+ Meer informatie

ROOD-CHINA IN "PERSPECTIEF"(II)

6 minuten leestijd

Na afloop van de twaalfde plenaire zitting van het centrale comité van de Chinese Communistische Partij (CCP), die van 13-31 oktober 1968 plaats had, werd het volgende communiqué uitgegeven: „Er is eenstemmig besloten het staatshoofd Lioe-Sjao-Tsji uit de party te stoten en hem uit al zijn functies, zowel binnen als buiten de partij, te ontslaan". Tezelfdertijd maakten officiële berichten uit Peking gewag van de wederopbouw van de communistische partij. Door de culturele revolutie Was de partij, die 20 miljoen leden telde, zwaar gehavend. Voorzitter Mao-Tse-Toeng was er wel in geslaagd president Lioe weg te zuiveren en de culturele revolutie, die enigszins uit de hand was gelopen, een halt toe te roepen maar de interne machtsstrijd was nog lang niet over! 

Op 1 oktober 1968 werden naar aanleiding van de viering van de 19e verjaardag van de Volksrepubliek China, haar leiders in de hier genoemde volgorde officieel opgesomd: 1, Mao-Tse-Toeng (Partijvoorzitter); 2. Lin-Piao (vice-voorzitter en minister van defensie); 3. Tsjoe-En-Lal (premier); 4. Tsjen-Po-Tai (voorzitter groep voor de culturele revolutie van het centrale comité). Nu bleek duidelijk hetgeen algemeen vermoed werd, Lin-Piao was voorbestemd om MAO op te volgen. Hij was zonder twijfel de op een na machtigste man in Chinia. De grote vraag is dan ook: Waarom werd Lin-Piao, zoals de geschiedenis ons geleerd heeft, weggezuiverd? Hiervoor zijn twee redenen te noemen. Tijdens de culturele revolutie had Lin's groep zich dermate versterkt dat zij een bedreiging begon te vormen voor de groep van TsjangTsjing. (de vrouw van Mao, die de eigenlijke drijfveer was van de culturele revolutionisten onder het voorzitterschap van Tsjen-Po-Ta.). Wat gevaarlijk was voor Tsjang, betekende een gevaar voor Mao zelf. Om deze stelling beter te kunnen begrijpen is het nodig dat wij enige aandacht besteden aan de machtsverhouding der fracties binnen de CCP. 

Bijna gelijk

Gedurende januari 1967 tot september 1968 werden er over het gehele land revolutionaire provinciale comités opgericht. Nauwkeurige onderzoeken hebben uitgewezen dat deze de groepen als volgt steunen: Lin-Piao - 36 pet., Tsjoe-ïki-Lal - 52 pet. en mevrouw Tsjang-Tsjing - 32 pet. In april 1969 werden er verkiezingen gehouden om afgevaardigden naar het nationale partijcongres aan te wijzen. Het werd duidelijk dat Lin-Piao een vraist van 9 pet. had geboekt, ten koste van Tsjoe-En-Lai (verlies 5 pet.) en Tsjang (4 pet.). Dat Lin-Piao aan de winnende hand was viel niet meer te betwijfelen. De bezetting van posten in de provinciale partijcomités, gedurende de periode van september 1970 tot augustus 1971 polariseerde de situatie nog verder. Lin kon nu rekenen op 59 pet. van de stemmen in de partij, Tsjoe op 34 pet. en Tsjang moest zich tevreden stellen met een magere 7 pet. Dit grote verlies van invloed door de vrouw van Mao ten gunste van LinPiao was iets dat de partijvoorzitter grote zorgen baarde. Mao-Tse-Toeng voelde nu zichzelf door Lin-Piao bedreigd.

D« tweede reden die Mao had om de vice-voorzitter kwijt te raken was het dispuut dat zij hadden over de vraag of er een nieuw staatshoofd moest worden benoemd in de plaat van Lio»-Sjao-Tsji. Een jaar nadat het nationale congres van de Chinese communistische partij (CP) in Peking was bijeen geweest (1968), waar maarschalk Lin-Piao als officiële opvolger van Mao gekozen was, was er weer een vergadering van het centrale comité. Teneinde zich voor te bereiden op het 4de nationale volkscongres had Mao de constitutie van de Chinese Volksrepubliek aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. 

Schrapping

In deze vergadering, waar Mao de voorzitter was en Lin-Piao vicevoorzitter, stelde Mao voor om de positie van staatshoofd uit de constitutie te schrappen. De partij moest het land leiden en niet een staatshoofd. Lin had tegen dit voorstel bezwaren, maar de motie werd toch aangenomen. Het is om deze reden dat in de tekst van het nieuwe grondwetsontwerp het ambt van staatshoofd van de Volksrepubliek niet meer genoemd werd. Zijn functies zouden worden overgenomen door een staatsraad onder leiding van de voorzitter van de ministerraad en niet nader aangeduide vicevoorzitters.

