+ Meer informatie

DEUS LO VULT

8 minuten leestijd

Deus lo vult. Dat is de bekende kreet van de kruisvaarders. God wil het. Of niet? Was het maar altijd duidelijk wat God wil of niet. Hoe komen we daar achter en hoe moeten we ondertussen ons werk doen. De vraag naar de leiding van God in het kerkelijk leven, is het onderwerp van dit artikel.

VOORBEELD I

U hebt het vast ook weleens meegemaakt in een kerkenraadsvergadering dat iemand de opmerking maakt: ‘Ja maar, wat zegt God er nu van? We denken wat en roepen wat, maar is dat wel in overeenstemming met het Woord van God? We moeten terug naar de Bijbel.’

Die opmerking roept verschillende reacties op. Sommige broeders knikken instemmend: zo is het! Anderen kijken wat wazig en zullen wel zoiets denken als: dat zal wel goed zijn, maar Schieten we daar in deze kwestie wat mee op? En weer anderen raken wat geïrriteerd: ja, maar denk je dan dat ik het allemaal uit mijn duim zuig; we doen ons werk toch vanuit de Schriften?!

VOORBEELD 2

U zult het vast ook weleens hebben meegemaakt bij een stemmingsvergadering. Je moet kiezen tussen een paar kandidaten. En je denkt: broeder x heeft wel veel meer capaciteiten om dit werk te doen dan broeder y. Maar broeder y zit altijd wel meer op mijn lijn, die zal ook mijn geluid dat wat minder gehoord wordt, vertegenwoordigen. En je kiest broeder y. Maar ergens denk je: is dat welhelemaal goed geweest. Had ik dat zo wel mogen doen?

VOORBEELD 3

Nog een andere zaak. Je komt als kerk op het spoor van de taak die je in deze samenleving hebt: in deze wereld van Christus getuigen. Er komt bezinning op gang. Welke kant gaan we op? Wat zou nu goed zijn? Sommigen zeggen: dat gaan we eens allemaal goed onderzoeken. Waar heeft de gemiddelde inwoner van onze plaats behoefte aan enz. Anderen zeggen: daarmee sta je Gods Geest in de weg. Ga nu maar gewoon aan het werk, dan wijst God ons wel de juiste wegen.

VERLEGENHEID

Drie heel verschillende situaties. Maar in alle drie gaat het over de vraag: wat wil God nu dat we doen zullen en hoe komen we daar nu achter? Hoe verhoudt zich mijn inzet tot Gods weg? En breder: hoe verhoudt zich de inzet van de kerk tot het letten op Gods wegen?

Om de broeder uit het eerste voorbeeld gerust te stellen, de Schrift zelf gaat ook in dit artikel open. Het klassieke voorbeeld van een goede bezinning binnen de kerk staat in Handelingen 15. Er is een vergadering in Jeruzalem. Er ligt een brandende kwestie op tafel. Hoe moeten we omgaan met christenen uit de volken? Moeten ze zich ook aan ‘Mozes’ houden? We kennen de uitspraak van die vergadering. Maar het gaat me om de formulering: Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht. Hoe zou dat nu gegaan zijn? Het lijkt zo’n heel gewone kerkenraadsvergadering geweest te zijn, waarin wat standpunten zijn uitgewisseld, heftig en minder heftig, en waarin ten slotte besloten is het zo te doen als is bovenkomen drijven in de vergadering. En dan toch: Het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht.

KUNNEN WE DAAR WAT MEE?

Eerlijk gezegd kan die formulering ook wel misbruikt worden. Namelijk als we het stempel van de Heilige Geest bij voorbaat op al onze plannen zetten. Dan is er ook geen discussie meer mogelijk.

Maar als we goed kijken naar Handelingen 15 is het toch meer dan een stempel zetten op menselijke overwegingen. Er wordt namelijk wat verteld. Dat wat God gedaan heeft door Paulus en de anderen. Dat mensen uit de volken God hebben gevonden. En dat dat de vervulling is van de profetie. En daar valt geen speld tussen te krijgen.

Kunnen we daar wat mee? Ja natuurlijk, daar leren we van dat je moet letten op wat Gods Geest al aan het doen is. Daar moet je je bij aansluiten.

En hoe herken je dat? Je herkent het werk van de Geest door het Woord. Vandaar dat ouderlingen die leiding hebben te geven aan het kerkelijk leven zich volgens het formulier voortdurend moeten oefenen in de ouerdenfeing van de uerborgenheden des geloofs. We moeten thuis raken en zijn in de Schriften. Zoals de apostelen dat waren. En wat mij betreft gaat het dan meer om het thuis raken in de Schriften dan in het thuis raken in allerlei (dag)boeken over de Schriften. En dan herken je het werk van de Heilige Geest wel.

