+ Meer informatie

Herdenking Kerkhervorming

9 minuten leestijd

Boven de 31ste oktober staat geschreven: Kerkhervorming. De vraag komt weleens naar voren, is het heden nog wel noodzakelijk, van belang, om bij deze dag bijzonder stil te staan? Is hetgeen wat in de 16e eeuw heeft plaatsgegrepen niet overtrokken geweest? Moet het niet geschreven worden op de rekening van de mens? Beslist niet! We zijn van mening, dat de reformatie, de kerkhervorming geen werk van mensen is geweest. Alles wat zich voltrok, is niet het werk van de mens Luther geweest. De kerkhervorming is het werk van God. En aan Zijn werk mogen we niet voorbijgaan. Zijn werk moet herdacht, overdacht worden. Dit is een geboden zaak. Nu schakelt de Heere, naar Zijn welbehagen, de 'eeuwen door mensen in tot uitvoering van Zijn werk. Die mensen zijn eerst zelf door Hem begenadigd. Denk aan de grote heiden-apostel: Paulus. Ditzelfde zien we bij Maarten Luther. Het wonder der goddelijke reformatie heeft zich in zijn leven voltrokken. In woord en daad gaf hij daar getuigenis van. In het Augustijnerklooster te Erfurt zocht hij rust en vrede voor zijn ziel. Hij werd gekweld door grote onrust en angst, die zijn biechtvader overdreven vond. Luther ging de officiële weg, die de kerk voorschreef voor zulke gevallen: het klooster, vasten, onthoudingen, kastijdingen, nachten doorwaken. Hij werd doctor der Heilige Schrift, maar miste de vrede. Tot hij ontdekte, dat de vrede met God niet gekocht wordt door goede werken. Tijdens het lezen van Romeinen 1, werd hij gegrepen door het Schriftwoord: „want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven”. Gods Geest deed hem de zin en betekenis van dit Schriftwoord verstaan. Hij weet nu wat Paulus bedoelt. De gerechtigheid is niet de rechtvaardige wedervergelding Gods. Ze is de gerechtigheid, die aan de gelovige toegerekend wordt. God schenkt de gelovige gerechtigheid. God ziet hem uit genade als rechtvaardig aan. En die genade is niet iets, dat verdiend moet worden, of dat door het sacrament ingegoten wordt. Zij wordt om Christus’ wil gegeven aan wie in Hem gelooft. Die gerechtigheid van Christus werd in dat uur zijn deel. Een zalige vreugde vervulde zijn hart en de jubelkreet kwam over zijn lippen: „Gij, Jezus, zijt mijn gerechtigheid en ik ben uwe zonde.” Het uur van zalige bevrijding was voor Luther aangebroken. In één van zijn werken schrijft hij: „Ik had het gevoel, alsof ik wedergeboren was en door open poorten het paradijs was binnengegaan. Direct zag de gehele Schrift me volkomen anders aan. En zozeer als ik eerst dat woord „gerechtigheid Gods” gehaat had, zo lief kreeg ik het nu, als het woord, dat mij het dierbaarste geworden was. Zo werd deze tekst van Paulus voor mij werkelijk de poort van het paradijs.” Geen wonder, dat Luther een vurige prediker werd van Gods genade. Hij kon niet zwijgen. Hij moest getuigen tegen de leer der kerk. Hij ging het opnemen voor het Woord van God. Opnemen voor de eer van God. Opnemen voor de eer van Christus. Opnemen voor het evangelie van de souvereine, bevrijdende genade Gods. Gods Woord moest weer het Woord der kerk zijn. Vanaf de kansel moest weer verkondigd worden de leer van vrije genade. Luther was geen revolutionair, maar een reformator. Niet bezield met een menselijke ijver, maar kennend de stuwende kracht van Gods Geest heeft hij gefulmineerd tegen alles wat afweek, of in strijd was met Gods Woord. In woord en geschriften heeft hij benadrukt: zo zegt de Heere. Voor Luther noch voor de andere reformatoren mag geen standbeeld opgericht worden om daarin uit te spreken onze waardering voor hun prestaties. Dit zou mensvergoding betekenen. Het Soli Deo Gloria betaamt ons. Hij deed het uur van de kerkhervorming aanbreken. Luther en de anderen waren instrumenten in Zijn hand. Om ’s Heeren wil mogen wij hun werk niet vergeten. Ons echter te bezinnen op hun werk is vandaag dringend noodzakelijk. Immers de kerk is in verval. De verdeeldheid is groot en vele stellingen druisen in tegen Gods Woord. De leer van vrije genade wordt losgelaten of aangetast. Daarbij is Rome wat haar dogma’s betreft het Rome nog van de 16e eeuw. Van kracht zijn nog de uitspraken van het concilie van Trente.

