+ Meer informatie

TER OVERWEGING

20 minuten leestijd

Ds. P. Groenenberg, Gewapende ambtsdragers. Over het gebed in de ambtsdienst. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre. 120 blz. f 14,50.

Dit boekje verschijnt in ee reeks praktische onderwerpen op het gebied van pastoraat en hulpverlening van de vrijgemaakte kerken. Centraal staat in dit boekje het gebed in de dienst van het ambt (ouderlingen en diakenen). Nadat gewezen is op de plaats die het gebed had bij onze Heiland, wordt aandacht besteed aan de plaats, betekenis en inhoud van het gebed en het gebruik ervan.

Met name ouderlingen, maar het geldt evengoed voor de diakenen, zijn vaak geroepen om te bidden in allerlei situaties. Bidden mag echter geen automatisme zijn of vol van gemeenplaatsen. Voordat de ambtsdragers op pad gaan, zal men zich moeten voorbereiden of er gebeden en wat er gebeden moet worden.

Niet in alle situaties kan er gebeden worden. Er kan sprake zijn van gebedsverlegenheid; omstandigheden die het bidden erg moeilijk maken. De schrijver gaat in op dergelijke situaties en geeft aan de ambtsdragers een handreiking hoe ze ermee om dienen te gaan.

Op eenvoudige en zorgvuldige wijze wordt ingegaan op bovenstaande zaken. Het boekje is een goede leidraad voor de (beginnende) ambtsdrager.

Mr. E. Bos en mr. D.A.C. Slump, Rechtspraak binnen bereik. Een uitgave in de Groen van Prinstererreeks. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld, 1991. 66 blz. f 14,90. De rechterlijke macht is bezig zich te reorganiseren. Deze reorganisatie is noodzakelijk want het rechterlijk apparaat is ernstig overbelast. Daardoor kunnen vele zaken niet meer worden afgedaan, moeten wetsovertreders naar huis worden gestuurd, vormfouten zijn vaak een gevolg van de te grote werkdruk waardoor verdachten vrijgelaten worden. Processen verbaal worden ter verjaring opgelegd. Kortom rechtszekerheid en rechtsgelijkheid komen in de knel. Dat er een efficiënter apparaat komt, is dan ook toe te juichen. De auteurs gaan nader op de zaken in om zo op een bescheiden manier bij te dragen aan de discussie of de voorgestelde reorganisatie aan criteria voldoet van zorgvuldigheid en aan de beginselen van een eerlijke en heilzame rechtspraak. Men is kritisch daar waar de overheid een te grote regulerende taak dreigt te krijgen door de centralisatie met de daaruitvoortvloeiende gevolgen van verambtelijking en afstandelijkheid. Daarnaast pleit men voor aandacht voor de internationale ontwikkelingen. Het Nederlandse recht komt steeds meer onder invloed te staan van internationale ontwikkelingen. Dat vereist een open parlementaire discussie waar men naar toe wil.

Een boekje voor hen die meer willen weten over de herstructurering van de rechterlijke organisaties.

Ds. H.J. Hegger, De Kinderdoop….. een spreken van God. Uitg. Groen, Leiden. 111 blz. f 19,50.

