+ Meer informatie

HET KERKBEZOEK IN DE MIDDAGDIENST

13 minuten leestijd

Er zijn vele kerken waar met dankbaarheid wordt geconstateerd dat het kerkbezoek in de middagdienst niet noemenswaard verschilt van het bezoek in de morgendienst. Andere kerken geven op classicale vergaderingen via het rapport art. 41 K.O. of de kerkvisitatie signalen af, dat het bezoek in de middagdienst beduidend lager is dan in de morgendienst. Concrete gegevens ontbreken. Daardoor moeten de opmerkingen die in dit artikel gemaakt worden, een algemeen karakter houden. Het is de moeite waard wanneer een kerkeraad over een wat langere periode over exacte gegevens van tellingen van aanwezigen in de morgen- en middagdienst beschikt. Daarnaast hebben de ambts-dragers niet alleen nodig de getalsmatige gegevens, maar strekt hun opzicht zich ook uit over de leeftijdsgroepen, de gezinnen, de geestelijke instelling, het aanwezig zijn van belangstellende hoorders die geen lid zijn. Zinvol nadenken en spreken over de bezetting van de kerk in de middagdienst vraagt nuchterheid.

Emotionele vaarwateren

Heel gemakkelijk komt men in emotionele vaarwateren terecht als het gaat om een lege kerk in de middagdienst. Het is immers een negatief verschijnsel. Het laat zien dat het niet goed gaat. Er gaat een negatieve uitstraling van uit op degenen die er wel zijn. ”Wat was er weer weinig volk vanmiddag.” De kinderen van God lijden eronder met groot verdriet. Het gevaar is groot, dat ”vleselijke”, puur menselijke agressie een rol gaat spelen. Een hard oordeel over de betrokkenen is snel geveld. Die betrokkenen zijn de predikant, die er niet in slaagt door zijn wijze van prediken de mensen naar de kerk te krijgen en anderzijds een hard oordeel over de gemeente, die het er zo lelijk bij laat zitten als het gaat om de dienst van God te verrichten in getrouwe bijwoning van de erediensten. Waar is het beslag van Gods Woord op de gemeente?

Voor het gevoel is het ook niet prettig als de ruimte waar de gemeente samenkomt veel te groot is. We moeten de aard van verschillende soorten diensten in het oog houden en het is mooi als een kerkeraad rekening kan houden met te verwachten grote of kleinere toeloop door aanpassing van de ruimte van het kerkgebouw.

Het is helemaal niet onplezierig om met een kleine aantal gemeenteleden samen intensief een dienst te vieren, als het maar niet in een grote ruimte is waar men zich verloren voelt en hier en daar iemand zit.

Wie hier niet mee te maken heeft, zal zich niet gauw in deze problematiek willen laten betrekken. Als leden van het lichaam van Christus delen we in eikaars problemen en daarom moeten we nuchter een aantal dingen onder ogen zien om met volle geloofse-nergie, afhankelijk en verantwoordelijk, de ambtelijke roeping en zending te vervullen. Ook als de uiterlijke omstandigheden, zoals een bedroevend kerkbezoek, ons de moed in de schoenen dreigen te doen zinken.

Nuchterheid in de diagnose

Wie kijkt naar de oorzaken waar het aan ligt dat er verminderd kerkbezoek in de middagdienst is, moet allereerst beseffen, dat de gemeente niet geïsoleerd leeft op een eiland in de wereld. Ze wordt aangevochten en aangepakt door wat er om haar heen aan de hand is. Dat raakt de individuele leden van de kerk. Mannen en vrouwen, jongeren en kinderen staan onder invloed van en in contact met de tijdgeest. Die tijdgeest raakt de kerksheid van onze omgeving en van onze samenleving.

Zonder op de kenmerken van de tijdgeest diep in te gaan, noem ik ze kortheidshalve: de enorme toename in welvaart, het opleidingsniveau, de invloed van de massamedia, de beweeglijkheid van de mensen in het verhuizen en de verstedelijking. Over elk van deze factoren, die buiten de invloed van de kerk liggen, is een verhaal te schrijven, maar de negatieve invloed op het kerkbezoek mag duidelijk zijn.

