+ Meer informatie

Worstelen met de boodschap

Onderzoek naar protestants kinderboek op de agenda

4 minuten leestijd

AMSTERDAM - Lang voordat Ad van Liempt deze week in het nieuws kwam met zijn studie over premiejagers schreef Anne de Vries al over Schram, de Jodenjager. De Vries' oorlogsboek "Reis door de nacht" kreeg gisteren uitvoerig aandacht tijdens het congres "Bouwsel voor 't leven" aan de Vrije Universiteit. Voor het eerst waren onderzoekers en belangstellenden bij elkaar om het terrein van het protestantse kinderboek in de twintigste eeuw te verkennen.

Hoe het komt dat er van de geschiedenis van het protestantse kinderboek nog altijd zo weinig bekend is, zo weinig dat de naslagwerken erover zwijgen? Volgens dr. Marjoke Rietveld-van Wingerden hadden wetenschappers last van het idee dat je kinderboeken van alle tijden langs dezelfde literaire meetlat moest leggen. "Zo is er een canon van jeugdliteratuur ontstaan waarin het christelijke kinderboek ontbrak. Maar je krijgt een totaal ander beeld als je niet langer naar literaire en inhoudelijke kenmerken van kinderboeken kijkt, maar naar de functie ervan binnen de hele leescultuur. Dan blijkt het christelijke jeugdboek ineens heel belangrijk te zijn."

Eén grote afwezige is er tijdens het Amsterdamse congres, georganiseerd door dr. George Harinck van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme en dr. Jacques Dane van het Archief- en Documentatiecentrum Nederlandse Psychologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Die afwezige is dé protestantse kinderboekenschrijver van de twintigste eeuw: W. G. van de Hulst. Kennelijk is er geen gezaghebbend wetenschapper te vinden die een boekje over hem kan opendoen.

Dus gaat het over andere dingen: een protestants kinderboekenfonds in Vlaanderen, Saul en David in kinderbijbels, de verzetsroman "Reis door de nacht", protestantse en rooms-katholieke geschiedenisboeken, het beeld van de dominee in de kinderliteratuur, de geschiedenis van het vrijzinnig protestantse kinderboek.

Vanuit al die nogal specifieke deelonderwerpen komen een paar steeds weerkerende thema's bovendrijven. In allerlei tijden en onder allerlei omstandigheden blijken protestantse kinderboekenschrijvers en -lezers bijvoorbeeld geworsteld te hebben met de inhoud en verwoording van hun boodschap. Nadruk op deugden en plichten of wijzen op de noodzaak van een "nieuw hartje", nadrukkelijke moralistische passages of een moraal die vanzelf uit het verhaal sprak, Heere met twee of drie e's - het zijn kwesties waarmee het protestantse volksdeel zich grondig heeft beziggehouden.

Een andere centrale vraag hangt daarmee samen: In hoeverre wordt in de protestantse traditie de werkelijkheid voor kinderen ingekleurd? De manier waarop er met de bijbelse en vaderlandse geschiedenis wordt omgesprongen, spreekt dikwijls boekdelen.

Prof. dr. Jaap Goedegebuure doet zijn best om zijn publiek te schokken met een uiterst onorthodoxe lezing over de beeldvorming van Saul en David, niet gehinderd door veel inzicht in de klassiek-gereformeerde theologie van zonde en genade. "Saul was niet pikzwart en David niet lelieblank, maar toch bezwijken veel kinderbijbelschrijvers -ook Nico ter Linden- voor de verleiding om David te laten oplichten tegen de duistere achtergrond van Saul. Hoe kun je zo'n bendeleider, echtbreker, haremheer, oorlogsmisdadiger, manipulator als David beschrijven als de man naar Gods hart, de stamvader van een koningshuis, een toonbeeld van deugd? Dan snoei je de bijbelverhalen terug op de maat van de brave Hendriken, de kuise Jozefs en de dienende Martha's."

Feitelijker en nauwkeuriger is het betoog van drs. Karen Ghonem-Woets over rooms-katholieke en protestantse visies op het verleden. De beeldvorming verschilt danig: óf je werd rooms-katholiek opgevoed met Middeleeuwen, ridders en kruistochten, óf protestants met Willem van Oranje en de Gouden Eeuw. Pas tegen het eind van de twintigste eeuw nemen de verschillen tussen de zuilen af.

Het congres levert een overvloed aan interessante feiten op. Vooral voormalig uitgever G. F. Callenbach is goed voor sappige anekdotes. Hij vertelt bijvoorbeeld over vier in het zwart geklede mannen die begin jaren zeventig in een zwarte Mercedes vanuit Urk afreisden om de nieuwe zondagsschoolboekjes te keuren. Daartoe besteedden ze een hele zaterdag op de uitgeverij, dronken koffie, gaven kritiek en lof en bestelden aan het eind van de dag een slordige 4500 boekjes. Een kijkje in de keuken van Callenbach leert verder dat de goedkope zondagsschoolboekjes in de crisisjaren bijna voor een faillissement gezorgd hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.