De kinderdoop wordt al eeuwenlang bestreden. En verdedigd! De bekende ds. Hegger heeft in dit geschrift de bestrijders aan het woord gelaten en is vrij breed op hun argumenten ingegaan. Of zij zijn weerlegging ervan zullen accepteren? Uiteraard grijpt hij daarbij terug op wat reeds zo vaak is betoogd. Sterk wordt de nadruk gelegd op het spreken, het getuigenis van God (blz. 11, 64v.). Een doop gebaseerd op het spreken, het getuigen van de mens, op diens geloof, op iets vanhemzelf, wordt waardeloos als er in de strijd van het leven een groot vraagteken achter dàt spreken enz. komt te staan: is het wel echt geweest, was het geen zelfbedrog? Wijlen prof. Van der Schuit zei het ons op college: ”Als ’t eropáán komt, is de kinderdoop vaster dan een op de mens zelf gebaseerde volwassendoop! (vgl. blz. 48). Deze attendeerde ook op het feit dat de bestrijders van de kinderdoop de tweede helft van Marc. 16:16 (”die niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden”) haastig vergeten als het om kinderen gaat die jong sterven (vgl. 73, 103). Ds. Hegger legt vooral de nadruk op het ”gemeenschapsdenken in de Bijbel” en merkt daarbij ondermeer treffend op dat de besnijdenis een ”teken van Gods liefde en trouw jegens Israël” was. een teken van Zijn verbond bij de conceptie van het menselijke leven (32). Enkele keren wordt ook over Col. 2: 11v. gesproken als het gaat over het zovaak misverstane ”in de plaats van de besnijdenis” (als zou dat betekenen: ter vervanging van, met afdanken van). Sterker had benadrukt kunnen worden hoe Paulus zich hier keert tegen hen die het Evangelie van vrije genade te kort doen door van de heidenchristenen de besnijdenis enz. te eisen alvorens Christus hun van ”nut” kan zijn: de doop is de vervulde besnijdenis: ”bij Isrel ingelijfd”. Er zou meer te noemen zijn (o.a. de onderdompeling: alsof de kwantiteit van het water beslist over de kwaliteit van de doop - waarom dat dan niet bij het Avondmáál?). Het moge duidelijk zijn dat het goed is op zo’n rustige, pastorale wijze weer eens herinnerd te worden aan de ”het spreken van God” in onze doop als ds. Hegger hier doet.

Dr. W. de Greet, Carl A.E Schwartz (1817 - 1870). Uitg. Groen, Leiden. 112 blz. f 22,50. In de serie Vergeten eerstelingen (monografieën over Messiasbelijdende joden) verscheen ook een deeltje over de boeiende figuur van dr. Schwartz die van 1849 tot 1864 als leraar en zendeling onder Israël in Amsterdam heeft gewerkt. Hij werkte naar twee kanten: de joden wilde hij betuigen dat Jezus de Christus is en de christenen wilde hij herinneren aan de raad Gods over Israël (28); steeds weer streefde hij joden en christenen bij elkaar te brengen (69); Kerk en Israël zijn niet te scheiden, evenmin als het Oude en het Nieuwe Testament (67). Geen wonder dat de situatie van de Nederlandse kerken hem niet onbewogen liet. Van strijdlust niet verstoken mengde hij zich via het later zo bekende blad De Heraut in de kerkelijke strijd van die dagen (door hem opgericht in 1850).

Hij verwijt de vrijzinnigen dat ze de joden tot bedrogenen vernederen en hun profeten tot bedriegers en als het hoog gaat tot dwepers (66), maar spaart ook de orthodoxen niet ”die zich door hun stelsels laten leiden en verwerpen wat daarmee niet in overeenstemming is”: als er ”sprake is van bedreigingen aan het adres van Israël denken ze aan het letterlijke Israël”, maar die letterlijke uitleg vergeten ze ”als er een belofte gegeven wordt” (72); de kerk denkt niet Israëlitisch, maar heidens (73). Intensief verwikkeld in die kerkelijke strijd blijft Israël echter voor hem centraal staan. De ondertitel van De Heraut ”Eene stem over Israël” doet hij gestand! Vele artikelen met Schriftverklaringen publiceert hij, die ook in boekvorm verschijnen en nog waardevol zijn, juist als het gaat om Israël en de kerk. Toch verdwijnt de ondertitel langzamerhand. Als dr. Kuyper zeven jaar na het vertrek van dr. Schwartz uit Amsterdam hoofdredacteur wordt, luidt de ondertitel: ”Weekblad voor vrije kerk en vrije school in het vrije Nederland”! Van een richten tegen een ’”dubbele dwaling: de ontkenning van het nationale bestaan van de joden en de miskenning van ”de hope Israëls’” (38) is dan geen sprake meer. In het licht van de visie die Kuyper neerlegde in zijn rapport aan de generate synode van Middelburg in 1896, niet verwonderlijk! In dit opzicht is Schwartz zeker geen ”voorloper van de Doleantie” te noemen (57v.). Dr. De Greef heeft een waardevol geschrift geleverd dat veler kennisname verdient.

