+ Meer informatie

Gezworen kameraden in het Romeinse Rijk

Strips over wereldberoemde Galliërs Asterix en Obelix door historische bril bekeken

5 minuten leestijd

Stripverhalen worden voorzover ze tot de literatuur worden gerekend- veelal afgeschilderd als ,,losse flodders". Vaak is dit beeld juist, maar er zijn uitzonderingen. Er zijn ook beeldverhalen die hun naam eer aandoen en juist door middel van illustraties het verleden doen herleven.

Wie kent ze niet: de twee inmiddels wereldberoemde Galliërs Asterix en Obelix. Twee gezworen kameraden; de een klein en slim, de ander corpulent en naïef, maar beiden begiftigd met een enorme lichaamskracht, die hun goed van pas komt bij de talloze schermutselingen met de legioenen van hun grote tegenspeler Julius Caesar.

Door een toverdrank die hen onoverwinnelijk maakt, tart de kleine Galliërs de expansiedrift van de Romeinse keizer. Tijdens hun talrijke avonturen op Gallische bodem en ver daarbuiten, maken ze kennis met de eigenaardigheden van vreemde culturen en schieten ze menig vriend te hulp of gaan ze snode tegenstanders weinig zachtzinnig te lijf.

Minutieus onderzoek

Een aardig verhaal of een historisch naslagwerk met veel plaatjes? Dat laatste wordt stellig beweerd door de historicus René van Royen en de classica Sunnyva van der Vegt, beiden werkzaam aan de VU in Amsterdam en gepassioneerd voor de Asterix-strip. In hun boek hebben ze het historische gehalte van dit stripverhaal aan een minutieus onderzoek onderworpen. Hun conclusie is dat de geestelijke vaders van Asterix Goscinny en Uderzo, respectievelijk de schrijver en de tekenaar van de strip- hun huiswerk voor geschiedenis en Latijn wel heel erg goed gedaan hebben.

Zo droegen de Kelten (de oorspronkelijke naam van de Galliërs) wel degelijk broeken met een streepmotief en verzamelden ze de helmen van hun overwonnen tegenstanders. Overgewicht was bij de Galliërs hoogst ongepast, zoals blijkt uit oude documenten. ,,De Galliërs leggen zich erop toe geen buikje te krijgen", zo verhaalde de Griekse geschiedschrijver Strabo zijn jongere collega Ephorus. ,,En degene van de jonge mannen die de maat van zijn gordel overschrijdt wordt gestraft".

Logisch dus, zo schrijven Van Royen en Van der Vegt, dat Obelix geprikkeld raakt als je hem aanspreekt op zijn omvang. Het is maar een van de zeer vele voorbeelden van de manier waarop de stripmakers de historische feiten een geestige, maar juiste wending geven.

Gouden sikkel

Zo is er meer: de manier waarop het stamhoofd Abraracourix op zijn schild moet balanceren omdat zijn schilddragers hun werk niet zo serieus nemen, is bijna letterlijk zo beschreven door de Romeinse historicus Tacitus, die in de eerste eeuw na Christus juist in Gallië verbleef. Ook Julius Caesar, die zelf verslag gedaan heeft van zijn veld- en inspectietochten, heeft een schat aan historische informatie nagelaten, die door de schrijvers regelmatig ter sprake wordt gebracht om de authenticiteit van de strip aan te tonen. Met name als het gaat over het decor van het verhaal, het Gallische dorp en de Romeinse legerkampen. Het blijkt dat maar weinig details aan de fantasie van de tekenaar zijn overgelaten. Zo werd op de traditionele dorpsmaaltijd menig everzwijn verschalkt en moest een Romeins soldaat op strafcorvee de binnenplaats aanvegen.

Natuurlijk zijn er ook dingen die op pure fantasie berusten. Denk hierbij aan de toverdrank die de druïde, de dorpsmagiër, voor zijn stamgenoten bereidde. Het is echter wel historisch dat hij zijn gouden sikkel gebruikte om een maretak uit de boom te snijden. De namen die de striphelden dragen, zijn verzonnen en laten zien dat de schrijver wel gevoel voor humor had. Hoefnix de smid en Kostunrix de visboer bijvoorbeeld. En Lustnix houdt niet zo van het al dan niet verse zeebanket van laatstgenoemde. Deze en andersoortige verzinsels getuigen van komische woordspelingen waar ook de verre voorouders al dol op waren, zo melden de geschiedschrijvers, maar deze historische 'vergissingen' worden door de schrijvers maar al te graag met de mantel der liefde bedekt.

Primitieve caravans

De daken van de huizen zijn bedekt met boomstammetjes, de mensen hebben vlechten en de krijgers dragen veren op hun helmen, maar er is zo goed als geen organisch materiaal dat na zo'n tweeduizend jaar de bewijzen kan leveren dat het niet zo geweest is. Enkele bewaard gebleven afbeeldingen uit die tijd en de creativiteit van de tekenaar zorgen ervoor dat je haast zou geloven dat het toch wel zo geweest zal zijn. Ook wordt in de strip regelmatig een knipoog gemaakt naar het hier en nu. Zo zie je in "Asterix in Hispania" een stoet primitieve caravans, die de drukte van Lutetia ontvluchten om rust te zoeken aan de zonnige Spaanse costa's.

Van Royen en Van der Vegt hebben de gegevens over hun 'historische' Galliër heel smakelijk weten te serveren. Ze zijn er mijns inziens prima in geslaagd een voorzet te geven om deze strip, zij het met enige reserve, eens door een historische bril te bekijken. Het boek kan om die reden zeker ook gebruikt worden om de geschiedenislessen over het Romeinse rijk te verluchten en het grijze verleden weer tot leven te laten komen.

N.a.v. "Asterix en de Waarheid", door René van Royen en Sunnyva van der Vegt; uitg. Bert Bakker, Amsterdam, 1997; ISBN 90 351 1816 2; ƒ 29,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.