+ Meer informatie

COLUMN: LEREN BIDDEN

3 minuten leestijd

Geen kritiek op het gebed van een ander

De discipelen stelden de vraag: Here leer ons bidden! (Lukas 11:1). Het antwoord van de Heiland is bekend: Hij leert zijn discipelen het ‘Onze Vader’.

Bidden is kennelijk geen stuk van het geloof waar je snel in uitgeleerd raakt. De discipelen trokken al een hele tijd met de Here Jezus op. Toch vragen zij onderwijs over het bidden. Het is met bidden ook niet zo dat je het nu eenmaal hunt of niet. Er kan geleerd worden.

Trouwe gemeenteleden horen heel wat keren gebeden die in het openbaar worden uitgesproken: tijdens de kerkdiensten, bij de opening van verenigingsavonden enz. Wie zelf voorgaat in gebed, weet dat het niet meevalt om recht uit het hart te bidden en daarbij steeds de juiste woorden te vinden. Ik betrap mezelf er wel eens op dat ik zo druk bezig ben om te letten op allerlei punten die in het gebed aan de orde moeten komen (voor-bede), of dat de gekozen woorden niet verkeerd zullen overkomen bij de gemeente, dat de spontaniteit van het bidden daaronder te lijden heeft. Zo zijn er veel meer punten te noemen waarin gebedsonderwijs verder kan helpen. Gelukkig is er rond het bidden een sfeer van vertrouwen. Niet snel zal iemand scherpe kritiek uiten op het gebed van een ander. Dat geeft een gevoel van veiligheid. En dat is een goede zaak, want velen ervaren dat zij bij het bidden in het openbaar over een een bepaalde drempel heen moeten stappen.

Ik of wij

Toch wil ik in alle voorzichtigheid wijzen op een zaak die te maken heeft met het gebed dat in het openbaar wordt uitgesproken. In mijn omgeving maak ik steeds vaker mee dat bij het bidden in een groep de ‘ik-vorm’ wordt gebruikt. Ik dank, ik vraag, ik prijs enz. Waar deze gewoonte vandaan komt, weet ik niet precies. Misschien is het een reactie op een al te grote bescheidenheid. Ik kan me uit het verleden uitdrukkingen van predikanten en ouderlingen herinneren als ‘hij die tot U spreekt’, ‘hij die geroepen is voor te gaan’ enz. Zorgvuldig werd in zulke uitdrukkingen het woordje ‘ik’ vermeden. Men wilde niet zelf op de voorgrond treden.

Deze deftige bescheidenheid is over. Tegenwoordig wordt het niet meer als onbeleefd ervaren om de ‘ik-vorm’ te gebruiken.

Nu zal duidelijk zijn dat een persoonlijke toon bij het openbare gebed zeer te waarderen is. Toch is het goed erop te letten dat degene die voorgaat in gebed niet alleen namens zichzelf tot God spreekt. Wij naderen samen in het gebed tot God.

Samen heffen wij ons hart op. Samen loven en danken wij, samen doen wij een beroep op Gods genade, samen leggen wij onze noden voor aan de hemelse Vader. De ‘ik-vorm’ in het openbare gebed maakt van de anderen toehoorders, terwijl de ‘wij-vorm ‘ alle aanwezigen omsluit. Er is niets tegen persoonlijke momenten in het openbare gebed. Maar laat de doorgaande lijn wel afgestemd zijn op allen die meebidden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.