+ Meer informatie

Keurige diplomaten en politici zoeken ruzie over vrijere landbouwhandel

Aanpassing EG-landbouwbeleid van groot belang voor GATT-overleg

8 minuten leestijd

BRUSSEL - Voor de landbouw vallen er de komende maanden belangrijke beslissingen. Het EG-landbouwbeleld moet worden aangepast en de GATT-onderhandelingen over een vrijere handel in onder andere landbouwprodukten moeten worden afgerond. De vraag is, wat dit gaat betekenen voor de boeren.

„Het besluit van de Duitse regering om akkoord te gaan met een hervorming van het Europese landbouwbeleid, heeft de kansen op een succesvolle afronding van de Uruguay-ronde in het kader van de GATT vóór het eind van het jaar belangrijk versterkt", zo meent een woordvoerder van het Haagse ministerie van landbouw. Wat heeft het EG-landbouwbeleid nu met de GATT-onderhandelingen te maken? Volgens de ene woordvoerder niets en volgens de andere woordvoerder alles.

Onaanvaardbaar

Even historisch. In 1986 begon in Punta del Este in Uruguay een nieuwe onderhandelingsronde in het kader van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel). In eerdere onderhandelingsrondes was men al een eind gekomen in het afbreken van tariefmuren en andere vormen van handelsbelemmeringen ofwel beschermingsconstructies voor de eigen markt. In Punta del Este startte een nieuwe ronde, waarin vijftien dossiers of onderwerpen werden opgenomen. En voor het eerst was ook de landbouw onderwerp van bespreking en onderhandeling.

Naarmate die onderhandelingen vorderden, bleven de werkelijk problematische dossiers over en daarvan bleek het onderwerp landbouw tot nauwelijks te overbruggen meningsverschillen te leiden. Daarbij ontwikkelde zich een tweedeling, met de Europese Gemeenschap in het ene kamp en de Verenigde Staten in het andere kamp, waarbij Washington werd gesteund door de zogeheten Cairns-groep van veertien belangrijke landbouwproducerende en -exporterende landen, waarvan Australië de voortrekker is. Steen des aanstoots vormde de gemeenschappelijke Europese (EG) landbouwpolitiek, die volgens de critici de Europese boeren voorzag van een steunsysteem dat marktverstorend en daarom onaanvaardbaar was.

Het weer

Niet dat er in die andere landen niet aan steun voor de landbouw wordt gedaan. Steun aan de landbouw wordt algemeen aanvaard, en wel om grofweg twee redenen. De landbouw voorziet bevolkingen van voedsel en heeft daarom een primair belang. Een probleem is echter, dat sommige delen van de landbouw —zoals de akkerbouw— sterk afhankelijk zijn van het weer. Daarom wordt er over de hele wereld gestreefd naar het aanleggen van redelijke voorraden, waardoor ook bij nat weer de bevoorrading van de bevolking is gegarandeerd. Dat betekent dat er iets extra's geproduceerd moet worden dat economisch niet of ten minste weinig rendabel is. Daarvoor worden de boeren via een steunsysteem gecompenseerd.

Tot zover dus geen problemen, ook niet met een Europees subsidiesysteem. Alleen heeft men elders ter wereld wel grote problemen met de vorm en de omvang van de Europese landbouwsteun. Die is opgezet in een naoorlogse periode, waarin het voedselaanbod lager was dan de vraag. ten slotte zelfs tot belangrijke over- curreren viel. Zo'n ontwikkeling schotten. rem' de ontwikkeling van de eigen Maar voor de boeren geen nood, landbouw, waaraan de Derde Wewant zij konden ondanks overschot- ^Id juist grote behoefte heeft.

Overschotten

Het gemeenschappelijke landbouwbeleid, dat vele jaren eigenlijk het enige bindende element in de Europese Gemeenschap vormde, bestond voor het belangrijkste deel uit een produktie-stimulerend subsidiesysteem. Hoe meer de boeren produceerden, hoe beter zij ervan werden. Dat is een systeem dat wij elders in de economische markt niet op zo'n manier kennen.

