+ Meer informatie

IN MEMORIAM Ds ADRIANUS VERHAGEN

8 minuten leestijd

3 maart 1887 — 31 juli 1959 I

Was de smart onder ons volk zeer groot toen vernomen werd dat de zo zeer geliefde Krabbendijkse pastor Ds. J. B. Bel zo onverwacht door de Heere werd weggenomen van zijn gemeente en familie, hoe werd deze droefenis nog vergroot toen j.l. vrijdag de ontstellende tijding door ons land ging, dat de Heere Ook de oudste van onzer leraren in ambtsjaren en leeftijd, de alom bekende en zeer geachte Ds. A. Verhagen, eveneens nog zo geheel onverwachts had afgelost om ook in heerlijkheid te doen ingaan.

Wat komt hier weer uit, dat de wegen des Heeren zoveel hoger zijn dan onze wegen, en 5üjn gedachten dan onze gedachten. Was er blijdsOhap, dat de Heere temidden van 'de grote nood aan de levende bediening in onze gemeenten, er weer twee tot het aantal leraars wilde toevoegen, daar twee kandidaten spoedig aan de gemeenten, waarvan zij het beroep hebben aangenomen, verbonden zullen wordenj nu reeds, vóór zij bevestigd werden, ontvallen er weer twee, die de hitte des daags en de koude des nachts in de wijngaard des Heeren gedragen hebben. Ja, in het bijzonder wel Ds. Verhagen, die immers meer dan een halve eeuw de gemeenten mocht dienen. Wat houdt de Heere ons toch kort in deze zo moeilijke tijden, waarin vnj leven en waaria de levende verkondiging des Woords juist zo onmisbaar is. Ooh, dat de nood der gemeenten, al meer op het hart gebonden, de Heere deed benodigen, temeer daar Hij toch Zelf Zijn knechten uitzendt en aan de gemeenten wil verbinden, om door hun dienst Zichzelf in haar met Zijn genade, die in Christus is, te verheerlijken. Wanneer vdj op onszelf zien, zullen wij moeten getuigen het niet waardig te zijn en alle beweldadiging verzondigd te hebben, daar wij helaas al te veel met de weldaden afhoereren en meer in onszelf dan in de Heere eindigen.

Anderzijds mag toch weer de trouwe zorg des Heeren over onze gemeenten in Zijn soevereine beweldadiging opgemerkt vrorden, daar Hij twee Zijner knechten vsdide aflossen om het loon der getrouwe dienstknechten te 'doen ontvangen, dat Hij reeds tevoren in de weg Zijner goedgunstige voorzienigheid twee anderen afzonderde en in de weg der middelen wilde bekwamen om in de volle bediening van Woord en sakrament ia het getal der leraren te worden opgenomen. Toch is de smart groot, na de beminde Ds. Bel nu ook die oude getrouwe knecht Ds. Verhagen te moeten missen. Onze gemeenten zijn zonder hem haast niet denkbaar. Overal was hij bij, en alles wat tot welzijn der gemeenten kon dienen, had de liefde van zijn hart en daarvoor gaf hij zich zo nodig dag en nacht. Tot welk een zegen heeft hij vele gemeenten mogen zijn. Ds. Verhagen werd op 3 maart 1887 geboren. Reeds in zijn Idnderjaren moest hij de smarten des levens ervaren, daar hij op vijfjarige leeftijd verlamd geraakte, wat hem zijn gehele leven veel verdrietelijkheden zou doen ervaren, daar het ene been veel korter bleef dan het andere. Tot zijn twaalfde jaar bracht hij haast al de tijdj in het ziekenhuis door, zodat ook van een normale schoolopleiding niets kon komen.

Toch had de Heere echter met de jonge Verhagen wat voor, wat wel niemand zal hebben mogelijk verklaard. Leefde hij eerst naar de inspraak van zijn natuurlijk bestaan rustig voort, op zestienjarige leeftijd werd dit zo anders, daar de Goddelijke genade onwederstaanbaar in hem werd verheerlijkt. Door de onvoorwaardelijke keus, die zijn ziel geheel vervulde, begeerde hij ondanks alle tegenstand, die hij daarbij van velen ondervond, nu met Gods volk te leven en te sterven. Daarbij drong hem al meer de innerlijke roeping, zich over te geven om de rijkdom der genade Gods anderen te verkondigen.

Hoe onmogelijk scheen dit echter aan alle zijden. Doch in het leven van onze onvergetelijke broeder is zo duidelijk uitgekomen, dat de Heere door een weg van totale onmogelijkheid aan 's mensen zijde Zich verheerlijkt en het waar maakt: „Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen".

Op 21-iarige leeftijd kwam hij in aanraking met Ds. D. C. Overduin, die toen predikant was in een vrije Gereformeerde Gemeente te Amsterdam. Aan hem openbaarde hij op zeker ogenblik al de geheimen van zijn hart.

