+ Meer informatie

UIT DE PRAKTIJK

6 minuten leestijd

De wegen des Heeren zijn wonderbaar; de mensweet altijd maar niet waar hijzijnmoet; de zaligste ontmoetingen vinden soms plaats op tijdenen gelegenheden waar wij het geheel niet zouden verwachten, want hoewelwij aan de middelen zijn gebonden, wil de Heere Zich naar Zijn vrijmachtig bestel gunstig openbaren waar wij het allerminst verwachten en betoont Hij het een verrassend God te zijn voor Zijn volk, en staan allewegenenmiddeien Hem ten dienste.

Het gebeurt, dat een mens zeerbegerigis naar een zekere zaak of dag, zijn gedachten gaan er naar uit, hij verwacht er veel van, ja hij legt de begeerde zaak in zijn gebed voor de Heere neer en geniet een zekere zoetheid daarin. En toch, de Heere snijdt alles af, al zijn verwachting wordt als het waredebodem ingeslagen, en hij komt met zijn verwachting beschaamd uit. En toch, achteraf bezien, wat bereidde de Heere plaats voor Zijn eigen werk op Zijn wijze.

Een treffende zaak ondervondeens iemand, die zijn werkzaamheden in zulk een toe stand ons breedvoerig meedeelde, en die wij de lezers van ons blad niet willen onthouden nu wij de Kerstdagen weer mogen naderen.

In de week voor de Kerstdagen was dezeman in gedachten veelwerkzaam omtrenthetheilsfeit van de geboorte van de Heere Jezus. Het onschatbare geschenkvan Godseeuwige liefde was veelal de stof van zijn overdenking. Welk een liefde ging daarvan uit, enwat een aangenaamheid voor zijn gemoed, daar hij geloven mocht, dat ook voor hem de Heere uit de hemel was neergedaaldom verzoening aan te brengen.

De overdenkingen daarvan legden zulk een beslag op hem, dat hij soms zijn werk maar werktuigelijk verrichtte; zijn hart was niet in of bij zijn werk. Maar de Kerstdagen, die dit jaar in het midden der week vielen,naderden. Zijn begeerte om met de gemeente op te gaan in Gods huis was zeer sterk, om daar het wonder der menswording te mogen beluisteren en zich daarin te mogen verblijden. Zijn begeerten daartoe waren zeer sterk; hij mocht dit voor de Heere neerleggen in zijn gebeden. Maar het ging anders dan hij verwachtte, want tegen deavond van de laatste w'erkdag voor de Kerstdag deed er op een van de opspuitwerken, die zijn baas uitvoerde, een bedrijfsongeval voor, waardoor het noodzakelijk werd, dat er op de le Kerstdag gewerkt werd, en ook hij werd aangewezen om mee te gaan in de vroege morgen van de le Kerstdag.

Dat was voor hem een grote teleurstelling, en daarom probeerde hij alsnog van dat werk vrijgesteld te worden, maar zo kon hij niet praten dat hij er van vrij kwam, te meer daar deze dag niet op zondag viel, in welk geval hij zeker geweigerd had te werken. Ook de bemiddelende voorspraak van zijnvoorman mocht niet baten. Morgenochtend om half zeven varen wij met de boot naar dat werk toe.

Zeer teleurgesteld keerde deze man ’s avonds naar zijn huis. Hij kon er niet inkomen, dat nu al zijn verwachting was vergaan, al zijn lieve gedachten zakten weg. Wat begon hij zich verlaten en ellendig te gevoelen. Hij probeerde in zijn gebed zijn omstandigheden en behoeften neer te leggen, maar hij vond geen opening, en zo begaf hij zich ter ruste, maar niet om rustig te slapen, want deze dingen hidden hem bezig.

Al vroeg op de le Kerstdag stond hij op en maakte zich gereed voor vertrek. Bij zijn werk aangekomen, werd hij aangesproken doorde voorman, die zijn gemoedstoestand opgemerkt had, en deze betuigde hem nogmaals hoe gaarne hij hem had willen vrijwaren van dit werk, maar het niet in zijn vermogen had gelegen.

Met een motorboot voer men naar het aangegeven werk. Vanwege het koude weerzatonze vriend in de kajuit eningedachten verzonken. Hij werd liefelijk ingeleid in de wonderlijke wegen des Heeren, en dat Hij alles kan goed maken met Zichzelf; hij werd als ingewonnen ook voor deze leidingen en omstandigheden, waarin hij zich nu bevond. Hij kreeg te geloven, datde Heere niets verkeerds deed, maar dat Hij het zo kan maken, dat we ons verwonderen moeten.

Toen hij hiermede onder de Heere mocht komen en ook deze wegen, waarin hij zichnu bevond, mocht goedkeuren, werden zijn gedachten heengeleid tot de geboren Koning, waarvan deze dag gedachtenis werd gesticht. De hebbelijkheden werden gaande tot die gezegende Persoon; met kracht werd op zijn ziel gedrukt: Een Koning, Die het zaligst lot ver boven alle goon kan schenken, hetwelk met zoveel liefde gepaard ging, dat hij bij vernieuwing mocht geloven, dat die Koning ook hem geschonken was. Hij ontmoette hier geen vreemde, maar Hem, Die het eens voor hem had opgenomen. Hier werd het een bewondering voor hem inde kajuit van dieoude boot, en ondervond hij dat de Heere aangeen tijd noch plaats gebonden is als het Hem belieft Zijn kinderen te bezoeken met Zijn zalige tegenwoordigheid.

Wat ging daar veel van uit om zo de nabijheid des Heeren te mogen ondervinden. Hij zonk als in het wonder weg, datde Heere zo Zijn liefde aan zulkeen onwaardige had willen betonen. Met een woord: hij kon het niet op. Met een paar woorden mocht hij deze dingen aan de voorman vertellen met veel gevoel en zoete tranen.

Nadat tot omstreeks het middaguur gewerkt was, bleek er te weinigmateriaal meegebracht te zijn om de zaak voldoende te repareren, en daarom moest de boot huiswaarts varen om het ontb reken de materiaal te halen. De voorman, alles overziende, zeide tot onze vriend: „Vaar jij maar vast mee naar huis, want wij kunnen wel een mannetje missen en dit werk komt toch welklaar”.

Zo mocht hij huiswaarts varen, enzijn huisgenoten vertellen wat de Heere hem had doen ondervinden in een kajuit van een oude boot op de le Kerstdag. Ja, hij begeerde uit de volheid van zijn gemoed de Heere groot te maken, Die Zich in nederbuigende goedheid hem zulk een gedachtenisstichting van het eeuwige wonder deed beleven. Maar als de Heere eens overkomt dan schieten alle woorden tekort om Hem naar waarde te lovenen te prijzen. Wat buigt men dan laag voor de Heere.

Deze gebeurtenis was hem zeer tot bemoediging en versterking. Jaren later ontmoette hij de voorman, die rnede deze dingen niet vergeten was en hem herinnerde aan deze bijzondere ontmoeting.

Wij mogen ook uit deze gebeurtenis zien, dat de Heere de Getrouwe blijft om Zijn volk te onderhouden en te bemoedigen in de ure, dat zij het van node hebben, en dat soms naar menselijke wijsheid op ongelegen tijden en plaatsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.