+ Meer informatie

Je moet God toch zoeken omdat Hij het waard is, niet vanwege de hel?

13 minuten leestijd

De eerste vragenstelster deze keer vindt dat „het je een beetje verkeerd wordt ingeprent": je moet de Heere zoeken, anders ga je verloren. God is het toch waard gezocht te worden al was er geen hemel en geen hel? Psalmen meezingen (of juist niet) is een probleem waar jongeren mee kunnen zitten. We hopen dat het antwoord op deze vragen je zal leren op de juiste wijze mee te zingen.

Ik ben een meisje van 20jaar, en ik zit met een probleem. Ik ben opgegroeid in een reformatorisch gezin. En dan wordt je altijd geleerd, je moet de Heere zoeken, want anders ga je naar de hel En dan wordt de hel beschreven, en hoe het daar zal zijn. Maar nu wil ik graag God zoeken, alleen omdat ik bang hen voor de hel, ik wil graag naar de hemel. Dus nu ben ik toch eigenlijk een hemelzoeker, en geen Godzoeker. Als er nu eens geen hemel en geen hel zou zijn, maar wel een God, ik geloof niet dat ik dan zo hard zou zoeken. Ik weet wel dat er geen hemel is zonder God, maar waar gaat het me nu eigenlijk om. Ik vind dat het je een beetje verkeerd wordt ingeprent. Je moet toch God zoeken omdat Hij het waard is om gezocht te worden, niet om een hemel of hel. Al zouden we bij voorbaat verloren gaan (wat we verdiend hadden), dan nog is de Heere het waard om te zoeken.

We lezen in de Bijbel over de ontzaglijke werkelijkheid van de hel. De Heere spreekt er slechts sober over, maar dit is al genoeg om ons met schrik en ontzetting te vervullen. Het is opvallend dat niemand zoveel over de eeuwige straf gesproken heeft als juist de Zaligmaker. Het is Zijn liefde die Hem dringt dit onderwerp aan de orde te stellen. Kunnen we daaraan twijfelen? Het is liefde van God dat de Zoon naar deze aarde gezonden is (Joh. 3:16). Het is dezelfde Goddelijke liefDe eerste vragenstelster deze keer vindt dat „het je een beetje verkeerd wordt ingeprent": je moet de Heere zoeken, anders ga je verloren. God is het toch waard gezocht te worden al was er geen hemel en geen hel? Psalmen meezingen (of juist niet) is een probleem waar jongeren mee kunnen zitten. We hopen dat het antwoord op deze vragen je zal leren op de juiste wijze mee te zingen. de die Christus gewillig maakte om de wil van Zijn Vader te volbrengen. Het is deze liefde die Hem in de hof van Gethsémané onderworpen maakt om de volle drinkbeker van Gods toorn leeg te drinken. Het is deze zelfopofferende liefde die Hem aan het vloekhout der schande bracht. Liever was Hij van Zijn Vader gescheiden dan dat Hij van zondaren gescheiden zou zijn. Dit is de gezindheid van de Heere Jezus. Hij is met innerlijke ontferming bewogen over schapen die geen herder hebben. Hij weent over Jeruzalem als zondaren volharden in onbekeerlijkheid. Deze gezindheid vervult Hem ook als Hij in volle ernst de realiteit van de hel schildert als de plaats waar het vuur niet wordt uitgeblust, waar de worm (van wroeging) niet sterft, waar wening en knersing der tanden zal zijn. Gedrongen door deze liefde heeft Hij gesproken; „Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan. Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die dezelve vinden" (Matth. 7:13-14). Gedrongen door de liefde van Christus, wetend de schrik des Heeren, bewegen ook thans de dienaren van God zondaren tot het geloof Dwing ze om in te komen, zo luidt de opdracht. Als we de volle raad van God preken, laten we ook uitkomen wat onze eeuwige bestemming is zonder wedergeboorte.

