+ Meer informatie

Neen tot doleren en afscheiden, ja tegen Schrift en belijdenis

VAN DER GRAAF BIJ JUBILEUM GEREF. BOND:

4 minuten leestijd

UTRECHT — De Gereformeerde Bond zei neen tegen de Doleantie, de Afscheiding en de zogeheten modus vivendi. De Gereformeerde Bond zegt ja tegen Schrift en belijdenis, tegen de kerk, met name de Hervormde Kerk en tegen de toekomst. Dit zei ir. J. van der Graaf, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, vanmiddag te Utrecht bij het 75-jarig jubileum van de Bond.

In zijn rede over de geschiedenis van de Bond sloot hij aan bij het artikel van de Chr.-Ger. predikant J. H. Velema „afscheidingsvisie - tussen ja en neen", dat is opgenomen in de jubileumbundel "Beproefde trouw", die vanmiddag is gepresenteerd.

De oprichters van de Gereformeerde Bond verwachtten de oplossing van het kerkelijk vraagstuk (van de Doleantie) - de vrijmaking van de Hervormde Kerk van de reglementenbundel - van de kant van de Anti-revolutionaire partij, van Abraham Kuyper door middel van de coalitiekabinetten. Anderzijds wilde men de kerkelijke consequenties, die Kuyper zelf met de Doleantie had getrokken, niet nemen.

De Gereformeerde Bond, die aanvankelijk theologisch georiënteerd was op de VU en Kampen, is steeds kritischer tegenover de Doleantie komen te staan. Deze spanning heeft, aldus Van der Graaf, zich nu zelfs toegespitst op de aard van het Schriftgezag.

In kringen van de Gereformeerde Bond bestond veel begrip voor de noodzakelijkheid van de Afscheiding uit 1834. Er was, zegt Van der Graaf, vaak een diepe verbondenheid met de afgescheidenen als het gaat om de gereformeerde gezindheid. Vanwege het verbond kon men de Hervormde Kerk niet loslaten en wees men het separatisme, een begeleidend verschijnsel van de Afscheiding, af. Kerkelijk gezien is er meer grensverkeer geweest tussen hervormd-gereformeerden en afgescheidenen dan tussen hervormd-gereformeerden en dolerenden."

De Gereformeerde Bond heeft in de beginjaren en daarna het derde neen tegen de zogenaamde modus vivendi-gedachte laten horen. Indertijd schreef ds. Knap in de „Oude paden": „De modus vivendi wil de opgekomen dwaalleer als een normaal verschijnsel beschouwen". Wel werd beseft dat op deze-wijze (het naast elkaar bestaan van verschillende richtingen) onvoldoende de worsteling om een voluit gereformeerde kerk tot gelding kon worden gebracht.

„Wanneer we de modus vivendi-gedachte afwijzen, moeten we rustelozer zijn om al wat het belijden der kerk weerspreekt in theologie en prediking", zegt de huidige algemeen-secretaris van de Gereformeerde Bond.

Kerkorde 1951
De Gereformeerde Bond wil principieel staan op de bodem van de confessie, ontleend is aan de schriften. „Juist daarin is de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk mede de gereformeerde gezindheid blijven vertegenwoordigen." Van der Graaf constateert dat „de gemeenschap met de belijdenis der vaderen", waarmee de strijd om kerkherstel bij de invoering van de kerkorde in 1951 in principe besloten werd, „niet een kerkelijk leven bracht dat naar de confessie, dat in overeenstemming daarmee was."

Wie de geschiedenis van de Gereformeerde Bond bestudeert, komt onder de indruk van de trouw, die telkens weer aan de vaderlandse kerk is betoond, aldus Van der Graaf. Anderzijds memoreert hij het feit dat velen aan de kerk hébben geleden. In dit verband noemt hij namen van Visscher, Van Grieken, Severijn, Jongebreur en Boer.

De Gereformeerde Bond zegt tenslotte ja tegen de toekomst. Van der Graaf verwijst hier naar genoemd artikel van Velema, die opmerkt dat er nu meer gereformeerd leven in de Hervormde kerk aanwezig blijkt te zijn dan vroeger in de kerken der Afscheiding voor mogelijk werd gehouden.

Beslotenheid
„Laten we niet te gauw de beslotenheid en het isolement opzoeken. Laten we niet tevreden zijn met allerlei organisaties en bonden op gereformeerde grondslag en tegelijkertijd het geheel van de kerk vergeten. Er is nog te weinig kerkelijk besef, ook onder ons. Soms vrees ik dat dit geringe kerkelijk besef nog afneemt ten gunste van separatistische tendensen, waarin zowel de kerk als de belijdenis wordt ondergewaardeerd."

Deze waarschuwing heeft ds. L. J. Geluk, voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, vanmiddag uitgesproken. Hij sprak over het thema „Hervormd en gereformeerd" (lid van de Hervormde Kerk, staande op de gereformeerde belijdenis).

Hervormd zijn houdt, naast het dienen van de kerk, ook een roeping in zich te geven. De christenheid is verscheurd. „Er is veel wat voor gereformeerde belijders moeilijk te verdragen is. In de koers van de Wereldraad van kerken kunnen wij ons onmogelijk vinden. Met het doen en laten van de Raad van kerken en van de IKON zijn wij uitgesproken ongelukkig", aldus ds. Geluk.

Strijd
De strijd in en om de Hervormde Kerk is een worsteling om de waarheid, die het beste gestreden kan worden binnen die kerk zelf. „Haar willen en kunnen en mogen wij niet verlaten, zo lang ons daar een plaats is gegeven."

Ds. Geluk wees er tenslotte op dat gereformeerd-zijn geen eindpunt is. Ook binnen de kring van de Gereformeerde Bond staan we bloot aan de vragen van de moderne tijd. „Hoe staat het in onze gemeenten met het dienstbetoon, met aandacht, zorg en liefde voor elkaar?" Er dient niet alleen zorg te zijn voor de rechte leer, maar ook voor het rechte leven en samenleven, aldus de voorzitter van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, ds. L. J. Geluk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.