+ Meer informatie

De weg bepaald

25 minuten leestijd

Hm, half zes pas. Mei een zucht valt Everl weer achterover in bed. Een pijnscheut doortrek! zijn been. Toch maar proberen om nog even te slapen, denkt hij. Dc dag is al lang genoeg, als je die in bed doorbrengt. Een biltere trek glijdt over zijn gezicht. Hoe lang ligl hij nu al? En nog geen verbetering. In zijn hart is hij een en al opstand. Waarom juist hij? Waarom net aan het begin van het examenjaar? Zal hij nog wel kunnen slagen of heeft hel geen zin meer om te werken?

Onrustig woelt hij om en om.

Er is nog iemand in huis die ook al klaarwakker is. Moeder Koster ligt te peinzen. Haar gedachten zijn steeds maar bij Evert. Hel was al begonnen toen hij negen jaar was. Zc herinnert het zich nog precies. Zc zat wat te naaien in de kamer, locn hij opeens binnenkwam, ondersteund door Frank Bos. een pienter joch, die zijn vader al verloren had toen hij twee jaar was. ..Vrouw-Koster". had het vroegwijze ventje gezegd. ..Evert viel zomaar toen we aan het spelen waren en hij kon niet meer lopen. Hij zakte telkens weer in elkaar".

Wat was zc geschrokken. Toen ze Evert later op een stoel voor de kachel had gezet, was ze bij hem gaan zitten. Op haar vragen of het zeer deed als ze kneep in zijn been of als ze het draaide, zei hij telkens: ..Nee". Toen wilde ze nog eens proberen of hij kon lopen, maar elke keer zakte het been willoos weg. , .lk kan 't niet. mama", had Evert geroepen. De volgende dag had haar man dc dokter erbij gehaald. Er moesten folo's gemaakt worden, maar die wezen niets uit. Een paar dagen later hoorden zc 's morgens Evert juichen: ..Papa. mama. kom's gauw. ik kan weer lopen".

Ongelovig kwamen zij aanrennen cn zc begrepen maar niet dat het echt waar was. Er gingen maanden voorbij. Er werd al niet meer aan gedacht, totdat Evert op een morgen thuisgebracht en naar binnen gedragen werd door de meester. Nauwkeurige onderzoeken volgden en toen vonden dc artsen het. Evert zou net als dc vorige keer. na een poosje kunnen lopen, maar het zou wel terugkeren en steeds vaker.

Dokters gezicht stond ernstig toen hij zei dat het een verlammingsverschijnsel was. dal heel langzaam ontstond.

„Kan er dan niets aan gedaan worden? ", had haar man uitgeroepen. Maar hier stonden de artsen machteloos.

Het was. ondanks hun stille hoop. gegaan zoals de artsen gezegd hadden. Evert werd. soms mei lange en dan weer met korte tussenpozen thuisgebracht. En altijd was Frank erbij, die hem zonder woorden te hulp snelde en ondersteunde als hij weer niet verder kon. Als moeder Koster aan Frank dacht, kreeg ze toch een dankbaar gevoel in haar hart. omdat Evert aan hem een fijne vriend had. Hij hielp zoveel mogelijk, zonder ooit medelijden tc lonen.

En nu is Evert alweer achttien jaar. De laatste twee jaren traden dc verschijnselen steeds sneller op. De dokter had Evert een maand geleden in de zomervakantie geboden, drie maanden lang volkomen rust te houden. Een uurtje per dag mocht hij even wal op zijn krukken lopen, maar beslist niet langer. Geen woord had Evert gezegd. Met opeengeklemde lippen was hij de kamer uitgesukkeld met zijn krukken cn op zijn kamer had hij het alleen verwerkt. Machteloos verdriet was in zijn hart opgekomen, 't Ergste was dat hij niet eens mocht orgelspelen. Ja. een uurtje per dag. maar dat was toch lang niet genoeg en dan wilde hij ook nog even naar buiten.

