+ Meer informatie

De regeling van ons Kerkelijk leven

3 minuten leestijd

(25)

Over die attestaties is nog wel het een en ander te vertellen. Ter vergemakkelijking zullen we een voorbeeld nemen. Een zekere heer Jansen gaat verhuizen van Amsterdam naar Rotterdam. Wat moet hij nu doen? Bij de kerkeraad te Amsterdam vraagt Jansen tijdig zijn attestatie op. Zodra hij deze ontvangen heeft, houdt hij op lid te zijn van de gemeente te Amsterdam. Tn Rotterdam gekomen gaat Jansen zijn attestatie inleveren bij de kerkeraad aldaar en nadat deze aanvaard is, is Jansen lid van de gemeente te Rotterdam.

De kerkeraad van Amsterdam zendt dus niet de attestatie van Jansen naar de kerkeraad te Rotterdam. Neen, de leden dienen zelf hun attestatie aan te vragen en deze dan in te leveren bij de kerkeraad van de plaats, waar zij zich gaan vestigen. Die .attestatie moet Jansen zo spoedig mogelijk te Rotterdam inleveren en dat niet laten lopen. In de 16e eeuw bepaalde men, dat een attestatie niet ouder dan drie maanden mocht zijn. Hoe moet het nu met personen, die uit een andere kerk overkomen naar de Geref. Gem.? Deze personen kunnen niet aanvaard worden op grond van een attestatie. Want attestaties worden alleen afgegeven en aanvaard door de kerkeraad, ' wanneer het gaat over leden, die in hetzelfde kerkverband blijven. Zulke personen kunnen een bewijs van lidmaatschap overleggen, maar de kerkeraad diene vooraf een onderzoek naar leer en leven in te stellen.

Volgens art. 61 der D.K.O. mogen alleen tot het H. Avondmaal worden toegelaten, diegenen, die belijdenis hebben afgelegd en „mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels". Daarop volgt dan „zonder welke ook degenen, die uit andere kerken komen, niet zullen toegelaten worden."

Hiermee worden kennelijk bedoeld, diegenen, die met attestatie uit een zustergemeente zijn overgekomen.

Opmerkelijk is het, dat er in de kerkenordening niets van de voorbereiding staat. De synode van Dordrecht, 1574 en 1578 bepaalde evenwel: „Men zal vóór de bediening des Avondmaals een predikatie doen, in denwelke van de bekering, des mensen beproeving zijns zelfs, en zijn verzoening met God en de naaste, en dergelijke andere materiën gehandeld zal worden. Maar op de dag des Avondmaals zelve zal het nut zijn, dat men van de Sacramenten en met name van de verborgenheid des Avondmaals het volk lere, en tot dien einde een bekwame tekst neme, ten ware dat de gewone tekst daartoe bekwamelijk geschikt kan worden. Doch na de middag zal men met de gewone predikatie of catechismus voortvaren." Een volgende synode liet deze bepaling weg, doch de voorbereidingspredikatie bleef en. is tot een vaste gewoonte in de kerken geworden.

Over de dankzegging of nabetrachting is op de verschillende synoden ook gesproken. Doch hierin liet men de kerken vrij een nabetrachtingspredikatie te houden of voort te gaan met de catechismus en deze dan toe te passen op het H. Avondmaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.