+ Meer informatie

„Het begon bij de winterschilder"

Praktische Lodenstein laat zich met meditaties in het hart zien

3 minuten leestijd

AMERSFOORT - „Altijd heb ik tegen Van Lodenstein aangekeken als iemand die erg wettisch was; maar hij was daarentegen erg praktisch en hij gunt je een blik in zijn hart. De besnijdenis des harten is een van de steeds terugkerende grondtonen van dit boek". Dat zei dr. J. H. van de Bank bij de presentatie van het boek "Overdenkingen" van J. van Lodenstein. Basis van het boek vormde een tot voor kort onbekend manuscript.

„Het begon bij de winterschilder", zo hield dr. Van de Bank zijn gehoor van Van Lodensteindocenten voor over het ontstaan van dit boek. Via deze ambachtsman volgde contact met een Edese dame die in bezit was van een „handgeschreven kasboek", waaraan een briefje hing: „Deze zijn de overdenkingen van de heer Van Lodenstein", Utrechts predikant tijdens de Nadere Reformatie. Na gedegen historisch onderzoek kwam dr. Van de Bank tot de conclusie dat het ging om een nog niet eerder in zijn geheel gepubliceerd manuscript met meditaties uit het jaar 1659. waarvan de herkomst onduidelijk, maar wel origineel is.

Dr. Van de Bank heeft het I7-eeuwse handschrift niet willen hertalen, omdat „dat theologisch gevaarlijk is (er kan een verkeerde gedachte ingebracht worden), en omdat zo geen recht wordt gedaan aan de scribent". Hij heeft daarom de oud-Nederlandse taal voorzien van verklarende kanttekeningen.

In het jaar 1659 sluimerde een conflict tussen de Utrechtse overheid en de kerkelijke gemeente over hun onderlinge verhouding en het gebruik van de kerkelijke goederen. Een jaar later zou dit tot een hoogtepunt komen en krijgen de predikanten Abraham van de Velde en Joannes Teellinck van Vroedschap en staten het bevel de stad Utrecht onmiddellijk te verlaten.

Over de verhouding tussen kerk en staat gaan de overdenkingen van 6 juni tot en met 18 augustus 1659. „Ds. Van Lodenstein is ook hierover zeer praktikaal en minder theoretisch dan Voetius". Aan dit blok gaat een ander blok van 7 februari tot en met 2 april 1659 met lijdensmeditaties vooraf, terwijl van 25 oktober tot en met 21 november overdenkingen geven over de „Godsalige geselschappen", „waarin Lodenstein pleit voor vrije omgang tussen jongens en meisjes om over Gods Woord te praten". „Ik denk verder dat u zult smullen als u zijn verhandelingen in december leest over de uitverkiezing", zo meent de kerkelijk docent catechetiek aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Overdenkingen van 3 mei tot 1 juni 1659 ontbreken, terwijl ds. Van Lodenstein wel actief was als praeses van de centrale kerkeraad en een onderzoek instelde naar de Quakers.

Dr. Van de Bank wees op de grote hoeveelheid informatie in het boek, in weerwil van het feit dat het om meditaties gaat. „Van Lodenstein dacht heel associatief. Hij maakt, ondanks dat hij waarschijnlijk principieel vrijgezel was. zinvolle opmerkingen over het huwelijk, schrijft over predikanten, die niemands gunst mogen zoeken, over het krijgen van openbaringen, over de verhouding van Wet en Evangelie en geeft antwoord op vragen of men de eigen wijkkerk voorbij mag gaan.

Dr. Van de Bank overhandigde het eerste exemplaar van het boek, dat uitkwam bij Den Hertog in Houten, aan de voorzitter van het bestuur van de Van Lodenstein Scholengemeenschap, ds. M. Mondria. J. de Jager, plaatsvervangend rector van de school, zei te hopen dat de "Overdenkingen" overpeinzingen zouden worden.

N.a.v. "Overdenkingen, dagelijkse meditaties over het gehele jaar 1659", door Jodocus van Lodenstein, bewerkt door dr. J. H. van de Bank; uitg. Den Hertog te Houten, 1991; 396 blz. geb.; prijs: 65 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.