+ Meer informatie

SLOTWOORD AMBTSDRAGERSCONFERENTIE 1 NOVEMBER 1997

5 minuten leestijd

Lezen: Jesaja 28:14-17 en 2 Petrus 3: 8-13

In deze conferentie hebben de woorden “haasten” en “onthaasten” een heel belangrijke rol gespeeld. Ze klonken tegen de achtergrond van een ontwikkeling in onze samenleving, in onze economie, die grote zorgen baart.Wanneer zal de opjaging van mensen een einde hebben? Zullen steeds meer mensen tussen de wielen raken van de steeds intensiever draaiende raderen van onze economie?

In al deze vragen zoeken wij aan het einde van deze dag rust in de Heilige Schrift; en ik vraag uw aandacht voor de wijze waarop de woorden “haasten en onthaasten” - op een speciale manier - in de bijbel voorkomen.

Allereerst lazen we een paar verzen uit Jesaja 28. Speciaal de woorden uit vers 16 (“Hij, die gelooft, haast niet”) vragen daarin op dit moment onze aandacht. Ze klinken tegen de achtergrond van een samenleving waarin veel is dat onrust baart. Men denke aan de kwesties die vandaag onze aandacht vroegen, men denke aan de ontwikkeling rond de individualisering die steeds doorgaat en waardoor mensen steeds eenzamer worden, men denke aan de ontwikkeling van immer doorvretende secularisatie… men denke echter speciaal vanuit Jesaja 28 ook aan iets heel anders dat onrust in de harten van mensen moet brengen. Want er zijn zaken waarvan we zeggen: die onrust is niet goed… er zijn ook zaken waarvan we zeggen: die onrust is noodzakelijk, om uws levens wil!

In Jesaja 28 klinken de voetstappen van de naderende Christus in deze wereld, Christus die komt om te oordelen de levenden en de doden. Wat zal, die dag ons brengen? Hoe zullen we behouden zijn? Jesaja 28 zegt ons, dat dit alleen het geval zal zijn wanneer we bouwen op de hoeksteen die Jezus Christus is (vergelijk 1 Petrus 2: 6). En dan klinkt het: hij die gelooft, haast niet. Dat betekent in dit verband: hij die gelooft, wordt niet zenuwachtig, laat zich niet opjagen, hij “heeft de vaste grond gevonden, waarin zijn anker eeuwig hecht”. Daarom hoeft hij niet zenuwachtig heen en weer te rennen of in paniek te raken.

In het zich in laten voegen in het geestelijke gebouw, waarbij Christus de hoeksteen is, mogen mensen tot geestelijke rust komen. Wat is het van geweldig belang, dat wij als leden van de christelijke gemeenten, als ambtsdragers, de tijd nemen - dwars tegen alle economische en maatschappelijke ontwikkelingen in - om die rust te zoeken en ze anderen aan te prijzen.

Hij die gelooft, haast niet, want hij heeft de rust gevonden bij Hem die zo liefdevol uitnodigt bij Hem tot rust te komen. Dit is pas geestelijke “onthaasting”!

Bij deze gedachte voegt zich een andere, die van het geestelijk “haasten”. Daartoe lazen we een ander gedeelte uit de bijbel, namelijk 2 Petrus 3: 8-13. “Vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods…” Uit de combinatie van deze twee gedeelten begrijpen we dat christenen mensen zijn die enerzijds geen haast hebben, maar die op een andere manier zeer gehaast zijn. Ze spoeden zich naar de dag waarop ze met hun Heiland verenigd zullen worden! Het gaat ze er altijd weer om het oude te ontvluchten. Met het oude bedoel ik het leven onder de heerschappij van de satan, het leven onder de macht van de zonde. In ons leven zal de prikkel moeten zijn van het leven naar de bedoeling van de Geest, rustend in het volbrachte werk van de Here Jezus Christus. Dan zal er ook het verlangen zijn om de gemeenschap met Hem ten volle te genieten. Daarom brandt ons hart van verlangen om die dag te beleven, die dag waarvan de Vader het moment aan zich heeft gehouden.

Door de hele Schrift heen vindt men telkens die gedachte van het “zich haasten” naar de dag van de volkomen verlossing. Feitelijk begint het al in het Oude Testament, wanneer op de rand van het moment van de uittocht uit Egypte het pascha wordt gegeten: “overhaast zult gij het eten”, staat er dan in Exodus 12: 11. En wanneer er in Hebreeën 12: 14 gesproken wordt over het jagen naar de heiliging en de vrede met allen, zonder welke niemand de Here zal zien, ziet u daar diezelfde gedachte in terug: zo snel mogelijk verwijdering van het oude leven en liever vandaag dan morgen de dag van de wederkomst beleven. Want wat hier nog ten dele is, zal daar ten volle mogen gelden: het loven van de naam van de drieënige God.

Laten we onszelf erop onderzoeken dat we, tot rust en onthaasting gekomen in het bloed van Christus, de geestelijke prikkel kennen van de haast met betrekking tot Zijn komst. Want het gaat toe naar de “24-uurs-economie” van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde bij wijze van spreken. Staat er immers in Openbaring 7: 15 niet dat zij dag en nacht voor de troon van God zullen zijn en in zijn tempel om Hem te vereren?

Daarom: onthaasting en haasting in geestelijke harmonie, om dáár te komen, op Gods tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.