+ Meer informatie

TER OVERWEGING

9 minuten leestijd

J. van der Graaf, Beleden feiten. Belijdenis met hart en mond. 117 bladzijden. Kok, Kampen 0983), f. 17,50.

Een fijne bundel met theologisch-meditatieve stukken over de heilsfeiten en over het belijdenis doen. Aan Hemelvaart wordt slechts één hoofdstuk gewijd, aan Kruis en Opstanding acht hoofdstukken. Met name deze stukken spraken mij zeer toe. Van der Graaf verbindt een actuele toepassing met het klassiek-reformatorisch denken. Hij weet schrijvers, soms wat breed en bij herhaling, te citeren en verlucht zijn existentiële meditatie met pakkende voorbeelden.

De artikelen zijn reeds eerder verschenen. Ik zou graag weten in welk nummer van de Waarheidsvriend (of elders) deze stukjes geplaatst werden.

Een bemoedigende bundel!

Ds. H. van Tongeren, Laten we danken. Handreiking voor bijbellezen en dankgebed in het gezin. 48 bladzijden, Buijten en Schipperheijn, f. 7,90.

Voor elke dag gedurende zes weken een korte meditatie. Omdat Psalm 22 in tweeën is gesplitst, komt de schrijver tot Psalm 41. Daarbij per dag een kort gebed, dat inhaakt op het gelezen Schriftgedeelte. Er wordt gevraagd om de toepassing van het ge-lezene in het persoonlijke leven.

Een boekje met variatie in de gebeden, dat stellig hulp zal bieden, ook daar waar de gebeden als een soort meditatie met het oog op eigen gebed worden gebruikt.

M.R. van den Berg, Gij geheel anders. Bijbelse richtlijnen voor een christelijk leven. 111 bladzijden, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam 1982, 2e druk, f. 12,50.

Dit is reeds de tweede druk van wat genoemd kan worden een zeer beknopte instructie van een christelijk leven. Het boekje bevat vier hoofdstukken.

Het eerste is een situatietekening van het volk van God in deze wereld (2 bladzijden).

Het tweede gaat over de wet van God, de eenheid van Oud en Nieuw Testament, Wet-ticisme en losbandigheid worden afgewezen. Over de Geest wordt gesproken. Het derde hoofdstuk is verreweg het langste. Het behandelt elk van de Tien Geboden. Het slothoofdstuk gaat nogmaals over het karakter van de wet en over de heerschappij van de Geest. Dikwijls worden onderdelen afgesloten met een opdracht tot verdere bestudering van een aantal teksten.

De beschouwing over het Evangelisch karakter van de wet vind ik eenzijdig. In het Nieuwe Testament is het vierde gebod niet meer van kracht. De uitspraak dat de Tien Geboden een historisch gedateerd en inmiddels verouderde concretisering van een blijvende grondstructuur is (blz. 26), zou ik met stelligheid willen weerspreken. Ondanks deze en nog wel andere kleine bezwaren, worden er waardevolle handreikingen gedaan. Het boekje is echter toch wel erg fragmentarisch. In zo’n beknopt werkje zouden geen herhalingen moeten voorkomen.

Anno Domini. Het jaar 1982 in woord en beeld. Een jaarboek op basis van het Nederlands Dagblad met nieuws per dag, commentaren en nieuwsachtergronden. 144 bladzijden, De Vuurbaak, Groningen 1983, f. 27,50.

Het is een genoegen deze bundel in te zien. Hij is een combinatie van fotoboek en nieuwsoverzicht plus commentaar. De opzet is verbeterd: In vette letters treffen we de vermelding van de gebeurtenissen per dag aan. Daarnaast vinden we in gewone letters een deel van het redactionele commentaar uit het N.D. aan. Deze korte commentaren worden telkens met een stukje cursief ingeleid. En dan nog de vele foto’s, minstens één, soms twee per bladzijde.

Achterin een necrologie, personen- ën zakenregister, het Nederlandse en Europese parlement in 1982 en een overzicht van de uitslag van de provinciale statenverkiezingen en van de drie kabinetten in 1982, alsmede van de kabinetten vanaf 1945 (premier + verdeling van ministersposten).

