+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

44.

Voor onze Pelgrim staat het volkomen vast, dat de weg naar Sion loopt en lopen moet door de Vallei van de schaduw des doods. De Borg is door de diepte van de dood heengegaan om het leven en de onverderfelijkheid aan het licht te brengen. Zodat wij bij het drukken van Zijn voetstappen ook de verschrikkingen van de schaduw des doods leren kennen. Maar door te gaan in de weg van gehoorzaamheid zal de Heere uw licht doen opgaan in de duisternis. Laat deze belofte in de duisternis uw hart vervrijmoedigen in het smeken tot de Heere om ontferming. Bij het treden in de duisternis was het pad hier ook buitengewoon smal en dat maakte voor de Pelgrim het gaan nog veel bezwaarlijker. Wanneer hij in de duisternis trachtte de gracht aan de ene zijde te ontwijken, dreigde hij aan de andere kant in het moeras te zinken; deed hij zijn best om niet in het moeras te vallen, dan stortte hij bijna in de gracht. Zo ging hij al zuchtend voort, want behalve de gevaren, daareven genoemd, was het pad hier zo donker, dat, wanneer hij zijn voet oplichtte om voorwaarts te gaan, hij dikwijls niet wist waar hij hem het volgende ogenblik zou neerzetten.

Met de grootste voorzichtigheid is de Pelgrim hier te werk gegaan. Wijkt hij te veel naar rechts dan kan hij verdrinken in de gracht, of naar links, dan kan hij verzinken in de modder. Zodat zijn gang door deze vallei terecht een zware gang genaamd moet worden. Maar laat ons hier letten op de zware gang van de Borg naar Golgotha en naar het kruis en dat kan en dat zal in het gelovig zien op Hem onze gang verlichten om niet te bezwijken.

Ongeveer in het midden van de vallei bespeurt de Pelgrim de mond van de hel, die zich vlak bij de weg bevond. „Wat moet ik nu beginnen?” dacht de Pelgrim; hij zag rook en vlammen in zo hevige mate opstijgen, terwijl de vonken knetterden en de afgrijselijkste geluiden zich deden horen en met zijn zwaard kon hij als krijgsman hier niets uitrichten, zoals tegenover de reus Apollyon. Daarom was hij genoodzaakt het zwaard in de schede te steken en zijn toevlucht te nemen tot het aanhoudend gebed.

De verschrikkingen van de hel kunnen door ons niet verdreven worden. Door de Schrift wordt het ons duidelijk betuigd, dat de weg naar Sion loopt door de verschrikkingen van de hel. De Heere doet ter helle nederdalen. En al worden de oprechten door de poorten der hel niet overweldigd, zij komen er toch mee in aanraking. En dat is voor het geestelijk leven noodzakelijk en profijtelijk. Hier wordt het ons steeds duidelijker wat het in heeft bevrijd te worden van dood en duisternis, hel en verdoemenis.

Hier wordt het een roepen tot de Heere: „O Heere, ik smeek U, bevrijd mijn ziel!”

Zo ging hij geruime tijd voort, terwijl de vlammen naar hem opsloegen. Hij hoorde ook klaagtonen opstijgen en zulke verschrikkelijke geluiden bereikten zijn oor, dat hij menigmaal vreesde in stukken gescheurd of vertreden te zullen worden als modder op de straten. Dit vreselijke gezicht en die akelige geluiden bleven uren lang aanhouden, en eindelijk kwam hij op een plaats, waar ’them toescheen, als hoorde hij een onzichtbare bende op hem afkomen. Eindelijk bleef hij stil staan om te overdenken wat hem nu te doen stond. Somtijds kwam de gedachte bij hem op om terug te keren, dan weer meende hij, dat hij reeds meer dan de helft van de weg door de vallei had afgelegd. Ook herinnerde hij zich, dat hij reeds zo menig gevaar was te boven gekomen en dat het misschien nog veel gevaarlijker was terug te keren dan voorwaarts te gaan. Hij besloot het laatste, hoewel het was alsof de vijandelijke bende al nader en nader kwam. Doch toen het scheen alsof ze hem wilden aanvallen, riep hij met een krachtige stem: „Ik zal gaan in de mogendheden des Heeren HEEREN!” In de mogendheden des Heeren, die getuigden van macht en kracht, in de sterkte van het geloof. Christus heeft met Zijn macht en kracht getriomfeerd over dood en hel. Hier mag de Pelgrim vanuit zijn machteloosheid en krachteloosheid door het geloof vertrouwen op de macht en kracht van Christus. Als Paulus zegt: „Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft”, dan trekt hij op in de mogendheden des Heeren. En dat is het nu wat de Pelgrim hier mag betrachten. In het geloof is het altijd een opkomen uit de diepte der onmogelijkheden door te vertrouwen op de mogendheden des Heeren HEEREN.