Moeder zucht eens diep. O. zc wilde hem zo graag helpen, maar hij moest het toch alleen verwerken. Ze had Frank toen opgebeld cn hij beloofde dat hij direki even langs zou komen. Sindsdien heeft hij Evert elke dag opgezocht. Ook locn de school weer begon vorige week, kwam hij steevast elke dag uit school even langs, "s Zaterdags wat langer en 's zondagsavonds na kerktijd kwam hij ook meestal nog even mee.

Mevrouw Koster draait zich nog eens om.

„Wal is er toch vrouwtje", vraagt haar man. wakker geworden door haar gewoel.

„Ach”, zegt ze. ..ik zou wel even bij Evert willen kijken, ik weet zeker dat hij al weer wakker is. Uitte hij zich maar wat meer; ik kan geen val op hem krijgen". Ernstig merkt haar man op: ..Hij is wel erg stil dc laatste tijd. Anke, maar toch moet hij het zelf uitvechten, hoe moeilijk dat ook is. We kunnen maar een ding doen en toch is dat een machtig wapen".

„Zo jongelui, als jullie je agenda even pakken, zal ik jullie een bescheiden deel huiswerk opgeven". zegt meneer Hage. „En als jullie dan nog even willen wachten, ik heb nog wat te vragen. Zoals jc weet, zal Evert Koster de eerste twee maanden niet op school komen. Het is erger geworden met zijn benen.

Nu zou ik het fijn vinden als een van jullie hem al het huiswerk doorgaf en hem hielp. Dan zal ik. als klasseleraar, hem eens in de week opzoeken en helpen. Hel zal een dobber worden, maar met wat wilskracht moei het locli kunnen, dacht ik".

‘t Is even stil in de klas. Niel iedereen weet dat het zo erg is met Evert. Dan vervolgt meneer Hage: „Frank, als jij dat eens op jc wilde nemen. F.veris moeder vertelde me dat je hem zo trouw opgezocht hebt in de vakantie. Dat vind ik fijn. kerel. Hij heeft het nodig".

„Natuurlijk meneer, graag zelfs", zegl Frank spontaan, „enne. ik had gedacht meneer, als we nu allemaal "s wat geld meenemen, dan kunnen we een bock voor ; hem kopen". „Ja!", roepen een , paar anderen Iegelijk, „daar zat I ik ook net aan tc denken".

„Afgesproken dan” zegt meneer Hage. ..als Anneke en Wim dat dan even willen regelen? ".

„Prima hoor", /.egt Wim joviaal en Anneke knikt instemmend. ..Meneer", zegt Bart Versteeg kwasi-ernstig. ..laat Anneke dan het geld maar bewaren, want die snoeplust van Wim kennen we". Lachend kijkt iedereen naar Wim. die adrem terugkaatst: ..Nee. Bartje. meneer Hage weet wel. aan wie hij het toevertrouwt hoor".

„‘t Is tijd. jongelui, laten we eindigen", zegt meneer Hage. glimlachend om dc plagende opmerkingen.

Als Frank buiten naar hef fietsenhok loopt, klampt hij Esther even aan. „Zeg. Esther. ik fiets even met je mee. goed? " „Ja hoor", /egt ze. „als je zin hebt. mag je me nog trekken ook".

„Fijn. dank je", grijnst Frank en even later zijn ze op weg naar het dorp. „Weet je wat ik gedacht had. Es? ", en zonder antwoord af te wachten gaat Frank verder: „als jij nou ook "s af en toe Evert z'n huiswerk bracht? Dan hoefik het niet alleen te doen. want het samen maken en uitleggen, kost best wat tijd en ik denk dal Evert er ook niels op tegen heeft. 01 jij moet wettige bezwaren hebben, natuurlijk", /.egt hij er plagend achteraan.

Esther krijgt een kleur. „Ik wil het wel doen. hoor", zegt ze. „Goed zo", zegt Frank wijsgerig, „een domineesdochter mag toch wel 's wat werk van liefdadigheid verrichten".