Wanneer het gaat over de rechtvaardiging des zondaars voor God, belijdt Rome: de mens is een zondaar en daarom strafwaardig voor God, maar hij heeft na zijn val enige natuurlijke kracht ten goede overgehouden. Het geloof op zich is niet voldoende tot zaligheid. Het rechtvaardigt de mens, omdat het de bron is van goede werken en dat geloof, werkend door de liefde, maakt een mens volkomen voor God. Het geloof, door de liefde gewerkt, verdient gerechtigheid bij God. Goede werken zijn noodzakelijk, onmisbaar tot de zaligheid. Het concilie van Trente 1545 sprak uit: „Zo iemand beweert, dat de goddeloze alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt, die zij vervloekt. Als iemand zegt, dat de goede werken van de gerechtvaardigde mens op zulke wijze Gods gaven zijn, dat ze niet ook de goede verdiensten van de gerechtvaardigde zelf zijn, die zij vervloekt”. Voor zichzelf moet men komen tot het doen van goede werken en men kan zich zelfs verdienstelijk maken voor de ander. Deze stelling, deze leer is in strijd met het Woord van God. Rome’s leer is een gevolg van haar miskenning van de doodstaat des mensen, welke zij meer als een verzwakking ten goede, dan als een onmacht ten goede beschouwt. Hierdoor wordt ook een onschriftuurlijke belichting gegeven van het geloof. Rome ziet het geloof niet als een hartelijk vertrouwen, door Gods Geest in het hart gewerkt, waardoor de zondaar met al zijn zonden de toevlucht neemt tot de Heere Jezus. Zij spreekt niet van een bewuste kennis van ’s mensen verloren staat, een hartelijk belijden van ’s mensen doemwaardigheid en schuld. Een gelovig toevluchtnemen tot het bloed van Christus en een ootmoedig pleiten op Zijn Borgwerk. Het geloof moet gevolgd worden door goede werken. Zo alleen is men rechtvaardig voor God. Hierdoor wordt de souvereine genade Gods in Christus aangetast. Hierdoor wordt het Evangelie van zijn kern beroofd. Het Evangelie wordt een leer van plichten, welke volbracht moeten worden om de zaligheid te ontvangen. Van het bijbelse evangelie blijft niets meer over. En het bijbelse evangelie sluit juist uit de verdiensten van plichten en werken. Het leert, dat de zaligheid ligt buiten het schepsel, alleen in de aangebrachte zoen- en kruisverdiensten van de Borg en Zaligmaker, Jezus Christus. Bij verschillende veranderingen, die zich voltrekken in de Roomse kerk, is Rome nog Rome gebleven. Dit mag in onze tijd niet vergeten worden. Er is geen terugkeer te bespeuren naar de leer van Gods Woord. Nu moeten we er echter acht op geven, dat wij niet afwijken van die leer. Het valt niet te loochenen, dat van menige kansel de mens van vandaag opgebouwd wordt in een leer van deugden en plichten en de heiliging als weg tot de rechtvaardiging gepredikt wordt. Men gaat niet uit van de algehele doodstaat van de mens. Goede eigenschappen en hoedanigheden die men in de mens ontdekt, worden als waardevolle eigenschappen en hoedanigheden gezien. Soms wordt een hele opsomming daarvan gegeven en positief gesteld, dat er geestelijk leven is. Wie aan bepaalde acties, activiteiten deel neemt, doet dit uit liefde tot Jezus en dat werk zal niet vergaan. Ook valt in menige prediking meer het accent op het geloven dan op de geloofsbeleving, gewerkt door de Heilige Geest. Vandaar, dat het wonder van Gods souvereine genade niet tot z’n recht komt. Het in de bevindelijke weg leren, dat we God kwijt zijn en van nature in een verbroken werkverbond liggen, dood door de zonden en misdaden en dat we alleen door een geschonken geloof Christus en al zijn weldaden deelachtig worden. Een gevolg hiervan is, dat wezenselementen van het geloofsleven, zoals de rechtvaardiging des zondaars voor God niet aan de orde komen of niet tot hun recht komen. De hervormingsdag brenge ons tot bezinning. Indien nodig tot inkeer tot terugkeer, zodat we de leer der reformatie, die de leer van Gods Woord is, van harte aanvaarden. Die door Gods genade beleven. Bewaren en doorgeven. Doorgeven aan onze kinderen. Doorgeven aan anderen. Dan zullen er ook goede werken zijn. Niet dienend tot onze zaligheid, maar vrucht van het één zijn met Christus. Die heilsgenade verwekt de levensbede: „Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land”.

Van harte stemmen we in met het gebed, dat staat aan het slot van het bekende boek van Ds. A. v. d. Velde: de wonderen des Allerhoogsten (1733): „Geeft ons een verstandig en dankbaar hart, opdat we Uw grote daden en weldaden recht betrachtende, over zulks Uw grote Naam, Die boven alle lof verheven is, mogen verheerlijken. Dat wij nooit mogen vergeten het goede ons bewezen, maar dat de vaderen Uw grote daden en wonderen hun kinderen mogen vertellen en die weer aan hun kinderen en dat de volgende geslachten die mogen weten en Uw Naam van kind tot kind mag worden voorgeplant, op dat ze ook zelf U als God mogen erkennen, liefhebben, vrezen en gehoorzamen. En waar Gij Uw heilige waarheid hebt willen verheerlijken in deze weg, geef dan, o God, dat we die ook altijd mogen hoogachten en zullen toezien om het pand dat ons is toevertrouwd te bewaren. Laat niet toe, Heere, dat het zou worden ondermijnd, veranderd of verdorven, zoals we rechtvaardig door onze zonden verdienen, maar gordt Uw dienaren des Woords aan met geest en dapperheid om in alle oprechtheid en vrijmoedigheid Uw zaligmakende waarheid zuiver te verkondigen, de dwalingen te ontdekken en weerleggen, ook Jacob de zonde en Israël de overtreding te verkondigen, opdat ze zo met vrucht Uw volk Uw rechten mogen leren.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.