Een waardevol boek, dat eigenlijk in elk gezin een plaats moet hebben.

Er gebeurt veel in één jaar. Precieze data en feiten halen we gauw door elkaar. Dit boek is uitstekend geschikt om alles uit elkaar te houden en tegelijk op een rijtje bij elkaar te houden. Wie het zich niet kan aanschaffen, zette het op zijn verlanglijstje.

G.H. de Leeuw, Jac. Scheffer, Hans Werkman, Omgaan met literatuur. Groningen 1983, 60 bladzijden, f. 8,75.

In dit boekje vindt men de referaten die gehouden werden op de jaarvergadering van het Gereformeerd Sociaal en Economisch Verband, november 1982.

De voordrachten zijn bijgewerkt. Er is een verslag van de discussie toegevoegd en een lijst van literatuur van protestants-christelijke schrijvers en dichters uit de 20e eeuw, geschikt voor de literatuurlijsten Nederlands van MAVO, HAVO en VWO.

Met name deze laatste lijst kan docenten en studenten van groot nut zijn. Ze is samengesteld door Hans Werkman, van wiens hand (behalve een referaat) ook een discussiestuk is opgenomen, waarin hij kritisch ingaat op een (eveneens afgedrukte) beschouwing van Wim Zaal in Elseviers Magazine. Een waardige kritiek op negatie van christelijke literatuur!

De stellingen van G.H. de Leeuw en Hans Werkman geven een goede samenvatting van de door hen voorgedragen standpunten. Veel nadruk wordt gelegd op de bespreking in het gezin van moderne christelijke literatuur. De Leeuw pleit voor aandacht voor de gevoelskant van onszelf als lezer. Hij noemt ons ambtsdragers — een in dit verband nivellerende term! De vulling zal bestaan in het mens-Gods-zijn! Deze laatste term zou ik verkiezen. Het lijkt me een goede gedachte om aandacht te geven aan gevoelens die door moderne literatuur worden opgeroepen. Als een inleiding tot het thema kan dit bescheiden boekje goede diensten bewijzen.

Billy Graham, Armageddon. Het lijden in Bijbels perspectief. (Vertaling van: Till Armagedoon: A Perspective on suffering. Word Books, Waco, Texas 1981). ’sGraven-hage 1982, 172 bladzijden, f. 19,90.

Dit boek houdt zich bezig met het probleem van het lijden. In zestien hoofdstukken wordt op het onderwerp ingegaan. Enkele titels: Wie bestuurt deze lijdende wereld? Waarom moeten ook christenen lijden? Boven uw omstandigheden leven. Wat moet ik met mijn pijn doen? De plaats van het gebed in het lijden. De dood en hoe we deze onder ogen moeten zien.

De praktische aanpak van het vraagstuk is typerend voor dit boek. Veel bijbelteksten worden aangehaald; slechts enkele worden uitgelegd. Als er een tekstregister was opgenomen, zou blijken hoe vaak bepaalde teksten worden aangehaald. De hoofdstukken overlappen elkaar nogal.

Toch heb ik het boekje met stichting gelezen in een tijd dat ik zelf ziek was. Gods genadige en machtige hand helpt door lijden heen en tilt er boven uit. Dat is de boodschap, die met veel verhalen uit het leven van medechristenen wordt geadstrueerd. In elk geval wordt hier een heel andere lijn getrokken dan in moderne opvattingen over het lijden en een lijdende God.

De zonde als oorzaak van alle wonden wordt duidelijk genoemd. Niemand kan dan ook met het lijden klaarkomen buiten Jezus Christus en de door Hem teweeggebrachte overwinning om. Dat is duidelijke taal.

Blijkens bladzijde 14 is Graham chiliast. In de oorspronkelijke titel wordt uitgedrukt dat Armageddon de uiterste termijn is voor lijden op deze aarde. Daarna komt het vrederijk van Christus. In de Nederlandse vertaling fungeert „Armageddon” verder niet.