P. van Beek (eindred.), Gids van Afscheidingsarchieven 1834 - 1892. Uitg. Alg. Secretariaat van de Geref. Kerken in Nederland, Leusden. 263 blz.

Als gevolg van een in 1981 gehouden Contactdag Kerkelijke Archieven werd een werkgroep in het leven geroepen om te inventariseren wat er nog aan archiefmateriaal her en der aanwezig is inzake ”al de kerkgenootschappen voortgekomen uit of raakvlakken hebbend met de Afscheiding van 1834”. Deze interkerkelijke werkgroep - waarin onze archiefdeputaten successievelijk P. Sluimer en F. van der Hart participeerden - legt in deze uitgave het resultaat van haar tienjarige speurtocht op tafel. Voor historisch onderzoek is zondermeer de registratie van dergelijk archiefmateriaal uitermate belangrijk. Met behulp van deze ”gids” is het gemakkelijk na te gaan of er van een bepaalde afscheidingsgemeente ergens nog archieven bestaan, al of niet ”compleet”. Dit geldt ook van classes, particulière synoden en ”voormannen” van de Afscheiding. Een publikatie dus die zeker welkom is voor ieder die de zo interessante Afscheidingsgeschiedenis wil onderzoeken en daarvoor archiefmateriaal nodig heeft. Of er iets is, wat er is en waar het is, kan zonder moeite nagegaan worden!

Dr. D.Th. Kuiper e.a. (red.), Jaarboek voor de geschiedenis van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Jaargang 4. Uitg. Kok, Kampen. 192 blz. f 35,—.

Opnieuw wordt een Jaarboek geboden dat er inhoudelijk mag zijn. Behalve een ”Genealogie Koetsier” zijn er vier studies opgenomen over interessante onderwerpen nl. van J. Vree Azn. over ”Hendrik de Cock en de Groninger Vrienden (I). Een onderzoek naar de overeenkomst en samenhang tussen Afscheiding en Groninger richting in haar oorsprong”; van F.L. Bos over ”De meteoor Antonius van der Linde in contact met Réveil en Afscheiding (1856 - 1861)”; van B. de Groot ”Gevolgd vanaf de zijlijn. De ’afgescheiden’ pers over Kuyper tussen 1871 en 1892” en van B. Smilde over ”De gemeentezang in de Gereformeerde Kerken in Nederland van 1834 tot heden”. Het eerste onderwerp gaat vooral over De Cock en prof. Hofstede de Groot die elkaar serieus namen, maar elk niet zonder de ander eigen weg ging. Dr. Bos beschrijft een periode uit het leven van de merkwaardige Antonius van der Linde die een eigen Chr. Geref. gemeente in Amsterdam stichtte, in Göttingen promoveerde en enorm veel schreef, o.a. over Schaken. In het derde artikel wordt informatie gegeven over de persreacties van de ’afgescheidenen’ op dr. Kuyper. Natuurlijk komt de ”Vereniging” van 1892 ook ter sprake. Dat de afgescheidenen onderling ten aanzien van die vereniging sterk verdeeld waren (114), kan niet ontkend worden. Maar dat Kuyper ”de minste eisen” had en ”het meeste” toegaf? Wáár is zeker dat hij ”geen wezenlijke zaken” toegaf! Het is de schrijver blijkbaar ontgaan dat er sinds medio 1888 ook een ”(Stichtsch) Wekker(tje)” is geweest. Dr. Smilde behandelt de ”gemeentezang” sinds 1834, een boeiend en tot de dag van vandaag veelszins gevoelig onderwerp. Deze studies graag aanbevolen.

Ds. C.G. Bos e.a., Nieuwe Nederlandsche kerkgeschiedenis I. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. 182 blz. f 19,75.

