+ Meer informatie

OFFERS

3 minuten leestijd

Wat geofferd werd.

In alle offers werd slechts gebracht, wat eetbaar was. Immers de vrucht van het offer was leven en alles wat het leven kon voeden en verkwikken. Daarom werd naast de in het vorige artikel genoemde dieren ook geofferd geroosterd koren, meelkoeken met olijfolie en bij het dankoffer wijn, terwijl zout nooit ontbrak: En alle offerande uws spijsoffers zult gij met zout zouten, en het zout des verbonds van uw God van uw spijsoffer niet afblijven; met al uw offerande zult gij zout offeren." (Lev. 2 : 13). Zout is het zinnebeeld der duurzaamheid en gaf de vastheid en onwankelbaarheid aan van Gods verbond met Israël enerzijds, anderzijds voor het volk. Daarom wordt in Numeri 18 : 19 ook gezegd: het zal een eeuwig zoutverbond zijn voor het aangezicht des Heeren, voor u en voor uw zaad met u."

Wat verboden was.

Was het zout geboden, streng verboden waren honing, zuurdeeg en vreemd vuur.

Honing is wel aangenaam en zoet, maar gaat gauw gisten en verzuurt.

Zuurdeeg heeft een beginsel van bederf in zich en wordt daarom in de Bijbel soms gebruikt als het beeld van boosheid, inwendige verdorvenheid, goddeloze leer en wandel enz.: En Jezus zeide tot hen: iet toe en wacht u van de zuurdesem der Farizeën en Sadduceën." (Matth. 16 : 6).

Waarheid en oprechtheid zijn eerste vereisten in het leven en werken van hen, clie tot God naderen. Daarom moet ook Israël zijn Paasbrood bereiden zonder zuurdeeg. God wil, dat Zijn volk op de pelgrimsreis (woestijnreis) in reinheid en zuiverheid voor Hem zal wandelen.

Vreemd vuur is bij de offerdienst dat vuur, dat niet van het brandofferaltaar was genomen, maar b.v. onder één der ketels vandaan. Heilig vuur was dan het vuur van het brandofferaltaar. Nadab en Abihu, zonen van Aaron, namen eens vreemd vuur, om dat voor het aangezicht des Heeren te brengen. Ze moesten cleze daad met de clood bekopen. (Lev. 10).

Dat heilig vuur beeldde de Heilige Geest af als een vuur van toorn in het zoenoffer, als een vuur van reiniging, loutering en verootmoediging bij het dankoffer. De Geest moet alleen van God komen. Al wat wij uit onszelf nemen, is voor God vreemd vuur.

Verdere kenmerken.

Wat er voorts ook geofferd werd, het moest zuiver wezen. In geval het een dier was, moest het zonder enig lichaamsgebrek zijn. „Gij zult niet offeren iets, waarin een gebrek is; want het zou niet aangenaam zijn voor u." (Lev. 22 : 20). Kon men met geen enkel offer de hand lichten, bijzonder streng gold dit bevel, waar het schuld-en zondoffers betrof. Immers, het was juist dat offer, dat wijzen moest op het Lam; heilig, onbewust, onnozel, afgescheiden van de zondaren.

Elk dier moest ook minstens 8 dagen O oud zijn, ofschoon in de meeste gevallen de leeftijd van één jaar voor schapen en bokken en van drie jaar voor de runderen was voorgeschreven. Juist die leeftijd, omdat clan het dier volwassen is. Zo heeft ook Christus zich in cle volwassen mannelijke leeftijd als een slachtoffer voor God gesteld.

Waar geofferd werd.

De enige plaats, waar volgens cle wet geofferd mocht worden, was de voorhof en cle enige slachtplaats was de noordkant daarvan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.