+ Meer informatie

EEN OPEN DEUR IN CHINA

13 minuten leestijd

"Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus Christus over u allen, dat uw geloof verkondigd wordt in de hele wereld" (Rom.1:8).Paulus is zo vol van Gods werk in de gemeente van Rome dat hij zijn brief begint met God te danken. Wie in China getuige is van het christelijk leven, kan zich voorstellen hoe Paulus dit gezegd heeft. De ervaringen van één dag pionierswerk in China, met een doorkijkje naar het (geestelijk) leven.

Na het ontbijt pakken T. Schultink en ik onze koffers in. Buiten staat de hoteldirecteur, die graag mijn koffer naar de auto wil dragen. Ook de leidinggevenden van de twee plaatselijke ziekenhuizen zijn gekomen om ons uit te zwaaien. De twee auto's draaien het plein voor het eenvoudige hotel af Voorop rijdt de luxe VW Santana waarin zich mensen bevinden van de provinciale overheid. Zij zullen ons voorrijden naar het gebied dat we vandaag zullen bezoeken. Bovendien zullen zij bemiddelen bij het leggen van het contact. Onderweg zien we vrouwen en mannen met manden en fietskarren die proberen wat appels en bonen te verkopen. We zien vrijwel geen personenauto's. De enige auto's die hier rijden, zijn typisch Chinese vrachtauto's, oud en gammel.
De bevolking is ontzettend ijverig. Iedereen zet zich in voor de opbouw van het land. Het wemelt van de bedrijfjes. Een soort garagebox is vaak het enige wat men heeft. Elk uur van de dag kun je hier terecht om je inkopen te doen. 's Nachts plaatst men een bed in dit onderkomen om te slapen. Ook 's zondags zijn deze particuliere bedrijfjes open. Nationaal is de zondag wel een rustdag, maar in de dorpen is daar weinig van te merken. Ook in de bouw wordt op zondag hard gewerkt, om maar overuren te kunnen maken. China is geweldig in ontwikkeling. Veel westerse multinationals, waaronder Philips en Heineken, hebben zich om die reden in het rijk van het midden gevestigd. Het heeft positieve kanten. Wie zou dit immens grote volk geen hogere levensstandaard gunnen? De schaduwzijde is wel dat het een heel kleine minderheid (ca. 5 procent) is die in de economische groei deelt. Bovendien grijpt het materialisme meedogenloos om zich heen.
Langzaam verandert het straatbeeld. We zien alleen fietsen, geen bromfietsen meer. Toeterend gaan we door de gehuchtjes heen. Het is opvallend hoe vol China is. Waar we ook rijden, overal zijn mensen. We komen aan de voet van het gebergte waar we deze dag een bezoek zullen brengen. Waar het maar mogelijk is, zijn ook in de bergen akkers aangelegd. Op uiterst kleine plateaus verbouwt men rijst en maïs. Een hakkepuffend bromfietskarretje met wat bhkjes drinken aan boord doet ons beseffen dat alle producten die men in de bergen niet voorhanden heeft op deze wijze aangevoerd moeten worden.
Na een lange tocht bereiken we het doel van onze reis. Bij de ingang van de nederzetting stoppen we bij het huis van de "burgemeester". Zelfs de fiets is hier zeldzaam. In de grote steden van China bedraagt het gemiddelde inkomen ongeveer honderd gulden per maand per hoofd van de bevolking. In deze streek is het jaarinkomen gemiddeld ongeveer honderd gulden. Ongeveer 20 procent van de bevolking in dit gebied is zo arm, dat ze slechts eenmaal per dag een fatsoenlijke maaltijd kan gebruiken.
De districtleider laat ons de gevolgen van de overstroming van juni en juli zien. We lopen over de wallen van de rijstvelden naar de huizen. Een huis bestaat uit twee vertrekken. In het woonvertrek bevindt zich een houten tafel met ruwhouten banken (zonder leuning). Op de lemen vloer staat ook nog een stenen kooktoestel. Soms nog een klein kastje met wat aardewerk. Dan heeft men nog een slaapvertrek, waarin soms wel drie generaties samen huizen. Wie schetst onze verbazing als er bij het buitenkomen tientallen mensen op ons af vliegen en aan onze benen beginnen te plukken. Wat blijkt? We hebben vlooien opgelopen en men wil ons daarvan verlossen.