Eslher is al over haar verlegenheid heen. ..Mooie smoes hoor. als je zelf geen zin hebt om er vaker heen te gaan", plaagt ze. „Kwestie van intelligentie, hè", pocht Frank, z'n blonde kuif eigenwijs naar achteren schuddend. Even later merkt hij ernstig op: ..Nee hoor. Esther. Evert heeft 't moeilijk met zichzelf en ik weet zeker, dat je hem kunt helpen. Alleen....", hij aarzelt even. „ik denk dat het overbodig is om te zeggen, maar eh.... aan medelijden tonen heeft hij niks. Hoewel het soms moeilijk is om hard te zijn", voegt hij er zachtjes aan toe.

„Zullen wc er nu even samen langs gaan? ", vraagt hij dan. ..Dan kunnen we even vertellen wat de bedoeling van meneer Hage is. Als ik dan morgen eerst ga. doen we het om de dag. Wc moeten er wel mee beginnen nu, want het huiswerk begint nu wel te komen". Esther knikt en even later rijden ze bij Everts huis achterom.

Blij verrast kijkt Evert op. ais zij samen de kamer inkomen. „Ha Lef', zegt Frank en hij doet alsof hi j hun verlegenheid niet opmerkt. ..Ja. Esther vroeg of ze even meemocht; nou ja. wat doe jc in zo'n geval? ", verontschuldigt hij zich.

Eslher begint te sputteren, maar Evert zegt snel: ..Trek het je maar niet aan hoor. Esther. want gisteren zei hij zelf dat hi j niet zo goed alleen durfde". Lachend luistert mevrouw Koster naar de jongelui. Een aardig meisje toch. denkt ze.

Als Evert en zijn moeder van de plannen van meneer Hage horen, merken ze tegelijk op: „Is dat dan niet teveel voor jullie? " Nadat Frank cn F.sther dit beslist ontkent hebben, merkt mevrouw Koster op: „Ik vind dit erg fijn van jullie: zo zou Evert misschien toch bij kunnen blijven met het huiswerk". Dan gaat ze naar de keuken om koffie te zetten.

„Hoe lang mag je nu per dag van bed af. Evert? ", vraagt Esther. „Een uurtje maar", antwoord hij. „Wat doe je dan? Mag je dan even naar buiten? ".

„Nee”, klinkt het kort. „dan speel ik op het orgel". Alsof hij spijt heeft van zijn norsheid, verontschuldigt hij zich: „Juist dat mis ik zo erg. Esther. Eerst zat ik er veel langer achter en met een lam poot....". Hij stopt, want moeder komt eraan en hij wil haar geen verdriet doen. „Ik zal wat muziek voor je mee brengen als ik kom. Dan speel ik wat voor je", zegt Esther nog snel.

Om half vijf stappen Frank en Esther weer op. ..He. Ecf. je hebt toch een kassetterekordcr? ". vraagt Frank.

„Jawel, maar ik kan m'n bandjes wel dromen onderhand". ..Ik heb thuis ook nog wat bandjes liggen", zegt Frank. „Morgen zal ik ze meenemen. Als je er maar zuinig op bent", voegt hij er vaderlijk aan toe. Even later zwaait Evert hen vanuit bed na. ..Ma. ik kan m'n boeken wel vast gaan kaften", zegt hij dan. ..Ze lijden wel niet veel hier. maar ik denk dat het toch beter is dat ik ze kaft".

„Als je even wacht, zo komt Ans thuis. Misschien heeft zij nog kaftpapier over. Anders vraag ik wel of ze een rol gaat halen. Ik moet toch nog wat andere boodschappen hebben". Als Ans thuiskomt, drinken Evert en moeder gezellig nog een kopje koffie mee. Moeder vraagt aan Ans of ze nog kaftpapier over heeft.

„Over? ", zegt ze verschrikt. „Ik moet er nog mee beginnen. Zometeen ga ik twee rollen halen. Kun jij me mooi helpen, zeun", plaagt ze Evert. Tien minuten later racet ze naar hel dorp.

Na het eten haalt ze haar boeken voor de dag en onder gezellig gebabbel worden de boeken van een kaft voorzien. Ans is altijd even opgewekt en kan met haar rustige, wat gesloten broer goed opschieten, al is ze twee jaar jonger en volgens Evert nog niet droog achter haar oren. Op een ongedwongen manier heelt ze hem altijd zoveel mogelijk geholpen en vooral de laatste tijd is Els. haar vriendin, meer bij haar thuis, dan zij bij Els. Als alle boeken gekaft zijn. drinken ze een kopje koffie en dan is het Everts uurtje, zoals hij het spottend noemt bij zichzelf.

