+ Meer informatie

Wij hebben een nadere reformatie nodig

7 minuten leestijd

Karel R. van Oordt verweet de kerk verleden week, tijdens een bijeenkomst van "Christenen voor Israël", slaperigheid met het oog op de wederkomst. En terzake van de roeping om te getuigen van de Christus der Schriften wees hij op de tegenstelling tussen Jeruzalem met 963 volle synagogen en .Amsterdam met 116 lege kerken. Dat is inderdaad een aangrijpend beeld. De vraag waarom de kerk de indruk wekt van ingezonkenheid is wettig. Wat is de diepere oorzaak van die slaperigheid?

Een antwoord op die vraag zoeken wij vanzelf niet eerst in de lege kerken. Daar zijn geen mensen meer. Dus ook geenslaperige mensen. Daar ontbreekt het geloof. Dus ook de ingezonkenheid. Wij kijken naar de volle kerken. Die zijn er gelukkig in Nederland ook nog.

In die goed gevulde kerkgebouwen kon wel eens een minstens zo groot gevaar op de loer liggen als in de leegstaande gebouwen. Lege kerken zijn een feit, een teken van een min of meer afgerond proces van secularisatie. Maar die volle kerken zijn nog in beweging. Waar mensen zijn, gebeurt nog iets.

Schijn en zijn?

Wat is de diepere oorzaak van de gesignaleerde slaperigheid? Het zit niet goed in onze volle kerken. De veronderstelling dat het in kerken die nog vol zitten wel goed zit -zo iemand een dergelijke gedachte al zou koesteren— is niet juist.

De Bijbel geeft het onderscheid aan tussen de wijze en de dwaze maagden. In de gemeente loopt volgens de Bijbel een scheidslijn: die van het kaf en koren op de dorsvloer; die van schijn en zijn: die van het ware geloof en het ongeloof; die van innerlijk christendom en uiterlijk christendom. Daartussen moet onderscheiden worden. Dat is voluit schriftuurlijk. Wat zien wij daarentegen? Velen spannen zich anno 1991 tot het uiterste in om overal -kerkelijk en interkerkelijk- de lieve vrede te bewaren. Of om zich vooral gemeenschappelijk in te zetten voor een (goed) doel? Daarvoor moeten individualisme, polarisatie en pluriformiteit toch wijken? En dan moet je niet al te krap kijken op eikaars geloofsleven, zo lijkt er vaak gedacht te worden. Je moet de ander vooral in zijn waarde laten.

Wij 'nivelleren'

Is dat in een tijd van interkerkelijke broederschap niet vaak de praktijk? Wij doen een beroep op het feit dat wij geen hartenkenner zijn, in plaats dat wij nauw toezien op eikaars leven. Niet alleen op de leer. Dat moet ook. Maar op leer èn leven. Zoals een Roemeense predikant mij een keer vermaande: „Laat ons op elkander acht nemen, op opscherping der liefde en der goede werken".

Ik ben ervan overtuigd dat wij het onderscheid tussen schijn en zijn te veel uit het oog verliezen. Dat wij de wijze en de dwaze maagden te veel over één kam scheren. En wie verbaast zich dan over slaperigheid? We 'nivelleren' te veel. Daarom zeg ik, generaliserend natuurlijk: Het zit niet goed in die volle kerken.

Wie het verschil tussen het ware geloof en het schijngeloof steeds meer wegpoetst —ik spreek nadrukkelijk over de kerken van de gereformeerde gezindte- loopt het gevaar te sterven aan een 'evangelische vrijheid', en aan een o zo ruime, maar dodelijke vormendienst. En of er nu sprake is van een ultra-gereformeerde of van een 'evangelische' vormendienst. in beide gevallen wordt de kerk slaperig en raakt het verlangen naar de wederkomst in onbruik.

Niet over praten

Nu leven wij in een tijd dat we daar eigenlijk niet zoveel van mogen zeggen. Wij moeten -in een tijd van 'godsverduistering'- juist blij zijn meteen volle kerk. Ik zal het niet ontkennen.

Maar het is onbijbels om alle onzuiverheid in leer en leven maar te verdoezelen en slinks onder de mantel der liefde te bedekken. Wij kunnen veel tam-tam maken omdat de kerk zo slaperig is. Maar als wij bewust alle tegenstelling en onderscheid bedekken, stimuleren wij en zijn we mede schuldig aan die slaperigheid. Het is gemakkelijker om te spreken van vrede en nog eens vrede zonder gevaar, dan van veroppervlakkiging in leer en leven. Neen, ik bedoel niet een pleidooi te voeren voor verwettelijking. Het gaat mij om het ware, van God gegeven, geestelijke leven. Wie bij die veroppervlakkiging de vinger legt, loopt gevaar als een onruststoker te worden gebrandmerkt. Of als de veroorzaker van onnodige opschudding. Als een vijand van het volle en ruime Evangelie ook wel.

