+ Meer informatie

PREDIKANTSCHAP HERZIEN?

8 minuten leestijd

WAT IS ER AAN DE HAND?

In 2001 verscheen van prof. dr. G. Heitink het boek ‘Biografie van de dominee’. Vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw tot heden is het volgens Heitink de tijd van de professionalisering van het predikantschap. Willen predikanten in pastoraat en prediking meekunnen, dan zullen ze ‘professionals’ moeten worden die beschikken over vaardigheden op het terrein van hulpverlening en (massa) communicatie. Als (emeritus)hoogleraar praktische theologie weet Heitink maar al te goed van de knelpunten: er zijn zoveel kanten aan het predikantschap dat het onmogelijk is een theologische opleiding zodanig in te richten dat iemand op alle terreinen voldoende professionaliteit meekrijgt. Daarom pleit Heitink voor startende ‘junior’ predikanten met een algemene opleiding, die gaandeweg meer verantwoordelijkheden krijgen en zich gaandeweg kunnen specialiseren in een bepaalde richting om tenslotte als ‘senior’ predikant leiding te geven aan een heel team van predikanten en andere kerkelijke werkers. Zo’n team van ‘professionals’ is niet aan één bepaalde gemeente verbonden, maar werkt in een regio met verschillende gemeenten. In ‘Een kerk met karakter’ (2007) gaat professor Heitink door op de ingeslagen weg.

VERVOLG

In het spoor van Heitink komt veel meer bezinning op gang. Ik denk o.a. aan het proefschrift van dr. H.A. Post, ‘De kerkelijk werker en het ambt’ (2006). Binnen de PKN kwamen Studierapporten: ‘Pastor in beweging’ (2006) en het vervolgrapport: ‘Werk in de wijngaard’ (2007). Een studiecommissie had voorstellen gedaan om hbo-theologen toe te laten tot de dienst van het Woord en de sacramenten. De GS van de PKN ging niet akkoord met ‘hbo-predikanten’, maar heeft wel een commissie ingesteld die gaat onderzoeken onder welke voorwaarden kerkelijk werkers in de PKN kunnen worden toegelaten tot de bediening van Woord en sacrament. Er dreigt immers een predikantentekort en daar moet op korte termijn wat aan gedaan worden. Binnen de GKv is een rapport verschenen van deputaten ‘dienst en recht’ dat spreekt van een ‘paradigma-verandering’, om aan te geven dat het niet gaat om wat losse punten die bijv. met wat bijscholing van predikanten op te vangen zijn, maar dat de veranderingen de fundamenten van ambt en kerk raken. Wie het rapport leest, zal merken dat niet alles op dezelfde manier in de CGK speelt. Toch zijn er zoveel herkenningspunten dat het van weinig realiteitszin getuigt wanneer wij ervan zouden uitgaan dat de gesignaleerde veranderingen ons kerkverband helemaal voorbij zouden gaan.

HOE ERG IS VERANDERING?

In zijn lezing ‘Is de gereformeerde ambtsleer anno 2007 nog houdbaar?’, vraagt dr. S. Paas zich af hoe erg het is wanneer de traditionele ambtsleer bijgesteld zou worden. Wanneer er aan de ene kant een ‘torenhoge ambtsopvatting’ is en aan de andere kant bijna geen predikant die in de praktijk daaraan kan voldoen, kunnen problemen toch niet uitblijven? Veranderingen in de ambtsleer zijn toch niet zo fundamenteel als in de leer over de kerk of over het heil? Zulke relativerende opmerkingen zijn goed om niet vast te lopen in een krampachtige verdediging van bestaande standpunten. Aan de andere kant zullen we als kerken van gereformeerd belijden zorgvuldig willen omgaan met het feit dat de bekende drieslag predikant-ouderling-diaken tot in onze belijdenis is vastgelegd (art. 30–32 van de NGB). Het is bekend dat deze drie ambten niet rechtstreeks uit het NT af te lezen zijn, maar dat ze mede gevormd zijn tegen de achtergrond van de Reformatie in Genève ten tijde van Calvijn (zie daarover het rapport ‘Vrouw en ambt’ GS-1998, met name §4). De Reformatoren spraken soms over twee, soms over drie en ook wel over vier ambten. Het gaat hen niet om een fixatie van een getal, maar om de geestelijke typering van de ambtelijke functies. Een mogelijke uitbreiding van de ambten, zoals Paas voorstelt, heeft dus oude papieren. Toch komt Paas evenals de Reformatoren bij een aantal kernen uit die hij typerend acht voor de gereformeerde ambtsleer: de dienst aan het Woord en de orde in de gemeente.

STILLE REVOLUTIE?

Het valt op dat de argumenten om het predikantschap te veranderen vooral praktisch van aard zijn: er komen te weinig predikanten, ze kunnen het vele werk niet aan, ze kunnen aan allerlei verwachtingen niet voldoen enz. Er wordt niet een hele nieuwe kijk op de bijbelse gegevens gepresenteerd die uitmondt in een nieuwe visie op predikantswerk — eerder wordt de omgekeerde weg bewandeld. Evenmin wordt veel aandacht gegeven aan theologische beslissingen die in het verleden medebepalend zijn geweest voor de manier waarop het predikantswerk gestalte heeft gekregen. Het lijkt wel een stille revolutie waarvan de gevolgen voor predikanten en gemeenten nauwelijks te overzien zijn. Bij mij komt de vraag omhoog of de verregaande professionalisering van het predikantswerk niet ook schaduwkanten met zich meebrengt. Met name vraag ik me af of het ‘predikantswerk- nieuwe-stijl’ voldoende recht doet aan het ambtelijke karakter dat het vanouds gehad heeft. Bij dat ambtelijke karakter denk ik dan vooral aan het gezagvolle ‘tegenover’ van het Woord waarmee ambtsdragers tegelijk in én tegenover de gemeente staan. Niet de persoon van de predikant of zijn kwaliteiten staan daarbij voorop, maar het zich geroepen weten en in dienst genomen zijn door de Heilige Geest. Het heil wordt niet door mensen bewerkt, maar door het Woord dat zij brengen in dienst van de regering van Christus over kerk en wereld.

