+ Meer informatie

Roeanda en Oeganda, een wereld van verschil

8 minuten leestijd

Roeanda. Een andere naam voor barbaarsheden die we in dit tijdsgewricht niet meer voor mogelijk hielden. Bij honderden, duizenden, tienduizenden werden burgers afgeslacht. Zelfs de nschuld van baby's kon hen nietvrijwaren van de dood door messteken of gruwelijke verminking. Aan de andere kant van de grens: Oeganda. Arm maar vredig. Twee landen inmidden-Afrika die op veel fronten met elkaar zijn verweven. Een wereld van verschil.

Dat de een z n dood de ander z'n brood, en zelfs een uitermate dik belegde boterham kan zijn, werd de afgelopen maanden op overtuigende wijze duidelijk in het Oegandese stadje Kabale. Hier, vlak bij de grens met Roeanda, wemelde het ineens van de vreemdelingen in Toyota-pickups en andere voertuigen. Ze hebben één ding gemeen: allemaal popelen ze om hulp te bieden aan de slachtoffers van de burgeroorlog in het buurland. De vluchtelingen, die soms als enige van de familie zijn ontkomen. De kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt. De gewonden die de herinneringen aan de bloedbaden met zich meedragen. Geen hotelkamer is onbezet, de restaurants kunnen de kip- en rijstgerechten niet aanslepen en de autowassende jeugd heeft zelden zo dik in de klandizie gezeten. Tankstations zien met genoegen hoe auto's van alle mogelijke organisaties het terrein oprijden en de omzet van kranten, bier en mineraalwater stijgt aanmerkelijk. „Vroeger gebeurde hier niks", vertelt een horeca-ondernemer, die moeite moet doen om z'n vreugde over de gang van zaken niet al te zeer te etaleren. „Een bus met toeristen, dan had je het wel gehad." Hij heeft de prijzen van zijn etablissement zonder blikken of blozen met veertig procent gemeend te moeten verhogen. Daarvoor heeft men dan een optrek met bed, bescheiden sanitaire voorzieningen en een redelijk aantal uren stroom.

Verbijstering
Niet dat iedereen handenwrijvend de slachtpartijen in Roeanda gadeslaat. Integendeel, de gemiddelde Oegandees en ook de 10.000 inwoners van Kabale, reageren met afgrijzen, verbijstering en mededogen op wat er daar, luttele kilometers verder, gebeurd is en nog steeds gebeurt. Neem bij voorbeeld de beambte in het postkantoor die verantwoordelijk is voor het verzenden van de faxen. Hij heeft de afgelopen weken heel wat bleekneuzen aan zich zien voorbijtrekken. Hun pogingen om het vaderland op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in dit roerige deel van Afrika hebben hem menig uurtje aan het werk gehouden, want de communicatie loopt niet altijd zoals men dat van huisuit min of meer gewend is. Als zo'n vel papier dan toch bij de veertiende keer door de machine glijdt, is hij blij met de blijden. En terwijl een collega de rekening schrijft heeft hij mooi een kwartier de tijd om te informeren naar de stand van zaken. Hoofdschuddend hoort hij aan hoe aan de andere kant van de grens wordt geleden. In de kerk - we zijn nog steeds in Kabale - moeten wij, drie Europese bezoekers, ons traditiegetrouw even voorstellen met vermelding van het doel van ons bezoek. Na afloop van de dienst rent een jong meisje ons achterna. Ze wil alleen maar even kwijt dat ze ook Roeandese is. Jaren geleden vluchtte ze, als zovelen, naar Oeganda. Ze ging er naar school en vond een baan, bij een internationaal bedrijf En, eveneens als zovelen, heeft ze geen idee wat er met haar familie is gebeurd.

Kinderen en baby's
Onze chauffeur, Theoneste, woont in al jaren in Oeganda, is geboren in Zaïre maar heeft z'n wortels in Roeanda. Voelt zich trouwens ook Roeandees. In het huidige Roeanda is het eigenlijk niet meer zo populair om uitgebreid naar iemands etnische achtergrond te vragen. Daar is veel voor te zeggen: de tegenstelling Hoetoe-Toetsi heeft al voor genoeg ellende gezorgd. In die termen denken we niet meer, houden de rebellen van het Roeandees Patriottisch Front (RPF) zichzelf en anderen voor. We zijn allemaal Roeandezen. Toch vraag ik hem voorzichtig tot welke van de twee bevolkingsgroepen hij hoort, want hoewel ik hem op basis van uiterlijke kenmerken (tenger gebouwd, smal gezicht) half en half als Toetsi had ingeschaald weet je het nooit helemaal zeker. „Natuurlijk ben ik een Toetsi." Theoneste trekt zich het lijden van zijn volk meer aan dan hij wil laten merken. Met tranen in de ogen hoort hij de verhalen aan die sommige vluchtelingen hem spontaan vertellen. Als de moordpartijen op kinderen en baby's ter sprake komen laat zijn voorstellingsvermogen hem in de steek. Pas wanneer we eenmaal teruggekeerd zijn op z'n thuisbasis laat hij weten dat ook zijn familie is getroffen door de Roeandese burgerkrijg. In z'n kleine huisje waar hij met vrouw en vier kinderen woont, wordt het foto-album voor de dag gehaald. Bij een jonge, lachende vrouw stokt hij even. „Mijn zuster", zegt hij zacht. „Ze woonde in Kigali. We hebben niets meer van haar gehoord."