De ene dag gaat hij er "smiddags uit en de andere dag "s avonds. Nadat hij zich achter het orgel heeft gehesen, fleurt hij op en al spelend vergeet hij de ti jd. Hij kan spelen. Al acht jaar heeft hij orgelles gehad. Ans komt bij het orgel staan en begint mee te zingen. Ook vader en moeder zingen mee en zo vliegt het uur om.

Als vader opmerkt dat het nu echt lijd is om te stoppen, pakt Ans haar viool nog even. Ze weet dat Evert het fijn vindt als ze speelt. Vooral als hij weer. moe van het orgelspelen, op bed ligt.

Na een kwartiertje houdt ze ermee op en zegt: ..lk moet m'n frans nog even overkijken, anders krijg ik het morgen nog met meneer Polder aan de stok en daarvoor is 't nog wal te vroeg in het schooljaar".

Er zijn alweer twee weken voorbijgegaan. Evert ligt voor het raam op bed. Hij is alleen thuis. Moeder moet nog even naar een zieke mevrouw, die ze af en toe helpt met haar huishoudentje. Evert wil haar niet laten merken, hoe opstandig hij is. Met een lachend gezicht zwaait hij haar na en valt dan met een zucht

terug op de dekens. Daar ligt hij nu. uitgeschakeld. Kn als hel nu maar hielp, dan gaf het niet. al moest hij vier maanden liggen. Maar telkens ziet hij het bezorgde gezicht van de dokter voor zich. Toen moeder gisteren even de kamer uit was. had hij dokter Hofman indringend aangekeken en gezegd: ..Wordt het nog wat. dokter, of...." Een onbestemde angst deed hem zwijgen. „Evert. jongen, ik wou dat ik dat zeggen kon. maar ik denk niet dat het nog beter wordt".

„Bedankt voor de eerlijkheid, dokter", had hij eruit kunnen brengen. Op zijn uitdrukkelijk verzoek had de dokter nog niets tegen moeder gezegd. Evert wil het alleen verwerken; proberen het te aanvaarden met krukken door het leven te moeten gaan. Als het nog met krukken kan.... Verlangend kijkt hij naar het orgel. Zal hij even? Maar nee. 't is beter van niet natuurlijk.

Hij wil net een boek pakken, als de auto van F.sthers vader, dominee Riepink. voor het huis stopt. Evert weet niet. dat Esther die avond ervoor, nadat ze bij hem geweest was. naar haar vader was gegaan.

„Pa", had ze gezegd, „kunt u Evert niet eens opzoeken.' Hij moest 's kunnen praten". Riepink loopt achterom en wordt wat terughoudend door Evert begroet.

„En. Evert. hoe is 't jongen", vraagt hij. zijn hand op Evcrts schouder leggend.

„Prima hoor", zegt Evert sarkastisch. „ik leid een herenleven zo".

Als de dominee geen antwoord geeft en bij hem komt zitten, barst hij los: „Ik weet wel wat u komt doen. 't Is zeker goed voor me op de een of andere manier. En ik moet het als een zegen aanvaarden en blij zijn dat ik er nog zo goed afkom. En er zijn mensen die er erger aan toe zijn".

Zijn stem slaat over als hij zegt: „Met een lamme poot door "t leven en nog danken zeker ook". Hij keert zijn gezicht naar de muur en snikt ingehouden. Dominee Riepink is toch wat geschrokken. Eigenlijk kent hij Evert alleen maar als een rustige catechisant, met wie hij nooit moeite had. Kon ik hem maar helpen, denkt hij en een stil gebed stijgt op in zijn hart.

Na een poosje zegt hij: „Evert. vroeger woonde er in mijn woonplaats een meisje van negentien jaar. Ik was zelf twintig toen. Ze had net zoiets als jij, maar zij kreeg het door een ongeluk". Door dominees rustige stem wordt Evert gaandeweg kalmer en met gesloten ogen luistert hij.