ANDERE WERKVERDELING, MINDER WERK?

Professionalisering mikt op afgebakende taken die efficiënt uitgevoerd worden binnen daarvoor afgesproken uren. Roeping en ambt zijn — heel zwart-wit gezegd — niet beperkt tot kantooruren. Natuurlijk brengt dat gevaren met zich mee. De ‘burn-out’ problematiek onder predikanten mag niet onderschat worden. Maar biedt de nieuwe visie op het predikantswerk nu werkelijk garanties om deze moeilijkheden op te lossen? Misschien wel aan de kant van de predikanten die na het verstrijken van hun uren ‘uitklokken’. Maar hoe zit het dan aan de kant van de gemeente waar de vraag om geestelijke toerusting, hulp en bijstand eerder toeneemt dan afneemt? Is niet het werk dat blijft liggen vaak een zwaardere last om te dragen dan het werk dat gedaan werd? Zouden gemeenten en predikanten zich niet gezamenlijk ernstig moeten bezinnen op de kern van het ambtelijk werk van predikanten, n.l. het zich in dienst stellen van het Woord opdat het evangelie zijn loop zal hebben? Zijn er in dat licht bezien ook geen taken die niet perse door de predikant of kerkenraad moeten worden gedaan, maar waarbij de gemeente meer actief ingeschakeld kan worden?

WELKE VERANDERING?

Het maakt wel verschil met welke bedoeling veranderingen in het predikantswerk worden voorgesteld. Is de vraag naar meer ambten voornamelijk ingegeven door pragmatische motieven, nl. dat predikanten aan bepaalde werkzaamheden niet meer toekomen, dan is dat een heel andere benadering dan wanneer er op grond van de Schrift argumenten naar voren worden gebracht om bijv. evangelisten en kerkelijke werkers als ambtsdragers te zien en meer in teamverband te gaan werken. Het is voor beginnende predikanten goed om niet meteen aan het gewicht van allerlei ambtelijke werkzaamheden ten onder te gaan, maar er ‘in te groeien’. Maar het zou een miskenning zijn van de volmacht van het ambt om beginnende predikanten bepaalde werkzaamheden geheel te ontzeggen, alsof zij de bevoegdheid daartoe missen (denk aan Jeremia, die al jong een moeilijke boodschap moest brengen aan Israël en aan Timotheus, die als bemoediging van Paulus te horen krijgt dat niemand hem mag minachten om zijn leeftijd). Iedere predikant heeft bepaalde voorkeuren voor onderdelen van het predikantswerk die vaak weer in relatie staan tot de eigen talenten. Wie zal daar een kwaad woord van willen zeggen? Het ligt anders wanneer specialisatie en professionalisering betekenen dat sommige predikanten zich uitsluitend met prediking bezighouden en anderen uitsluitend met pastoraat of catechese. Zo’n specialisatie betekent dat er predikanten op de preekstoel komen die niet of nauwelijks weten wat er in de harten van hun gemeenteleden omgaat wegens gebrek aan terugkoppeling van de prediking in pastorale bezoeken en op catechisatie. Soortgelijke opmerkingen kunnen gemaakt worden over predikanten die wel pastoraat of catechese doen, maar niet of nauwelijks preken. Voor mij horen ze bij elkaar in het predikantswerk: a. de leer van het heil en b. hoe die ontvangen wordt in de gemeente door jong en oud.

VALKUILEN

Specialisatie en professionalisering worden als oplossing voorgesteld, maar ze kunnen ook valkuilen bevatten. Want hoeveel psychologie een pastor ook geleerd heeft, hij wordt nooit een psycholoog. Hoeveel mediatraining een prediker gehad heeft, hij wordt geen ‘presentator’ of ‘performer’. In het hart van het predikantswerk staan de roeping en de volmacht om het evangelie als proclamatie van het heil in Christus te verkondigen en daarop in de gemeente voort te bouwen (Mat. 28:19, Joh. 17:18). De combinatie van prediking, pastoraat en catechese lijkt me sterk verweven met de eenheid van het heil dat Christus verdiend heeft en door Woord en Geest uitdeelt.

TENSLOTTE

Predikantschap herzien? Prima om daar de discussie over aan te gaan zolang het predikantschap maar duidelijk herkenbaar blijft als verbonden met het heil uit Christus waar de gemeente uit leeft met het oog op de komst van Gods Koninkrijk in deze wereld.

Literatuur:

G. Heitink, Biografie van de dominee, Kampen 2001

G. Heitink, Een kerk met karakter, Kampen 2007

H. A. Post, De kerkelijk werker en het ambt, Kampen 2006

Studierapport ‘Vrouw en ambt’, uitgave onder verantwoordelijkheid van de GS-1998 Studierapporten van de PKN zijn te vinden op

    www.pkn.nl
en rapporten van de GKv zijn te vinden op
    www.gkv.nl
: de lezing van dr. S. Paas is te vinden op
    www.che.nl/gemeenteopbouw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.