+ Meer informatie

Saoedi's voelen zich dezer dagen één volk

Oorlog leidt op Arabisch schiereiland tot idee van saamhorigheid

5 minuten leestijd

RIAAD — Toen de Saoediër Faisal al-Rashied in Arizona studeerde, voelde hij altijd diepe emoties als hij bij een honkbalwedstrijd het Amerikaanse volkslied hoorde spelen en zingen.

„In Saoedi-Arabië hadden we nooit oorlogen of helden om zo'n mate van patriottisme te ontwikkelen", zegt de 30-jarige architect. „Ik denk dat je je land pas echt waardeert als je ervoor hebt gevochten".

„We hebben geen echte oorlogen gevochten sinds de dagen van de (islamitische) profeet Mohammed", zegt mevrouw Maha Boukhari in de Saoedische havenstad Jedda. „Dat is 1300 jaar geleden, en in zo'n periode vergeet je het een en ander". De oorlog die de bevolking van Saoedi-Arabië nu met verwondering ondergaat, heeft voor het eerst in de geschiedenis van het schiereiland een gevoel van saamhorigheid en nationalisme doen ontstaan.

Die bevolking staat massaal achter de anti-Iraakse inspanning omwille van de vrijheid van Koeweit en de veiligheid in de regio. De wil om te vechten heeft zelfs veel Saoediërs verbaasd. Twee gebeurtenissen speelden tot nu toe de hoofdrol. Eerst schoot een Saoedische piloot met één schot twee Iraakse vliegtuigen uit de lucht. Daarna bevrijdden Saoedische infanteristen de door Irak tijdelijk bezette stad Khafji.

Trots

De Saoedische soldaten die voor de vrijheid van Khafji omkwamen, zijn nu martelaren. Faisal al-Rashied is met heel Saoedi-Arabië enorm trots op zijn helden. In de videotheken van Jedda is goed merkbaar hoe de bevolking de oorlog beleeft. Eigenaar Mohammed Malik wijst op de titels die nu populair zijn. Dat zijn oorlogsfilms. "Hamburger Hill", "Uncommon Valor", "Die Hard". „Oorlog en actie, actie en oorlog dat is alles wat men deze dagen wenst", zegt Mohammed. „Romantiek en lachfilms? Vergeet het maar".

Socioloog Hamad al-Marzoki legt deze voorkeur voor de 'harde' films uit. „Wij hebben geen Vietnam-complex. Je kunt geen oorlog beginnen als je te bezorgd bent over de doden". Saoedi's lijken er dus klaar voor om de doden thuis te krijgen als de grondoorlog begint.

Waar de politici in Riaad zich wel bezorgd om maken, is dat hun imago in de Arabische en islamitische wereld in aanzien daalt door hun betrokkenheid bij een oorlog waarbij talloze islamitische burgerslachtoffers vallen. Ook maakt de koninklijke familie zich bezorgd over de enorme kosten van de oorlog. Tony Horwitz van The Wall Street Journal noemt een bedrag van „48 miljard dollar tot nu toe, dat is de helft van de jaarlijkse produktie van goederen en diensten".

Horwitz concludeert dat vanwege het imago en de kosten van de oorlog „veel Saoedi's ongeduldig op het begin van de grondoorlog wachten, zodat het conflict spoedig is afgelopen". Dat daarbij vele doden zullen vallen, deert de Saoedi's blijkbaar weinig. Saoedische 'martelaren' zijn symbool van de ruggegraat die het volk plots heeft gekregen. Ook het vooruitzicht van geallieerde doden deert Riaad niet. „Amerikanen sterven niet alleen omwille van ons maar ook uit eigenbelang. Ons land verdient het om verdedigd te worden, omdat we zo'n uitmuntende matigende rol in de regio spelen en omdat we ons geld overvloedig weggeven", zegt vice-minister van handel Abdoelrahman alZamiel.

Bloeddorstig

Veel Saoediërs zien uit naar het begin van de grondoorlog, omdat daardoor de kans toeneemt dat een eind komt aan het regime van de Iraakse president Saddam Hoessein. Die bracht de oorlog met zijn Scuds in de huizen van de Saoediërs, waarmee hij de haat tegen hem persoonlijk vermenigvuldigde.

Ambtenaren zeggen nog steeds dat het doel van de oorlog enkel de bevrijding van Koeweit is, maar westerse diplomaten en militairen ruiken in Riaad „de dorst naar bloed". „De Saoedi's wilden altijd al dat Saddam anderhalve meter diep zou liggen, maar de Scuds hebben dat gevoel echt krachtig gemaakt", zegt een westerse diplomaat. Hij denkt dat 80 procent van de Saoedi's daardoor nu achter de oorlog staat, vergeleken met 60 procent voor 17 januari.

Niet alle Saoedi's zijn enthousiast over de wens om Irak te zien bloeden. „Bloed brengt bloed voort", zegt Mohamed Ishqi, een ambtenaar van de kamer van koophandel in Jedda. „Wie zal de rommel opruimen als dit voorbij is?"

Met veel in het Westen opgeleide intellectuelen vreest Ishqi dat de oorlog en het daarmee gegroeide nationalisme alle kans op spoedige democratische hervormingen hebben weggenomen.

„Als we niet meer democratie in deze regio krijgen, zullen we alle moeizaam gewonnen voordelen van de oorlog tegen Irak weer verliezen'j meent Mohammed Ishqi.

Bescheiden feest

Tony Horwitz beschrijft hoe te midden van alle oorlogsgeweld het gewone leven voor de Saoedi's redelijk normaal doorgaat. Tijdens een zachte nacht in Jedda komen honderden gasten naar een bruiloft bij een breed uitwaaierende villa van een topambtenaar. i\ Het tennisveld is door hoge scheï-' men afgescheiden van de rest van de terassen, zodat de vrouwen ongezien kunnen meefeesten. Op kussens en tapijten roken de heren hun waterpijp. Filippijnse bedienden brengen dienbladen met thee en vruchtesappen rond en enorme schalen rijst met schapevlees.

„Als mensen in de oorlog sterven, is het niet meer dan gepast om een familiefeest bescheiden te vieren", verontschuldigt de gastheer zich vanM wege het kleine aantal gasten en afwezigheid van een zanger.

Het feestje wordt voor middernacht afgebroken, dus vroeg naar Saoedische begrippen. De gasten zijn niet rouwig om de vroege afloop[J Een van hen snelt naar zijn Mercedes. „We willen allemaal naar huls om op televisie naar het laatste nieuws te kijken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.