+ Meer informatie

Rel rond orgel in Nieuw-Beerta

Monumentenzorg verbiedt automonteur te sleutelen aan instrument

4 minuten leestijd

NIEUW-BEERTA - Een orgel is wat anders dan een auto. Niet iedereen schijnt daarvan overtuigd te zijn. K. Mulder uit het Groningse Sappemeer in ieder geval niet. Met de kennis en de technieken van een automonteur was hij vorige week opnieuw bezig het historische orgel van de hervormde kerk in Nieuw-Beerta te 'restaureren'. Ervaringen met Mulder in het verleden deden deskundigen het ergste vrezen. Afgelopen vrijdag greep de Rijksdienst voor Monumentenzorg hardhandig in.

Iedereen is het erover eens dat het Hardoff-orgel in Nieuw-Beerta (twee klavieren, aangehangen pedaal, 15 stemmen) een juweel is. Het uit 1867 daterende instrument van de Leeuwarder bouwer, die stamde uit de school van Chr. Muller, is volgens orgelmaker A. Reil uit Heerde uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven. „Alle onderdelen zijn nog origineel. Het orgel heeft alleen een technische opknapbeurt nodig". Reil maakte daarvoor in 1985 een offerte. Het karwei zou toen zo'n 1,25 ton gaan kosten. „De plaatselijke kerkvoogdij liet echter niets meer van zich horen", vertelt de orgelbouwer. „Ik heb er nog een paar keer over gebeld, maar ik kreeg steeds te horen: „We hebben nog geen geld". Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven".

Hulp

Intussen kreeg Reil wel via anderen te horen dat een gewezen automonteur uit Sappemeer, K. Mulder, bezig was het instrument op te knappen c.q. te restaureren. Er werd bij verteld dat de kwaliteit van het geleverde werk ernstig te wensen overliet. Er zou zelfs schade aangericht zijn. Reil heeft deze gang van zaken „helaas" al vaker meegemaakt. „Het is meestal een geldkwestie. Lapwerk is altijd goedkoper dan vakwerk. Zo'n amateur doet uitsluitend kosmetisch werk".

Het was niet de eerste keer dat Mulder zich opwierp als orgelrestaurateur. Ook in Sappemeer heeft hij aan een historisch instrument gesleuteld. Volgens insiders bedroeg de schade daar destijds 60.000 gulden. Reil begrijpt er niets van dat een kerkvoogdij dergelijke „specialistische werkzaamheden" laat uitvoeren door een amateur. „Ik zou het nog niet aan iedere collega toevertrouwen, laat staan aan een hobbyist. Voor het geld hoeven ze het ook niet te doen. Een officiële restauratie wordt voor ruim 80 procent gesubsidieerd. Lapwerk moet de kerkvoogdij zelf betalen".

Stef Tuinstra, organist en orgeladviseur in Groningen, heeft Mulder vorig jaar zelf aan het werk gezien in Nieuw-Beerta. „Hij was toen bezig met de windvoorziening. Ik heb hem van alles gevraagd: over zijn plannen, z'n kennis en technieken. Mijn indruk was toen: Deze man heeft psychische hulp nodig. Mulder is een lieve man, maar ontzettend naïef. Hij heeft niet door wat hij doet. Hij laat autoreparatietechnieken los op orgels en werkt met materialen als staal, plastic en pvc".

 Tuinstra gaf zijn bevindingen onmiddellijk door aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Die stuurde „een brief op poten" naar de kerkvoogdij met de boodschap: Als jullie zo doorgaan, verspeel je alle subsidie. Mulder staakte zijn werkzaamheden. Tot vorige week...

Opzettelijk

Toen Monumentenzorg er lucht van kreeg dat Mulder weer bezig was, was een bezoek aan Nieuw-Beerta snel geregeld. Afgelopen vrijdag namen rijksorgeladviseur O. Wiersma en een collega ter plekke poolshoogte. Na gesprekken met diverse betrokkenen, waaronder de kerkvoogdij, werd besloten Mulder een verbod op te leggen om nog langer aan het orgel te werken.

Volgens Ben Verfürden, hoofd communicatie van Monumentenzorg, waren de adviseurs er gelukkig op tijd bij. „Het orgel is nog niet verknoeid". Wel neemt Verfürden het de kerkvoogdij kwalijk dat het de tweede keer is dat Mulders werk moet worden stilgelegd. „Ik heb de indruk dat de Monumentenwet tamelijk opzettelijk overtreden wordt". Deze week gaat er volgens Verfürden een brief richting Nieuw-Beerta waarin de kerkvoogdij alles nog eens zwart op wit onder ogen krijgt. Ook zal er op korte termijn een gesprek plaats vinden met de landelijke orgelcommissie van de Hervormde Kerk over een echte restauratie. „De zaak is urgent", benadrukt Verfürden.

Mulder zelf vertelt desgevraagd voor het reparatiewerk benaderd te zijn door het architectenbureau Kouwen, dat de kerk in Nieuw-Beerta heeft gerestaureerd. Hij ontkent dingen vernield te hebben. „Ik heb alleen wat schoon gemaakt, een paar kapotte toetsen gerepareerd en een lamp boven de lessenaar gemonteerd". Volgens Mulder is hij de enige die zich bekommert om het instrument. „Niemand kijkt er naar om". Hij deelt de mening van deskundigen over de uitzonderlijke kwaliteit van het orgel niet. „Het is een slecht instrument".

Geen geld

Volgens president-kerkvoogd P. W. Hagedoorn uit Nieuweschans is het juist dat niemand zich ooit om het orgel heeft bekommerd. „Ook niet toen het water door lekkage in het gebouw met kubieke meters tegelijk naar binnen stroomde". Geld om het orgel te laten restaureren, heeft de kerkelijke gemeente niet, volgens Hagedoorn. „Bovendien is de noodzaak van restauratie bij ons niet zo aanwezig, want de kerk wordt al jaren niet meer gebruikt voor de eredienst".

Dat orgelrestauraties voor ruim 80 procent worden gesubsidieerd, maakt voor hem geen verschil. „Dan blijft er nog 40.000 gulden over". De mogelijkheid van een vriendenstichting om geld in te zamelen, is volgens Hagedoorn wel onderzocht, „maar dat loopt nog niet zo hard". Van de maatregelen die Monumentenzorg heeft genomen, is de kerkvoogd nog niet op de hoogte, „omdat hij pas vrijdagavond terugkeerde van een bezoek aan Griekenland". Dat Mulder aan het orgel in Sappemeer door ondeskundigheid 60.000 gulden schade heeft aangericht, is hem onbekend.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.