+ Meer informatie

"Wij verkopen een gevoel en geen product"

Stichting Oude Groninger Kerken krijgt vijftigste kerk in haar bezit en erft miljoenen euro's

10 minuten leestijd

Eindeloze weilanden met aan de horizon een bomengroep waarin het lage, brede dak van een boerderij verborgen ligt. Opvallend vaak is er tussen de bomen het iets hogere dak van een kerkje en hier en daar steekt een torenspits parmantig boven het kale hout uit. Herfst in Groningen. Het is stil, zo stil als het elders in Nederland bijna niet zijn kan. Zelfs de vogels hoor je er klapwieken door de lucht. "Eigenlijk verkopen wij een gevoel en geen product", vertelt mevrouw Hendriks van de Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK). Wie met z'n schoenen in de modder heeft gestaan bij zo'n oude Groninger kerk heeft gestaan, weet welk gevoel ze bedoelt. Een 99-jarige Haagse dame begreep het ook en liet de SOGK verleden week miljoenen euro's na.

Wittewierum is niet meer dan een naam op een bord. In Groningen is alles relaxt, zelfs de bewegwijzering. Hoewel het verkeersbord met de naam Wittewierum duidelijk naar rechts wijst, loopt de weg dood. In een weiland. Dus terug, omkeren en via een andere weg toch het dorpje proberen te bereiken. Dorpje? Gehucht is een beter woord. Een paar huizen, verscholen tussen de takken. Een modderwegje, dat omhoog loopt de wierde op, komt ergens tussen de bemoste grafstenen uit.

En daar ligt de kerk. Het kérkje. Zo mooi. Bijna te zuiver voor de modderboel eromheen. Gebouwd op fundamenten die eeuwen geleden gelegd werden door monniken die op deze wierde hun leefgemeenschap hadden. Omdat ze in witte pijen liepen, kreeg de wierde haar naam: Wittewierum.

Het gebouw is bijna klaar na een ingrijpende restauratie. Alles geurt en kleurt en het kerkje toont weer als nieuw, terwijl het toch zo overduidelijk oud is. Vakwerk. Onverwachts wreed dreunt popmuziek vanuit het gras omhoog. Twee mannen zijn bezig met het laatste grondwerk rond het gebouwtje en slepen om de zoveel meter een radio mee die dan weer tussen de grafstenen wordt gezet. Een geforceerd opgewekte stem kondigt de volgende popsong aan. Disharmonie in haar schrilste vorm. Hoe kunnen mensen zo werken in zo'n omgeving.

Voor de ingang van de kerk roert een man in een grote pot verf. Natuurlijk mag het bedehuis van binnen bekeken worden. Een schilder lakt met vaardige hand de banken en tussen de banken, voor de preekstoel, staan tientallen potten verf. De restauratie van het kerkgebouw is in het laatste stadium.

Berg

De kerk, die in 1977 in het bezit kwam van de SOGK, is helemaal opgeknapt. In juni werden de loodzware gietijzeren pinakels op de kerk gehesen door de burgemeester van Ten Boer en nu kan de kerk de toekomst weer stralend en blij tegemoet treden. Ondanks dat de schilder er schildert en er muziek klinkt, blijft de sfeer in het godshuis sacraal. Boven de uitgang staat heel simpel een tekst geschilderd: Jesaja 2:3. "En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg des HEEREN, tot het huis van den God Jacobs"

De berg des Heeren, het huis van de God van Jakob. Zouden de bouwers van dit bedehuis in de bijbelwoorden een stille verwijzing hebben gezien naar dit bergje, deze wierde? Oprijzend in het lage, drassige land. Met vrij zicht tot de horizon. Tot waar je niet verder meer kijken kunt en waar het onzichtbare begint.

De schilder buiten verbreekt de stilte en trekt de gedachtespinsels stuk. "Ja, 't is weer een prachtig monument geworden." Hij is trots. Nee, kerkdiensten worden hier al heel lang niet meer gehouden. Waar zouden de mensen vandaan moeten komen? Wie woont hier nu nog helemaal? Maar het gebouw doet nog wel degelijk dienst. Soms voor een kerkdienst, soms voor een concert, een lezing en een enkele keer voor een tv-opname voor bijvoorbeeld een praatprogramma.

