+ Meer informatie

Zending in Rhodesia Ootmoed, liefde, geduld

5 minuten leestijd

Zolang ds. Fraser kon, heeft hij gearbeid. Met raad en daad stond hij Van Woerden bij. Bijna twee weken vóór zijn sterven lag hij bewusteloos. De laatste maal dat Van Woerden hem bezocht en hij nog spreken kon, zei hij met zwakke stem: „Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede. Ik zie dat nu in een nieuw licht."

Eind februari '59 had hij Van Woerden aangeraden om zijn hoofdkwartier in Mbuma te maken. Daarvoor moest toestemming gegeven worden door het zendingsbestuur in Schotland. Ds. Fraser zou een brief dicteren en Van Woerden zou dan clie brief naar Schotland verzenden. Maar ach, de krachten van dominee waren zo afgenomen, dat hij niet in staat was om cle brief op te stellen.

„Ik zal het wel alleen doen en dan zal ik hem u voorlezen, " sprak Van Woerden. Dankbaar knikte de vermoeide zieke. Er waren ook nog andere zaken, die de volle aandacht vroegen. De enige negerpredikant Ds. Mzama zou overgeplaatst moeten worden van Mbuma naar Zenka. Dat was al goed en wel, maar dan zou er in Zenka een nieuw huis moeten gebouwd.

Verder waren er problemen ten opzichte van de school. In de tweede klas van de school in Zenka waren 85 leerlingen, terwijl één onderwijzer er maar 45 mag hebben. Wat moest er dan met die kinderen gebeuren, die niet konden toegelaten worden? Naar huis sturen? Dan zouden die kinderen voor de rest van hun leven geen school meer bezoeken. Dat kon en mocht dus niet. Het gouvernement van Rhodesia wou geen subsidie geven voor een extra onderwijzer, dus hoe moest het dan? De negerpredikant stelde voor om een nieuwe onderwijzeres aan te stellen en die te betalen, gedeeltelijk door de plaatselijke bevolking en ten dele door de zending. Ds. Fraser vond, dat de zending in geen geval verantwoordelijk zou kunnen zijn voor het salaris. Omdat Ds. Fraser te zwak was om al die zorgen te verwerken, moest Ds. Mzamo veelal zelf beslissingen nemen. Een onderwijzeres werd aangesteld.

Het is niet altijd eenvoudig en gemakkelijk om met negers om te gaan. Al zijn het negers, die genade van God hebben mogen ontvangen, dan blijven zij toch een ander slag van volk. In vele dingen komt clat uit. In ons aller hart is een begeerte naar macht, maar bij negers komt dat meer openbaar. Het is voor een neger zo nieuw en ongewoon om een verantwoordelijke positie in te nemen. Zo gauw gaat hij dan zijn broeders verdrukken en misbruik maken van de macht. De hele samenleving van de negers kunnen we vergelijken met een ladder met vele sporten. Ieder weet zijn plaats op die ladder en iedereen probeert een sport hoger te komen, al is dat ten koste van een ander.

Duidelijk komt dit uit, wanneer Van Woerden een dienst houdt in een der scholen. In zo'n school staat een beperkt aantal banken, ruw en zonder leuning, die zo vlug mogelijk worden bezet. De mannen en vrouwen zijn gescheiden; ook de jongens en de meisjes. Gebeurt het nu, dat er nog enkele kinderen binnen komen, terwijl de dienst al begonnen is, dan zal een kind, dat slechts een paar centimeter langer is dan een kind, dat al op een bank plaats genomen heeft, toch op de bank plaats nemen. Het kleinere kind zal terstond zijn plaats op de bank afstaan en op de grond gaan zitten. Dat zijn van die ongeschreven wetten, die ongedwongen worden opgevolgd. Iedereen wil een sport hoger klimmen.

Een ander voorbeeld. Het huisknechtje van Van Woerden zal er niet toe te bewegen zijn om wilde groenten te gaan zoeken. Dat werk is voor de vrouwen en meisjes. In de tuin werken is voor hem minderwaardig werk en beneden zijn waardigheid. Men moet weten, dat hij Van Woerden helpt als tolk en ook een handje uitsteekt in de kliniek, zodat hij zich al een beetje als dokter gevoelt en probeert om de andere mensen dat te doen geloven. Zo min mogelijk vuil werk zal hij doen.

Nog een voorbeeld. Miss Nicolson is directrice van de 550 schoolkinderen in Ingwenya. In de schooltuin moest een pad worden aangelegd. Dat werk konden de kinderen best doen. De directrice droeg daarom de onderwijzers op om toezicht te houden op dat werk. Maar de heren onderwijzers bedankten daarvoor. Zulk werk was beneden hun waardigheid. Nu is Miss Nicolson een mens, dat ootmoedigheid, liefde en geduld mag beoefenen. Wat deed ze na de weigering van het schoolpersoneel? Zij nam zelf de klas en hielp mee bij cle arbeid van de kinderen.

Het valt niet mee om telkens met woord en daad te tonen wat het evangelie van ons vraagt. Het is droevig te zien, dat leiders zoveel heerszucht tonen en daardoor de zaak des Heeren schade aandoen. Gelukkig kunnen we niet alle negers over één kam scheren. Er zijn ook uitzonderingen. In Zenka is een school met 540 leerlingen. Zestien onderwijzers zijn eraan verbonden. Aan het hoofd van deze school staat Aaron Ndebele, een geboren leider, dus (zouden we denken) een heerser. Niets is minder waar. Door genade is het hoofd de ootmoedigheid zelve, wat tot grote zegen van het onderwijs kan strekken.

Bij al de arbeid, die gedaan wordt tot uitbreiding van Gods Koninkrijk, zit satan niet stil. Hoe zou het ook kunnen! Hij fluistert de leiders in, dat het niets te betekenen heeft om onder die negers te arbeiden. Het is een belachelijke zaak om zulke mensen te vertellen van de Heere Jezus.

Gelukkig dat men zijn aanvallen onderkent en ervan bewust is, dat satan een kapel zal bouwen waar de Heere een kerk sticht.

Het Boek der Handelingen leert ons, dat we door vele verdrukkingen moeten ingaan en dat het ware werk Gods altijd zal worden bestreden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.