+ Meer informatie

De vijfhonderd orgels van Van Vulpen

„Als je afwijkt van wat de traditie bepaalt, wordt je resultaat alleen maar minder

5 minuten leestijd

Vijftig jaar geleden (op 1 december 1940) werd de firma Gebroeders van Vulpen opgericht. Twee broers, A. en R. van Vulpen, vestigden zich in Utrecht, eerst in de Oudwijkerdwarsstraat, later op het huidige adres in de Ambachtstraat. De afgelopen vijftig jaar leverden de orgelmakers zo'n vijfhonderd orgels af, waaronder ongeveer honderd huisorgels. Terugblikkend zeggen ze dat er veel werk is verzet. Niet alleen veel, maar ook mooi werk, waaronder uitdagingen op het gebied van restauraties. Een gesprek met de directeuren R. van Vulpen jr. en H. Bouwman.

„Mijn oom en vader bouwden in 1939 samen een mechanisch orgel. Dat trok de aandacht, onder andere van de hervormde orgelcommissie. Wat als een experiment begon, eindigde in een professioneel opgezet bedrijf", zegt Van Vulpen.

Geen moment hebben de gebroeders getwijfeld over de mechanische aanleg van hun instrument. Die aanleg van het instrument werd hen vanuit de historie aangereikt. Niettemin stonden zij met hun andere been nog in de periode die wel als een "vervalperiode" wordt aangeduid.

Neobarok

„Het is terecht dat die periode zo wordt genoemd", zegt Bouwman. „Het verband tussen de dingen was in die dagen ver zoek. Wat men deed, mocht geen orgelmaken meer heten; meer een vorm van assembleren van toestanden die door toeleveringsbedrijven werden aangeleverd".

In de periode na de Tweede Wereldoorlog ontwaakte de orgelbouw uit zijn slaap. De firma Van Vulpen mag tot de koplopers van die nieuwe periode behoren, die wel eens wordt aangeduid als de Neobarok. Inmiddels weten we dat die term nergens op slaat. Van Vulpen kon tot de koplopers behoren omdat de firma geen verleden had, „Men hoefde nergens van los te komen", zegt Bouwman. Zo ontstonden de eerste nieuwe instrumenten van enig formaat: Bruinisse en Opheusden".

Omslag

Ook op het gebied van de restauraties speelde Van Vulpen zijn partij. Junior erkent dat de wijze waarop instrumenten gerestaureerd werden een totaal andere was dan we nu gewend zijn. Bouwman: „Er was geen enkele schroom om aan historische orgels het nodige te veranderen". Ook daaraan heeft Van Vulpen meegedaan.

In het begin van de jaren zeventig ontstond een omslag in de wijze van orgelmaken. Die werd mede bepaald door de omgang met historische orgels.

Maar in die omslagperiode gold Van Vulpen niet als een van de koplopers. Zonder enige schroom stemt R. junior daarin toe. „Als je iets verworven hebt en je hebt er jarenlang achter gestaan, dan gooi je dat niet zomaar over boord. Zou je dat wel doen, dan is dat vreemd. In dat opzicht zijn wij een behoudende firma". Gevraagd naar een aantal verschillen die beide perioden kenmerken noemen de Gebroeders onder andere het materiaal waar orgelkassen van worden gemaakt. Aanvankelijk was dat meubelplaat, nu is het massief hout. Klavieren worden nu vrijwel uitsluitend als staartklavieren uitgevoerd in plaats van als balansklavieren. De windvoorziening is thans meer gebaseerd op het historische type. Ook het materiaal van het pijpwerk is meer op de historie geënt. De mensuren zijn wijder geworden ten opzichte van de zogenaamde neobarokke tijd.

Beïnvloeding

Van hoeveel invloed zijn de adviseurs in deze omslagperiode geweest?

