+ Meer informatie

Wees niet nijdig!

4 minuten leestijd

Iemand misgaat zich in onze ogen op allerlei manieren en ondertussen gaat het hem zó voor de wind. "We begrijpen er niets van! Intussen worden we gekweld door de voorspoed van de ander. Het vuurtje dat ontstoken is in ons hart laait al hoger op. Gevaarlijk!

Het is deze nijd waartegen David zo indringend waarschuwt in Ps. 37: „Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet die onrecht doen." Asaf had er in zijn persoonlijk leven volop mee te maken en tegen te strijden, zo lezen we in Ps. 73: „Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede." Asaf kan het niet aanzien. Hij ergert zich in ongeduld en wrevel.

Hevige strijd
Wie van ons zou durven beweren dat deze nijd hem of haar onbekend is? Blijkens het voorbeeld van Asaf heeft ook een kind van God soms een hevige strijd te voeren tegen deze vijand. De Prediker loopt meermalen rond met duizend vragen in zijn hart. De eeuwen door komt het voor dat de goddeloze zich fier en glorieus te paard voortbeweegt, terwijl de rechtvaardige zich te voet moet voortslepen door de modder. Waarom is deze nijd zo gevaarlijk en heilloos? Er zou heel wat te zeggen zijn over de bijbelse voorbeelden van Abel die wordt doodgeslagen, van Jozef die wordt verkocht, van Daniël die in de leeuwenkuil terecht komt. Nu zijn dit precies voorbeelden van godvrezende mensen die worden benijd door onrechtvaardigen. Hierboven hadden we vanuit Ps. 73 meer het omgekeerde voor ogen: de rechtvaardige Asaf die nijdig is op de goddelozen. Benijd de boosdoeners niet!

Biddeloos
Niet alleen kan deze nijd een ander veel kwaad aandoen, maar ook voor jezelf kan het schadelijk en gevaarlijk zijn. AI zou het maar -heel praktisch!- zijn dat je uit je slaap gehouden kunt worden door je nijd, het koesteren ervan. Heel wat ingrijpender en is echter wanneer je er biddeloos door wordt. Dat kan zelfs gebeuren bij iemand die Gods genade kent. Zou Asaf veel gebeden hebben, hartelijk gebeden hebben toen hij rondliep met een hart vol nijd? Ik kan zover bij God vandaan gedreven worden, zo ongevoelig gemaakt voor het Woord van God. Gemakkelijk zal ik mezelf beklagen en... God aanklagen. Asaf was nijdig op de goddelozen. Jawel, maar toch ook op God. Naarmate het plantje van de nijd groeit en groeit, wordt tot een sterke boom, krijg ik al dieper medelijden met mezelf en worden m'n gedachten over God al harder. Zeg maar eens dat er dan geen sprake is van een gevaarlijke toestand! Intussen kan het vuurtje aanwakkeren en steeds groter verwoesting aanrichten. Treffend wordt het verwoord door de Spreuken: Nijd is verrotting der beenderen (14:30). „De nijdige vermagert door het vet worden van de ander" (Horatius). David zal wel iets van dat alles voor ogen gehad hebben toen hij zo klemmend voor nijd waarschuwde in Ps. 37.

Medelijden
Is er genezing? Is er een weg om uit zo'n gevaarlijke toestand te komen? Erg leerzaam is hier wat David in Ps. 37 naar voren brengt. Zo wijst hij erop dat de boosdoeners haast worden afgesneden. Asaf ziet in het heiligdom op het einde van de goddelozen. Hun voorspoed is er maar voor een poosje! Is er dan reden om hen te benijden? Is er eigenlijk niet veel meer reden tot medelijden en deernis met degenen die zonder God en zonder Christus voortgaan. ook al hebben ze voorspoed. Bovendien kan de vraag gesteld worden of er zovaak wel echt sprake is van voorspoed. We zien er van de buitenkant tegenaan en menen vaak zoveel geluk te zien bij de ander zonder te letten op de wormen die ondergronds knagen aan dat geluk. We zijn nogal eens erg kortzichtig! Een vuur van nijd kan het gevolg zijn. Ten diepste houd ik de Heere voor onrechtvaardig en ik verdenk Hem van hardheid en onbillijkheid. Ik voel me onheus bejegend en meen een beter lot verdiend te hebben. Wat zegt David? Zwijg de HEERE en verbeid, verwacht Hem. Wat een les! Wacht op het einde van Zijn wegen. Dat is nog wat meer dan alleen en zomaar wachten, het is wachten op Hem en wachten op de werken van Zijn machtige arm. Het wordt geleerd diep gebogen voor de Heere door de genade van de Heilige Geest. U zegt: „Ik weet het maar ik breng mezelf niet op die plaats. Ik heb er geen hart voor. Ik krijg het vuur van nijd niet uitgeblust." Als de Geest raad weet met stenen harten, weet Hij ook raad met nijdige harten!

Hopend wachten
Hoevaak acht de Heere het in zijn wijsheid niet nodig om de Zijnen te oefenen in geduld en volharding en hopend wachten? Het is in dit alles wel de grote vraag of u en ik geleid worden op de weg van de Heere, de weg van de vreze Gods, de weg van zelfverloochening en neerzinken aan de voeten van Christus. Dan is het ook waar: Hij zal welhaast (!) uw recht -uw genaderecht- voor elks gezicht, doen dagen als de morgenzonnestralen. Nog een poosje...!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.