Wij zoeken God niet
Waarom heeft de Heere dit in Zijn Woord geopenbaard? Ongetwijfeld ter waarschuwing. Dan komt de vraag op of dit wel het goede motiefis om bekeerd te willen worden. We moeten de Heere toch zoeken omwille van Hemzelf? We moeten toch God-zoekers zijn en geen hemel-zoekers? Aan deze tegenwerping zitten twee aspecten. Ten eerste zoeken wij God niet omwille van Hemzelf als natuurlijke mensen. Er is niemand die God zoekt. Wij hebben ons verkocht om God tot toorn te verwekken... We hebben aan niemand meer hekel dan aan God... We sloven ons het liefste uit om God te tarten en te honen. Zo boos en zo verdorven is ons hart. Alle boosheid die je in de wereld om je heen ziet, komt uit mensenharten. We zijn melaats van de hoofdschedel tot de voetzool toe. Het dodelijke gif van de zonde is doorgedrongen in de diepste lagen van onze ziel. Ons verstand is verduisterd, onze wil wil verkeerd en onze hartstochten hebben geen vermaak in de dienst van de Heere. De neiging van ons hart is God te haten... Ontzaglijk! Als we God liefkrijgen boven alles, is dat nooit uit onszelf Dat is een werk van de Heilige Geest. Als we ons verlustigen in de Heere kan dat nooit buiten de geloofsverbinding met de Heere Jezus Christus. Zo gaan wij met vreugde in het huis des Heeren. Zo is Gods Woord ons dierbaar. Zo hongeren en dorsten wij naar de gerechtigheid. Zo ervaren we de onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Geen voorwaarde De Uefde tot God is dus nimmer een voorwaarde tot bekering, maar altijd een vrucht van bekering. Zoek niet eerst de liefde tot God, maar belijd je egoïsme. Zoek God juist omdat je de oprechte liefde tot Hem mist! Smeek Hem of Hij jouw hart wil vernieuwen. Dat zelfbehoud bij jou de boventoon voert, doet je zien hoe weinig je om God geeft... Je hart is hard en koud. Harder dan een diamant en kouder dan ijs. Je voelt dat het niet goed zit. Smeek de Heere dat dit besef niet overgaat, maar dat dit het begin is van je gehele vernieuwing. Wat doet de Heere om ons te trekken uit de duisternis? Zo komen we tot het tweede aspect. Hij kan de lieflijkheid van Zijn dienst laten zien door Zijn Woord en door het getuigenis van kinderen van God die een goed gerucht van Hem verspreiden. Dan voel je hoe ongelukkig je bent en wat je allemaal mist. Dan ervaar je dat je God kwijt bent. Je bent jaloers op kinderen van God. Het is heel erg als je deze kinderen van God in je omgeving niet kent. De Heere kan ons ook op een andere wijze trekken. Dan laat hij ons zien dat we een kind des toorns zijn. Dat we op reis zijn naar een eeuwige nacht.

Veel mogelijkheden Zo heeft de Heere in Zijn wijsheid en genade heel veel mogelijkheden om zondaren te trekken. Sommigen worden met schrik en beven overgebracht, zoals de stokbewaarder en de menigte op de Pinksterdag. Bij Lydia ging het veel zachter; haar hart werd geopend. Bij Zacheüs ging het nog lieflijker. De een gevoelt juist zijn harde hart, een tweede voelt het gemis, een derde komt onder de indruk van de eeuwige dood, een vierde wordt stilgezet door een bijzondere zonde, een vijfde voelt hoezeer hij een slaaf is van de duivel, enz. We moeten gevoelen dat we Christus als volkomen Geneesmeester niet meer kunnen missen. Kun jij nog buiten Hem??? Voor Hem bestaan geen hopeloze gevallen! Hij verbreekt de meest harde harten. Waarom jouw hart niet?

