+ Meer informatie

GELOVEN ZONDER KERK?

8 minuten leestijd

We kennen in onze tijd het verschijnsel van ‘geloven zonder kerk’. Er worden nieuwe termen voor gesmeed, zoals ‘reli-shoppen’ en ‘solo-religieuzen’. Daar zit iets in van: ‘ik wil geen dwang, ik wil geloven zonder dat iemand mij ook maar iets voorschrijft of oplegt.’ De kerk wordt dan gezien als een instituut dat meent te kunnen bepalen wat christelijk geloof mag heten en wat niet. Tegen die achtergrond laat zich ook de belangstelling voor de ‘ketters’ in de vroege kerkgeschiedenis verklaren. Wie beweert dat de officiële kerk met min of meer harde hand de minderheden de deur heeft gewezen, vindt een willig oor.

Deze tendens past helemaal in onze tijd, met zijn nadruk op de menselijke autonomie en individualiteit. We laten ons niet de wet voorschrijven. Tegelijk willen we ook dat ons leven zin en betekenis heeft. Daarvoor is het woord authenticiteit in zwang geraakt.

Als gevolg daarvan staan samenlevingsverbanden onder druk en verbrokkelen. Ook in de gevestigde kerken verandert de aard van de betrokkenheid. De weg van God met zijn kerk door de geschiedenis zegt velen weinig meer en een belijnde confessionele identiteit speelt niet meer die rol die het vroeger wel speelde. Vooral jongeren gaan dáárheen waar ze zich thuis voelen. Als mensen vandaag naar de kerk gaan, maken ze zelf uit ‘tot hoever ze het laten komen’. Men spreekt wel over een ‘believing without belonging’, oftewel: ‘geloven zonder erbij te willen horen’. Een trend van vandaag is dat mensen met een paar anderen in een huiskamer bij elkaar komen en een soort dienst houden. Het zijn ontwikkelingen die zich aftekenen en waar we een antwoord op moeten hebben.

GESCHAPEN TOT GOD

We kunnen ons maar moeilijk voorstellen hoe anders de mensen vroeger over God en de wereld dachten. In onze tijd zijn wij zelf het vertrekpunt van ons denken – en God is de vraag. Wij zijn er en we zullen uit het leven halen wat erin zit, maar bestaat God ook? Het lijkt alsof deze manier van denken de enig redelijke is. Als je uitgaat van jezelf, van je recht om jezelf te kunnen zijn, is het de enige mogelijkheid die er mee door kan. De vraag of God bestaat kan niet met zekerheid worden beantwoord, dus is twijfel aan het bestaan van God of eenvoudig niet geïnteresseerd zijn in de vraag of Hij wel of niet bestaat de regel en is de gelovige de min of meer ‘rare’ uitzondering. Het klinkt zo plausibel dat er heel wat kerkmensen in mee gaan.

Is het echt de enig redelijke manier van in de wereld staan? Nee, want ook al doet men alsof het alleen maar om redelijk denken gaat, het is in feite een keuze om het zó te zien. Er zijn ook goede redenen om een andere ‘bril’ op te zetten. Het beeld van de bril gebruikt Calvijn met een zekere voorliefde. Hij betoogt in Boek I van de Institutie dat je, hoe je ook kijkt – komt voor vragen te staan die maar op één manier beantwoord kunnen worden. Bekijk je de wereld om je heen, hoe die in elkaar steekt en hoe er leven is en groei, dan worden je gedachten als vanzelf naar God, de Schepper en Onderhouder, getrokken. Begin je liever bij jezelf? Ook prima, dan kijk je naar wat jou allemaal ten deel valt en wat voor vreemd, vaak liefdeloos en ondankbaar wezen je bent – en je buigt beschaamd je hoofd voor God. Linksom of rechtsom, je kunt niet om God heen en ook niet om wie jij zelf ten opzichte van Hem bent.

Herman Bavinck, de grote theoloog uit de traditie van de Afscheiding, leefde in een andere tijd dan Calvijn. Hij was zich bewust van al die verschillende religies in de wereld. Hij leefde en werkte in een wereld van opkomend atheïsme. Hij zegt: God heeft ieder mens geschapen en geen mens is daarom los van God. We zijn geschapen tót God, zei Augustinus, en als de gemeenschap met de HERE verbroken is door de zonde is er dus een leegte, een vraag. God Zelf laat de mensen niet los en dringt ieder mens ertoe een antwoord te geven. De grote wereldgodsdiensten zijn antwoorden op die vraag, zegt Bavinck.

Als we in het goede gezelschap van Augustinus, Calvijn en Bavinck van ons geschapen zijn door God uitgaan kun je al die moderne vormen van religie wel plaatsen. De leegte roept om vulling. De mens leeft niet bij brood alleen.

WAT IS GELOVEN?