Wie het erg goed krijgt, gaat meer uit, neemt een tweede adres voor het weekend. Wordt daar aansluiting gevonden bij de kerkdienst?

Wie meer geleerd heeft, wordt die intellectueel opgevangen in wat geboden wordt in de eredienst? Of zijn de preken juist te moeilijk en te intellectueel voor veel mensen; ook daarom kun je wegblijven.

Het mens- en gezinsbeeld van televisie en allerlei bladen staat meestal haaks op de christelijke normen en waarden. De televisie heeft zeven dagen de kans, de kerkdienst maar één dag in de week. Wie met het gezin verhuist, moet bewust aansluiting zoeken bij de gemeente ter plaatse. Meestal wordt daar goed op gelet, evenwel economische en werkgelegenheidsfactoren wegen zwaar, zodat je wel eens wonen moet, waar de aansluiting aan de kerkelijke gemeente gemist wordt. En weg is de kerkgang. Er kan een ontworteling plaatsvinden door het missen van de vertrouwde geestelijke instelling uit de streek of plaats waar je altijd gewoond hebt, met haar sociale controle. Denk aan de grote toestroom van mensen die uit de omliggende plaatsen in Rotterdam gingen wonen en de band met de kerk gingen (eventueel ook wilden) verliezen.

Wie in verstedelijkte gebieden woont - te denken is aan de Randstad en het Westen van ons land - moet stevig in de schoenen staan om die allerindividueelste beslissing te nemen als betrekkelijke eenling in de buurt naar de kerk te gaan als de anderen liggen uit te slapen of zich klaarmaken uit te gaan. De pijn en het verdriet om het slechte mid-dagkerkbezoek is het meest in de grote steden, denk ik.

De conclusie, die een schrale troost bevat, is dat we de oorzaken van het slechte bezoek in de middagdienst zeker niet alleen bij de kerk zelf moeten zoeken. Daaraan verbindt zich de constatering dat wij als kerk de bovengenoemde factoren niet kunnen veranderen en terdege rekening moeten houden met het voorlopig nog doorwerken van deze factoren.

Onlangs is over het kerkbezoek een artikel verschenen en daaruit blijkt op grond van concrete tellingen, dat er tussen 1960 en 1986 een grote daling van kerkelijkheid is geweest onder de Nederlandse bevolking. Van 81% in 1960 naar 51% in 1986. Rond 1960 ging 1 op de 2 Nederlanders ’s zondags naar de kerk; in 1986 was nog 1 op de 5 Nederlanders in de kerk te vinden. In 1986 gingen, naar schatting 2,5 à 3 miljoen mensen op zaterdagavond of zondag naar de kerk in Nederland. Dit onderzoek betrof zowel rooms-katholieken als protestanten.

Eveneens werd in dit onderzoek duidelijk dat de gereformeerde bevolkingsgroep als trouwste kerkgangers te voorschijn komt. Opvallend is de toename in kerkbezoek van de Nederlands-Hervormden, te verklaren door het orthodoxer worden van de Ned. Hervormde Kerk vanwege de uittreding van de relatief vrijzinnige elementen waardoor meer dan een halvering in omvang van deze kerk plaatsvond. Deze halvering geeft een gunstiger beeld van het percentage leden die de kerkdienst bezoeken.

Dat brengt tot een volgende gedachte. Het kerkbezoek moet je meten naar het totale aantal leden van de gemeente. Wie de grenzen van de gemeente strak trekt en bij wijze van spreken slechts als lid toelaat diegenen die twee keer ’s zondags in de kerk komen, zal minder last hebben van slecht kerkbezoek in de middagdienst dan wie de grenzen van de gemeente ruim trekt en leden toelaat, die gewoonlijk eenmaal de dienst bijwonen. Hier hangt veel af van het toelatingsbeleid van de kerkeraad. De kerkeraad die tot de openbare geloofsbelijdenis mensen toelaat van wie al duidelijk is, dat ze op zondag één keer in de kerk komen, is in beginsel zelf bezig het bezoeken van de middagdienst te ondergraven. Hier moet wel een kanttekening bij gemaakt worden, dat uit het bovengenoemde onderzoek blijkt dat de kerkelijke betrokkenheid bij het ouder worden afneemt. We zijn vandaag in gunstiger omstandigheden dan in vroeger tijden. De meelevende kerkjeugd vertoont een zo grote betrokkenheid bij het kerkelijk leven, ook in het getrouw bezoeken van de kerkdiensten, dat we vandaag in hen een bijzondere zegen ontvangen.