Ik vind mezelf zo'n huichelaar als ik de Psalmen meezing Er kwamen twee brieven binnen over het meezingen van Psalmen in de kerk. Als je de inhoudvan een psalm persoonlijk niet kent, ben je dan geen huichelaar als je toch vol overgave meezingt? Uit beide brieven enkele alinea's: Ik heb wel eens iemand horen zeggen, datje, zlsje in de kerk de Psalmen niet meezingt, je er dan aan onttrekt Is dat zo? Maar soms zijn er van die Psalmen, dat ik gewoonweg niet mee durf te zingen, omdat ik mijzelf dan een huichelaar vind... Ik kan lang niet altijd meezingen. O, ik wil wel, maar ik kan, ik mag soms niet. Hoe kan ik bijv. meezingen met Ps. 43:4? Dan ga ik op tot Gods altaren.tot God, mijn God? De HEERE is mijn God nog niet, dan zal ik ook niet bij Hem mogen zijn... Die zonde kwelt me zo (kwelde hij me m.aar meer), dat ik zo vaak loop te huichelen onder het zingen.

Dat er over dit onderwerp vlak na elkaar twee brieven binnen kwamen, geeft aan dat je niet de enige bent die met dit probleem worstelt. Wij weten ook niet wat er zich afspeelt onder het zingen van de gemeente. Zoals een ander het niet van jullie weet, zo weten jullie het niet van een ander. De een denkt bij het zingen van een bepaald vers met ontroering terug aan het sterfljed van moeder die ook dit Psalmvers opzei. Een ander zit met een snikkende ziel: „Heere, dit mis ik." Weer een ander verzucht: „Heere, ik heb dit psalmvers wel eens heel anders mogen zingen, maar ik ben het kwijt. Ontferm U over mij." Bij een vierde is de ziel helemaal één met die van de Psalmdichter. De Geest doet met vreugde en blijdschap de inhoud beleven. Maar er zijn er ook die alleen maar meezingen omdat zij van zingen houden. Vol overgave komen de woorden eruit, maar de zanger of zangeres denkt niet over de inhoud na. Bij het laatste wil ik nu aansluiten. Het is erg wanneer wij in de kerk zonder nadenken de psalmen zingen. Er is inderdaad sprake van huichelarij wanneer wij meezingen: „God heb ik lief' > en we denken na afloop van de kerkdienst: „Gelukkig, dat zit er weer op." Zingen èn spreken Maar wat dan? Zo eerlijk zijn dat wij maar niet meer meezingen? Dan kiezen wij de verkeerde oplossing. Deze eerlijkheid werpt het goede weg om openlijk het verkeerde vast te houden. Dan maar meezingen alsof er niets aan de hand is? Dan volharden wij in de leugen. Wat dan? Een derde mogelijkheid is er toch niet? Jawel: terwijl wij zingen eerlijk met de HEERE spreken over hetgeen onze lippen zingen: „Heere, wat ik zing leeft niet in mijn hart. Op deze wijze is het een leugen. U kunt maken dat mijn weg in de waarheid is. Bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn." Ik hoop dat jullie proeven dat er dan geen sprake meer is van huichelen. Dan vertellen wij de HEERE eerlijk hoe het is en zoeken wij bij Hem de waarheid. Jullie hebben volkomen gelijk, wanneer je wijst op de zonde van het huichelen. Wij zijn van nature allemaal huichelaars. Liegende mensen op een liegende wereld. Maar daartoe komt de HEERE tot ons als de God der waarheid. Hij zegt ons dat Hij lust tot waarheid in het gemoed heeft. Maar om dat mogelijk te maken zendt en schenkt Hij Zijn eniggeboren Zoon als de Weg, de Waarheid en het Leven. De waarheid kan vanuit onszelf niet opkomen. De waarheid moet door ons hart gehoord, geproefd en beaamd worden. Dat is nu Christus' werk. Eerlijk Het is waar: de Schrift vermeldt ook dat de HEERE tegen Israël zegt: „Doe het getier uwer Hederen van Mij weg; ook mag Ik uwer luiten spel niet horen" (Amos 5:23). Maar waarom zegt de HEERE dat? Omdat