Dit boek is een herziening van het eerste gedeelte van de Nederlandse kerkgeschiedenis na 1945 van wijlen ds. Bos. De schrijver heeft deze herziening nog zelf voorbereid. Mevr. H.A.C. van Middelkoop-Hoekstra heeft de verdere bewerking voor haar rekening genomen, waarbij zij geassisteerd werd o.a. door drs. C. Hoksbergen die het hoofdstuk over onze kerken bewerkte. Dit boek - mede een uitgave van de Bond van Verenigingen van Gereformeerde vrouwen - benadrukt allereerst waarom het gaat bij kerk en kerkgeschiedenis en behandelt vervolgens de ”oecumene” en de moderne theologie om dan de Rooms-Katholieke, de Ned. Herv., de (synodaal) Geref., de Chr. Geref. Kerken en de Geref. Gemeenten te bespreken. Over ’t algemeen kan de gegeven informatie objectief en evenwichtig worden genoemd, zeker vanuit de vrijgemaakte visie. Dat de visie van drs. Hoksbergen op de Vereniging van 1892 van de onze verschilt, is uiteraard te verwachten; ook van onze kant kan gezegd worden: ”de feiten liggen wat genuanceerder” (130). Dat er hier en daar vraagtekens geplaatst kunnen worden bij zijn beschrijving, zal geen verwondering wekken. leder schrijft tenslotte vanuit eigen waarneming en verwerking. Een ander zal zich daarin niet altijd en niet steeds volledig herkennen. Dat we ’t ”moeten aandurven de verschillen binnen eigen kerkgemeenschap uit te praten” (143). wordt blijkens dit conferentienummer toegestemd. Het moge de schrijver - en anderen - moed geven!

Dr. A.G. Luiks, Gids naar het eeuwige leven. Twee delen. Uitg. Van Wijnen, Franeker. 256 en 267 blz. f 65,—.

Dr. Luiks heeft de verschijning van dit boek niet meer beleefd. De uitgever vermeldt dat en voegt eraan toe: ”De belofte van het eeuwige leven, die in dit boek centraal staat, werd zo voor hem vervuld”. Uit dit nagelaten geschrift blijkt dat dr. Luiks in Gods Woord de ”gids” gevonden had ”naar het eeuwige leven”. De schrijver die enkele jaren geleden in een - zoals hij het zelf noemt ”bescheiden boekje” de vraag Steide ”Is de Bijbel Gods Woord” en die vraag ondubbelzinnig beantwoordde, heeft nu op de ”grondslag” van dit boekje deze verhandeling nagelaten die als een Bijbelverklaring te beschouwen is ”toegespitst op de vragen van leven en sterven”. Het eerste deel behandelt de boeken van het Oude Testament en het tweede die van het Nieuwe Testament. Besloten wordt met een ”Naschrift: Ons verleden, ons heden en onze toekomst” èn met ”Wat wij mogen geloven”, een soort samenvatting van het geheel. Een boek voor studie èn meditatie!

Dr. T. Brienen, Leren in Jodemdom en Christendom. De plaats van Israël in de Catechetiek. Uitg. Kok, Kampen. 77 blz. f 16,90.

In de serie Verkenning en Bezinning verscheen dit deeltje waarin dr. Brienen de plaats van Israël in het catechetisch onderwijs behandelt. De kern van zijn betoog is misschien nog het best weer te geven met een citaat ”Wie uitgaat van Gods ene Verbond met Israël en de Volkeren, kan er niet onderuit te aanvaarden dat de héle Catechetiek in opzet en onderdelen, in principiële doordenking, materiële vulling en praktische uitwerking gedragen moet worden door de gedachte van de verbondenheid en de continuiteit in het leren van het Verbond van God onder joden en christenen” (42). Er zou nog veel meer te citeren zijn uit dit instructieve boekje, maar dat zou de waan kunnen wekken dat kennisname ervan niet meer nodig is. Elke catecheet neme er serieus kennis van. Het zal eigen inzicht èn aanpak verrijken! Alsook: de beklemtoning van de huiscatechisatie zal de niet-catecheet i.c. de ouders tot nadenken stemmen èn, hopelijk, tot navolging!

J.A. van Delden, Geloven is liefhebben. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 140 blz. f 18,50.

Een bundel bijbelstudies over ”geloven”: Wat is geloven? De schrijver behandelt dan zeven aspecten van geloven: het is gehoorzamen, luisteren, groeien, leven van genade, vergeving vragen en zelf vergeven, aanvaarden en liefhebben. Elk hoofdstuk eindigt met enkele vragen. Voor bijbelstudie graag aanbevolen.