Als de producent van een willekeurig produkt daarvan méér produceert, dan zal zijn onderneming ook meer (kunnen) verkopen en meer (kunnen) verdienen. Maar aan die ontwikkeling zijn grenzen. In de eerste plaats zijn er de concurrenten, die ook willen verkopen. En in de tweede plaats komt er een moment waarop de markt verzadigd is. De afzet blijft op een bepaald niveau of kan ten koste van de concurrentie alleen nog opgevoerd worden door prijsverlaging. ten blijven leveren tegen gegarandeerde prijzen. Wat de markt niet kon absorberen, werd opgeslagen. Zo ontstonden de roemruchte plassen melk en wijn en bergen vlees, boter en graan.

'Plassen' en 'bergen' die de behoefte aan eerder genoemde voorraden voor een gegarandeerde voedselvoorziening van de bevolking verre te boven gingen. De opslag van deze extra voorraden kostte veel geld en het goedkoop (en dus extra gesubsidieerd) wegwerken van die overschotten naar bij voorbeeld Oost-Europa of de Derde Wereld kostte nog eens extra (belasting)geld. Dat maakt ons voedsel in Europa in verhouding duurder dan in andere delen van de wereld.

Naast deze produktiesteun werd de export van Europese landbouwprodukten nog eens bevorderd door exportpremies. Met deze steun konden Europese landbouwproducenten de markten in de Derde Wereld veroveren met aanbiedingen waartegen de lokale producenten niet opkonden. *

Geen nood

Bovendien konden die producenten het verloren terrein moeilijk terugveroveren op de Europese Zo was dat niet voor de boeren markt, omdat een vernuftig systeem in de opzet van het ge- van importheffingen de toegankevoorzien meenschappelijk landbouwbeleid, lijkheid van die Europese markt De Europese Gemeenschap garan- om het zacht uit te drukken niet deerde namelijk de afname van bepaald vergemakkelijkte. Daarprodukten tegen een prijs die in naast kwamen er dan bij tijd en veel gevallen hoger lag dan de prijs wijle ook nog belangrijke hoeveelop de wereldmarkt. Dat systeem heden weg te werken overschotten, werkte bijzonder goed en leidde tegen prijzen waartegen niet te con

Bolwerk

Het was dan ook niet zo vreemd, dat bij de GATT-onderhandelingen ter verdere liberalisering van de wereldhandel in het kader van de Uruguay-ronde de andere onderhandelingspartners bij de besprekingen over het landbouwdossier te hoop liepen tegen het Europese subsidiebol werk.

In de loop van het vorige jaar werd het propaganda-offensief daartegen vanuit Washington en vanuit de Cairns-groep steeds luidruchtiger, tot men ten slotte besloot tot het inzetten van een laatste drukmiddel. „Als er geen overeenstemming wordt bereikt bij de landbouwvraagstukken, dan verklaren wij ook de bereikte resultaten in de andere dossiers van nul en gener waarde". Met andere woorden: als Europa geen concessies doet op landbouwgebied, dan mislukt de hele Uruguay-ronde. En dat geschiedde dan ten slotte ook in december vorig jaar, tijdens onderhandelingen die de slotronde van de Uruguay-ronde hadden moeten zijn, hier in het Heizel-complex in Brussel. Tanpnnffpnviff egenujjensiej

Had de Europese Gemeenschap dan niet in het tegenoffensief kunnen gaan of water bij de wijn kunnen doen? Het tegenoffensief heeft men geprobeerd, door erop te wijzen dat het onderwerp landbouw niet het enige onderwerp van de Uruguay-ronde was en zelfs niet het belangrijkste onderwerp. De verwijten die Europa gemaakt worden ten aanzien van halsstarrigheid in het landbouwdossier, kunnen aan het adres van de Verenigde Staten gemaakt worden voor wat betreft het onderwerp "dienstensector".