Bouwman: „Die invloed is vrij groot geweest. Natuurlijk kun je ook zonder adviseur een goed orgel maken, maar een goede samenspraak met de adviseur kan het resultaat positief beïnvloeden. Als orgelmaker moet je oppassen voor gewenning. Soms heb je een frisse wind of enig tegengas nodig".

Van Vulpen gaat nog een stap verder: „Hoe beterde adviseur, hoe beter het eindresultaat".

Is de firma in de wijze van orgelmaken beïnvloed door organisten of componisten?

„De relatie tussen wat gecomponeerd wordt en het orgel dat vandaag de dag gemaakt wordt, is zoek. Er is nu geen sprake van een relatie die er bij voorbeeld was tussen Bach en Silbermann en César Franck en Cavaillé-Coll", vindt Bouwman.

In hoeverre is een Van Vulpenorgel een gemeentezang-orgel?

Bouwman: „Het orgel zoals we dat nu bouwen, is in het algemeen beter voor die taak berekend dan dat van enkele tientallen jaren terug. Ooit heerste de wens een orgel te bouwen waar je voortreffelijk een trio op kon spelen. Dat het ook nog geschikt moest zijn om de gemeentezang te begeleiden was niet het eigenlijke doel".

Hij erkent overigens dat in de omslagperiode de balans ook wel eens naar de andere kant is doorgeslagen. „Zo moest er op een goed orgel een Bourdon 16 voet en een Cornet zitten, anders was het geen goed orgel. Flauwekul natuurlijk! Die duffe, boventoonarme en grof klinkende orgels waren evenmin mooi als de neobarokke schreeuwers".

Uitdaging

De fa. Van Vulpen staat als orgelmaker in de traditie van het orgel als historisch instrument. Van Vulpen: „Als je afwijkt van datgene wat door de traditie bepaald is, wordt je resultaat alleen maar minder. Als je ooit iets totaal anders zou willen doen, dan is dat alleen maar uit nieuwsgierigheid. Ik kan me niet voorstellen dat ik er achter zou staan. Ik voel me daar ver vanaf staan en heb er ook geen behoefte aan".

„Als orgelmaker moet je iets bouwen waar je affiniteit mee heb", zegt Bouwman. Hij gelooft niet in orgelbouwers die 'alles' leveren. Overigens schift dat vanzelf. „Iemand die een symfonisch orgel wil hebben, komt niet naar Van Vulpen". Anderzijds noemen de Gebroeders zoiets wel een uitdaging. Ze zouden die uitdaging aannemen, onder de restrictie dat zij er een aantal jaren voor zouden nemen om een aantal dingen op een rijtje te zetten.

Bouwman: „Het moet dan geen compromis-orgel worden. Niet een soort alleskunner met een barokke prestant en een romantische gamba". Consequentie staat voorop. „Daardoor teken je je marktpositie heel duidelijk af", zegt Van Vulpen jr.

Elitair?

Van Vulpen: „Beslist niet. Het is een bescherming van je positie. Zo zal ik bij voorbeeld nooit een a-symmetrisch orgel maken omdat ik weet dat zoiets nooit goed kan gaan".

Toekomst

Van Vulpen schaart zich niet in de rij van de goedkoopste Nederlandse orgelmakers. Hebben zij dat nooit als een drempel ervaren? R. van Vulpen jr.: „Het kan niet goedkoper. Het produkt staat voorop en daaraan doen we geen concessies. We zitten niet te wachten op kwantiteit".

Hoe ziet de toekomst er voor de firma Gebroeders van Vulpen uit?

Van Vulpen jr.: „Binnen de Nederlandse markt is het de vraag of er voldoende werk is. We hebben niet de intentie om als bedrijf, in personele zin, te gaan groeien. Maar daarom mag je nog best kijken of er op de buitenlandse markt wat te doen valt. In Noorwegen heeft onze firma een aantal nieuwe orgels gemaakt en uit Duitsland zijn enkele opdrachten binnengekomen".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.