Schoolkinderen
Als we in de kern van het dorp komen, zijn de schoolkinderen uitgelopen. Ze staan aan weerskanten van de weg. Als we uitstappen beginnen ze te klappen. Er is een groot spandoek opgehangen, waarop in het Chinees staat: "Welkom Bonisa stichting". Willen we de volgende nederzettingen bereiken, dan moeten we een voettocht door de bergen maken. Onderweg zien we dat men met houwelen bezig is om zand en stenen van het gebergte los te maken en naar beneden te laten vallen. De bevolking is bezig om door de bergen een weg aan te leggen.
Als we naar beneden kijken, zien we dat over het beekje in de diepte een soort brug is gebouwd van allemaal losse stenen. Daarop moet het materiaal uit de berg gestort worden, zodat een pad naar de volgende dorpen aangelegd kan worden. Men is in staat het eerste dorp zelf te ontsluiten. De dorpen daarachter kan men onmogelijk ontsluiten, omdat daarvoor een brug gebouwd moet worden tussen rotspartijen. Daarvoor stelt de overheid geen geld beschikbaar. Toch is de brug heel Zowelman- > belangrijk. In de grond zitten nen als vrou- namelijk grondstoffen, zoals wen worden marmer. Als er een brug is kuningezet voor nen deze grondstoffen rendabel de aanleg van gemaakt worden, evenals de wegen. houtproductie. De brug zal ongeveer 75.000 gulden gaan kosten. Of de Bonisa-zending daarvoor kan zorgen, is het verzoek.

Ingang voor Evangelie
Het bouwen van een brug is een van de werkwijzen van de Bonisa-stichting om in China een ingang te krijgen voor het Evangelie. Door (medische) hulpverlening verdwijnen vooroordelen tegen het christelijk geloof De provinciale communistische overheid accepteert dit werk van de Bonisazending en tolereert daarom de kerk.
De regeringslijn is dat gemeenten zich moeten laten registreren en zich moeten laten controleren door de Drie-Zelfkerk. Voorgangers zijn niet vrij om dan het volle Woord van God uit te dragen. Jezus Christus wordt beschouwd als een groot leermeester, maar niet als Zaligmaker. Men loochent de heilsfeiten. Schepping en wederkomst mogen niet genoemd worden. Het evangelie is een sociaal evangelie. Ondanks het officiële toezicht van deze liberale staatskerk hebben overheden plaatselijk en regionaal echter grote zelfstandigheid. De centrale regering kan niet nagaan of alle besluiten goed uitgevoerd worden. Zo zijn er op veel plaatsen gemeenten ontstaan die niet verborgen kunnen blijven, illegaal zijn, maar toch door de plaatselijke overheid gedoogd worden.
Tegelijk verklaart dit ook dat we in de krant kunnen lezen dat christenen onder grote druk leven en zelfs gevangen genomen worden. In bepaalde provincies hebben de overheden nog het beleid van de Culturele Revolutie (1966-1976). Tijdens deze periode van Mao moest alles wat aan het verleden herinnerde verdwijnen. Niet alleen het christendom werd verboden, maar ook het boeddhisme.
Als we teruggaan, lopen heel veel kinderen met ons mee. Ze kijken met een bepaalde angst naar ons. Er kan geen lachje af Ik vraag aan onze Chinese begeleider wat dit te betekenen heeft. Hij antwoordt: „Deze kinderen hebben nog nooit een blanke gezien. Hier is ook nog nooit het Evangelie gebracht. Ik kom op plaatsen waar westerse zendelingen in de vorige eeuw niet konden komen."

