+ Meer informatie

Wonderlijke overeenstemming tussen Gods opdracht en natuur van de mens

Aandacht voor seksualiteit in "Ethisch Methodische Notities "

5 minuten leestijd

UTRECHT - Het geweten of de situatie (hoe droevig en schijnbaar vastgelopen ook) mag nooit doorslaggevend zijn voor de richting en wijze van hulpverlening. Aan de norm van Gods Woord en de wetenschap dat alle dingen mogelijk zijn bij God, dient te allen tijde te worden vastgehouden. Dat is te lezen in een studie over ethische richtlijnen in de immateriële hulpverlening die een "Commissie Ethiek" in opdracht van de vorige generale synode van de Gereformeerde Gemeenten verrichtte.

Het rapport is opgesteld door de predikanten P. Honkoop en A. Moerkerken, de artsen W. den Hengst en H. Folmer en mevr. D. Knibbe en A. van der Bijl. De notitie beschrijft de identiteit van de hulpverlening binnen de Gereformeerde Gemeenten, geeft richtlijnen en is ook bedoeld als aanzet tot verdere bezinning.


Het eerste deel van de studie is algemeen en geeft een nadere (bijbelse) omschrijving van hulpverlening, haar uitgangspunten, de hulpvrager, de hulpverlener, methodieken en de verhouding tussen ambtsdrager en hulpverlener. Afhankelijk of de hulp via de ambtsdrager of direct aan de hulpverlener is gevraagd, zal de kerk „opdrachtgevend" of „voorwaardenscheppend" moeten zijn. Sterke nadruk legt het rapport op de vertrouwensband en de goede samenwerking dre er dient te zijn tussen ambtsdrager en hulpverlener, „omdat deze van wezenlijk belang zijn voor de hulpvrager".


Scheppingsorde


Na het algemene deel volgt een meer specifiek gedeelte, waarin vaak vóórkomende probleemvelden aan de orde komen. Eerst geeft het rapport enkele bijbels-ethische gedachten over de plaats en de functie van de seksualiteit. Krachtens de scheppingsorde en zoals omschreven in Gods Woord, vullen man en vrouw elkaar aan en komen zij tot de meest intieme eenheid binnen de goddelijke instelling van het huwelijk. „Binnen de bedding van het huwelijk zal het geestelijke en lichamelijke verschil, maar ook de eenheid van het tot-éénvlees-worden volledig tot zijn recht komen en volledig kunnen functioneren". De zonde heeft echter alles verdorven en we kennen nu vele misvormingen en perversies van de seksualiteit, waarbij het zinnelijk genot uitgaat boven liefde en trouw. Is onze eigen zonde de oorzaak van alle ellende, ook is er de verderfelijke beïnvloeding via de massacommunicatiemedia en de funeste invloed van het beleid van de overheid ten aanzien van alternatieve samenlevingsvormen. Het vleselijke aspect van de seksualiteit wordt benadrukt, hetgeen ten koste gaat van de behoefte aan geestelijke eenwording. Ook binnen het huwelijk kan dat de groei van geestelijke liefde tot elkaar in de weg staan en het wezenlijke huwelijksgeluk op het spel zetten.


Seksualiteit noemt het rapport op zichzelf positief te waarderen, maar wel op de haar door God gegeven plaats binnen het huwelijk.


Gezinsvorming


Niet alleen is seksualiteit binnen het huwelijk gegeven als uitdrukking van wederzijdse liefde en trouw, maar ook als middel tot instandhouding van het menselijk geslacht. Voortplanting en huwelijk zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Voor elk echtpaar bestaat de bijbelse roeping en opdracht tot vorming van een gezin met kinderen. Gods opdracht en de natuur van de mens stemmen wat dit betreft wonderlijk met elkaar overeen, zo schrijven de rapporteurs. Het ontvangen van kinderen is ook gave en zegen van God, Die Zelf Schepper is van alle leven. De commissie schenkt in dit verband ook aandacht aan het kruis van kinderloosheid en acht het bijbels verantwoord om in geval van ongewenste onvruchtbaarheid medische hulp in te roepen, dus „positief geboortenregelend te handelen". Voorwaarde is onder andere dat de unieke eenheid van het huwelijk geëerbiedigd blijft, maar ook de scheppende daad van God. „Methoden waarbij de mens (bij voorbeeld door selectie) enige inbreng heeft in hoeveel levens er gaan ontstaan of welke kwaliteit ze moeten hebben, zijn verwerpelijk".