Geknecht
Oeganda en Roeanda hebben iets met elkaar. Het zijn meer dan gewone buren (daarvan heeft Roeanda er trouwens nóg drie: Zaïre, Boeroendi en Tanzania). Oeganda is historisch gezien ten nauwste met de strijd in dit Centraalafrikaanse landje betrokken. De oorspronkelijke bewoners van Roeanda, de van akkerbouw levende Hoetoes, kregen in de 17e en 18e eeuw geheel onvrijwillig gezelschap van de Toetsi's, die voornamelijk veeteelt bedreven. De Toetsi's (hun naam betekent letterlijk: rijk) zagen kans de Hoetoes in de meest letterlijke zin te knechten. Die krachtsverhoudingen bleven zo, ook nadat Roeanda > in 1917 tot Belgisch mandaatgebied werd verklaard. De Toetsi's vormden in dit koninkrijk de dominante minderheidsgroep: rijker, dus beter opgeleid en in veel blanke ogen edeler dan het gepeupel der Hoetoes. Deze trachtten zich natuurlijk onder dat juk uit te werken. Hun ongenoegen leidde in 1959 tot een bloedige opstand, waarbij enkele tienduizenden Toetsi's werden vermoord. Duizenden anderen vluchtten naar het buitenland, onder meer naar Oeganda. Het was echter de Hoetoes niet gelukt alle Toetsi's uit te schakelen en zelfs na de benoeming van een Hoetoe-president in '62 zagen de Toetsi's kans de betere posities in te nemen. President Habyarimana, in '73 door middel van een staatsgreep aan de macht gekomen, probeerde de invloed van de Toetsi's terug te dringen, onder meer door de 15-procentsregeling: overeenkomstig de bevolkingsopbouw mocht bij voorbeeld een bedrijf niet meer dan 15 procent Toetsi's in dienst hebben. De schijnbare rust was bedrieglijk. Met name de naar Oeganda uitgeweken Toetsi's, of liever gezegd: hun kinderen, maakten aanspraak op een stuk grond in hun vaderland. Een recht dat hen door Habyarimana, die steeds meer de Hoetoes in het algemeen en zijn streekgenoten in het bijzonder bleek te bevoordelen, keihard werd ontzegd. De ballingen vormden in Oeganda het Roeandees Patriottisch Front, dat hoofdzakeiijk uit Toetsi's bestond, maar ook steun kreeg van Hoetoes die genoeg hadden van de president en zijn eenpartijdictatuur. In het najaar van 1990 werd noord-Roeanda binnengevallen door 10.000 RPF-rebellen: kinderen van vluchtelingen die hun rechten kwamen opeisen in een vaderland dat ze alleen kenden van horen zeggen. Velen beheersen, behalve uiteraard hun stamtaal, uitsluitend Engels, gepokt en gemazeld als ze zijn in Oeganda. Zoals die soldaat bij een grenspost, het prototype van een lange, atletische Toetsi. „Binnen een jaar spreek ik vloeiend Frans", verklaart hij plechtig. „Want ik ben nu Roeandees."

Koffieplantages
Oeganda en Roeanda. Zeker in het grensgebied vertonen ze een treffende gelijkenis. Vruchtbare grond, dankzij een ideaal klimaat met overvloedige regenval. Bananenbomen, koffieplantages en andere gewassen voor het oprapen. Wat betreft rust, veiligheid en vrede lijken de twee van plaats te zijn verwisseld. Ooit was Oeganda het toneel van burgeroorlog, honger en ellende. Dictator Idi Amin had een spoor van vernieling getrokken en zijn opvolger Milton Obote deed er nog een schepje bovenop. Het land was een puinhoop en de pessimisten die voorspelden dat het nooit meer wat zou worden, dreigden gelijk te krijgen. Maar o wonder, de nieuwe president, Yoweri Moeseveni, blijkt over een flinke dosis gezond verstand te beschikken en mede onder zijn leiding begint Oeganda op te krabbelen uit het dal. Een moeizame weg, dat wel. Met als grote struikelblokken de toch wel economische sores, de aids-explosie, de honger die hier en daar de kop opsteekt, de politieke schandalen. Roeanda had ooit de naam van een soort modelstaatje: relatieve rust, arme maar niet door echte honger geplaagde bevolking, bij uitstek geschikt voor westerse ontwikkelaars en bovendien favoriete bestemming voor de avontuurlijk ingestelde reiziger. Het maken van een vergelijking ligt misschien te veel op het vlak van appels met peren vergelijken, maar je ontkomt er niet aan. De contrasten tussen de twee buurstaten zijn binnen een afstand van tientallen kilometers waarneembaar. Aan Oegandese kant is het tot aan de grens de typische levendige Afrikaanse sfeer die je misschien het beste kan omschrijven als "arm maar gelukkig".

Leegte
Iets verderop is er de onwezenlijke leegte van een door oorlog getroffen gebied, zij het dat de eerste bewoners weer aarzelend terugkeren om hun oogsten binnen te halen. Huizen, scholen, winkels - alles staat leeg. Ironisch genoeg lijkt het leven in de vluchtelingenkampen nog het meest op hoe het zou moeten zijn. Met dit verschil dat de meeste bewoners gruwelen hebben meegemaakt die niet in woorden te vatten zijn. In het gunstigste gevallen verkeren ze in martelende onzekerheid over hun geliefden. Zoals die Roeandese man die het contact met zijn gezin heeft verloren en de grens oversteekt om vanuit Oeganda een zoektocht te beginnen. Een paspoort heeft hij niet bij zich, maar daar wordt ditmaal niet moeilijk over gedaan. Bij het douanekantoor sluit een RPF-militair zijn in een roze feestjurk gestoken dochtertje in de armen. Voor menige Roeandees zal de gedachte aan een dergelijke vorm van gezinshereniging slechts een zoete droom blijven, die langzaam vervaagt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.