Mevrouw Jessica Hendriks, medewerkster van de SOGK, legt uit dat een dergelijk hergebruik van de kerkgebouwen ook precies de bedoeling is. "Wij willen in zo'n gebouw alleen maar activiteiten hebben waarvoor draagvlak is bij de bevolking. Dat kan ook bijna niet anders, omdat wij, wanneer we een kerkgebouw overnemen, altijd een plaatselijk comité vormen dat de dingen regelt. Zo blijf je betrokken bij de plaats waar de kerk staat."

Met de overname van de hervormde kerk in Overschild, een plaatsje niet ver van Wittewierum, heeft de SOGK de vijftigste kerk in haar bezit gekregen. "Dat is zeker wel een mijlpaal voor ons", geeft Jessica Hendriks toe. "Maar we zijn natuurlijk ook al heel wat jaartjes bezig."

Ruïnerally

Het succesverhaal van de SOGK begin in 1969. "Toen werd de stichting opgericht op initiatief van een aantal kerkelijke gemeenten die voorzagen dat ze op korte termijn heel veel gebouwen over zouden hebben", vertelt Jessica. "Het onderhoud van de gebouwen werd voor veel gemeenten een te zware belasting en dus werd besloten tot de oprichting van een stichting, de SOGK. De kerk van Obergum was het eerste gebouw dat de SOGK overnam."

Om de Groningers te overtuigen van de noodzaak van een stichting die zich bezig zou gaan houden met het behoud van de talloze monumentale kerken die de provincie telt, werd een zogenaamde "ruïnerally" georganiseerd. "Dat was een doorslaand succes, want de stichting kreeg direct een groot aantal donateurs. Mensen zagen in dat het er bijzonder slecht voorstond met de monumentale kerken in de provincie en ze vonden ook dat daar wat aan gedaan moest worden."

Waar kerkelijke gemeenten het onderhoud of de nodige restauratie van hun kerkgebouw niet meer konden opbrengen, kon de SOGK dat wel. "De provincie Groningen heeft de grootste kerkdichtheid van Nederland en de Groningers willen die unieke kerken graag behouden. Dat blijkt wel uit het feit dat we inmiddels zo'n 6000 donateurs hebben en ongeveer 250 zeer enthousiaste vrijwilligers."

Nadrukkelijk wijst Jessica Hendriks erop dat de SOGK de kerkgebouwen niet overneemt om ze te exploiteren. "De plaatselijke comités kunnen eventueel besluiten wat ze wel en niet willen in de kerken. Wij zijn er om fondsen te vinden om de restauratie van de kerk mogelijk te maken en om te zorgen voor het onderhoud. Want dat laatste wordt nogal eens vergeten, terwijl het zeker zo belangrijk is als de restauratie. Als we nu namelijk alle onderhoud aan de kerken zouden opschorten, zouden we over dertig jaar weer een ruïnerally kunnen organiseren."

Bruidsschat

In de loop van de jaren is de SOGK, in haar soort de grootste stichting in Nederland, wel strenger geworden bij de overname van een kerkgebouw van de plaatselijke gemeente. "Wij willen eerst heel duidelijk hebben dat een gemeente het onderhoud en het herstel van een kerk echt niet kan betalen. Het mag geen gemakzucht zijn van een gemeente om het gebouw aan ons over te dragen om er zelf van af te zijn. Vandaar ook dat we tegenwoordig, in tegenstelling tot vroeger, een substantiële bruidsschat vragen. Vroeger was die vooral symbolisch, maar nu zijn we daar strenger in. Eerst eerlijk alles op een rij zetten. Als een gemeente de kosten echt niet op kan brengen, komen wij."

Onderscheid maken tussen de kerkgebouwen die in het bezit zijn van de stichting, wil Jessica niet. "Je kunt niet zeggen dat die of die kerk de mooiste is. Ieder gebouw heeft zijn eigen bijzonderheden. Bovendien zijn we in de loop van de tijd ook veel breder naar de kerken gaan kijken. We restaureren tegenwoordig ook de orgels, knappen de kerkhoven op, kijken naar de oorspronkelijke beplanting en noem alles maar op. We zien niet alleen het gebouw, maar we kijken naar de hele context. En daarvoor werken we ook samen met andere stichtingen in de provincie. Bijvoorbeeld de Stichting Landschapsbeheer Groningen, waarmee we onlangs het project "Kerk in het groen" hebben georganiseerd. Net zoals we in 1969 in Nederland een voortrekkersrol hadden, proberen we die ook bij dit soort ontwikkelingen te hebben."