„De medische termen weet ik niet meer. maar ze zou voor haar verdere leven niet meer kunnen lopen. Bovendien was haar gezicht nogal beschadigd. Ik hield veel van dat meisje, Evert. en wilde haar tot vrouw hebben. Haar karakter was immers niet verongelukt? ".

Even stopt dominee. „Maar ze deed stug legen me en als ik bij haar kwam, keek ze niet meer blij op als ze me zag. Ik wist dat ze er erg onder leed en dat ze vocht tegen haar gevoelens. Op een keer heb ik haar verteld, dat ze voor mij niet veranderd was en dat mijn liefde voor haar ook niet veranderd was. , , 't Kan niet.

Henk. ik wil het niet meer", antwoordde ze koel. maar in haar ogen las ik dat deze woorden haar evenveel pijn deden als mij. Pas na een week ben ik weer naar het ziekenhuis gegaan en toen heb ik haar dit gezegd: „Joan, als je me ongelukkig wilt maken, moet je jezelf nog meer afpijnigen en voorgoed nee zeggen". Toen is het goed gekomen. Evert. maar toen ik twee dagen later weer in het ziekenhuis kwam, lag ze in coma Ernstige komplikaties". zeiden de artsen. Ik heb haar niet meer kunnen bereiken nadien. Ze is zo heengegaan. Evert".

Na een langdurige stilte zegt de dominee: „Ik heb je dit niet verteld om je te laten voelen hoe goed jij het nu nog hebt. Evert. maar wel omdat je dit toch zult moeten aanvaarden en zeker niet moet denken, dat je nu minder bent in de ogen van je ouders, je vrienden en anderen. Je bent nu geen tweederangs kerel die niets kan. Joh. probeer wat wilskracht op te brengen en zet je ervoor in een beroep te leren. Is er nog een kleine kans op gene/ing? ". eindigt hij zacht.

Evert opent zijn ogen en kijkt dominee aan. „De dokter zei gisteren van niet". Evert schaamt zich. dat hij zo is uitgevallen tegen de dominee. Hij lijkt wel een kind. Net alsof die man het kan helpen dat hij hier ligt. Schuin kijkt hij even naar de dominee, die peinzend voor zich uit kijkt. Even aarzelt hij: dan grijpt hij hem bij z'n mouw en zegt plotseling: „Dominee, ik.... eh ... sorry hoor voor mijn uitval, ik....".

„Ach. Evert. 't is wel eens goed om jc tc uiten, ik ken al je vragen wel. die je eigenlijk niet wilt uitspreken, maar ze leven wel degelijk in je hart. Denk je dat ik het ermee eens was. toen Joan. juist haar. zoiets moest overkomen? Maar toch. Ecf. een ding moet ik je zeggen. Er is er Een Die de moeite en het verdriet aanschouwt. En je hoeft Hem er niet voor te danken, maar Hij aanschouwt het. opdat je het in Zijn hand geeft. Het is niet gemakkelijk, maar wel het beste. echt. dat geeft rust". Na deze indringende woorden ligt Evert stil even te denken. Dan zegt dominee Riepink opeens: „Zal ik even wat voor jc spelen. Evert? Ik hoorde van Esther dat je dat nogal mist". „IJ. kunt u dan.... cn Esther....". begint Evert verward. De dominee zegt. terwijl hij naar het orgel loopt: „Ja. dat had je niet gedacht he? En Esther....". Even denkt hij na en dan zegt hij ernstig: „Voor haar ben je ook niet minder nu. Evert". Dan begint hij rustig te spelen.

„Beveel gerust uw wegen, al wat u 't harte deert der trouwe hoed' en zegen van Hem. Die 't al regeert ".

Slil ligt Evert te luisteren. Die dominee kan toch maar prachtig spelen, denkt hij. Voor F.sther niet minder, zei hij.