Ds. P.J. Stam jr., Mystiek geloof, Tauler, Luther, Kohlbrugge. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1990. 84 blz. f 13,90.

De titel dekt de inhoud, inzoverre het gaat om de namen van de besproken auteurs naast elkaar. De schrijver begint ermee zijn visie op wat geloof bij Kohlbrugge is (nog eens) uiteen te zetten. Daarin komt Tauler ter sprake (zijn leven en zijn theologie). Tenslotte Luthers theologie, en de herkenning van Tauler in zijn nadruk op het ”niets van ons”. Kohlbrugge, Luther en Tauler stemmen hierin overeen. Barth trekt een heel andere lijn. Het boekje is voor het leggen van zulke ingrijpende verbanden in tegenstellingen eigenlijk te beknopt. Desondanks is het ten aanzien van de drie genoemde theologen inzichtgevend.

Drs. M.A. van den Berg, Niet het zwaard, maar het Woord. Luther en Müntzer in de Boerenoorlog van 1525. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1990. 118 blz. f 21,50.

Wij moeten helaas met een korte aankondiging volstaan. Dit is een fijne Studie. Thomas Müntzer en Maarten Luther worden met elkaar gecontrasteerd. Niet alleen in hun politieke opstelling. Hun theologie is in de wortel verschillend. Daarom wees Luther de Boerenoorlog af, waaraan Müntzer leiding gaf. Het kostte deze zijn leven. Dat was tegelijk het failliet van zijn theologie. Een indicatie voor elke politieke ideologie die zelf het Koninkrijk van God op aarde wil verwezenlijken. De schrijver citeert de brieven van Müntzer. Verder staan er veel citaten uit secundaire bronnen in. Deze citaten zijn goed gekozen. De hedendaagse lezer zal benieuwd zijn naar de toepassing voor de actuele situatie. Die ligt echter buiten het bestek van deze historische Studie. Veel waardering.

P.R. Meinders e.a., Ex-cellentie. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1990. 91 blz. f 15,90. Een aardig boekje. We vinden er gesprekken in met twaalf oud-ministers. Deze interviews zijn eerder verschenen in het R.D. en in het N.D. Om enkele namen te nomen: I.A. Diepenhorst, Mansholt, Terlouw en Wiegel. De gesprekken gaan niet zo diep, maar zijn wel interessant. Een terugblik op een boeiende periode uit het leven van de ondervraagden èn van de Nederlandse politiek.

Dr. A. Kuyper, Het sociale vraagstuk en de christelijke religie, ingeleid door H.E.S. Woldring. Uitg. Kok, Kampen 1990. 77 blz. f 16,50.

Kuypers rede ter opening van het (eerste) Sociaal Congres in 1891 is een klassiek document. We zijn blij dat deze rede opnieuw verkrijgbaar is, ingeleid door prof. Woldring. Deze geeft een sociaal-historische plaatsbepaling van het congres en van Kuypers plaats in de christelijk-sociale beweging. Het gaat om een fotomechanische herdruk. Des te meer een herinnering aan Kuypers tijd en stijl. Een uitgave om zich aan te schaffen.

J.S. Reedijk en Laura Reedijk-Boerma, Over dementie. Uitg. Kok, Kampen 1990. 92 blz. f 16,50.

Schrijfster en schrijver hebben als echtpaar (psychiater en predikante) al meer boeken op hun naam staan. Dit boekje handelt op begrijpelijke wijze, eenvoudig, praktisch en pastoraal over dementie. Ontstaan, bestaan en omgang ermee (door familieleden, vrienden en ambtsdragers) worden innemend beschreven. Het evangelie komt hier niet expliciet aan de orde. Het ligt verscholen in de liefdevolle manier van omgaan met dementerenden en gedementeerden. Een fijn en fijnzinnig boekje.

R.H. Matzken e.a., Het occulte is dichtbij. Invloeden op het speiende, lezende en kijkende kind, ingeleid door drs. I.A. Kole. Uitg. Groen, Leiden 1991. 152 blz. f 24,95.