Daarnaast werd in art. 2 bepaald: „Voorzitter Mao is de grote leider van alle nationaliteiten van ons land, het hoofd van onze staat van de proletarische dictatuur en de opperbevelhebber van de gehele natie en het gehele leger. Vice-voorzitter Lin is voorzitter Mao's nauwe wapenbroeder en opvolger en de plaatsvervangende bevelhebber van de natie en het leger..."

Toen het ontwerp voor deze nieuwe grondwet besproken werd tijdens het tweede plenum van het 9de Centrale Comité van de CCP, eind augustus 1970, vond Lin Piao het nodig om weer op de functie var* staatshoofd terug te komen. Hij stelde voor dat Mao beide functies zou bekleden. Met andere woorden. Mao moest partijvoorzitter en staatshoofd worden. Vroeger had Mao ook deze twee functies bekleed, maar gaf later het presidentschap aan Lioe-SjaoTsji. Lin meende dat door de invloed die zijn groep op dat ogenblik had, hij de functie van staatshoofd op een later ogenblik wel door Mao toegeschoven zou krijgen. In deze positie zou hij zijn macht verder — ten nadele van Mao natuurlijk- kunnen versterken.

Tegenstelling

De tegenstelling tussen deze twee leiders werd op dit tweede plenum goed duidelijk. Mao zei meer dan eens: „Ik wil deze twee functies niet vervullen. Het partij-voorzitterschap is voldoende". Een welingelichte bron beschreef deze situatie als volgt: „Lin-Piao wilde de herindeling van het ambt van staatshoofd een uit eigenbelang. Dit, omdat hij als opvolger van kan als een soort prins beschouwd kan worden. Want zolang de keizer nog leeft, kan de prins de troon niet bestijgen en kan hij dus ook geen macht uitoefenen Hoe diep de gevoelens gingen in deze confrontatie blijkt wel uit de boze woorden van voorzitter Mao: „Lin heeft altijd verklaard dat hij mij trouw was. Hij heeft gezegd dat een uitspraak van voorzitter Mao gelijk staat aan tienduizend uitspraken. Ik heb reeds meer dan zes keer verteld dat ik het ambt van Staatshoofd met weer opnieuw wil invoeren. Staat deze uitspraak dan- niet gelijk aan 60.000 uitspraken? Maar hij luistert nog steeds niet". Dit is een goed voorbeeld van Mao-Tse-Toeng diep haat die Mao uiteindelijk kreeg voor Lin-Piao. Het was een van de redenen die Mao-Mao-tse-Toeng uiteindelijk deed besluiten hem weg te zuiveren".

Wat is er gebeurd?

Nu wij die redenen weten waarom hij weg moest, blijft alleen nog da vraag: Wat is er met Lin-Piao gp beurd? Mao-Tse-Toeng vertelde in juli 1972 aan de Franse minister var> buitenlandse zaken, Maurice Schumann, dat Lin een staatsgreep probeerde en hem (Mao) wilde vermoorden. Dit plan werd verijdeld en hil vluchtte op 12 september 1971 met een vliegtuig in de richting van do Sovjet-Unie, dat echter in de Mongoolse republiek neerstortte. Ook d-» vrouw van Lin (Yeh Tsjoen) zon zich aan boord hebben bevonden.

Dat Lin-Piao dood is kan met zekerheld worden aangenomen. Welingelichte kringen zijn echter van mening dat de stelling dat het mislukken van deze zg. staatsgreep te danken is aan de dochter van Lin, omdat zij hem hij zich Tsjoe-En-Lal zou hebben verraden, niet juist is. Ook is het helemaal niet zeker dat hij Inderdaad in dit vliegtuig bevond dat op Russisch gebied neerstortte. Er werden 9 lichamen gevonden, allemaal verkoold en niet herkenbaar. De Russen zeggen dat zij pile lichamen nauwkeurig hebben onderzocht en dat niemand ouder was dan ongeveer 50 jaar. Lin-Piao was ver over de zestig.

Sommige kringen zijn er echter wel van overtuigd dat Lin vermoord is. Zij geloven dat het vliegtuig-incident door Mao verzonnen is om te bewijzen dat hij een verrader was die zijn vaderland aan de Russen wilde verkopen. Met deze lezing over het gebeuren dacht Mao twee vliegen in een klap te vangen. Hij verzweeg zijn eigen aandeel in de moord op Lin en had een goede gelegenheid om de Russen en Lin-Piao in een extra slecht daglicht te stellen. Iets wat wel nodig was in verband met de grote invloed die de groep van Lin Piao had, onder de militairen.

Volgende week: "De macht van de militairen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.