Israël daar het zingen op zichzelf voor Gode welgevallig houdt, alsof God "fijn zingen" voor zingen houdt en ervan geniet en leeft. De HEERE verwerpt het daar, omdat Israël er genoeg aan heeft en het zingen van de lippen houdt voor de ware religie. Men zingt over hartezaken en houdt tegelijk met alle gemak het hart verre van de HEERE. Daar zit het probleem. Hetzelfde kan van het bidden en van de kerkgang gezegd worden. Er zijn er genoeg die het opzeggen van formuliergebeden voor bidden houden en het naar de kerk gaan voor de ware religie. Zo is het meer een oordeel dan een voordeel. Maar wat dan? De oplossing is echter niet om daar maar mee te stoppen, maar dat wij in die weg eerlijk komen te staan tegenover de HEERE en tegenover onszelf Het is met het zingen net als met bidden. Wij moeten niet bidden omdat wij bidden kunnen, maar enkel omdat de HEERE beveelt: „Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht." En dan gaat het erom, dat wij in het gebed aan de HEERE eerlijk vertellen hoe het is. Dat wij Hem vertellen van onze onwil en onmacht om vervolgens van de HEERE te vragen wat Hij vraagt van ons. Ongeloof Bovendien geeft de HEERE Zelf in Zijn Woord aan, wat ons ontbreekt. Het belangrijkste is het geloof En wat is ongeloof? Dat wij de leugen aangaande God vasthouden, zoals wij die bij de zondeval hebben binnen gelaten: „God is geen liefde. Hij begeert niet uw heil, maar uw ondergang." Wat is geloof? Wat gelooft het ware geloof? Dat de HEERE het goede wil aangaande ons. Dat Hij er is en een Beloner is dergenen die Hem zoeken. Zing zo de psalmen mee. „O Heere, ik kan dit zo niet zingen, leer het mij zingen door Uw Heilige Geest." En als de HEERE dat werkt in ons hart en leven? Kun je dan alle psalmen zingen? Kun je dan alle psalmen op ieder moment zingen? Néé, bij de voortduur zul je steeds weer dat gevoel hebben dat datgene wat je lippen zingen jezelf veroordeelt. Als je in strikken van twijfel zit en je kunt nog over geen kiezelsteentje heenstappen en de dominee geeft Psalm 18:9 op: „Ik kan met U door sterke benden dringen, met mijnen God zelfs over muren springen", dan veroordeelt dat vers de toestand van ons hart. Naar de beleving is het zingen op dat ogenblik huichelen. Je lippen dan maar op elkaar? Néé, meezingen en spreken èn tot de HEERE, èn tot je ziel. Vertellen: „Och HEERE, dit ben ik kwijt. Ik verdenk U. Ik zie U niet. Breek die kracht van de twijfel, zodat ik mij weer geheel en al op U verlaat. O mijn ziel, voedt het oud vertrouwen weder." Medicijn Ja, en dan weten alle gelovigen hoe juist het zingen medicijn kan zijn. Medicijn om de ziel weer tot de Heere op te heffen om bij Hem genezing te vinden tegen de steeds weer opduikende kwalen van ongeloof en kleingeloof We weten dan zelfs van de mogelijkheid dat onder het zingen de kracht ervan ervaren wordt. Soms mag je zingen omdat je het beleeft, dan zing je dankend en aanbiddend. De Psalmverzen kunnen echter ook als onderwijs voor onze ziel gezongen worden, opdat wij het beleven. Dan zingen wij biddend. We zingen dan opdat voor en door de stem van de Psalmen de stemmen in ons verstommen. Deze weg is uitnemender dan onze stem te laten zwijgen. Zo kan ook voor jullie het zingen tot zegen zijn meer dan het zwijgen. Bij het zwijgen blijven we steken in de gedachte: „Dit ken ik niet en als ik nu toch zing ben ik een huichelaar." Bij het biddend zingen wenden wij ons met onze nood en armoede tot de HEERE, wetend dat Hij machtig is deze te genezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.