„60 procent van alle werkenden in de Gemeenschap werkt in de dienstensector. Voor de landbouw is dat getal slechts 8 a 9 procent", aldus EG-commissaris Andriessen, die namens de Gemeenschap de onderhandelingen in de Uruguayronde voert. Dat geeft wel het relatieve belang aan van de dienstensector, maar het lukte de EG-onderhandelaars in december vorig jaar toch niet om hun onderhandelingspartners ervan te overtuigen dat er grotere belangen op het spel stonden dan de stormloop op het bolwerk van de Europese landbouw.

Vermorzelen

Washington en de Cairns-groep eisten een vermindering van 75 tot 90 procent van het Europese subsidiesysteem. De Europese Gemeenschap kwam niet verder dan een aanbod van 30 procent. Compromisvoorstellen en bemiddelingspogingen mochten allemaal niet meer baten. In sommige vergaderingen kwam het zelfs tot hooglopende ruzies tussen de anders zo keurig in grijsgestreepte pakken gestoken diplomaten en politici. Vlak voordat de strijdende partijen met een frontale botsing de Uruguay-ronde dreigden te vermorzelen, zette GATT-directeur-generaal Arthur Dunkel de onderhandelingsklok stil en verdaagde de onderhandelingen tot begin dit jaar.

Iedereen gaf iedereen uiteraard de schuld van deze 'mislukking'. Intussen was de Ierse EG-landbouwcommissaris MacSharry begonnen aan het voorbereiden van hervormingsplannen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EG. Kernpunten daarvan zijn verlagingen van de gegarandeerde afnameprijzen, waarvan sommige zelfs zeer drastisch. Verder een forse uitbreiding van het braakleggingssysteem, dat vooral ten nadele lijkt te gaan werken van de grotere agarische bedrijven. En ten slotte een inkomenscompensatie voor producenten die door dit nieuwe systeem ernstig worden benadeeld en in hun inkomen achteruit gaan.

Bukman

Na uitvoerige beraadslagingen binnen de EG-commissie en na mondeling overleg met de ministers van landbouw, zijn deze voorstellen net voor de zomervakantie door MacSharry officieel gepresenteerd. Naast wat kritiek oogstten de voorstellen vooral veel waardering vanuit de Verenigde Staten en uit andere landen waar het EG-landbouwbeleid het onverteerbare brok vormde dat de Uruguay-ronde in december deed vastlopen.

Maar in Brussel wijst men erop dat hervormingsvoorstellen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid nog heel iets anders zijn dan nieuwe onderhandelingsvoorstellen voor de GATT-besprekingen in Geneve. Die kunnen pas geformuleerd worden als de Gemeenschap het eens is over het nieuwe landbouwbeleid of als men ten minste weet in welke richting het besluitvormingsproces daarover zich beweegt.

En dat proces is beslist nog niet afgerond. Volgens EG-onderhandelaar Andriessen „zal dat dit jaar ook zeker niet meer lukken". Dat betekent, dat het mooie voornemen van minister Bukman van landbouw „om nog dit jaar tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de EG een belangrijk stuk besluitvorming over de landbouwhervorming af te ronden" een nieuwe illusie zal blijken, die het Nederlandse voorzitterschap ontsiert.

Impopulair

Een belangrijk obstakel op weg naar een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid vormden Duitsland en Frankrijk. Twee landen waar de regeringen onder druk worden gezet door invloedrijke en ook luidruchtige landbouw-pressiegroepen. Maar Bonn lijkt nu 'om' te zijn.

Bondskanselier Kohl herinnerde zich mogelijk zijn belofte van juli in Londen, tijdens het beraad van de leiders van de belangrijkste industrielanden ter wereld (G-7). De zeven wereldleiders beloofden toen in een plechtige verklaring dat zij er zich desnoods „persoonlijk" voor zouden inzetten om de Uruguayronde voor het einde van dit jaar met succes af te ronden. Bonn is nu door de bocht en zelfs bereid om te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.