Schijnargument

Wij zijn wel zo vóór het Evangelie dat wij ons van onze roeping bewust zijn om zélfs een bevriende rabbijn een gepaste kerstgroet te sturen. Een christen moet immers getuigen van Christus? Maar raakt de bijbelse opdracht van waakzaamheid, die ook zo bijzonder uitkomt in het onderscheiden van het snode en het kostelijke onder alle Christusbelijders, niet te veel in het vergeetboek? Met de noodzaak van dat onderscheid zijn onze eenvoudige ouders en grootouders toch ook opgegroeid? Nog altijd beroept men zich op de apostel Paulus om mogelijk verzet tegen dwaalleer of halve waarheden af te breken. En men verwijst dan naar Filippensen 2. Daar wordt gesproken over het „niet zuiver" verkondigen van Christus. Dat wordt toch door Paulus goedgekeurd, zo wordt tegengeworpen? Hij verblijdt zich toch in alle gevallen over die verkondiging? Dus -zo hoor ik dan- het is niet erg als wij in dogmatisch opzicht een eind uit elkaar liggen.

Maar dat is een schijnargument. De apostel heeft nadrukkelijk genoeg vervloekt genoemd, degene die een ander Evangelie predikt dan hij, een Evangelie „buiten hetgeen gij ontvangen hebt". Het "niet zuiver" uit Filippensen 2 heeft geen betrekking op een valse leer, maar op een verkeerd motief. Jaloersheid namelijk op Paulus, die zoveel zegen op zijn werk had.

Conflicten in de Bijbel

De Bijbel kent tal van godsdienstige conflictsituaties. De Heere Jezus keert de tafels van de geldwisselaars om en spreekt over adderengebroedsels. En dat alles aan het adres van mensen die in hun tijd doorgingen voor uitermate godsdienstig. Jezus zegt: „Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard". Hij heeft Zelfde gelijkenis uitgesproken van het huis op de rots. En Hij heeft Zelf gezegd: „Wee u, wanneer al de mensen wel van u spreken, want hun vaders deden desgelijks de valse profeten".

Jeremia maakte zich sterk tegen Hananja. ,En de ware profeten staan in het Oude Testament net zo lijnrecht tegenover de valse profeten, ais de apostel Paulus tegenover de zeven zonen van Sceva. Gods Woord toont ons tal van godsdienstige conflictsituaties.

Het geheim van dit alles is, dat de ware liefde het conflict niet altijd weet te vermijden. Dat de ware liefde soms niet om het conflict heen kan. Dat de ware liefde niet in strijd hoeft te zijn met het conflict, dat soms zelfs zoekt. Omdat de ware liefde iets heel anders is dan humane lievigheid. Omdat de ware liefde zich eerst op God en Zijn geboden richt en dan pas op de mensen.

Rechtvaardiging èn heiliging

Is er wel sprake van slaperigheid? De rechtvaardiging van de goddeloze staat toch centraal bij zo velen? En hoeveel wordt er niet over Jezus gesproken? Ach, hoe zou ik het tegen durven spreken. Maar dit staat ook in de Bijbel: Jezus zei: „Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil Mijns Vaders, Die in de hemelen is".

Ik vrees het wetticisme. Maar ik vrees ook voor een nieuw anti-nomianisme, voor een nieuw verachten van de wet, een nieuwe wetteloosheid in feite. Het gaat om de rechtvaardiging van de goddeloze, zeker. Maar daarmee is onlosmakelijk verbonden de levensheiliging. En dat gaat ook over kleine, verachtelijke, zogenaamd onbeduidende dingen. Daar is de echtheid van het geestelijk leven in af te lezen.

Slaperig

Wij hebben een nadere reformatie nodig. Er is sprake van slaperigheid in de kerk en van ingezonkenheid. Een van de diepere oorzaken is stellig, dat wij ons door het onderscheid makende Woord -dat zegt: „aan hun vruchten zult gij hen kennen"- niet voldoende laten gezeggen. Het separerende Woord dat de wijze van de dwaze maagden scheidt.

Of wij nu in de 'evangelische ruimte' staan, of in een verstard en fatalistische wetticisme: Als wij geen last meer hebben van onze zonden, hoeven wij niet meer uit te zien naar de wederkomst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.