+ Meer informatie

ATTENTIE!

5 minuten leestijd

Geen Catechismusprediking meer?

Als een bedenkelijk symptoon van de steeds verder gaande vervlakking in het kerkelijke leven is ook dit, dat de gedachte naar voren werd gebracht door enige progressieven in het kerkelijk leven, om de catechis-musprediking maar af te schaffen!

Daar stond nog meer op de verlanglijst, maar bovenaan stond dan het afschaffen van de catechismus-prediking.

Een bedenkelijk symptoon voorwaar, want in de catechismus klopt immers het leven, het geestelijk ^eleven van heel de kerk. Toen de reformatie in ons land kwam kreeg ook de catechismusprediking een plaats in ons kerkelijk leven. De verkondiging daarvan werd zelfs verplichtend gesteld en in zeer vele gezinnen werd na de maaltijd, niet alleen een gedeelte uit Gods Woord, maar ook uit de catechismus een gedeelte gelezen.

Gods kerk — zo mogen wij wel zeggen — is mede door de catechismusprediking in de beleving van het geloofsleven, gefundeerd en gebouwd, en geoefend in de praktijk der ware Godzaligheid.

De negentiende eeuw kennen wij als de eeuw van de zgn. „verdraagzaamheid”. Opmerkelijk dat toen het gebod van de catechismusprediking werd opgeheven of werd vrijgelaten. Men noemde toen reeds de cate-chismus een „verouderd kleed” dat zo spoedig mogelijlc tcrzijde moest worden gclcgd.

Typerend voor die tijd, en als een teken aan de wand ook voor onze tijd. Dat de waarheid Gods, zoals de catechismus deze vertolkt, nooit als een verouderd kleed mag worden gezien, is duidelijk in de dagen der afscheiding naar voren gekomen. De catechis-musprediking kwam weer in ere, en naarmate het geestelijk leven werd gekend en verdiept, werd juist de prediking van de catechismus zeer op prijs gesteld. De twintigste eeuw is wel genocmd de eeuw van een ontstellende dogma-loosheid, en daarmede gepaard gaande van een ontstellende beginsel-loosheid!

In de eeuw waarin wij lhans leven laat een geestesstroming zich gclden welkcr leuze is: Het oude is vervallen, geen traditie, geen historic, geen continuiteit, alles is muf en verouderd en daarom der verdwijning nabij. Geen catechismusprediking daarom meer!

In dit verband denk ik aan een woord van onze oudlcermeester Prof. Wisse. Hij schrijft in een van zijn rectorale redevoeringen: „Tegenover deze goddeloze, in haar diepste wezen ontheistisehe en veei meer pantheistische richting, hebben wij in gehoorzaamheid aan God, ondubbelzinnig positie te nemen. Gods objectieve openbaring, als ook onze wezenlijke subjeetieve nood zijn zaken, die niet voor wijziging vatbaar zijn. Men doe aan deze dogmaloosheid-mode dan ook niet mee! Men handhave en om den wille van de eerwaardigheid der openbaring, en om den wille van de zaligheid onzer zielen, de dogma-prediking. Catechismusprediking is dogma-prediking maar dan goed verstaan: niet prediking van een dogma, maar van HET dogma als een eenheid, als systeem van de geopenbaarde Godskennis, en gelijk dit systeem erfenis is uit de voorgeslachten, en erflating aan de nageslachten.

Juist in onze tijd mag de catechismusprediking wel als een zeer noodzakelijk bestanddeel van de bediening des Woords worden gezien.

Is onze eeuw — ondanks zijn vooruitgang in techniek, cultuur en wetenschap niet de eeuw van de grote troosteloosheid genoemd? „Wie zal ons troosten”, deze vraag van voor de zondvloed toen er reuzen op de aarde waren, wordt ook nu te midden van het „reuzen”-tijdperk onzer eeuw beluisterd.

En nu wordt onze catechismus op eenmaal aktueel, als zij zo persoonlijk tot ons komt met de vraag: en wat is uw enige troost beide in leven en in sterven? Zouden wij deze vraag dan ook moeten schikken onder dat muffe en verouderde kleed?

En dan het antwoord, en de trits: ellende, verlossing en dankbaarheid? Zouden wij dit alles ook als muf en verouderd terzijde moeten stellen? Belijdt de kerk hier niet: „Maar wij geloven, door de genade van de Heere Jezus Christus, zalig te worden, op zulke wijze als ook zij”.

En dan hoe concreet benadert onze catechismus ook de vragen van onze tijd. Ten opzichte van Rome, (zondag 30, 11, 14, 21, 23).

Ten opzichte van het ongeloof en bijgeloof. (zondag 3, 4, 11-19, 22).

Ten opzichte van de hedendaagse moraal (zondag 34 enz.).

Als er een terrein is waar de verwoesting en verwarring duidelijk naar voren komt dan is dat zeker wel dat van de moraal. Denk hierbij vooral aan de zgn. „sexualiteitsmoraal”!

Het gebod is in zijn absoluutheid vernietigd. Dit is een der oorzaken van de zedelijke en geestelijke ontwrichting en verwildering van onze tijd. En daartegenover nu klinkt in de catechismus de theistische toon met een zo zuiver geluid van absolute beslistheid: „alzo zegt de Heere”! Meer dan ooit zien wij dan ook in onze tijd bevestigd: „zij hebben Mijn Woord verworpen, wat wijsheid zouden zij hebben”? De Heere beware onze kerken daarom voor deze zgn. progressieve stroming in ons kerkelijk leven, die boven op de verlanglijst staat: afschaffing van de catechismus-prediking! De Heere geve ons Zijn Geest, de Geest van Pinksteren in ons persoonlijk en kerkelijk leven „opdat Christus door het geloof in uwe harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt. Opdat gij ten voile kondet begrijpen, met al de heiligen, welke de breedte en lengte, en diepte, en hoogte zij. En bekennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.