Net als Joan. wilde hij ook al proberen haar uil zijn hart te bannen, maar nu.... Zou het? Als moeder even later thuiskomt, hoort ze zingen in dc kamer. „Leer mij. o Heer', de weg door U bepaald". Bij dc keukendeur blijft ze staan luisteren. Als de twee tenorstemmen zwijgen, hoort ze dc een zeggen: ..'t Is niet mijn gewoonte. Evert. maar ik denk. dat we zo al gebeden hebben".

„U wordt bedankt, dominee", hoort ze Evert zeggen en intuïtief voelt ze dat er hier vanmorgen gepraat is. Haar spijt dat ze naar vrouwtje Verdonk is gegaan, is I opeens weg. Dan stapt ze de kamer binnen.

Als Frank de volgende dag op school komt. zegt hij legen Esther: ..He Esther. Evert was gisteren niet zoals anders. Hij was veel rustiger en vroeg hoe het op school was. Wc hebben echt gezellig gepraat".

Esther kijkt hem aan. Zal ze het zeggen? Natuurlijk, 't is Frank toch. ..M'n vader is gistermorgen bij hem geweest en ik denk dat hij eindelijk eens heeft kunnen praten. En dat vind ik echt fijn", zegt ze blij.

Gewapend met een boek. dat voor het opgehaalde geld gekocht is. fietst ze die middag naar Evert. Als hij verrast het boek doorbladert, zegt ze wat verlegen: „Enne. ik heb ook nog een mooi kassettebandje gekocht: er staan improvisaties op over psalmen. Zal ik het even laten horen? ", zegt zc en snel staat ze op. ..Nee, ho ho. dame, dat gaat zo maar niet. kom 's hier. anders kom ik van 't bed af hoor". F.vert pakt haar hand en zegt hartelijk:

„Heel erg bedankt. Es. ik zal 'm zuinig bewaren". Even later zitten ze samen, genietend van dc muziek geschiedenis te leren. Als moeder binnenkomt en vraagt, of het erg verstandig is om met muziek aan te leren, antwoordt Evert: ..Met zo'n bandje wel. mam". Moeder snapt er niet veel van. maar is allang blij dat Evert de oude aan het worden is. Ze laat het maar zo.

„Is het zo boeiend? ", informeert Evert. als zijn moeder dc kamer uitloopt. „Je hebt er een kleur van".

Esther kijkt op en zegt langzaam: ..Dat komt van blijheid, dat jc nu weer Evert bent". Nu is het Evcrts beurt om te kleuren.

Dan wordt er gebeld en even later komt moeder met meneer Hage de kamer in.

„Dag meneer!", zegt Evert verrast. Als meneer Hage ziet dat Esther aanstalten maakt om weg te gaan, zegt hij snel: „Nee kind. blijf nog even zitten. Ik wil je niet wegjagen, hoor. Jij moet me tenslotte vertellen of Evert nog vorderingen maakt en zijn huiswerk bijhoudt. Of stuurde jij Esther weg. Evert? ".

..Nou ja. ze mag nog wel even blijven hoor: veel last heb ik niet van haar", grinnikt Evert. De boeken worden erbij gehaald en als meneer Hage na een uur weer verdwijnt, is Evert toch opgelucht dat hij niet achter is geraakt.

„Ik zou niet weten hoe ik Frank cn jou moet bedanken, F.sther". zegt hij wat verlegen. „Jullie doen zoveel voor me",

„‘t Is ook onbetaalbaar om er zulke goede hulpen op na te houden", klinkt het meelevend. „Frank en ik wilden graag zaterdagavond komen, als hel goed is. Als Ans en Els dan ook hier zijn. met je ouders natuurlijk, kunnen wc gezellig wat zingen en zo".

„Natuurlijk, kind", imiteert Evert meneer Hage. „dat vind ik echt fijn. 's Zaterdagsavonds speel ik altijd iels langer dan een uur op het orgel. Als jij dan je dwarsfluit meebrengt, cn wat bladmuziek".

Hij geniet er nu al van. 't Is voor F.sther weer tijd om op te stappen. Als ze mevrouw Koster nog even gedag zegt in de keuken, zegt die: „Kind. ik ben zo hlij voor F.vert!".