Emotioneel proces

De monumentenlijst van de provincie Groningen telt 250 kerkgebouwen. Maar het is absoluut niet zo dat het doel van de SOGK is die allemaal in bezit te krijgen. Hendriks: "Natuurlijk niet. Het is echt niet zo dat we door de provincie rijden en zeggen: Die kerk moeten we ook zien te krijgen. Helemaal niet. Wij werken alleen vraaggericht. Als een gemeente bij ons komt met de vraag of we een kerk kunnen overnemen, dan reageren we."

Hoewel ze zelf niet kerkelijk is opgevoed, weet Hendriks dat de overdracht van een kerk een emotioneel proces is. "Voor veel mensen hebben de belangrijkste gebeurtenissen uit hun leven daar plaatsgehad. Dopen, trouwen, begrafenissen van familieleden. Vandaar ook dat het overdoen van het gebouw aan onze stichting voor gemeenten vaak een laatste optie is. Daar gaan wij zorgvuldig mee om en je kunt dan ook niet op jacht gaan naar kerken die je graag in bezit zou willen krijgen, of iets dergelijks. Wij proberen aansluiting te zoeken op de vraag van de maatschappij. We zijn afwachtend."

Hoewel het wat de financiën betreft absoluut niet zo is dat de SOGK onuitputtelijke fondsen heeft, stelt Jessica Hendriks wel dat, wanneer een kerkelijke gemeente haar monumentale gebouw over wil doen aan de SOGK, dat ook kan. "Maar een van de harde voorwaarden is wel dat het gebouw op de monumentenlijst staat. Als dat niet zo is, moeten we nee verkopen."

Draagvlak

Hoewel de stichting de afgelopen 33 jaar vast verankerd is in de Groningse samenleving, worden er veel acties ondernomen om meer mensen bij het werk van de SOGK te betrekken. "We zijn blij met onze 6000 donateurs, maar het kunnen er nog veel meer zijn. Mensen associëren ons toch nog vaak met de kerk als instituut. Maar in principe staan wij daar helemaal los van. Het gaat ons om behoud van het monument, om de cultuur. Dat proberen we steeds breder uit te dragen.

Verder doen wij er ook alles aan om voor de bekostiging van ons werk heel breed subsidies te werven. Steeds breder, zeg maar gerust. Zo zijn we nu ook bezig met projecten die zich richten op cultuurtoerisme. Daarvoor zijn zelfs in Europees verband subsidies beschikbaar. Ook wordt er veel gedaan aan cultuureducatie. We hebben een project opgezet voor de basisscholen in de provincie. Dat loopt goed en jaarlijks doen zo'n honderd scholen daaraan mee. We geven voor de scholieren ook een werkboekje uit over Focke, een jongen die leeft in de Middeleeuwen en allerlei dingen meemaakt. Zo verbreden wij ons draagvlak. Dat is belangrijk voor de toekomst, maar niet altijd makkelijk. Wij verkopen namelijk meer een gevoel dan een product en dat vergt een specifieke aanpak."

Dat er nog steeds mensen zijn die dat gevoel begrijpen, blijkt wel uit de verrassing die de SOGK verleden week kreeg te verwerken. Uit de nalatenschap van de op 99-jarige leeftijd overleden mevrouw Tempel-Zwartsenberg, woonachtig in Den Haag, kreeg de stichting "enkele miljoenen" euro's overgemaakt. "Fantastisch", aldus Jessica Hendriks. "Het betekent alleen niet dat we nu ineens een heleboel kerken kunnen restaureren of verder geen geld meer nodig hebben. Wel hebben we wat meer armslag om het onderhoud van onze bestaande kerken nog beter aan te pakken."

In Groningen zijn ze ongelooflijk dankbaar voor de royale erfenis. Gekregen van iemand die niet eens meer in Groningen woonde, hoewel ze daar wel geboren was. Dat de hoogbejaarde dame snapte welk gevoel de SOGK probeert te verkopen, blijkt wel uit het feit dat ze verleden jaar nog met een helikopter van Den Haag naar de provincie Groningen is gevlogen om een aantal kerken te bekijken en enkele orgels te beluisteren. Jessica: "Uit dankbaarheid hebben we haar portret opgehangen in ons kantoor. Van zulke mensen moeten we het hebben."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.