Als Protestanten zeggen we vol overtuiging dat geloven heel persoonlijk is. Dat is waar, maar je moet er wel wat bij zeggen. Als de vier kameraden van een verlamde jongen hun makker bij Jezus brengen, ziet Jezus ‘hun’ geloof. Geloven is dus wel persoonlijk, maar je doet het niet op en voor jezelf alleen.

Geloven is – kijk maar naar Abraham, de ‘vader van alle gelovigen’ – de HERE op zijn Woord vertrouwen en je weg gaan in gehoorzaamheid aan Hem. In het Nieuwe Testament wordt helemaal duidelijk dat je dan beseft dat je op niets in jezelf vertrouwen kunt stellen, maar alleen in God die de doden opwekt. Dat ligt helemaal vast in Christus, die gekruisigd is om onze zonden en opgewekt, opdat wij zouden leven voor Gods aangezicht.

Geloven is dus heel persoonlijk, maar het verandert je manier van leven en denken compleet. Als zonde is dat je tegen God in en langs Hem heen leeft en zelf uitmaakt wat goed en kwaad is, dan is geloven jezelf compleet laten veranderen door een voortdurende vernieuwing van je denken. Was tot nu toe je diepste orientatiepunt in leven en sterven, dat je van jezelf bent, dat wordt nú dat je van Christus bent – en dat je zó alleen écht vrij bent. Je bent als christen – zei Luther – een zeer vrij mens en niemands onderdaan. Ja, en die vrijheid bestaat erin dat je dienaar van allen bent. Uit liefde. Die verbindt jou met anderen.

WAT IS KERK?

Daarmee zijn we al bij de gemeenschap. In die liefde ben ik met de mensen verbonden in wier midden ik leef. Maar zijn we daarmee ook bij de kerk? Nee, de kerk is nog een ander verhaal. Wie het boek Handelingen leest, merkt zo ongeveer op iedere bladzijde dat het geheim van de kerk niet in mensen gelegen is, bijvoorbeeld in de liefde die ze elkaar betonen. De Heilige Geest, de Geest van Christus is het geheim van de kerk; en daarmee het Woord van God, het evangelie. De Heilige Geest stuurt Filippus naar de hooggeplaatste ambtenaar uit Ethiopië om de man te helpen de Schrift te verstaan. Daar ‘ontstaat’ de kerk. We lezen op verschillende plaatsen dat het Woord ‘wies’, dat is: in kracht en betekenis toenam in de levens van mensen. En als er een groepje leerlingen van Johannes de Doper in Efeze zich wat probeert te warmen aan elkaar, maar zonder Jezus te kennen – dan komt de Heilige Geest over hen, als Paulus Christus Jezus verkondigt. Dan gaan de sluizen ineens open en zijn ze niet langer een poel stilstaand water, maar staan ze in de levende stroom van de Heilige Geest.

Als de Heidelbergse Catechismus de vraag wat we geloven van de kerk uitlegt, begint het antwoord niet bij mensen, maar bij Christus, die door zijn Woord en Geest mensen verzamelt, beschermt en in stand houdt. Die mensen hebben hun geheim niet in zichzelf, maar in Gods verkiezing. Ze zijn tot het eeuwige leven verkoren.

Op de vraag wat kerk is, moeten we daarom geen antwoord geven dat uitgaat van wat mensen doen en organiseren. Daar zit het nodige in dat zich kan en zal wijzigen. De Vroege Kerk zag er anders uit dan die van middeleeuws Europa, en de kerk vandaag heel anders dan een eeuw geleden. Verenigingen en organisaties zijn in de 19e eeuw opgekomen. Of we met kerk te maken hebben, hangt niet van zulke historische dingen. Beslissend is, of Christus door zijn Woord en Geest mensen uit het duister van een leven buiten Hem roept tot de gemeenschap met Hem.

Dan hebben we een paar dingen nodig. Dat dat Woord verkondigd wordt en dat mensen er ook uitleg bij krijgen. Dat de doop en het avondmaal, die Christus heeft ingesteld om ons op onze verlorenheid buiten Hem en behoud in Hem te wijzen en zo het geloof te versterken, zo functioneren als Christus ze heeft bedoeld. En ook dat mensen bij Christus worden gebracht en gehouden.

Geloven zonder kerk?

Als de vraag vandaag op ons afkomt of je ook kunt geloven zonder kerk, is het van groot belang er op een goede manier tegenaan te kijken en erop te reageren. Wanneer we alleen maar een bepaalde bestaande vorm van kerk-zijn verdedigen, vergeten we waar het eigenlijk om gaat en zien we ook niet de vraag onder ogen, of de Heilige Geest zelf ons vandaag ook nieuwe wegen wijst. Als we ons baseren op het Bijbels getuigenis, hoeven we niets te ‘verdedigen’, maar hebben we een helder zicht op het geheim van de kerk. Ze is van Christus, zegt ook het woord kerk. Het komt er op aan uit Hem te leven en bij Hem te blijven. Daarom kunnen we niet geloven zonder kerk.

Noot van de redactie: in het volgende nummer zal nog een artikel over deze thematiek verschijnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.