Roeping
Ik vraag aan ds. Chen of hij ook in de grote steden werkt. Daar wonen toch ook miljoenen mensen? „Dit is de last die de Heere mij oplegde, toen Hij mij riep in Zijn dienst, toen ik twintig jaar was", antwoordt hij. Hij vertelt dat het zijn blijdschap is om er juist voor de armsten in China te zijn en hen te helpen naar lichaam en ziel. Zijn ogen stralen als hij vertelt over de vruchten op zijn arbeid: „Het is zo'n vreugde als mensen tot Jezus komen." Het is deze vreugde die hem in staat stelt zoveel ontberingen te doorstaan. Ds. Chen is afkomstig uit een boeddhistisch milieu. Zijn vader was een welgesteld man. In Sjanghai studeerde hij economie en medicijnen. Toen zijn moeder in een ziekenhuis in aanraking kwam met het christelijk geloof was dat ook voor hem het middel tot bekering. In het jaar van de communistische machtovername in 1949 liet hij zich dopen. Vanaf 1952 begon hij zijn evangelisatie-arbeid. Het was zijn verlangen dat de kerk zou groeien, terwijl de overheid de kerk wilde laten verdwijnen. Het is duidelijk dat dat moest botsen. Chen werd 18 jaar in een werkkamp opgesloten.
Het was ontzettend zwaar. Hij werd zo zwak dat hij niet meer kon staan, maar zich op handen en voeten moest voortbewegen. De honger bezorgde hem verschrikkelijke maagpijn. Hij moest daar het meest zware en vernederende werk doen, zoals de beerput van het kamp leegscheppen. De stank was verschrikkelijk. Bovendien waren de vele ziektekiemen een gevaar voor zijn leven. Men meed hem uit angst voor besmetting, zodat hij zich ook ontzettend eenzaam voelde. Hij zag geen toekomst meer.

Grootste les
Toen ik tijdens een maaltijd eens aan hem vroeg wat nu de grootste les uit deze tijd was, antwoordde hij: „De Heere verlaat je nooit." De Heere gaf psychisch de kracht om dit alles te dragen. In de beerput kon hij in vrijheid de Heere aanroepen en uit het hoofd geleerde bijbelgedeelten opzeggen. In het kamp zelfwas dat verboden. Het grootste was wel dat hij juist in dit lijden iets mocht zien van het bittere lijden van de Heere Jezus Christus. Zo gaf deze tijd toch vreugde in het hart. Meer dan anderen in voorspoed genieten. Gods liefde en vrede waren alles voor hem. Een andere les die deze achttien jaar hem geleerd hebben is: „God gebruikte een tijd van achttien jaar om mij te leren dat ik niet belangrijk ben." Het lijden heeft Chen gelouterd. De Heere zorgt ook voor Zijn kerk als Zijn knechten gevangen zijn. De kerk groeide meer dan toen hij de gemeenten diende.
Als een Paulus werkt Chen. Hij sticht gemeenten, stelt voorgangers aan en bezoekt daarna de gemeenten regelmatig om hen te bemoedigen, te onderwijzen en te helpen. Zo is er contact met ongeveer 4000 evangelisten. Van de vroege morgen tot de late avond is hij bezig. Altijd maar reizen en trekken om het evangelie door te geven en vooral ook onderwijs te geven aan de evangelisten. Het laatste is momenteel de grootste behoefte in dit uitgestrekte land. Er is bijna geen bijbelse literatuur. Zelfs aan bijbels is gebrek. Het komt voor dat een gemeente niet meer heeft dan eenjohannes-evangelie.

Rijk onthaal
Op deze dag realiseren wij ons dat we al een dag of vier geen contact hebben gehad met Nederland. In de binnenlanden van China is dat eenvoudig onmogelijk. Als er thuis iets ergs gebeurt, hoe zal men ons ooit bereiken? We beseffen er iets van wat het voor de eerste protestantse zendelingen in de vorige eeuw geweest moet zijn om in deze landen te werken. Men verliet de thuishaven, met de nuchtere overweging dat men wellicht veel familieleden nooit meer terug zou zien. Zo leeft ds. Chen altijd. Zijn vrouw en dochter bevinden zich buiten dit immens grote land. Ook deze prijs wil hij graag betalen terwille van Gods koninkrijk.
Als we weer terugkomen in het centrum van de nederzetting krijgen we daar in het restaurant van het dorp (een eenvoudige schuur) een rijk onthaal. Wat heeft men een moeite moeten doen om zo'n overvloedig maal aan ons aan te bieden. Gelukkig zijn we aardig bedreven in het hanteren van de "stokjes". Brokken vlees en stukken groenten kun je van de vele schotels afhalen om ze zo op te eten. "Slorpen" is blijkbaar wel toegestaan. We eten hier niet alleen rijst en spaanse pepers, maar ook kikkers, een schildpad in de soep, eend, of zilvervis met huid en haar. Krekels zijn ook een lekkernij. Wellicht dat de darmkrampen hiermee samenhangen... Het dorpshoofd vertelt ons dat we rijker onthaald worden dan een koning of president, omdat wij hier de eerste westerlingen zijn. Zo is hier vandaag het eerste contact gelegd. Het evangelie is nog niet verspreid. Maar nu dit contact er is, is er opening om een volgende keer terug te komen, mensen samen te roepen in een dorpshuis en voor het eerst het Woord daar te brengen.