J. van der Graaf en I.A. Kole (redactie), Wij en ……… 160 bladzijden, uitgave van Uitgeverij Boekencentrum B.V. te ’s Gravenhage. Prijs f. 20, 90.

Ter inleiding wordt medegedeeld dat dit boek als het derde in een reeks kan worden beschouwd na „Het gezin vandaag en morgen” (1977) en „Jij en ……” (1979) en als een verlengde van de beide eerste boeken gezien moet worden. De redactie heeft een aantal opstellen van auteurs uit de gereformeerde gezindt bijeengebracht, waarin allerlei onderwerpen aan de orde worden gesteld die „bij het licht der Schrift evenzeer onze aandacht vragen”. Men pretendeert niet hèt antwoord te kunnen geven, maar wil aanzetten „tot diepere en bredere doordrenking”, immers ook de gereformeerde gezindte kan, mag en wil niet om de moeilijke, concrete vragen van maatschappij, wetenschap en cultuur heen (blz. 7).

Niet elke auteur is even diep en breed „doordrenkt” om z’n lezers te „drenken” met wat hij te zeggen heeft over z’n onderwerp. Maar over het algemeen wordt nuttige informatie gegeven die zeker tot dieper nadenken kan leiden, wilt u: tot dóórdenken. De tweede redacteur begint met een „opname van de tijd” (doemdenken, secularisatie, ik-tijdperk enz.). Ds. L. van Nieuwpoort schrijft over „Wij en.. …… de eindtijd” (signalen, levenshouding). B. Trouwborst bespreekt „Wij en …… de cultuuropdracht” (o.a. wat Kuyper, Schilder aan de ene — annexerende — kant en Kersten en Tukker aan de andere — min of meer afschrijvende — kant, ieder op eigen wijze, ten opzichte van Gods Schepping, het werk van Zijn handen, met betrekking tot de opdracht, de roeping, de zènding die de christen daarin heeft, hebben gesteld). Als vanzelf komt dan „Wij en. …… de automatisering — over arbeid” aan de orde; prof. E. Schuurman schrijft over dit onderwerp (ontwikkeling van de techniek). En dan natuurlijk „Wij en ……… de vrije tijd” waarover R. Bartels zijn visie geeft („als de vrije tijd toeneemt, de belangstelling voor politiek, onderwijs, maatschappelijk werk en kerkelijk leven afneemt” — blz. 75). „Wij en …… de culturele minderheden” worden met elkaar geconfronteerd, beter: WIJ’ worden ermee geconfronteerd door drs. A.B.L. de Jonge (de vreemdeling die in Israël wordt aanvaard en een gelijkwaardige plaats krijgt, ten diepste om Israëls God door genade te leren kennen en te dienen). Drs. A.G. Knevel schrijft over „Wij en.. … de massacommunicatiemedia” (de diepstingrijpende uitvinding is die van het schrift geweest, waardoor de mens het gespróken woord kon fixeren en over afstand zowel in ruimte als in tijd kon doorgeven; de techniek van de 19e en 20e eeuw maakte het mogelijk dat doel ook zonder schrift te bereiken, de derde communicatierevolutie genoemd, waarbij dan vooral aan de televisie wordt gedacht die niet alleen het „woord” doorgeeft, maar ook de „daad” laat zien). Ir. J. van der Graaf bepaalt zijn lezers bij „Wij en.. … de twee-derde wereld” (zoals gemeentelijk het diaconaat een begeleidend teken is van de evangelieverkondiging, zo is internationaal het werelddiaconaat — hulpverlening noemen wij het — een begeleidend teken van de zending). Tenslotte schrijft ds. J. Windig over „Wij en.. … de angst voor geweid” (geen utopie noch apathie kunnen van die angst bevrijden). Hoe verscheiden de auteurs ook zich opstellen in de benadering van deze zaken, zij verschillen niet in de wens zich daarbij door het Woord van God te laten leiden. Inderdaad een bijdrage tot verdere bezinning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.