Wat is er aan te doen?

Het antwoord op deze vraag is tweeledig.

Eerst zeg ik: je kunt er helemaal niets aan doen. Als ambtsdragers krijgen wij de mensen niet naar de kerk en wij moeten ook geen zaken verzinnen boven en buiten het Woord om, die kerkgang aantrekkelijk zouden moeten maken. Mensen beslissen zelf en vrijwillig of ze naar de kerk gaan, en bij hen moet die beslissing gelaten worden. Wie echt gelooft, is mans genoeg om zijn verantwoordelijkheid en vrijheid te verstaan. De Here Zelf moet mensen door Zijn Geest opwekken en prikkelen om Hem te zoeken in Zijn huis.

Vervolgens zeg ik: er is heel veel te doen. Zoveel te doen alsof het van ons afhangt. Waar denk ik aan? Allereerst aan het geestelijk leven, de onzichtbare factoren, vervolgens aan de praktische zaken.

Het is de kerkeraad die de gemeente samenroept. Tweemaal per zondag. Bij tanend kerkbezoek in de middagdienst behoort openlijk overlegd te worden in de kerkeraad over ieders motivatie. Staan alle broeders er van harte achter, dat er ’s middags dienst wordt gehouden? Het eenvoudige beroep op een kerkordelijk voorschrift dat in de middagdienst catechismus gepreekt moet worden, is te formeel, het moet een zaak zijn waar ieder kerkeraadslid achter staat, uiterlijk en formeel, maar zeker ook innerlijk en geestelijk. Dat is met name van belang voor de predikant, de voorganger in de middagdienst. Hij zal zich gedragen dienen te weten door een kerkeraad, die van heler harte staat achter zijn inspanningen voor de middagdienst. Het zelfgevoel van de predikant wordt niet gering aangetast als hij ziet, dat er geen interesse is voor wat hij ’s middags moet brengen. Nu is de gemeente er niet voor om de dominee een goed gevoel te bezorgen. Ik denk ook niet dat er één dominee is, die dit werk doet tot streling van zijn zelfgevoel. Ik doel op het verschijnsel, dat je wanhopig gaat twijfelen aan de zinvolheid van je bezig zijn in de middagdienst, als er weinigen voor komen. Dat kan ernstige psychische gevolgen hebben waar niemand bij gebaat is.

Te verdedigen is de leerdienst zeker vandaag, gezien het gebrek aan bijbelkennis en het op veel scholen ontbreken van het bijbrengen van de samenhang en de zuivere fundamenten van het christelijk geloof. Door gebrek aan kennis gaat het volk te gronde en dus haar vroomheid en het zoeken van de Here en Zijn dienst. Er is dus veel te doen om van de Here geleerd te worden.

Lettend op de dienaar des Woords, die de geloofskennis met name in de middagdienst naar voren heeft te brengen, pleit ik ervoor, dat enkele geleerde en vrome mannen uit ons midden zich ertoe zetten om onze gemeentepredikanten te voorzien van preekschet-sen voor de leerdiensten, die zowel theologisch als praktikaal (spiritueel) krachtig ge-worteld zijn in de gereformeerde traditie en anderzijds blijken in te gaan op het huidige levensgevoel. Met vrijmoedigheid doe ik dit, omdat we deze mannen hebben die daartoe in staat zijn.

De boodschap die we te brengen hebben, is het ten volle waard en ik weet geen betere boodschap voor de mensen van vandaag. En of er iemand op af komt is een tweede, als wij maar alles eraan doen wat we kunnen, met de gaven van hoofd en hart die de Here geeft.

Wat kan de kerkeraad doen?