Geboorteregeling
Ethisch af te keuren noemt het rapport verder alle vormen van draagmoederschap, embryo-transfer en in vitro fertilisatie (IVF) met embryotransfer. Kunstmatige inseminatie met sperma van de eigen echtgenoot (KIE) betekent in principe geen inbreuk op de huwelijkseenheid. Er is echter, aldus het rapport, bijna altijd sprake van via onnatuurlijke methode verkregen sperma; reden waarom deze methode toch met de nodige terughoudendheid moet worden bezien en een zaak dient te zijn van zeer nauw gewetensonderzoek.


Meer vragen komen in de pastorale praktijk en in de hulpverlening echter voor over „negatief geboortenregelend handelen". Het rapport benadrukt dat niet de algemeen gangbare tendens in de maatschappij ons hierin mag leiden, maar alleen Gods Woord norm blijft. „Gezinsvorming als opdracht binnen het huwelijk betekent: verantwoordelijkheid, en niet onverantwoordelijkheid of bandeloosheid" en kan soms zelfbeperking inhouden. De rapporteurs wijzen op de instelling van het sabbatsjaar door de Heere.


Gezinsvorming moet in de eerste plaats een zaak zijn van gebed en van gehoorzaamheid aan God. Enerzijds staat dan de eigen nietigheid en hulpbehoevendheid, maar anderzijds onze verantwoordelijkheid tegenover de Heere. Daarin is geen plaats voor egoïstische motieven.


De rapporteurs wijzen op omstandigheden „waarin een volgende zwangerschap of geboorte zodanig ernstige gevolgen lijkt te zullen hebben, dat deze als zeer bezwaarlijk of absoluut ongewenst moet worden geacht". In de praktijk zal dat in ons land nagenoeg altijd betekenen dat het gaat om een medische indicatie. In een dergelijke noodsituatie „betekent een daadwerkelijk trachten te voorkomen van zwangerschap iets geheel anders dan een eigenmachtig besluiten tot kinderbeperking uit egoïstische motieven.

Nadrukkelijk stelt het rapport dat de vraag of een echtpaar anticonceptief mag handelen, een principieel andere vraag is dan hóe dit gedaan zou mogen worden. Wanneer de eerste vraag eerlijk positief beantwoord is, dan verdienen natuurlijke methoden op principiële gronden en in ethisch opzicht de voorkeur boven mechanische en chemische methoden.


Gezagsverhoudingen


De notities vervolgen daarna met een verhandeling over gezagsverhoudingen binnen het gezin, niet alleen betreffende ouders tot kinderen (en andersom), maar ook van man en vrouw onderling. Sterk benadrukt wordt dat gezagsuitoefening „dienst is aan God" en dat liefde daarbij onontbeerlijk is. Uit de conclusies binnen dit hoofdstuk blijkt niet alleen dat er „gelukkig, door de algemene goedheid Gods, nog vele goed functionerende" gezinnen zijn", ook is er zorg omdat in zo veel gezinnen aan de wezenlijke opdracht om kinderen op te voeden in de vreze des Heeren alles tekort gekomen wordt.


Anderzijds blijkt de Heere toch „van het huwelijk en de opvoeding van kinderen in gezinsverband gebruik te willen maken tot uitbouw van Zijn Koninkrijk. Hij zal van geslacht tot geslacht en van kind tot kind Zijn Naam voortplanten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.