+ Meer informatie

Genesis 2 en 3

4 minuten leestijd

9

Vervolg

Prof. Oosterhoff vermeldt ook wat de kanttekening op de St. Vert. (2: 9) van de levensboom zegt: „Dat is een teken des levens, betekenende dat de mensch het leven van God ontvangen had en behouden zou, zoo hij in zijn gehoorzaamheid volhardde, totdat het God believen zou hem in zijn hemelsche onsterfelijkheid op te nemen”. Ook citeert hij de kanttekening op 3: 22: „God heeft niet gewild, dat de mensch het teeken des levens, hetwelk hij door zijn overtreding verloren had, gebruiken zou”.

„De latere dogmatiek” zo gaat hij verder „zag in de levensboom een teken en zegel van het verbond der werken. Men sprak zelfs van een sacrament. De levensboom werkte niet zelf het leven. Het leven zou door de mens alleen worden ontvangen in de weg van gehoorzaamheid. De levensboom was daarvan een teken of sacrament. Zoals in het genadeverbond brood en wijn of het water van de doop niet zelf het eeuwige leven werken, maar dat alleen betekenen en verzegelen, zo werkte de levensboom ook niet zelf het eeuwige leven.”

Tenslotte vermeldt de hooggeleerde schrijver de meningen van Hugo Visscher en Aalders en dan vraagt hij: „Maar doet men op deze wijze recht aan wat in Gen. 3:22 wordt gezegd? Natuurlijk is de levensboom teken en symbool van het eeuwige leven, dat God de mens in de weg der gehoorzaamheid beloofd heeft. Maar is daar alles mee gezegd? Terecht heeft Kuyper er op gewezen, dat op deze wijze aan wat de Schrift zegt van de levensboom wordt tekort gedaan. Er staat wel terdege dat de mens door te eten van de boom des levens eeuwig leven zal. Met dat argument moet hij van de boom des levens worden afgehouden, opdat hij zijn hand niet zal uitsteken naar de boom des levens en daarvan eten om in eeuwigheid te leven. Zij, die bij leven denken aan natuurlijk leven, zij het van bijzondere aard, hebben gelijk, dat de boom des levens in het paradijsverhaal meer is dan een teken. Er wordt beslist te weinig gezegd, wanneer wordt beweerd, dat nu de betekende zaak, het leven, door de mens verloren was, ook het teken weggenomen werd. Dat teken moest om zo te zeggen haastig verhinderd worden, opdat de gevallen mens er nog niet van eten en eeuwig leven zou. Daarom spreken Kuyper e.a. van natuurlijk leven, want geestelijk leven kan men zich niet verwerven door te eten. Dat laatste is juist. Maar het gaat in Gen. 2v., zoals we gezien hebben niet slechts om natuurlijk leven, maar om geestelijk leven in gemeenschap met God. Hoe kan men een en ander rijmen?

Ik zie geen andere oplossing dan niet alleen de levensboom, maar ook heel de wijze van spreken daarover symbolisch te verstaan. Op symbolische wijze wordt in de levensboom tot uitdrukking gebracht, dat er leven is voor de mens. Vrij mag hij eten van die boom. God bedoelt voor de mens eeuwig leven in zijn gemeenschap. Naar hartelust mag de mens daarvan genieten. Dat kan echter alleen, wanneer de mens gehoorzaam is. Anders wordt hij van de levensboom verdreven. Dan wacht hem de dood en de verstoting uit het paradijs en de gemeenschap met God.” Tot zover prof. Oosterhoff. We hopen in het volgende artikel hierop terug te komen.

GENESIS 2 en 3

10.

In het vorige artikel hebben we prof. Oosterhoff breed geciteerd om onze lezers, die zijn boek niet bezittert, zoveel mogelijk inzicht te geven in de gedachtengang van deze hoogleraar. De kern van zijn betoog over de boom des levens willen we nog even herhalen: „Ik zie geen andere oplossing dan niet alleen de levensboom, maar ook heel de wijze van spreken daarover symbolisch te verstaan. Op symbolische wijze wordt in de levensboom tot uitdrukking gebracht, dat er leven is voor de mens.”

We krijgen de indruk, dat prof. Oosterhoff het zichzelf en zijn lezers onnodig moeilijk maakt. Bij onze N.T. sacramenten hebben we een nauwe verbinding tussen teken en betekende zaak. Onze Heidelberger Catechismus wijdt er in de verklaring van de sacramenten bijzondere aandacht aan. Zie vraag 73: waarom noemt dan de Heilige Geest de Doop het bad der wedergeboorte en de afwassing der zonden? En vraag 79: waarom noemt dan Christus het brood zijn lichaam en de drinkbeker zijn bloed, en Paulus de gemeenschap des lichaams en bloeds van Christus?

Wordt vervolgd

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.