Dit is een onthullend boekje. Het laat zien hoe de wereld van het kind wordt vergiftigd door occulte (satanische) Symbolen. De New Age Beweging weet haar Symbolen via kranten, en radio-t.v.-programma’s onder kinderen te brengen. Er wordt ook gewezen op de overwinnende kracht van het evangelie. Dit is een boekje dat alle ouders zouden moeten lezen; en daarom ook ambtsdragers die ouders van dienst willen zijn.

G. Schaap, dr. R. Seldenrijk, Tering naar de nering. Een onchristelijke handreiking rond financiële problemen. In de serie Praktisch & Pastoraal. Uitg. Groen, Leiden 1990. 119 blz. f 18,50.

Dit boekje biedt wat de ondertitel belooft. Er wordt ingegaan op de financiën van een gezin en van een individueel persoon; ook van een-ouder gezinnen, en van hen die van een uitkering moeten leven. Er staan tabellen in van vergoedingen en voorbeelden van een budget voor uitkeringsgerechtigden. De plaats en taak van de diaconie komen aan de orde. evenals de vraag waaraan geven we ons geld uit (onderverdeeld in geld voor primaire levensbehoeften, en andere uitgaven; giften mogen geen restpost zijn!). Het boekje bestaat uit een praktisch (financieel-technisch) deel èn uit een bezinnend deel. dat een pastoraal karakter draagt. Wel moet ik zeggen dat wie met de literatuur bekend is (overigens ook achterin genoemd), hier veel bekends tegenkomt. Deze combinatie treftmen elders niet zo aan.

Tony ten Veen, Christelijk onderwijs: Kostbaar recht, een dure verplichting Uitg. Kok, Kampen 1990. 120 blz. f 19,90.

De schrijfster houdt een pleidooi voor het goed recht en de plicht van het christelijk onderwijs. Ze doet dat mede vanuit een overzicht van de geschiedenis. Dan gaat ze in op de problemen in de huidige christelijke school. Haar oplossing is die van een joodschristelijke manier van denken, en van discussiëren. De door haar voorgestane oplossing lijkt mij juist de oorzaak van de crisis in het huidige christelijke onderwijs. In ”De Wekker” van 14 december 1990 (nr. 9) ben ik uitvoerig op dit boek ingegaan. Daarbij heb ik gewezen op het wezenlijke tekort in de oplossing. Dat is het ontbreken van binding aan de belijdenis.

M.E. Brinkman, H. Noordegraaf, Het evangelie in het Westen. Nederlandse reactie op Lesslie Newbigin. Uitg. Kok, Kampen 1990. 127 blz. f 22,50.

In deze bundel zijn reacties verzameld op het werk van de Engelse bisschop Newbigin. Ze zijn van overwegend kritische aard. Alleen prof. S. Griffioen valt Newbigin bij. De vraag is wat het boek bedoelt: Het werk van Newbigin voortgang te doen vinden òf het zo bij te sturen, dat het een radicale wending neemt.

Dr. Antonie Vos, Het is de Heer! De opstanding voorstelbaar. Uitg. Kok, Kampen 1990. 172 blz. f 25,—.

Dit boek is een reactie op de Stellingen van prof. Van Gennep over de (ontkenning van de) lichamelijke opstanding. In een wel zeer breed betoog wordt de Stelling weerlegd. Anderzijds maakt de schrijver zich sterk met een afwijzing van ”de opstanding als reanimatie”. Dit is een merkwaardige typering. In hoeverre de schrijver erin slaagt op een bevredigende wijze met zijn afwijzing van Van Gennep boven de orthodoxie uit te komen, blijft voor mij onduidelijk.

Drs. M. van Campen, Aangaande mij en mijn Huis. Over het dienen van God in het gezin. Uitg. Boekencentrum, Den Haag 1991. 92 blz. f 15,90.