Deze liet hem, na onderzocht te zijn door zijn kerkeraad, een preekvoorstel doen en de volgende dag in Westzaan, toen ook nog een vrije gemeente, optreden. Deze predikatie gaf zulk een indruk op veler hart, dat men hem tot lerend ouderling verkoos en hij daar ook als zodanig op 17 april 1908 tot dat werk werd ingeleid door Ds. Overduin. Ruim zes jaren heeft hij deze gemeente met de liefde van zijn hart gediend. Daar echter in die tijd, dat hij daar werkzaam was, deze vrije gemeenten met Ds. Overduin overgingen naar het verband van de Gereformeerde Gemeenten, werd onze broeder na onderzoek ook toegelaten om in al onze gemeenten voor te gaan en nam hij in 1914 de benoeming als lerend ouderling te Meliskerke aan, welke gemeente hij slechts ruim één jaar heeft gediend. In die tijd immers, dat hij in Meliskerke voorging, werd hij ter vergadering van de Zeeuwse Synode na gehouden examen toegelaten tot de voile bediening van Woord en sakramenten en, na beroepbaar te zijn gesteld, in Leiden, welk beroep, dat hij met de verschillende andere kreeg, hij aannam, op 19 september 1915 in zijn ambt bevestigd.

Na Leiden heeft hij Dirksland gediend van 1917 tot '1921. Toen begeerde Middelburg hem, in welke gemeente hij meer dan 21 jaren mocht werkzaam zijn, In deze gemeente ligt wel een zeer belangrijk deel van zijn leven en mocht hij de beweldadigingen des Heeren rijkelijk ervaren, al werden hem de beproevingen, ook in vele ziekten in zijn gezin, niet bespaard. In 1942 drong hem het beroep van Lisse en zag hij zich genoodzaakt daar de herdersstaf op te nemen. Toch zou Lisse zijn laatste gemeente niet zijn, want in 1947 durfde hij de roepstem van Kampen niet af te slaan. OOK in die tijd, dat 'hij in Kampen vertoefde, zijn de beproevingen hem niet bespaard. Temidden van de aangename samenleving, die hij daar ondervond, trof hem zelf niet alleen een ernstige ziekte, doch ook zijn vrouw en later nog zijn zoon. Wonderlijk hielp de Heere echter uit en richtte allen weer op.

Temidden van de kerkelijke strijd in onze gemeenten in die dagen moest hij immers ook nog naar Gouda. Met het woord des Heeren: „Ik zal raad geven. Mijn oog zal op u zijn", kwam hij naar Gouda ei^ werd daar 21 juH 1955 bevestigd. Veel heeft hij daar in zijn ouderdom in de strijd ter plaatse medegemaakt. Zeer zwaar viel het hem bijzonder, toen hij door de rechterlijke uitspraak keik en huis moest verlaten. Was dat nu Gods weg, was dat nu de ervaring, dat Gods oog van ontferming en genade op hem was? Wonderhjk heeft de Heere echter hem in deze raadselachtige weg van Zijn voorzienigheid bijgestaan en uit­ komst gegeven en hem in het bijzonder op het einde van zijn leven volkomen vereniging met Gods doen gegeven, en hij mocht roemen in Gods goedertierenheid. Merkbaar namen in de laatste tijden echter zijn krachten af. De strijdbare held zou spoedig het moede hoofd mogen neerleggen, daar de Heere op weg was hem op te nemen.

Op weg naar de begrafenis van Ds. Bel werd hij niet goed en kwam ziek te Krabbendijke aan, zodat hij aanstonds naar bed' moest. Na enkele dagen daar geweest te zijn, werd hij ziek naar Gouda gebracht en. 's zaterdags dezelfde week nog opgenomen in het ziekenhuis, om reeds vrijdagmorgen 6 uur in alle stilte, zonder enige doodsstrijd, geheel onverwachts reeds afgelost te worden.

Ik zelf, noch iemand anders heeft kunnen denken, dat zijn laatste predikatie zo spoedig in vervuling zou gaan. Met welk een gloed en heilig vermaak, vernam ik, getuigde hij van Psalm 40 : 4: „Hij heeft een nieuw lied in mijn mond gegeven, een lofzang onzen Gode; velen zullen het zien en vrezen, en op de Heere vertrouwen".

Het is onze hartewens, dat de Heere de weduwe in al haar zwakheid en smart ondersteune. Hij betone in alles te weten wat zij behoeft en doe haar Zijn liefelijke vertroosting rijkelijk ervaren, om in ai haar droefenissen gesterkt, te zeggen: De Heere heeft het alles wel gemaakt.

Ook matige de Heere de droefheid van de kinderen en geve in deze smartehjke weg de Heere maar te benodigen, om door Zijn soevereine genade, die in Christus is, te ervaren, dat de God van hun vader ook hun God wü zijn. Die het in de diepste droefheid in alles goed maakt met Zichzelf. Troostte de Heere ook de bedroefde gemeente en verheerhjke Hij Zijn genade bij aanvang of voortgang door deze weg. Hij betone in al him bekommernissen, gemis en tegenheden, dat Hij nochtans waar maakt: „Ziet, Ik ben met ulieden, ai de dagen tot-de voleinding der eeuwen".

N.B. In verband er mede, dat „De Saambinder" op tijd gezet en gedrukt moet worden, kon het verslag van de begrafenis niet meer geplaatst worden en hopen wij dat in het volgend nummer te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.