+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

6 minuten leestijd

73.

Zouden de pelgrims, die zo hartelijk met gejuich en gezang vanuit de hemel zijn begroet, er niet enigermate door gekomen zijn tot zelfverheffing? De mens krijgt zo gauw als hij zo hogelijk gewaardeerd wordt, een hoge dunk van zichzelf. Gesteld in de staat der rechtheid met al de begeerlijlcheid van het paradijs, om in de weg der gehoorzaamheid de eeuwige heerlijkheid te verkrijgen, zijn wij toch ook gevallen in de zonde van zelfverheffing.

Volkomen waar! Maar van te kunnen zondigen zoals in de staat der rechtheid en van te willen zondigen uit kracht van des mensen verdorvenheid, is aan gene zijde vanderivier geen sprake meer. Want wat het verderf der zonde betreft, zijn de pelgrims bij het gaan door de Jordaan des doods, dat ten voile afgestorven. En wat de mogelijkheidaangaat heeft Christus die door het verbond der werken ten voile te verheerlijken, geheel weggenomen. Hier is het hart volkomen bereid de Heere eeuwig te verheerlijken en dat zonder zonde. Toen zag ik in mijn droom, dat de lichtende gestalten hun bevalen aan te kloppen aan de poort, hetgeen zij nu deden. Daarop zagen zij boven de poort Henoch, Mozes, Elia en anderen, tot wie gezegd werd: „Deze reizigers zijn gekomen uit de stad Verderf, gedreven door de liefde, die zij voor de Koning van deze plaats koesteren”.

Nu reikten de pelgrims ieder voor zichzelf de brief over, die zij bij het begin van hun tocht hadden ontvangen. Deze werden toen aan de Koning gebracht en nadat Hij de rollen had gelezen, zeide Hij: „Waar zijn die mannen?” Men antwoordde Hem: „Zijstaanbuiten voor de poort”. Terstond gaf de Koning bevel de poort te openen, „opdat”, zo sprak Hij, „het rechtvaardige volk dat de getrouwigheden bewaart, daardoor inga”.

Nu zag ik in mijn droom, dat de twee mannen door de poort naar binnen gingen, en zie, op datzelfde ogenblik werden zij van gedaante veranderd en werden zij bekleed met een gewaad, schitterend als goud. Ook kwam men hun tegemoet met harpen en kronen, en gaf hun die in de hand; de harpen om daarmee des Heeren lofte verkondigenen de kronen als teken der ere. En toen hoorde ik in mijn droom alle klokken der stad luiden als van vreugde en de woorden werdengehoord: Gaat in, in de vreugde uws Heeren. Ik hoorde ook de pelgrims zelf met luide stem zingen:, ,Hem, Die op de troon zit, en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in eeuwigheid. Amen”.

Op hetzelfde ogenblik dat de poorten werden geopend om de mannen in te laten, wierp ik een blik naar binnen, en ziet, de stad blonk gelijk de zon, de straten waren van goud en daarop wandelden velen met kronen op hun hoofden en palmtakken in hun handen en gouden harpen om daarop lof te zingen. Ook waren er die vleugelen hadden en zij zongen bij beurten zonder ophouden, zeggende: „Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen!”

Toen werden de poorten gesloten en na dit gezicht wenste ik zeer ook daar binnen te mogen zijn!

Terwijl ik nog een poos had staan staren op al deze dingen, wendde ik het hoofd om en zag Onkunde bij de oever der rivier komen en hij was weldra aan de overzijde, dat kostte hem niet half zoveel moeite als de twee anderen. Want er bevond zich vlakbij een veerman, genaamd IJdele Hoop, en deze zette hem met zijn boot over. Daarop begon hij ook de berg te bestijgen evenals de anderen hadden gedaan, om naar de poort te gaan, maar hij ging heel alleen en niemand kwam hem tegemoet om hem te helpen. Toen hij bij de poort was gekomen, las hij het opschrift, dat daar boven stond, en begon toen aan te kloppen, denkende dat men hem wel spoedig zou opendoen. Maar de mannen die over de poort zagen, vroegen hem: „Waar komt gij vandaan en wat verlangt gij?”

Hij antwoordde: „Ik heb in de tegenwoordigheid des Konings gegeten en gedronken en Hij heeft in onze straten geleerd!” Nu vraagden zij hem naar zijn rol, opdat zij diede Koning mochten tonen. Hij begon er naar tezoekenin zijn boezem, maar tevergeefs. Toen vraagden zij hem: „Hebt gij er geen?” Doch hij antwoordde geen enkel woord. Dat deelden zij de Koning mede en deze wilde hem niet in zijn tegenwoordigheid dulden. Hij gaf bevel aan de twee dienaars, die de Pelgrim en Hoop in de stad hadden geleid, naar buiten te gaan en Onkunde te binden aan handen en voeten en hem weg te voeren. Toen namenzij hem op en droegen hem door de lucht naar de deur, die ik aan de zijde van de heuvel zagen wierpen hem daarin. En toen werd het mij duidelijk, dat er een weg naar de hel is, even goed van de poort des hemels als van de stad Verderf. Toen ontwaakte ik en ziet, het was een droom! Een droom kan een diepe en verstrekkende betekenis hebben. Uit de Schrift is het ons bekend dat Pilatus in het rechthuis gewaarschuwd is door de droom van zijn huisvrouw. „En als hij op de rechterstoel zat zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: „Heb toch niet te doen met die Rechtvaardige, want ik heb heden veel geleden in de droom om Zijnentwil”.

Hier gaat het om de plaats die de Rechtvaardige Jezus toekomt in ons hart en leven. De hoofdman over honderd verheerlijkte God, en zeide: „Waarlijk, deze mens was rechtvaardig”. In de droom waaruit Bunyan tot ons heeft gesproken, gaat hetomde verheerlijking van de Rechtvaardige. „Want Die, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”.

De Rechtvaardige heeft door toerekening de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen. Enzois Hij, Die geen zonde gekend heeft, zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem door de Goddelijke toerekening van Zijn gerechtigheid in ons hart. En dat hebben wij nodig in het wezen des geloofs tot onze levendmaking en in de oefeningen des geloofs tot onze rechtvaardigmaking. En dat wekt onze harten op in Hem onze heiligmaking en heerlijkmaking te zoeken.

Het zijn zaken, die niet alleen de Pelgrim, maar ook Getrouw en Hoop geleerd hebben op de leerschool van de Heilige Geest.

Er is in dit boek niet gesproken van een godsdienstige droom om daar grond van te maken voor de eeuwigheid.

Gesproken is tot ons vanuit de innerlijke geloofsgemeenschap met Christus, als werk van de Heilige Geest, opdat wij dat biddende zouden zoeken, want in Hem is het eeuwige leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.