+ Meer informatie

Jaarvergadering Openingswoord Ds A. Verhagen

5 minuten leestijd

Precies 10 uur opent deze de vergadering; hij laat daartoe zingen Ps. 122 : 1 en 2, leest Ps. 122, daarna de Geloofsbelijdenis (12 Art.) en gaat voor in gebed.

In een kort openingswoord richt de voorzitter zich als volgt tot de vergadering :

Geachte vergadering,

Wij heten U allen zeer hartelijk welkom op deze Bondsdag en de grote belangstelling, die elk jaar vermeerdert, is voor ons een oorzaak van grote blijdschap. Niet, dat wij aan het uiterlijke alleen genoeg hebben, (maar nochtans is het een voorrecht, dat temidden van $eze verwarde tijden, waarin alles van de fondamenten wordt afgetrokken, wij mogen samenkomen als jongelingen der Gereformeerde Gemeenten. Dat daar de ogen voor geopend werden in de dagen der jongelingschap, want groot is het voorrecht om de Heere te moge vrezen in de dagen van onze jeugd. Als wij letten op alle terreinen van het leven, dan heeft God wat te zeggen. Dat wij ogen mochten hebben om te zien en oren om te horen en harten om op te merken, en dat wij een verberging zouden zoeken tegen de oordelen.

De tekenen van de tijden wijzen op het „Maranatha", zie, de Heere komt. En wat zal het zijn, als wij Hem zullen aanschouwen, waar wij leefden onder de bediening van het Evangelie en wij met de daad gezegd hebben: „Wijk van ons, want aan de kennis uwer wegen hebben wij geen lust."

Dat er een noodgeschrei opsteeg uit de diepte van het hart en dat er plaats gemaakt werd in ons hart voor de rijkdom van Christus. Maar denk er om, dat gaat niet buiten de Goddelijke bewerking om en wij hebben nodig dat wij onder die lieve bewerkingen van Gods Geest gebracht worden, opdat wij iets mogen leren van de diepte van onze ellende, maar ook van de rijkdom der genade in Jezus Christus, opdat een ieder ontvangen mocht een God voor zijn hart en een Borg voor zijn schuld.

Jonge mensen. Wij hebben verwachting van het leven, wij hebben allerlei droombeelden. En denk nu eens aan wat er gebeurde in de dag van gisteren; één van de vrienden uit Kampen, op weg naar onze vergadering, werd door een ongeluk getroffen en ligt nu in het ziekenhuis. Daar had de jongen niet op gerekend, daar hebben wij niet op gerekend, het had al eeuwigheid kunnen zijn.

De Heere geve ons de bevinding der heiligen te leren kennen in de stukken waarover de Catechismus spreekt;

hoe groot onze zonde en ellende is, maar ook hoe ik van mijn zonde en ellende verlost worde en hoe ik Gode voor zulk een verlossing zal dankbaar zijn. Ik hoop dat God geeft, dat wij niet tevergeefs op de aarde zijn en dat daartoe de arbeid van onze plaatselijke verenigingen gezegend mag worden, niet alleen uitwendig, maar dat wij inwendig geroepen door de Heilige Geest, Hem mogen zoeken.

De Heere moge Zijn zegen schenken, Hij doe ons in een gezellige sfeer tesamen zijn onder het gezag van het Woord, en dat alles wat zou kunnen afbreken, uit ons midden worde geweerd. Ik heb mij altijd verheugd over deze wijze van samenzijn van het Landelijk Verband. Het verblijdt ons dat Ds de Wit en ook de heer v. d. Vlis het verzoek van het hoofdbestuur hebben aanvaard om deze dag hier aanwezig te zijn om op deze vergadering te spreken en wij heten hen dan ook hartelijk welkom en dat wij samen mogen ervaren onderwijs te ontvangen, wat wij nodig hebben, ook in onze Jongelingsverenigingen.

Nadat de voorzitter nog enkele mededelingen heeft gedaan n.a.v. de huishoudelijke vergadering, memoreert hij in korte trekken de arbeid van de Synodale Commissie voor de militairen, de moeilijkheden die sommigen hunner hebben, maar ook de grote bereidwilligheid van de Minister van Oorlog in het, zoveel mogelijk is, ondervangen van die moeilijkheden.

Gedachtig aan de noden van onze vrienden in het verre Oosten wordt hen toegezongen Ps. 106 : 25. Aan H.M. Koningin Juliana, aan Ds de Blois (die door ziekte afwezig is) en aan Zijne Excellentie de Minister van Oorlog worden de navolgende telegrammen gezonden:

AAN HARE MAJESTEIT KONINGIN JULIANA SOESTDIJK

Hel Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, beden Ulrechï in algemene rcrgaderinfl bijeen, tidl Uwer Majesteit en Haar doorluchtig Huis in deze dagen van bang gevaar, waar de machten van Oost en West tegen elkaar opbolsen, des Heeren onmisbare zegen toe.

Ds A. VERHAGEN

Vloeddijk 30 — KAMPEN

Weleerwaarde Heer Ds A. DE BLOIS. Mijnsherenplein 10 Rotter dam-Z,

Wetende, dat U vanuit Rotterdam met onze vergadering te Utrecht van harte meeleeft bidt het Landelijk Verband U des Heeren zegen toe, U toewensend algeheel herstel en betuigend zijn leed, dat U door krankheid afwezig is.

Ds A. VERHAGEN

Vloeddijk 30 — KAMPEN

Aan Zijne Excellentie, de minister van Oorlog p.a. Kabinet Ministerie i; an Oorlog 's - Gravenhage

Het Landelijk Verband van Jongelingsverenigingen, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, heden in /aaruergadering (e Utrecht bijeen, bidt Uwer Excellentie des Heeren onmisbare zegen toe. Het Landelijk Verband is diep getroffen voor alles wal U voor de soldaten in Overzee in 't algemeen en voor die van de Gereformeerde Gemeente in het bijzonder gedaan hebt en nog doet, wetende de f> exu> aren, die velen hebben. Uwer Excellentie vaderlijk medeleven heeft het Bestuur van het L. V. hartelijk verblijd.

Ds A. VERHAGEN

Vloeddijk 30 — KAMPEN

(Ds A. de Blois), die een slotwoord zou spreken, zond in de loop van deze dag een telegram: „Ik dank U, dat is mijn slotwoord."

Referaat Ds W. Je Wit

Na het jaarverslag van de secretaris, waaruit een langzame gestadige vooruitgang van het Landel. Verband en een onverminderde belangstelling voor „Daniël" blijkt, refereert Ds W. de Wit over:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.