„Ik ook mevrouw, hij krijgt er gewoon weer /.in in". Als ze voorbij het raam rijdt,

waar Evert ligt. hoort ze dat hij haar kassettebandje aan heeft staan met een hoog volume. „Nog bedankt!", roept hij er bovenuit en lachend zwaait ze terug.

De winter loopt al ten einde: de eerste sneeuwklokjes steken de kopjes boven de grond en de koude wind is niet meer zo snijdend. Met open jas fietsen Esther en Frank naar huis. Genietend wijst Frank Esther op de eerste voorjaarsverschijnselcn. Het valt hem op dat zc nogal flauw reageert. Zc is ccn echt natuurmens en meestal is zij het die van alles opmerkt over dieren en planten die zc ontdekken. Ze zijn op weg naar Evert. Omdat ze de laatste uren vrij

hadden, besloten zc deze keer samen tc gaan. Frank zei plagend: ..'k Zal maar meegaan om toezicht te houden, he? ". Ook toen volgde er geen gevat antwoord. ..Nog twee kilometer. Es. dan zijn we cr weer. Evert woont best wat achteraf he? ". ..Maar wel erg mooi. zo aan de rand van het bos".

Hij kijkt 's opzij en ziet haar vertrokken gezicht.

„Esther. wat is cr joh? Heb je pijn? "

„Och nee hoor. ik eh..." Verder komt ze niet. Dc tranen komen vanzelf.

„Stap even af. dan gaan wc een stukje lopen. Nee. laat je fiels maar even staan", zegt Frank. Terwijl zc langzaam het bospad oplopen, laat hij Esther even begaan. Wat zou er toch zijn mei haar? Die rustige, blijmoedige Esther. Hij bewonderde haar er vaak om dat ze er zo rustig onder bleef, ook als Evert weer tegenslagen te verwerken kreeg.

Hij was zelf weieens opstandig geworden. Toen hij zich daarover eens versprak, notabene bij de persoon in kwestie, had F.verl opgemerkt: „Joh. je moest 's weten hoe ik tegen God gevochten heb. vooral de eerste tijd dat ik hier lag", 't Was even stil cn met ontroerde stem vervolgde hij: „Esthers vader kwam toen 's bij me en wat hij zei, maakte diepe indruk op me. Hij begon niet direkt te preken, maar zei dat God de moeite aanschouwt en het verdriet: en dat doen wel meer mensen, maar Hij doel het. opdat we het in Zijn hand geven. Na veel strijd mocht ik dat doen en nu ben ik heus niet altijd gelukkig met m'n handicap, maar de opstand is toch weg". In de stilte die op die woorden volgde, was de vriendschap tussen F.ef en hem hechter geworden.

„Zullen we even gaan zitten. F.s? ". vraagt Frank. Zc knikl cn toen ze elk op ccn boomslronk zaten, begon zc aarzelend: „Waarom toch. Frank? ".

Hij begreep nu wel. dat ze op F.verts toestand doelde en vroeg op de man af, heel ernstig: „Houd je van Evert. Es? ". „Ja".

„Ook nu hij zo is? ".

Ze krijgt er een kleur van en antwoordde fel: „Ja. natuurlijk, hij is er loch niet minder om? ". „Dat wilde ik net horen", zegl Frank droog. „Veel levens lijken voor ons zo zinloos, maar wij kijken meestal niet verder dan onze neus lang is. Voor God heeft elk leven waarde, hoe ernstig verminkt soms. Ik wil niel prekerig zijn. Esther. maar Evert heeft het me zo gezegd".

Esther kijkt op: „Evert? ".

„Ja”, antwoordt hij, „heb je hem er zelf weieens naar gevraagd? ", 't Is even stil en dan klinkt hel zacht: „Dat kon ik niel. Frank, ik vond het zo pijnlijk voor hem. Ik ben al een hele poos zo opstandig. Waarom overkomt Evert dit toch. Wal deed hij meer kwaad dan anderen? En zal het ooit toch goed kunnen komen? Ik hoopte tegen beter weten in en daar word je zo moedeloos van".

