alle bloedbanen komen in het hart saam, en daarom leven wij. Het leven van een mens, dat gewone leven dus, vindt zijn mysterieuze verklaring in het bloed. Vloeit ons bloed weg, dan vloeit ons leven weg. Nu heeft de mens, juist omdat hij mens is, ook nog een hoger leven, en dat hogere leven wordt in de Schrift ook wel genoemd geest! Die geest zegt ons, dat de mens van Gods geslacht is. God immers heeft in de neusgaten van de eerste mens geblazen de adem des levens, tot een levende ziel. Zo is de mens krachtens schepping op God aangelegd. God Zelf heeft zo de band gelegd tussen Schepper en schepsel. Wij spreken dan over het psychi sche of geestelijke leven. Deze band is echter door de zonde gebroken. Het geestelijke leven werd vervangen door de geestelijke dood! Daarom geldt voor ieder mens, dat hijweder omgeboren moet worden, want buiten de we dergeboorte gaat de geestelijke dood straks over in de eeuwige dood.

Gaat het nu over harttransplantatie, dan heeft dat niets, en nog eens niets, met dit hogere deel van ’s mensen leven te maken. De mens, die zijn hart afstaat om overgeplant te wor den in het zieke levenscentrum van een ander mens, die mens is geestelijk reeds door God geoordeeld. Zijn geest is reeds gegaan tot de Vader der geesten, Die deze geest hem gegeven heeft. Het gaat alleen om het afstaan van een natuurlijk levensorgaan, zoals ook andere organen in de medische wereld, tot heil der mensheid, worden gebruikt.

Vanzelf is ieder vrij daar bezwaar tegen te hebben, zoals ook ieder vrij is omhet lichaam van een gestorvene ter selektie over te geven. Alleen moeten wij oppassen geen verkeerde konklusies te trekken. Waar het voor ons allen wèl op aankomt is, dat wij staan naar het nieuwe hart waar Ezechiël36ons over spreekt. Wij lezen daar de belofte: „En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een viesen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen”.

Deze belofte van het Pinksterfeest moge ons werkzaamheden geven aan de troon der ge nade. Dan ligt alles verzondigd aan onze kant, geen hoop, geen verwachting als wij letten op dat stenen hart, op dat hart, dat van nature ingesteld is op al wat tégen God en Zijn dienst is, maar dan is er alleen maar verwachting aan Gods kant, omdat Hij het beloofd heeft, en dan staat in datzelfde Ezech. 36: „Ik doe het niet om uwentwil, spreekt de Heere HEERE, het zij u bekend! Schaamt u en wordt schaamrood, van uw wegen, gij huis Israëls”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.