Eén zaak mag ik vanuit deze zware beproeving niet onvermeld laten, want zij dient tot onderwijzing vóór het innerlijk leven.

Ik bespeurde, dat de Pelgrim zo van zijn stuk was gebracht, dat hij zijn eigen stem niet meer kende. Ik kwam tot deze ontdekking door het volgende. Juist toen hij zich bij de mond van de brandende afgrond bevond, sloop hem één der boze geesten heimelijk achterna en fluisterde hem een menigte gruwelijke lasteringen in het oor, waarvan de Pelgrim inderdaad meende, dat ze uit zijn eigen binnenste oprezen. Dat veroorzaakte hem meer droefheid dan iets, wat hem vroeger was overkomen, want de gedachte kwelde hem, dat hij de Heere lasterde. Die hij toch in de grond van zijn hart liefhad. Hij wilde er met kracht tegen strijden, maar vermocht dit niet. Hij had noch het vermogen de oren toe te stoppen, noch om te ontdekken vanwaar deze lasteringen kwamen. Toen de Pelgrim een tijd lang in deze troosteloze toestand had verkeerd, was het hem als hoorde hij een stem van iemand, die voor hem uitliep, zeggende: „Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij”. Wanneer wij de lasteringen van satan, die hij ons in het oor fluistert, houden voor een stem, die opkomt uit ons hart, dan brengt ons dat in grote verwarring. Het lasteren van de Heere is toch het ergste dat wij kunnen bedenken, zodat het hart er smart over heeft. En dat is een bewijs, dat die stem van lastering opkomt uit de hel en niet uit uw hart. Roep in al die kwellingen van satan des te meer tot de Heere om ontferming.

De innerlijke geloofsgemeenschap met de goede Herder van Psalm 23 vervulde zijn ziel met blijdschap en wel om deze redenen: Vooreerst kwam hij hieruit tot de gevolgtrekking, dat andere lieden die de Heere vreesden in deze vallei waren evenals hij. Voorts bemerkte hij, dat God met hen was, ook al waren zij in die donkere troosteloze toestand. En, dacht hij, waarom zou Hij dan niet met mij zijn, al kan ik Hem niet zien wegens al de hindernissen, die deze plaats oplevert! Eindelijk vervulde deze hoop hem met blijdschap, dat hij hen zou kunnen inhalen en dat hij dan gezelschap zou hebben op de weg. De Pelgrim snakt naar gezelschap tot onderhouding van de gemeenschap der heiligen, om van hart tot hart te spreken van de Heere en van Zijn wegen. Hij ging dus voort en riep degene toe, die voor hem was, maar deze wist niet wat te antwoorden, omdat hij ook geloofde alleen op de weg te zijn. En langzamerhand begon nu de dag aan te breken, zodat de Pelgrim uitriep: „Hij heeft de doodschaduw in de morgenstond veranderd”. De Heere gedenkt aan Zijn verbond en daarom laat Hij het licht opgaan in de duisternis. En dat vloeit voort uit de heerlijke morgenstond van des Heeren opstanding. Hij mag het licht aanschouwen van de Zon der gerechtigheid. Standelijk gaat alles weer geheel anders worden tot bevestiging in de staat der genade om moedig voort te reizen naar het land van des Heeren heerlijkheid.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.