Hoge ontvangst
We zijn nog maar net in ons hotel aangekomen, of onze Chinese begeleider roept ons en vertelt dat we onze beste kleren aan moeten trekken: „Het is serieus." De partijsecretaris van de communistische partij, het hoogste regeringsorgaan, wil ons ontvangen. Ze spreekt haar waardering uit voor het werk van de Bonisa-zending. Evenals de meeste Chinese leiders spreekt ook zij geen woord Engels, maar een lerares Engels is haar tolk. We krijgen een prachtige bronzen vogel van haar als aandenken aan het bezoek in deze stad. Daarna volgt een banket. In deze klassenloze maatschappij zijn standen blijkbaar erg belangrijk...
Ds. Chen gaat met het grootste gemak om met deze hooggeplaatste mensen. Het is een man met geweldige capaciteiten. Hij zou als zakenman ongetwijfeld miljonair kunnen worden. Sinds de Heere hem riep, is het echter zijn begeerte om al zijn krachten in Zijn dienst te besteden. Het is niet de omgang met de "groten" van deze wereld die hem bevrediging geeft, maar het dienen van de armsten van zijn land. Tijdens het banket met de partijsecretaris zagen we op zijn gezicht geen bijzondere blijdschap. Maar u had hem moeten zien in dat bergdorp, luisterend naar de nood en de omstandigheden. Zijn ogen straalden. Ik moest toen echt denken aan de Heere Jezus, Die met innerlijke ontferming bewogen was als Hij mensen in lichamelijke of geestelijke nood aantrof.
Chens arbeid is niet zonder vrucht. De Heere werkt op een geweldige manier in China. De eerste gemeente waar wij waren, is twaalf jaar geleden gesticht. Inmiddels zijn er 400 mensen die hun geloof in de Heere Jezus Christus hebben beleden en zich hebben laten dopen. De tweede gemeente die wij bezochten, was nog maar vijfjaar oud. Er was daar veel weerstand tegen het Evangelie. De Bonisazending heeft toen echter hulp verleend bij de watersnoodschade van een lagere school. Dit heeft de harten gebroken. Inmiddels is er een gemeente ontstaan van 200 belijdende leden. De hoofdonderwijzer van deze school moest echter wel een offer brengen. Toen hij zich liet dopen verloor hij zijn positie. Toen we hem vroegen hoe hij dat ervaren had, antwoordde hij eenvoudig: ,Jezus is meer dan deze problemen."

Ruth
Zo zijn er veel voorbeelden meer te noemen. Bijzonder indrukwekkend is ook het leven van Ruth. Als mode-ontwerpster kwam zij in aanraking met het Woord van God. De Heere liet haar zien hoe ijdel de wereld is. Ze werd overtuigd van haar zonden en kreeg oog voor de weergaloos grote liefde van de Heere Jezus Christus. Ze vond vrede voor haar hart en rust in God. Zijn liefde verwekte wederliefde in haar hart. Zo mocht ze zich helemaal overgeven aan Hem. Zo eenvoudig, puur en ongekunsteld ze dit vertelde! Hartverwarmend. Ze voegde zich bij de plaatselijke gemeente. Die bestond uit ongeveer dertig oude vrouwen. De mannen waren tijdens de culturele revolutie opgepakt en gevangen gezet. Een "bible-lady" las op zondag uit de Bijbel en sprak een eenvoudig woord. Ruth voegde zich als enige jongere bij deze gemeente. Zij zegde haar carrière als mode-ontwerpster op, om zich helemaal in te zetten voor deze gemeente.
Nu, tien jaar later, is de gemeente gegroeid tot ongeveer 800 kerkgangers, samengepropt in een kleine ruimte. Ze vertelde dat ongeveer 2000 mensen wel belangstelling hebben voor Gods Woord. Ongeveer 500 mensen hebben zich hier laten dopen. Het zijn vooral jongeren die komen tot de kennis van de Heere Jezus Christus. In China zien we iets terug van de Handelingen der apostelen. Ik vroeg aan ds. Chen hoe het nu komt dat we in Nederland meer afval dan groei zien. Hij gaf een verrassend en beschamend antwoord: „Het is nodig om veel liefde aan onkerkelijken te geven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.