VOORBEELD I

Als we nu naar dat eerste voorbeeld kijken, dan heeft de beste broeder gelijk als hij zegt dat we naar de Schriften moeten luisteren. Maar we weten allen dat de Bijbel ons niet voor iedere beslissing een duidelijk voorschrift geeft. Het gaat daarom ook meer om het thuis raken in de Schriften, dan om alle concrete voorschriften op te sommen. Paulus bidt voor de de gemeente van Filippi: dat uw liefde nog steeds overvloediger wordt in kennis en alle fijngevoeligheid, opdat u kunt onderscheiden wat wezenlijfe is (..), (l:9v; HSV). Onderscheiden waar het op aan komt, wat wezenlijk is. Dat is belangrijk voor kerkenraadsleden en eigenlijk moet ik zeggen: op grond van hun kunnen onderscheiden wat wezenlijk is zijn ze gekozen als ouderling of diaken….

De broeder uit het eerste voorbeeld heeft dus gelijk als hij merkt dat er bewust of onbewust Bijbelse motieven in de discussie worden genegeerd. Maar hij zal die motieven ook moeten noemen, anders legt hij een bom onder het onderlinge vertrouwen. Het formulier is niet voor niets ondertekend. Dat is de basis van broederlijk en dus kerkelijk werken in de gemeente!

De wazig kijkende breeders moeten zich dus niet verkijken op de woorden die gesproken zijn. Enige vastheid in de kennis van wat wezenlijk is, mag toch niet ontbreken.

De geïrriteerde breeders moeten zich afvragen of ze onderscheiden kunnen wat wezenlijk is, vanuit de kennis van de Schrift dus, en als dat zo is, gewoon verder gaan en natuurlijk de irritatie snel vergeten, want dat heeft nog nooit goed gewerkt.

VOORBEELD 2

Had ik gelijk toen ik, het tweede voorbeeld, eigenlijk een politieke keuze maakte toen ik stemde? Ik koos die broeder die meer in mijn lijn lag (zwart pak of juist zonder stropdas; zo goed ken ik hem ook weer niet..). Mag ik daar zegen op verwachten? Nou, zegen kan wel, maar die zegen is dan een zegen ondanks mijn keuze.

Op vergaderingen komt heus wel bovendrijven wie wat meer in zijn mars heeft dan anderen. Nee, niet de veelspreker heeft veel in zijn mars, maar je merkt het wel: die en die heeft zijn hart op de goede plaats en denkt geestelijk constructief mee.

Het wederzijds vertrouwen dat toch de basis moet zijn van iedere kerkelijke vergadering (we hebben allen het formulier ondertekend!) en de feitelijke herkenning van de gaven van broeders, moeten genoeg zijn om keuzen te maken. En zo moet ik gewoon doen wat ik behoor te doen en daar mogen we persoonlijk en kerkelijk een zegen over verwachten. Zo mogen we ook in vertrouwen zeggen: het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht om…

Mooi om te zien dat juist hij die ik om politieke redenen niet had gekozen, door de ziekte van hem die ik wel had gekozen, toch ter vergadering aanwezig was. Dat heeft de Heilige Geest dan ondanks mij goed gedacht..

VOORBEELD 3

En hoe gaat het dan met dat missionaire werk, het derde voorbeeld? De kerk is katholiek, dat betekent ook dat er voor iedereen plaats is. Maar toch is het van belang wat we doen. Kies ik er voor om lezingen te houden voor een geïnteresseerd publiek of richt ik me op een open ochtend voor vooral oudere buurtbewoners? We kunnen niet alles. En wat we ook doen, we maken keuzen.

Wat is nu de wil van God? Nou, het begint met de feitelijke erkenning van wie je bent, als kerkenraad, als missionaire werkgroep, als gemeente. Je denkt er over na wat je wilt, wat je kunt, wat voor mensen je hebt, wat voor mensen er in de buurt van de kerk wonen. En soms gebeurt het dat iemand heldere inzichten heeft en doorgeeft van wat er zou kunnen gebeuren. En je voelt met elkaar wel aan: dit is ons wel of niet op het lijf geschreven. En je denkt er over, je houdt je Bijbelstudies en je gebedsmomenten. Je hoort van spontane contacten die anderen hebben gehad. En dan groeit er iets van het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht om… En ja, zo is het, voor het organiseren van lezingen heb je andere voorbereidingen nodig dan voor een koffieochtend. Niet minder, maar anders.

VERTROUWEN

In het bovenstaande heb ik zo maar wat dingen genoemd over die vraag hoe dat nu zit met Gods leiding en onze verlegenheid. Een aantal dingen komt bovendrijven als we op zoek zijn naar de weg van de Geest van God. Eigenlijk is het maar één ding: vertrouwen, namelijk

• vertrouwen dat de Geest ons door de kennis van de Bijbel leert onderscheiden wat wezenlijk is;

• vertrouwen dat de Geest onze gedachten vormt door wat we zien en bespreken;

• vertrouwen dat we met elkaar verder komen als we elkaar vertrouwen schenken.

Ds. Vogel (1962) is predikant van de gemeente van Zierikzee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.