Dit is een heel praktisch boekje over de dienst van God in het gezin. Het onderwerp wordt behandeld vanuit de Bijbel (de plicnt van ouders om verder te verteilen, het verbond, de feestdagen, samen bidden en zingen), vanuit de geschiedenis (vroege kerk, middeleeuwen, Reformatie, en uitvoeriger enkele mannen van de Nadere Reformatie met hun geschritten), voor de praktijk. In dit hoofdstuk worden gegevens uit de beide voorgaande hoofdstukken herhaald en praktisch uitgewerkt. Tenslotte de persoonlijke stille tijd, die men niet tegen de huisgodsdienst moet wegschrappen. Het is een praktisch boekje dat hulp biedt aan ouders èn kinderen. Door de bijbels-historische opzet, zit er wel enige herhaling in. Die is kennelijk bedoeld om de boodschap des te duidelijker te doen over-komen. Die boodschap is de moeite waard.

Ds. A. Bac, drs. A.A. Teeuw, Thuiszorg en handreiking aan vrijwillige hulpverleners. Uitg. Groen, Leiden 1991. 79 blz. f 18,90.

Dit is een praktisch boekje, waarin vragen in verband met de thuiszorg worden behandeld. Arts en predikant leveren beiden hun bijdrage. Er wordt aangedrongen op vrijwillige hulp vanuit christelijke motivatie. Er worden allerlei vragen besproken en tips gegeven, die aan de praktijk van de hulpverlening zijn ontsproten. Het boekje geeft wat het belooft: een handreiking, en een goede en stevige handreiking!

E.J. Beker, J.M. Hasselaar, Wegen en kruispunten in de dogmatiek. Deel 5: kerk en toekomst. Uitg. Kok, Kampen 1990. 317 blz. f 59,—.

Het vijfde en laatste deel van deze nieuwe dogmatiek. Kerk en toekomst zijn de thema’s die nu behandeld worden. Dat gebeurt in nauwe aansluiting bij Calvijn wat citaten en verwijzingen betreff. De essentie van Calvijns Institutie wordt hier gedynamiseerd. Dat betekent dat de verbanden totaal anders worden. Dat geldt wel in het bijzonder voor de toekomst van mensen, voor eeuwig oordeel en gericht. Hier is van Calvijn weinig meer te herkennen. De schrijvers menen dat Calvijn zich niettemin in hun bijkleuring van zijn gedachten goed zou herkennen. Het laatste deel gaat breed in op Barths kerkbeschouwing. Barth is voor hen de trendsetter. Het betoog is erg breed opgezet. Dat maakt dat men nogal eens de indruk krijgt van herhaling. Dit deel is voor mij niet het meest inspirerende deel van de serie.

Kerk en Verlichting. Voordrachten gehouden tijdens het Windesheimsymposium te Windesheim op 18 november 1989, ed. P. Bange e.a., Zwolle 1990. f 18.50.

Dit boekje bevat de voordrachten die op bovengenoemd symposium zijn gehouden. Het zijn er niet minder dan acht. Spiritualiteit; spinozisme of gereformeerd; Kants programma van Verlichting voor kerk en theologie; het algemene en het bijzondere; kritiek op de geschiedfilosofie van de Verlichting, zijn enkele van de onderwerpen die door kenners worden behandeld. Het is een bundel op niveau die, gezien de inhoud, fraaier uitvoering had verdiend dan hij nu heeft gekregen.

G. Sanders, Geloof - zin en onzin. Over geloofskennis en werkelijkheid. Uitg. Agora Kok, Kampen 1991. 189 blz. f 29,90.

De auteur van dit boek is een (geëmeriteerd) hoogleraar psychologie. In dit boek gaat hij als wetenschapper in op de vragen van geloof en wetenschap. Hij geeft daartoe een vrij breed overzicht van de hedendaagse wetenschapsleer. Hij pleit voor het eigene van de geloofskennis. Dat hoeft men niet af te leggen in het wetenschappelijk bedrijf. Wel zal men een herziene en aan deze tijd aangepaste manier van geloven moeten vasthouden. Juist in dit laatste ligt voor ons het moeilijke punt van dit boek. In hoeverre blijft er dan toch niet een geloof over dat door de trechter van hedendaagse psychologische en antropologische inzichten is heengegaan? Een boek dat sympathiek aandoet, zich niet zo gemakkelijk laat lezen en met minstens zoveel vragen laat zitten, als welke het tracht te beantwoorden. Het boek is een combinatie van een getuigenis en van een onderrichtend document.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.