+ Meer informatie

Even langs bij modelbouwer Van Dam

4 minuten leestijd

Oen houtslede, een arretikker, een kiepkar, een tilbury, een kerkkoets, een kaasbrik, een tentwagen, een disselwagen, een hooiwagen, een lijkkoets en een Ford tundor uit 1930. Miniaturen, gemaakt van hout. De nu 68-jarige Dirk van Dam uit Polsbroek is er vanaf zijn 65e jaar mee bezig. Zijn leven lang is hij als aannemer werkzaam geweest. Al sinds 1930 woont hij in Polsbroek. „Hout is mijn grote voorliefde", zegt hij. „Wanneer ik een stuk hout in handen krijg, dan gaat mijn hart open." Toen hij drie jaar geleden met werken stopte, kon hij toch niet stilzitten. „Ik wilde op mijn manier mijn handen laten wapperen." Hij begon aan een molen voor bij de vijver in zijn tuin. „Geen model van een tekening, hoewel je die voor een paar honderd gulden, inclusief materiaal, zo kunt kopen. Nee, ik wilde als voorbeeld een bestaand model. Die vond ik in Bonrepas, een gehucht onder de rook van Schoonhoven, niet zo ver hier bij Polsbroek vandaan. Ik heb die molen helemaal opgemeten en deze vervolgens op een schaal van één op tien nagemaakt, compleet met aandrijfmechanisme en een elektromotor. De wieken kunnen dus echt draaien. Toen hij klaar was zei iedereen: „Maar die ga je toch niet buiten zetten?" Hij is toen maar binnen gebleven. En van het een kwam het ander." Van Dam kon niet meer stoppen met zijn modelbouw. Hij kreeg adressen waar de zeldzaamheden uit zijn schooltijd nog te vinden waren. Ook stroopte hij de musea af, op zoek naar voorbeelden uit de jaren dertig. Die crisistijd wilde hij met voorbeelden laten herleven. Een disselwagen vond hij in Giessenburg, een tilbury in Berkenwoude en een tentwagen in Montfoort. „Een tilbury en een tentwagen leven alleen nog in de verbeelding. De huidige jeugd kent ze niet eens, terwijl het in mijn schooljaren verde trouwde rijtuigen waren. Het was een arme tijd, die jaren dertig. Zo'n tentwagen kostte toch al gauw 1200 gulden. Dat was een flink bedrag. De gegoede burgerij ging er 's zondags mee naar de kerk. Je zag ze ook wel achter een lijkkoets." Het model voor de lijkkoets deed hij op in een aantal artikelen in het RD over begraven. Bij een van die artikelen was een lijkkoets afgebeeld. Van Dam ontdekte dat deze een enkele keer nog wel eens gebruikt wordt in Gouda. Hij er op af; exact opgemeten en op schaal nagemaakt. De modelbouwer gebruikt als grondstof essenhout. „Daar werden vroeger de wagens ook van gemaakt. Het is een taaie en sterke houtsoort, maar niet gemakkelijk te bewerken."

Modellen-serre
Op een gegeven moment stonden er meer dan tien modellen in zijn woonkamer. Dat werd te gek. Als aannemer had hij er weinig moeite mee om een serre aan zijn fraai gelegen huis te bouwen. Alle modellen kregen daarin een plaats. De molen staat nu binnen, in de serre, aan een vijver. Aan de slootkant zit een man te vissen. De man is van hout. De weg langs de vijver loopt via een ophaalbrug; gemaakt naar een voorbeeld in Polsbroek. De echte brug is inmiddels ook al verdwenen. In het gras naast de vijver graast een koe, ook van hout, maar wel levensecht. De boer, eveneens van hout, is in aantocht, compleet met melkgerij. Even verderop staat een paard. Van Dam slaat in beknopte vorm een brug naar het heden. Maar de attributen zijn de getuigen van een vergane glorie. „Zo was het in mijn schooljaren", zegt hij. „De hele verzameling zie ik als één geheel. Welke bestemming het ooit ook zal krijgen, ik hoop wel dat alles bij elkaar blijft. U moet niet denken dat ik er 8 uur per dag mee bezig ben. Het is echt vrije-tijdsvulling. Maar in één model zitten toch wel zo'n 300 werkuren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.