Na een korte aarzeling kijkl Frank Esther aan en zegt: „Ik maakte eens voor m'n gevoel een grolc blunder, maar nu ben ik blij dat ik die gemaakt heb. om het antwoord dat ik kreeg en omdat ik jou cr nu mee kan helpen. Tenminste, dat hoop ik". Dan verlell hij wat eraan had meegeholpen dat hun vriendschap zich toen verdiepte.

Zwijgend staan ze even later op en als zc dc fietsen weer oppakken, staat Esther even stil. „Frank". Als Frank opkijkt, ziel hij een paar ernstige ogen en wacht af. „Joh, ik ben blij dat Evert zo'n vriend heeft als jij. Hij | heeft jou nodig".

Even is hij van zijn stuk. maar dan komi dc humor weer boven. „Tjonge, en dat ondanks zo'n grote blunder".

Esther glimlacht. Dat is echt Frank weer. Ze weet dat Franks humor nooit iets afdoet van de ernsl waarmee hij daarvoor iets gezegd heeft.

Evert ligt voor het raam naar buiten te kijken. Ook hij ziet de eerste tekenen van het komende voorjaar. Een stille hunkering is er in zijn hart. nu naar buiten le gaan. het bos in. Opeens ziel hij Frank cn Esther. Zijn gezicht klaarl op. Ze profiteren zeker weer van een zieke leraar. Fijn. nu moeder de hele middag weg is mei Ans.

Als Esther en Frank bij hem zitten, vraagt Evert: „Es. wil jij even als huishoudster oplrcden en wal koffie zetten? Jc weet de weg wel in de keuken, he? ".

Zodra ze weg is, vraagl hij

Frank: „Wat is er met Esther? ".

Frank wil een grapje maken over zijn fijne opmerkingsgave, maar als hij Everts ongeruste ogen ziel. vertelt hij heel kort wat er is voorgevallen. „Ik ga zo wel even weg. dan kun je hel haarzelf vragen, wanl je vraagt je natuurlijk af. waarom ze dat jou niet gevraagd heeft".

„Och”, zegt Evert. „da's ook niet zo gemakkelijk"

„O”, zegt Frank quasi-serieus. „dus dan kan ik wel hier ! blijven? ".

Evert weet wel wat hij aan zijn vriend heeft en doet er het zwijgen maar toe. Ais EstheT met de koffie terugkomt, liggen de boeken al op bed. maar volgens Frank begint de les pas over drie kwartier.

„Eerst even bijkomen en pauze houden en dan zien we wel verder. We hebben nu tijd genoeg".

„Ja meester”, zegt Esther nederig. Als Evert enthousiast vertelt dat hij in de tuin al sneeuwklokjes ontdekt heeft, zegt Frank: „Zal ik 's een stukje voorjaar in huis halen? 'k Ben zo terug" en meteen verdwijnt hij de tuin in. Hij slentert wat rond in de grote tuin achter het huis en na zo'n I twintig minuten koml hij mei een klein bosje sneeuwklokjes cn een krokusje binnen: hij zoekl een vaasje op in de keuken cn gaat dan weer naar Evcrl cn Esther. Hij ziel Eslhers hand in die van zijn vriend cn twee paar ernstige ogen.

„Zie je. ik dacht hel wel. ik kan eigenlijk niel weglopen. Ilcb ik 't niet gezegd. Es? Er moet gewoon wat toezicht zijn. En huiswerkmaken. doen jullie dat ook nog tussendoor? ", informeert hij. Met een zucht over de jeugd van tegenwoordig pakt hij zijn schooltas en haalt ook zijn boeken tevoorschijn.

Lachend staal Esther op en pakt haar las. Evert merkt gevat op:

„Als wc net zo snel ons huiswerk doen. als jij zo'n bosje sneeuwklokjes plukt, komen we

niet eens klaar vandaag". Dit levert hem een draai om z'n oren op van Frank. „Nog ondankbaar ook. wel ja. maar een ding is zeker: ik heb hel niet voor niets gedaan".

Daarmee had hij toch hel laatste woord. ..Fijn voor jullie", zegt hij hartelijk. „En nu eerst werken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.