Naast de bovengenoemde zorg voor de predikant heeft iedere ouderling de pastorale bewogenheid voor de gemeente te beoefenen. De meeste van onze kerken kennen een wijkindeling. Als ouderling draag je de leden uit je eigen wijk bijzonder op het hart, en ook voor de Here. De ouderling draagt kennis van de persoonlijke omstandigheden. Hij is in staat om toe te zien wie wel en wie niet komt in de eredienst. Ik ga nu voorbij aan het feit dat het geloofsleven meer inhoudt dan alleen kerkgang, om zo te zeggen: dat een levend geloof de samenkomst van de gemeente zoekt en nodig heeft. Ik druk me nu formeel uit: ik acht het de belangrijkste taak van de ouderling om de leden van zijn wijk tot een zo getrouw mogelijk bezoeken van de kerkdiensten te bewegen. Het bezoeken van de plaats waar de Here spreekt door Zijn Woord en Zijn dienaren is de voornaamste roeping en plicht van de gelovigen zoals het de enige roeping van de kerk is heraut te zijn van haar Koning. Verkondig het Woord!

Al het andere ir, de kerk is ondergeschikt aan deze grootse en heilige roeping. Een persoonlijke benadering van ieder gemeentelid is het beste, ook als het op de vermaning aankomt en er geen verandering van gedrag volgt of een weggaan uit de kerk omdat je als ouderling te veel prest op het punt van de kerkgang. Vriendelijke aanhoudendheid bij gemeenteleden heeft effect en lang niet altijd een negatief effect. Soms is er een wonderlijk verblijdende verandering en toenemende trouw in het bezoeken van de eredienst op te merken. De ouderling is grensganger en grensbewaker van de gemeente. We bezorgen onszelf veel nodeloos verdriet als we situaties laten voortbestaan van ontrouw zonder kerkelijk te handelen. We gunnen ieder het heil van Christus en wie beleden heeft erin te mogen delen, mogen we aanspreken op het leven uit dit heil in de vergadering van de gelovigen.

Wat kan de gemeente doen?

Dat lijkt in één woord makkelijk gezegd: trouw komen. Dat is waar. Daarvoor is nodig, dat ze voelt, dat het om haar zaak, om haar Here gaat. Daarop moet de Woordverkondiging ingaan. Als het de Here om mij begonnen is, dan wil ik er ook bij zijn. Hierbij is dienstig om op twee manieren gemeenteleden erbij te betrekken. Het kan goed werken als er in de middagdienst een kindernevendienst georganiseerd wordt. De ervaringen die ik ermee heb, zijn positief. Zeker ook omdat de zondag van de catechismus waarover gepreekt wordt, de stof is die in de kindernevendienst op aangepaste wijze behandeld wordt. Bij de leiding van de kindernevendienst zijn steeds twee gemeenteleden betrokken, die zich ook intensief voorbereiden. De leeftijd van de kinderen is zes tot en met tien jaar. Het vergemakkelijkt voor ouders de kerkgang als er op deze wijze aandacht aan de kinderen wordt geschonken, die de hele dienst meemaken en alleen tijdens de preek in een andere zaal zijn. De tweede manier is het van tijd tot tijd houden van themadiensten, die wat prediking en liturgie betreft mee voorbereid worden door een groep uit de gemeente, eventueel met nabespreking. Verschillende groepen kunnen daaraan meedoen. De ene keer de jongere jeugd, een volgende keer de jeugdvereniging of een oudere gespreksgroep. De betrokkenheid bij de eredienst wordt zo beslist groter. Het is van belang deze dingen juist te bewaren voor de middagdienst en alleen voor de middagdienst. Ze hebben dan het meest positieve effect voor het kerkbezoek en doen voelen, dat de middagdienst wel degelijk van belang is en niet alleen plichtmatig. Ook daar gebeurt iets origineels.

Besluit

De erediensten in de morgen en de middag zijn het hart van de openbare dienst van God. Daarnaast is er de persoonlijke, verborgen omgang met de Here. Beiden dienen beoefend.

Door de predikant in ootmoed en vurig gebed om trouw in de opkomst van de gemeente en om het woord dat tot het hart van Sion spreekt. Door de ouderling in zorg en aandacht voor ieder schaap in zijn wijk om het bij de kudde te houden en te brengen.

Door de gemeente in levende betrokkenheid van jong tot oud in de bediening van het Woord.

Door heel de kerk nu we het voorrecht van twee diensten op zondag mogen genieten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.